Albums, Recensies

Bill Callahan – Gold Record (★★★★): Troubadour van het leven

Het relatief recent verschenen meesterwerkje Shepherd In A Sheepskin’s Vest liet al verstaan dat Callahan het roer had omgegooid. Nu, net geen jaar later, verschijnt nieuw werk. Gold Record demonstreert fijn dat Callahan als songschrijver waarlijk tot de groten gerekend mag worden.

Voor wie een introductie behoeft: Callahan startte ooit door lo-fi tapes met experimentele folk en rock in elkaar te draaien. Gaandeweg richtte hij de band Smog op, waarmee hij niet enkel bekendheid vergaarde, maar ook inzichtelijk maakte dat je geen grote of dure studio nodig hebt om fijne albums te maken. Tot hij het hele Smog verhaal achter zich liet om vervolgens onder eigen naam platen vol hedendaagse, hoogst uitgekiende americana te gaan maken (met o.a. Apocalypse, Dream River)

Na een wat langere rustpauze verscheen Shepherd In A Sheepkins’ Vest, die met zijn maar liefst twintig songs al aangaf dat Callahan nog veel te vertellen heeft. Het nieuwe album is deels een uitloper daarvan. In de schuif zaten nog wat ideeën en de hele lockdown episode leidde ertoe dat Callahan eindelijk de tijd vond om die verder uit te werken. Gold Record kan echter alleen maar beschouwd worden als een bevestiging van wat allang gemeengoed was. Callahans’ talent als songschrijver is ongeëvenaard. En dat steevast met een immer oorspronkelijke, soms wat vreemde, maar bovenal eigenzinnige blik op de wereld, aangelengd met een guitige scheut humor.

Zodoende opent Bill Callahan dit nieuwe Gold Record doodleuk met “Hi, I’m Johnny Cash!”. Het is veelzeggend. Het geeft aan dat Callahan erop uit is om de luisteraar wederom mee te nemen in een veelgelaagd verhaal waar fictie en fantasie kriskras door elkaar lijken te lopen. Tezelfdertijd zijn diens liedjes instant herkenbaar. Neem opener “Pigeons”; een prachtig verhaal over een trouwpartij ergens tegen de setting van een door hitte bezwangerd Mexico.

Tekenend voor dit nieuwe album is ook de grote openhartigheid die de uit Texas afkomstige zanger/componist aan de dag legt. Dat gebeurt onder meer in “35” waarin hij diens eigen evolutie beklemtoont: ‘I can’t see myself in the books I read these days /used to be I saw myself on every single page’. Of de manier waarop hij vrede neemt met zijn eigen, woelige verleden. Zo bijvoorbeeld legt hij met minimale tekstuele wijzigingen een heel nieuwe betekenislaag over “Let’s Go To The Country” dat oorspronkelijk terug te vinden was op het Smog album Knock Knock.

Heerlijk om te horen is hoe zelfverklaarde cowboy Callahan zijn liedjes inkleurt met kleine accenten. Zoals onder meer een vage, gemuteerde trompetsolo, enkele goed gemikte drumbeats of baslijnen die de sobere gitaarpartijen van Callahan en Matt Kinsey stutten, gefluit,.. . Die komen echter maar bij herhaaldelijke luistersessies aan de oppervlakte. Wel instant herkenbaar is Callahans’ lichtklagerige bariton, diens vaak sobere, kale en tot de essentie gestripte songs (de grillige, meditatieve bluesy “Protest Song” knipoogt naar Neil Young) en uiterst spaarzaam in het oor gefluisterde teksten die van de ongetemde emoties bulken.

Dat hoor je heel goed in “The Mackenzies”, waar een koppel met een overleden zoon, hun huis openstellen voor hun eerder ongekende buur die in een onbewaakt moment midscheeps geraakt wordt door de talloze, nog steeds aanwezige herinneringen aan de gebeurtenis. Het geeft aan dat Callahan zich voor Gold Record vooral liet inspireren door het leven zélf. Zoals de hartverwarmende eenvoud en schoonheid van een dagelijks ontbijt (“Breakfast”) bijvoorbeeld.

Minstens zo belangrijk is de aanwezigheid van (zelf)relativering. In dat opzicht is de wijze waarop hij avontuurlijk jongleert met zijn idolen (Cash, Cohen, .. en nu ook “Ry Cooder”) een duwtje in de richting van het idee dat hijzelf daar allerminst voor onder hoeft te doen. Callahan is een klasse apart. Dat bewijst ook de schoonheid van de met subtiel trompetwerk gelardeerde afsluiter “As I Wander”: ‘I travel, I sing’, zingt Callahan. Soms hoeft dat écht niet meer te zijn. Prachtplaat, wééral.

4 september 2020

About Author

Philippe De Cleen


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief