FeaturesInterviewsUitgelicht

Interview Colin H. van Eeckhout (Amenra): ‘Het idee om een Nederlandstalige plaat te maken, viel niet meer te negeren’

@ CPU – Stijn Verbruggen

De muziek van Amenra kan geassocieerd worden met pijn, angst of verlies. Dat zijn gevoelens die we tegenwoordig niet meer durven tonen, omdat we onze zwaktes willen verbergen en toch is het die vijver van ellende waaruit Amenra zijn kracht haalt en dat op een straffe wijze etaleert. Sinds 1999 werkt de band aan een opmars en deze keer doen ze dat in het Nederlands. Een onverwachte wending misschien, maar wie Amenra kent, schrikt niet al te snel meer. Wij spraken frontman Colin H. van Eeckhout over de nieuwe plaat De Doorn, die op 25 juni het levenslicht zal zien op het Amerikaanse label Relapse Records.

Op 25 juni brengen jullie de nieuwe plaat De Doorn uit. Daarmee nemen jullie afstand van de Mass-series. Waarom past De Doorn niet in het rijtje van die serie?

Wat we op De Doorn brengen, is per definitie niet anders dan hetgeen we daarvoor hebben gemaakt. We gedijen goed in de sfeer van tristesse en duisternis en dat gevoel is niet anders wanneer je naar de nieuwe plaat luistert. Het uitgangspunt van de Mass-series en dat van de nieuwe plaat is wel compleet verschillend. De Mass-series krijgen pas vorm wanneer we het gevoel krijgen dat we iets te vertellen hebben. Dat gaat altijd over persoonlijke gebeurtenissen die een serieuze impact hadden op ons leven, zoals een overlijden, kinderen krijgen of een relatiebreuk. Die hevige emoties proberen we als groep om te buigen in een plaat. De Doorn schreven we bijna meteen na Mass VI, omdat we gevraagd werden om rituelen en ceremonies in elkaar te steken. Dat ging onder andere over een herdenking van het einde van WOI in Diksmuide, enkele rituelen in het Citadelpark in Gent en een ritueel in Menen. We schreven muziek in functie van die setting. Deze plaat is dus vooral tot stand gekomen vanuit een externe verwachting en daarom zou het niet goed aanvoelen om het Mass VII te noemen.

In 2020 tekenden jullie bij het Amerikaanse label Relapse Records. Hoe groot was de verbazing toen jullie ervoor kozen om een Nederlandstalige plaat uit te brengen op dat label?

Toen we muziek maakten voor die rituelen en ceremonies hadden we vooraf nooit gedacht dat daar een plaat uit zou voortvloeien. Na verloop van tijd hadden we zodanig veel geschreven dat het idee om er een plaat van te maken niet langer te negeren viel. Ik moet wel zeggen dat Relapse Records een Engelstalige plaat verwachtte, dus het was wel even schrikken voor hen om de Nederlandstalige nummers te horen. Ze hadden twijfels over het idee, maar uiteindelijk lieten ze ons wel begaan. Wij hadden trouwens ook onze twijfels, want wat gaat de Amerikaan vinden van een Vlaamse plaat? Dat viel moeilijk in te schatten, maar ik krijg het gevoel dat dat beter meevalt dan we dachten. Het is boeiend om te zien wat Nederlandstalige muziek kan doen op internationaal vlak. Ik heb het gevoel dat Amerika steeds meer openstaat voor dergelijke ideeën. Vroeger werden Amerikaanse bands met hetzelfde potentieel als Europese bands veelal als hoger gezien door de massa, terwijl dat idee nu aan het veranderen is, waardoor je meer kansen krijgt.

Had de plaat er anders uitgezien als jullie de verwachtingen van het label hadden gevolgd? 

Daar ben ik van overtuigd. Als we bewust de opvolger van Mass VI hadden geschreven op een Amerikaans label, dan ben ik er vrij zeker van dat daar geen Nederlandstalige plaat was uitgekomen. Als je er logisch over nadenkt, is dat ook geen slimme zet, want je hoopt met zo’n label een groter publiek te bereiken en dan lijkt Nederlandstalige muziek niet meteen de juiste zet. Langs de andere kant voelt het uitbrengen van De Doorn wel als een logische stap. Het schrijven gaf ons hernieuwde ruimte en vrijheid zonder ons al te veel druk te moeten maken over de verwachtingen van buitenaf. Achteraf gezien zouden we het nooit anders hebben aangepakt.

Het feit dat jullie zoiets aandurven, bevestigt het gevoel dat Amenra altijd zijn eigen verhaal in handen probeert te hebben. Werkt het bevrijdend om je van niemand iets aan te trekken? 

Het valt niet te ontkennen dat de groeiende druk van buitenaf evenredig toenam met ons succes. Mensen willen steeds meer en straffer werk. Daar proberen we in de mate van het mogelijke aan te voldoen, zonder te veel in de val van die torenhoge verwachtingen te lopen en dat is zeker niet altijd even eenvoudig. We proberen onze voeten aan allerhande stramienen te vegen, maar dat kan je maar tot op een bepaald niveau blijven doen.

Was het comfortabel om het verhaal van Amenra in het Nederlands te brengen? 

Het was zeker niet eenvoudig om de Nederlandse taal in het licht te stellen, in de eerste plaats omdat de meesten van ons een zekere aversie hadden ten aanzien van Nederlandstalige muziek. Of je dat nu wilt of niet, de eerste ontmoeting met Nederlandstalige muziek is snel te linken aan programma’s als ‘Tien om te zien’. De credibiliteit van die muziek was veelal ver te zoeken. In dat opzicht was het niet eenvoudig om onze weg te vinden in die Nederlandse taal, omdat er gewoon bitter weinig referenties zijn binnen het genre. Daarnaast zijn we nooit op zoek gegaan naar referenties. Ik ben ervan overtuigd dat je veel vrijer kan schrijven als je schrijft op basis van je gevoel. Het zou zomaar kunnen dat daar iets onverwachts goed tussen zit dat werkt. Het was sowieso zoeken naar ons eigen verhaal binnen de context van de moedertaal, maar die zoektocht is geslaagd en is zeker nog niet ten einde.

Zijn er dan nog ambities om verder in het Nederlands te schrijven? 

Amenra is niet de band die lang op voorhand plannen maakt over hoe een volgende plaat er moet uitzien. We zien wel waar we komen, maar ik zie ons wel nog verderwerken aan Nederlandstalige nummers. Ik heb recent zelf nog een Nederlandse plaat afgewerkt met Broeder Dieleman, een Nederlandse singer-songwriter, die ik echt heel goed vind. Uiteindelijk is het voor mij eenvoudiger om in het Nederlands te schrijven. Het is mijn moedertaal en mijn Nederlandstalige woordenschat is veel groter dan die in het Engels. Soms heb ik het gevoel dat de expressie die ik wil bereiken te beperkt is in het Engels. Zingen in het Nederlands geeft mij die extra dimensie die nog veel dieper weet te raken.

De taal die in het licht wordt gesteld is duidelijk het Algemeen Beschaafd Nederlands. Heeft het idee gespeeld om de nummers in het West-Vlaams uit te brengen? 

De zang is bewust in het Algemeen Beschaafd Nederlands gezongen, omdat dergelijk taalgebruik een grotere afstand creëert, die wel past bij de muziek. Dat plechtige en ceremoniële in het taalgebruik dwingt naar mijn gevoel meer respect af, terwijl ik dat bij het West-Vlaams niet altijd voel. We zoeken die religieuze ‘feel’ bewust op en ABN past in tegenstelling tot West-Vlaams beter in dat plaatje van De Doorn.

Werkte de tijd die corona schonk afremmend of juist inspirerend?

Om de muziek te kunnen voelen, moeten wij samen kunnen repeteren en dat was een tijdje gewoon geen optie, omdat je bijna niemand meer mocht zien. We probeerden thuis wel wat te schrijven, maar alleen sleutelen aan muziek is niet waar je onze kracht moet zoeken. Na verloop van tijd konden we terug repeteren, met het grote verschil dat we plots zeeën van tijd hadden. In het begin was het niet eenvoudig om om te gaan met die verandering. We zijn het gewend om volle agenda’s mee te sleuren, maar dat viel in één klap weg. Achteraf gezien was het een heel productieve periode en dat geldt niet alleen voor Amenra, maar ook voor onze nevenprojecten. Het gebrek aan verplichtingen gaf iedereen de ruimte om zaken af te werken, die normaal gezien veel meer tijd hadden vereist als alles ‘normaal’ was gebleven. De stilstand van de constante rush was ook heel interessant en misschien wel nodig om een balans op te maken van wat we als persoon binnen Amenra en daarbuiten wilden. Wat mis ik nu en wat is overbodig geworden? Ik denk dat veel mensen die balans hebben opgemaakt gedurende die moeilijke periode.

