AlbumsFeatured albumsRecensies

Squid – Bright Green Field (★★★★★): Exuberante postpunkparel

Fans van postpunk maken een waar boerenjaar mee. Na Shame en Black Country, New Road eerder dit jaar is nu ook eindelijk de eerste plaat van Brits postpunkoutfit Squid op ons losgelaten – en dan moeten we de tweede van Black Midi eind deze maand nog krijgen. Als onderdeel van het Speedy Wunderground label kregen we van Squid de ep Town Centre (2019) te horen. Met de hoekige en speelse, doch intense, attitude lokten de jongens uit Bristol meteen de grote aandacht. Invloeden van onder andere Talking Heads werden weliswaar niet onder stoelen of banken gestoken. Toch slagen ze erin hun eigen identiteit vorm te geven aan de hand van dergelijke blauwdrukken.

In de overgangsperiode naar Bright Green Field kregen we nog de losse singles “Sludge” en “Broadcaster” te horen. Meer en meer sijpelen de elektronische invloeden door en is het koffiedik kijken waar de band met hun debuutplaat zou uitkomen. Samen met Speedy Wunderground-bezieler Dan Carey doken ze andermaal de studio in om elf nieuwe nummers op te nemen. Toegegeven, twee ervan zijn gewoon interludes, maar Black Country, New Road kan er alleszins wat van leren.

Bright Green Field steekt – na de lichtjes overbodige veertig seconden durende intro “Resolution Square” – van wal met “G.S.K.”. Een betere introductie voor de band kunnen we ons niet inbeelden. Op drie minuten passeren alle ingrediënten om een geslaagde Squid-cocktail te maken: hoekige gitaren, zweverige trompetten, een zwoele baslijn, manische vocals en allerhande percussie-instrumenten. Deze relatief korte introductie moet blijkbaar volstaan om je vervolgens volledig off the deep end te duwen met het ruim acht minuten durende “Narrator”. Voor de ambitieuze leadsingle werd de hulp ingeroepen van Martha Skye Murphy, wellicht zodat drummer Ollie Judge eens niet de enige is die zijn stembanden kapot schreeuwt. Explosieve en cathartische climaxen volgen er nog op de plaat, met name tijdens de twee andere singles “Paddling” en “Pamphlets”, maar nergens zijn ze zo goed als hier. Gelukkig heeft Squid wel meer te tonen dan enkel crescendo rockclichés.

De deepcuts van het album tonen nog een pak meer variatie dan de kraut-geïnspireerde postpunk van de drie gekende singles. Onze mond viel open toen we de eerste keer “Boy Racers” hoorden. Een argeloos hoekige riff en catchy hook doen de ogen niet meteen hoog optrekken, maar in de tweede helft van het nummer gaan ze opeens full on drone metal. Je leest het goed. We kijken alvast reikhalzend uit naar de, vooralsnog hypothetische, maar onvermijdelijke Boris x Squid collab. Op een gegeven moment roept het ook nostalgische flashbacks op naar THX-intro’s van vervlogen tijden.

Ook “2010” weet ons moeiteloos te overtuigen met zijn Radioheadesque opbouw, die na anderhalve minuut Sergio Ramos-gewijs gewelddadig tegen de vlakte geduwd wordt en plaats moet ruimen voor een onverwachtse snerende riff. “Peel St.” slaagt er dan weer in om een waanzinnige groove te maken met wat lijkt op het geluid van een opstartende modem. Het klinkt beter dan deze beschrijving doet geloven.

De muziek complementeert ook de teksten van manische frontman (en tevens drummer) Ollie Judge. Op het slepende “Global Groove” schetst Judge een dystopische, kille (en herkenbare?) wereld, waarin iedereen aan zijn tv gekluisterd zit en enkel nog door het scherm bijleert over wat er gaande is. Wat hij juist bedoelt met ‘The eggs are always cheaper the day after Easter’ op “Documentary Filmmaker” is ons vooralsnog een raadsel. Het klopt wel; net zoals dat het ‘Warm in the summer’ en ‘Snowy in February’ is, hoewel dat laatste blijkbaar ook nog in april kan. Cryptische teksten zijn een ding, maar het is vooral de vurige en gestoorde manier waarop Judge ze brengt die de aandacht trekt en weet vast te houden.

Londen begint stilaan uit te groeien tot het epicentrum van de toekomst van postpunk en misschien zelfs rock in de brede zin. Dat zorgt er ook wel voor dat Squid momenteel heel vaak in één adem genoemd wordt met zijn eerdergenoemde contemporaine concullega’s, iets wat ze zelf enigszins opmerkelijk vinden. Ze zijn dan ook niet de enige die een album uitbrengen dit voorjaar. Het is bijgevolg haast onvermijdelijk om de groepen niet onderling met elkaar te vergelijken. Toch is het duidelijk dat ze allen hun eigen niche uitbouwen en dat ze allen lak lijken te hebben aan de genrediscussies. Squid heerst met Bright Green Field, zoveel is duidelijk. Wat andere groepen doen, doet hier eigenlijk niet ter zake. Ze moeten het maar uitvechten op de eindejaarslijstjes. Dat Squid op goud mikt, is wel al duidelijk.

Facebook / Instagram / Twitter

Ontdek nog meer muziek op onze Spotify.

Dit vind je misschien ook leuk:
FeaturesInterviewsUitgelicht

Interview Squid: 'Hopelijk komen er meer koebellen'

Een van de meest geanticipeerde albums van 2021 is vast en zeker Bright Green Field, het langverwachte debuutalbum van het Brightonse Squid….
Nieuwe singlesOude Bekenden

Nieuwe single Squid - "Pamphlets"

Postpunkliefhebbers hebben al een fijn jaar achter de rug. Viagra Boys, shame en Black Country, New Road leverden stuk voor stuk zeer…
FeaturesMuzieknieuwtjes

55 albums om naar uit te kijken in april en mei

Het eerste kwartaal van 2021 loopt ten einde en de lente is eindelijk in het land. Ook de muziekwereld lijkt weer helemaal…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.