AlbumsRecensies

Working Men’s Club – Working Men’s Club (★★★★): Gitaren en drumcomputers

Toen de concertwereld nog met een volle capaciteit zijn gang kon gaan, trokken duizenden mensen voor een weekend naar het Nederlandse Groningen om er het “neusje van de Europese zalm” te ontdekken. Op Eurosonic 2020, hét winterfestival voor de beste nieuwe Europese acts, ontstond er al na dag één een vast gespreksonderwerp in de wandelgangen: Working Men’s Club. Over dit groepje jongelui uit Yorkshire werden velerlei superlatieven neergepend. Binnen het kader van ‘jonge, boze Britten die post-punk maken’ werden ze plots de nieuwe revelatie, vooral omdat ze op een boeiende manier acid house en drumcomputers weten te combineren met scheurende gitaren. Ook wij houden de band al een tijdje in het vizier. Zo stonden ze bijvoorbeeld in ons lijstje Grote Beren van Morgen en droegen ook wij een bijdrage aan de superlatieven na Eurosonic.

Net na hun passage daar ging het plots zeer snel. Terwijl voorheen slechts enkele liedjes van Working Men’s Club op de webstek te vinden waren, bracht de band in korte tijdsspanne “White Rooms and People” en “A.A.A.A.” uit en kondigde ze bovendien het naar zichzelf vernoemde debuutalbum aan dat op 5 juni zou uitkomen. Door het alles teisterende coronavirus hebben we enkele maanden langer moeten wachten, maar kregen we om de wachttijd draagbaarder te maken alvast “Valleys”, een heuse technotrack, voorgeschoteld. Achter de knoppen van dit langverwachte debuut zit niemand minder dan Ross Orton die eerder al samenwerkte met Arctic Monkeys, M.I.A. en, iets relevanter voor het geluid van de nieuwelingen, The Fall.

Vanaf de allereerste seconde mikt Working Men’s Club op je voeten. “Valleys” start als een oude acidtrack, laag voor laag opbouwend tot je simpelweg gedwongen wordt tot het bewegen van de volledige benen. De melodieën en het ietwat industriële geluid knipogen naar new wave à la Front 242. De piepende electronica is bijzonder episch zonder enige vorm van overdrijven. De zang laat lang op zich wachten, maar wanneer ze invalt, is het meteen raak. De droogheid spat af van de praatzang van frontman Sydney Minsky-Sargeant. Het geheel is zweverig, meeslepend en vooral, we zeiden het al, enorm dansbaar.

“A.A.A.A.” wordt gedragen door een overstuurde basgitaar en een drumcomputer die een machinegeweer probeert te imiteren, waarover de synths vrolijk dansen en Minsky-Sargeant alle pijn uit zijn lichaam schreeuwt. De combinatie tussen de duistere elektronische klanken en deze oerkreten jaagt ons de stuipen op het lijf. “John Cooper Clarke” maakt dan weer gebruik van funky galmende gitaren en dromerige synths. Wanneer Minsky-Sargeant ‘We dance and we smile / We laugh and we cry / We play and we fight / We live and we die’ zingt, geeft hij ons het gevoel in een mantra vast te zitten.

Single “White Rooms and People” geeft ons veel meer een rockgevoel met zijn struikelende baslijn en funky gitaargetsjengel. Bovendien heeft het nummer een groots refrein met een MGMT-achtige melancholie. Op “Outside” blikt Minsky-Sargeant op de kwellende ingeslotenheid van zijn dorpje Todmorden: ‘Let’s go outside.’ De manier waarop de 19-jarige knaap deze simpele, maar rake woorden uit is het beste staaltje melodie- en zangwerk dat we al van Working Men’s Club hoorden. Ook instrumentaal weten de afrobeat-achtige ritmes in combinatie met zweverige synths en overstuurde gitaren ons in hun ban te houden.

Het is net deze schommeling tussen electronica en rock dat de band zo interessant maakt. Met hun eerste singles kregen we vooral een 21ste-eeuwse interpretatie van The Fall te horen. Op hun debuutalbum daarentegen ligt de focus veel meer op het donkere synthpopgedeelte dat het midden houdt tussen Soulwax, LCD Soundsystem, Suicide en New Order. Zo valt “Be My Guest” met de deur in huis met zijn ronkende gitaren, maar dat dan over synthbassen die klinken als een drumstel. Zo ook is “Cook a Coffee” een perfect voorbeeld van hoe drumcomputers in combinatie met smerige riffs ook toegankelijk kunnen klinken.

De twaalf minuten durende afsluiter kreeg de naam “Angel”.  Noisey gitaren, repetitieve bassen, echte drums en een gelaagdheid aan elektronisch gezweef stapelen zich op tot een shoegaze-achtige geluidsmuur. Bovendien geven de geautotunede en door een vocoder gehaalde stemmen een heel bijzonder gevoel. Het nummer blijft maar gaan, maar stoppen hoeft echter niet. Onszelf verliezend in de oneindigheid van “Angels” kunnen we enkel concluderen dat we verbaasd zijn dat Working Men’s Club nog zo’n ongelofelijk slot achter de hand had.

Het is fascinerend hoe een album kan beginnen met acid house en eindigen met explosieve rock. Het zijn twee uitersten waartussen Working Men’s Club op een unieke manier het midden vindt. De Britten staan voor toegankelijke elektronisch gerichte post-punk met een bitter randje en doen dat met heel veel zelfvertrouwen. Geen enkel nummer weet ons niet te boeien, integendeel. Het zijn stuk voor stuk nummers die we graag op een rave in ons hele lichaam opnemen. Tot dan redden we het wel met Working Men’s Clubs uitstekende debuutalbum.

Facebook

Ontdek nog meer muziek op onze Spotify.

Dit vind je misschien ook leuk:
Nieuwe singlesOude Bekenden

Nieuwe single Do Nothing - "Uber Alles"

Neen, het is geen bewerkte herrijzing van een Dead Kennedys nummer, maar de nieuwste single van Do Nothing. “Uber Alles” is tevens…
AlbumsRecensies

Rats On Rafts – Excerpts from Chapter 3: The Mind Runs a Net of Rabbit Paths (★★★★): Stelen van de besten

Het leven als recensent is niet gemakkelijk. Hoe beter de plaat is die je in handen krijgt, hoe moeilijker het is in…
2020FeaturesInstagramUitgelicht

De 101 beste singles van 2020

In 2020 kwamen er meer singles uit dan ooit tevoren, en dat is vooral te danken aan de crisis die dit jaar…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.