Ga je op een andere manier om met het slopende ritme van het touren? Zeker nu je die balans van nood -en bijzaak kon maken. 

Ik vind het interessant om stil te staan bij de manier waarop we vroeger op tour gingen. We konden moeilijk ‘nee’ zeggen en als we dat al deden, dan liet dit soms een wrang gevoel na. Die gretigheid leverde ons enorm veel shows op, maar de andere kant van de medaille is dat touren zowel fysiek als mentaal enorm uitputtend kan zijn. Na een show ben ik dikwijls ijl in het hoofd en zie ik wazig. Doe dat elke dag een maand aan een stuk en je weet dat touren niet mijn favoriete onderdeel is binnen Amenra. Ik denk dat we misschien bewuster moeten omgaan met het creëren van een rustpunt om zo nieuwe muziek te maken. Als dat betekent dat we eens ‘nee’ moeten zeggen, dan is dat maar zo. Wat ik het voorbije anderhalf jaar vooral heb gemist, is het onderweg zijn. Nieuwe plekken ontdekken, mensen leren kennen, de vriendschappen en het creëren van nieuwe verhalen zijn voor mij het mooiste wat er is binnen ons verhaal.

Staat een doorn synoniem voor jullie als band, in die zin dat schoonheid ook terug te vinden is in onaangename zaken, of zit daar een andere betekenis achter? 

Wat ik ongelofelijk fascinerend vind aan de natuur, is dat ze haar eigen creaties heeft gemaakt om zichzelf te beschermen. Iets moois als bijvoorbeeld een roos heeft grote, haakvormige stekels om zich te beschermen. Ik dacht na over dat idee en over hoe ik die fascinatie kon toepassen op ons als band. Mensen zijn net zoals die bloem, struik of eender welke plant, elk met zijn schoonheden en zijn stekels. We creëerden onze eigen afweermechanismen om ons te beschermen tegen mogelijk gevaar. Dat kan eender welk gevaar zijn natuurlijk, maar de gevaren van bitterheid en kwaadheid zijn tegenwoordig serieuze valkuilen geworden, zeker als je ziet wat er allemaal op sociale media gebeurt. Ik maak mij daar wel zorgen over.

Op de hoes van de nieuwe plaat zien we een aantal horizontale doorntakken. Amenra kennende zijn die visuals niet zomaar gekozen. Wat is het idee erachter?

Ik vind het belangrijk dat we als band iets te vertellen hebben en dat geldt niet alleen op muzikaal vlak. Daarom kan ik mij moeilijk inleven in het idee dat sommige muzikanten ervoor kiezen om hun visuals betekenisloos te maken. Ik ga altijd bewust op zoek naar diepere materie en bij De Doorn vond ik die in de vorm van verschillende doorntakken, die we in het brons hebben gegoten. Die bronzen afgietsels zijn een representatie van ons als individu met al onze pijnen, angsten en beschermlagen. Wie de takken vasthoudt, heeft eigenlijk ons verhaal met zijn ups en downs in handen. Of we daar live iets mee zullen doen, is nog maar de vraag, maar ik denk bijvoorbeeld luidop door te zeggen dat je de bronzen takken als instrument of relikwie kunt gebruiken tijdens een liveshow.

De Doorn verschijnt op 25 juni op Relapse Records. Wie Amenra live aan het werk wil zien moet niet lang wachten, want er staat een hele resem data gepland op de website van de band.

Dit vind je misschien ook leuk:
LiveRecensies

Amenra @ OLT Rivierenhof: Schommelen tussen rust en chaos

Desolaat. Destructief. Demonisch. Kortrijkse postmetalband Amenra is het allemaal, maar daarnaast is het ook overgave, verlossing en verlichting. Met loodzware gitaren en…
LiveRecensies

Amenra (ochtendglorenconcert) @ OLT Rivierenhof: De Zotte Morgen

‘Graag zien we meer van deze ochtendglorenconcerten verschijnen in de toekomst,’ schreven we na het magische ontwaken tussen Jan Swerts en een…
FestivalnieuwsInstagramMuzieknieuwtjes

Alcatraz opent de poorten naar de hemel en de hel

Er stond een flinke wind afgelopen vrijdag in Kortrijk. Niet afkomstig van de atmosfeer deze keer, maar van de collectieve zucht van…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.