AlbumsRecensies

Shame – Drunk Tank Pink (★★★★★): De verwachtingen én zichzelf overtroffen

‘My voice ain’t the best you heard’, zong frontman Charlie Steen nog op “One Rizla”, de meest gedraaide single van Songs Of Praise, het debuutalbum van Shame. Die twijfel aan eigen kunnen mag de zanger voorgoed laten varen, want op vervolgalbum Drunk Tank Pink ontpopt hij zich tot een van de absolute toppers van zijn generatie. En de stormtroepen die hij aanvoert schieten met scherp.

De populariteit van het Britse vijftal was al na één album niet te onderschatten. Toen ze in 2019 Sonic City mochten cureren viel daar niet naast te kijken. Opgezweept door Shame veranderde het publiek daar in Kortrijk in een kolkende mensenmassa waarin we ook de leden van The Murder Capital en Squid meenden te herkennen. De door Shame uitgenodigde bands gingen helemaal wild voor (en op) het podium van hun curerende jonge helden. Zo’n status bereiken na één plaat: doe het hen maar na.

Geheel in lijn met de albumtitel werd Songs Of Praise door de voltallige muziekpers op zoveel lof onthaald, dat de opvolger een moeilijke opdracht werd. Maar Shame bezweek niet onder de druk. De band is in de drie jaar sinds hun debuutplaat duidelijk gegroeid en volwassener geworden. Op Drunk Tank Pink trekken ze naast hun postpunkmosterdpot nog een aantal voorheen onaangeroerde bokalen vol lekkers open. Het geluidsarsenaal van de heren is flink uitgebreid. We horen de dansbaarheid van postpunkfunkpioniers ESG, de vernuftigheid van Talking Heads, de venijnigheid van The Fall en hier en daar een vleugje Parquet Courts. Ook productioneel maakt de band duidelijk een ferme sprong voorwaarts, met dank aan producer James Ford.

De albumtitel verwijst naar de specifieke, kalmerende tint roze (Baker-Miller Pink) waarin ontnuchteringscellen (‘drunk tanks’) werden geschilderd om agressie te onderdrukken. Nog voor hij iets over het Baker-Miller Pink had gelezen, schilderde Charlie Steen zijn eigen kamer toevallig in datzelfde kleur om er het gros van zijn nieuwe liedjesteksten te schrijven. Het bracht hem de rust die hij nodig had om na het intensieve toeren dieper in zichzelf te duiken. Lees er het Dansende Beren-interview met Steen maar even op na als je daarover meer wilt weten.

Nu, kalmerend zouden we Drunk Tank Pink niet noemen. Integendeel, het nodigt opnieuw uit tot moshen en stagediven, maar met al die nieuwe invloeden evengoed tot een muzikale ontdekkingsreis vanop de sofa. Het album overtuigt van a tot z, te beginnen met opener “Alphabet”. Je hebt amper op de playknop gedrukt of het is al naar adem happen. Spannende drums en een dreigende gitaarlijn kondigen een nakende storm aan, en ja hoor, die barst los in een refrein met maximale meebrulwaarde. ‘It just goes up’, zingt Steen vervolgens in het Talking Heads-achtige “Nigel Hitter”. We moeten de man gelijk geven, want het blijft in stijgende lijn gaan. De band trakteert ons op de ene na de andere straffe song. Er staat zoveel sterk materiaal op de plaat dat we makkelijk aan elk van de liedjes een paragraaf zouden kunnen wijden. Maar omdat je vooral snel naar de plaat wil (en moét) gaan luisteren, houden we het bij een greep daaruit.

“Born In Luton”, een nummer waarvan in oktober al een spetterende liveversie werd gelost onder de titel “BIL”, slaat meteen op hol met een hoekige gitaarriff, maar put zijn kracht vooral uit de intermezzo’s waarin de band even gas terugneemt zodat ze nadien de spanning vakkundig weer kunnen opdrijven. De gitaren, vocals en backing vocals van “Water In The Well” spuiten uit je speakers en dringen onder scherpe hoeken binnen in je kop om er zich na enkele luisterbeurten voorgoed te vestigen. Wat een dijk van een song is dat, boordevol heerlijk averechtse ingrediënten. Ook in “Snowy Day” sneeuwt het manna uit de hemel. Bovenop een hypernerveuze drumpartij à la Bloc Party legt Steen aanvankelijk een perfecte parlando die al snel overgaat in een furieuze passage en even later uitmondt in een weergaloze finale. Het epische nummer lijkt te bestaan uit meerdere aaneengelijmde stukken, maar de puzzel klinkt fantastisch. Wat Radiohead met “Paranoid Android” kon, kan Shame ook, op geheel eigen wijze.

Er staat met “Great Dog” en “6:1” ook nog wat rechttoe rechtaan punk en postpunk op de plaat – bij wijze van herinnering aan hun prille sound – maar Drunk Tank Pink is als geheel van veel meer markten thuis dan zijn voorganger Songs Of Praise. En dat voor een album dat – wegens gebrek aan repetitieruimte – voor een groot deel werd geschreven op de slaapkamer van bassist Josh Finerty. Daar is alleszins minder geslapen dan gewerkt. Na een ijzersterk debuut een bevestigende tweede plaat afleveren, is voor veel bands een moeilijke opgave. Niet voor Shame. Met hun tweede album overtreffen ze de verwachtingen én zichzelf. Ze bewijzen dat ze alles in huis hebben om uit te groeien tot een van de strafste bands van de jaren ’20. Als ze dat nu al niet zijn.

Shame speelt op zondag 24 oktober in Trix.

Facebook / Website / Instagram / Twitter

 

Dit vind je misschien ook leuk:
Nieuwe singlesOude Bekenden

Nieuwe single Dry Cleaning – “Strong Feelings”

Dry Cleaning is een relatieve nieuwkomer in het postpunk genre, maar heeft met twee ep’s sinds 2019 al een vrij sterke reputatie…
FeaturesInstagramInterviewsUitgelicht

Interview shame: 'Tijdens het touren ben ik een overdreven versie van mezelf'

Het weer is kut, het nieuws is kut en het afgelopen jaar was, jawel ‘KUT’. Al voor het derde weekend op rij…
Nieuwe singlesOude Bekenden

Nieuwe single shame - "Nigel Hitter"

We hoeven je niet te vertellen dat er een heuse heropleving van het postpunk genre is bij onze niet-Europese vrienden over het…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.