Albums, Recensies

Fuzz – III (★★★★): Rentree door de grote poort

Je kan het ontkennen omdat je het een lelijk woord vindt, maar Fuzz is wel degelijk een supergroep. Doet bassist en tevens Meatbodiesfrontman Chad Ubovich geen belletje rinkelen, dan wel Charles Moothart. Charlie, bezieler van loeiharde, beresterke acts als CFM en The Moonhearts waar hij steevast de riffs voor zijn rekening neemt, bewees ook al een stevig potje te kunnen drummen bij The Freedom Band als backing voor Ty Segall. Noem Charlie gerust het brein achter de band, en een van de meest over het hoofd gekeken figuren uit de garagerockscene. Hoe komt dat, vraag je je af? Door de naam van het derde Fuzzlid: Ty Segall zelf. De Californische garagerockprins introduceren is een werk van lange adem, maar zijn typerende stem en rudimentaire drumwerk in combinatie met Charlies vlezige hardrockfantasieën bombardeerden het zelfgetitelde debuut van Fuzz wel meteen tot een referentie in het genre.

Het zag er na verschroeiende opvolger II lang naar uit dat Fuzz dood en begraven was, maar vijf jaar na datum verscheen de band plots weer op de festivalaffiches. De coronacrisis voorkwam helaas dat het drietal de weide van Dour chronische tinnitus aansmeerde, al krijgen we met enige vertraging wel III voorgeschoteld. Het album is kort, meer dan krachtig en het lange wachten absoluut waard.

Het loont soms niet om veel woorden vuil te maken aan iets dat gewoon goed is. De riffexplosie waarmee Fuzz de boel meteen in de fik steekt op “Returning” is tekenend voor wat je het komende halfuur te wachten staat. De meerstemmigheid die Ty aanwendt om het nummer te domineren is buiten de rauwe agressie van Charlie gerekend: het zijn drie minuten pure power die een nieuwe betekenis geven aan de uitdrukking ‘tot moes dreunen’. Hij heeft er vijf jaar op kunnen oefenen, en weet op “Nothing People” dan ook opnieuw te imponeren. De oerklassieke bezetting die Fuzz typeert omarmt de band hier ook echt. Alle overbodige effecten gaan overboord, de basdrum klieft pompend door de mix, en jij kan alleen toekijken hoe je hersenen traag gefrituurd worden door wat Charlie Moothart allemaal uit zijn hoed tovert.

Je zou bijna vergeten dat ook de stem van Ty een hoofdrol speelt. Zijn teksten scheren op III niet bepaald hoge toppen, al lijkt dat misschien nooit de bedoeling geweest. Het album lijkt geboren uit de overtuiging dat een sappige riff meer zegt dan duizend woorden, en dat begrijp je op een eruptie als “Spit” maar al te goed. De band vindt er een heerlijk evenwicht tussen een constant gevoel van ontsporing enerzijds en een gigantisch strakke timing anderzijds. De smalende manier waarop Ty op een uithaal als “Time Collapse” boven de chaos uittorent maakt het tafereel des te vuriger, al is het vooral het fuzzpedaal van Charlie dat de boel ontketent. Na een dramatische tempowissel halverwege het nummer is het voor de verandering eens Chad die de show steelt in een levensgevaarlijk melodisch duel met de rest van de bezetting.

De agressie nadert haar eerste hoogtepunt op “Mirror”, waar Ty wild snauwend om zich heen klauwt en Charlie al grommend een of andere demoon oproept. De hamvraag is natuurlijk of al die groteske riffs niet stilaan beginnen te vervelen, en natuurlijk is het antwoord nee. De bloeddorst en vitaliteit waarmee Fuzz zich elk nummer de rooie in jaagt werkt enorm aanstekelijk, en levert ook op het verbluffende “Close Your Eyes” weer spektakel op. Het valse gevoel van veiligheid dat de voorzichtig gedoseerde intro je geeft verdampt voor je ogen wanneer Ty de hoge noten opzoekt: hét sein voor Moothart om zijn bidon diesel boven te halen en de boel grijnzend in de fik te steken.

De versterker smeult en knettert, maar laat zich gewillig nog een laatste keer afranselen op “Blind to Vines” en “End Returning”. Het duo varieert de toon van oerklassieke garagerock tot wilde, allesverslindende riffstorms, al is het vooral het bijna acht minuten lange slot van het album dat de show steelt. Ty laat zijn ADHD de vrije loop op de drums terwijl Charlie met veel show het beginthema van het album herneemt en aanstuurt op een oneindig voortdurende Fuzzlus.

III is Fuzz’ grote rentree door de grote poort. Een album om potdoof van te worden, en er nog van te genieten ook. Het moet soms niet meer zijn dan een goed gemikte, loeiharde riff – en eerlijk, veel meer dan dat is dit album ook niet – maar Fuzz weet wel hoe ze die nagel op de kop moeten slaan.

Facebook / Instagram

Ontdek nog meer muziek op onze Spotify.

23 oktober 2020

About Author

Jonas Rombout


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief