Live, Recensies

Overlast @ OLT Rivierenhof: Veel variatie en veel potentieel

Overlast gaat al eens op zoek naar talent en zet dat gevonden getalenteerd volk graag eens op een podium. Zo streken er gisteren zes opkomende Belgische muziekacts neer op het podium van het OLT Rivierenhof in Antwerpen. Een line-up met variatie zorgde ervoor dat er voor elk wat wils was, en hoewel niet elke act even afgewerkt was, zagen we heel veel potentieel op het podium. Slechts twee keer vielen er enkele druppels uit de lucht, maar muzikaal entertainment was er wel in overvloed!

Noa Lee

Noa Lee mocht de spits afbijten op deze bewolkte dag en ze legde de lat meteen hoog. Een zachte stem, dromerige melodieën en leuke instrumentatie vormden samen fijne indiepop. Zo nu en dan ging de stem van zangeres de hoogte in en de zwaardere stem van drummer Robbe Broeckx vormde een leuk contrast met de hare. Tussen de nummers door kregen we bovendien een klein deeltje van de warme persoonlijkheid van Nina te zien. De geluidsmix kon iets beter, maar dat weerhield enkelingen er niet van om ter plekke te dansen tijdens afsluiter “Dance”. Noa Lee speelde vandaag met vier in plaats van drie, maar ondanks die ongewone setting stond de band er met overtuiging en gevoel.

UNIS

UNIS is een Gentse opkomende artieste waarvan de muziek schippert tussen r&b en neosoul, waardoor er een unieke, dromerige mix ontstaat. Af en toe mocht die muziek wat spannender of sneller, maar de oprechte teksten komen door het relaxte tempo wel goed tot hun recht. UNIS heeft het over haar angsten zoals eenzaamheid, maar ook over liefde. Naar het einde weet de artieste ons wat meer te overtuigen en de cover van Jorja Smiths “Blue Lights” was ook een van de hoogtepunten. UNIS kan zo nu en dan wat meer pit gebruiken, maar dat er potentieel in deze artieste zit bewees ze onder andere tijdens “Foolish Love” en “Lust”.

Cesar Quinn

Eerder deze week zagen we een akoestische set van Cesar Quinn in HUIS in Gent, maar vandaag was het met een drummer te doen. De dreampop heeft iets weg van moderne jazz en bevat ook wat elektronica waardoor ook deze band een uniek geluid heeft. Het optreden werd gestart door Frederik Daelemans op gitaar en zang, waarna langzaamaan de andere bandleden erbij kwamen. Meer dan eens werden we meegesleept door het gitaarwerk van Neil Claes, maar ook de andere bandleden kregen hun tijd om te schitteren. Tijdens nummers als “Turquoise” nam het viertal de tijd om hun muziek langzaamaan op de bouwen en af te ronden. Van heel rustig tot vrij stevig, het kwam allemaal aan bod tijdens de gevarieerde set van Cesar Quinn.

Vlerk

Vlerk was de enige act waarbij slechts één persoon op het podium stond. De elektronische muziek met (meestal) Nederlandse teksten is perfect om op te dansen door de vaak donkere beats en een vleugje Front 242 zo nu en dan. De Geus is niet de beste zanger, maar zijn ludieke teksten vragen ook niet om perfecte zang. Zo zong hij dat hij zich zowel groot, klein als middelmatig voelt en wat later ging het over seizoensgebonden eenzaamheid. Tussendoor ging Vlerk nog eens op zijn dj-booth gaan staan of liep hij ter plaatse terwijl hij aan de knoppen draaide, waardoor er ook wat te zien was naast een flitsende lichtshow. Naar het einde toe werd er nog even een gitaar bijgehaald. Dat laatste was een verademing in een set die niet enorm gevarieerd was, maar toch kreeg hij het publiek probleemloos mee. Zet Vlerk in een discotheek en je krijgt ongetwijfeld een groot feest.

CasseCouilles

De energieke bende van CasseCouilles begon met het opdragen een Nederlandstalige tekst terwijl pianomuziek steeds spannender werd. Plots sloeg die om in gitaargeweld. Er volgden nog zeker tien gelijkaardige omslagen. Pianodramatiek, onvervalste rock, poppy dansvloervullers: het kwam allemaal aan bod. De groep vond zelfs ruimte voor een schitterende cover van Laïs, en zo nu en dan verwerken de bandleden ook andere herkenbare deuntjes in hun muziek. Nonsensteksten werden richting het publiek geschreeuwd en er was ook plaats voor heel wat zever. Het is vooral de gitarist die zo nu en dan schitterde, maar op de andere muzikanten was er ook niet veel aan te merken. CasseCouilles bevat veel talent en komt enorm dwaas, energiek en aanstekelijk over. Gestapo Knallmuzik en Kenji Minogue hebber er een concurrent bij.

Sweats

Niet zo eclectisch als CasseCouilles, maar minstens even entertainend was afsluiter Sweats. Met twee achter de knoppen en twee ervoor kreeg ook deze act een groot deel van het Rivierenhof mee. De teleurstelling was dan ook groot toen er op het einde geen bisronde volgde. De nummers van deze groep bevatten onverwachte wendingen en zo nu en dan ging het er wat chaotisch aan toe, maar dit was wellicht de intentie. Frontvrouwen Lotte Lauwers en Stien Bovijn deden vaak elk hun eigen ding waardoor je niet goed wist waar eerst te kijken; het liefst van al hadden we lekker met de meiden meegedanst. Snelle zang werd afgewisseld met gesproken teksten, zo nu en dan met een filter erover. Soms werd er ook nog eens gekreund en gezucht, maar er werd vooral sfeer gecreëerd. Zet Sweats na Vlerk op een feestje en er wordt gewoon verder gedanst. Aanstaande vrijdag brengt het viertal een nieuwe single uit; er werd ons gevraagd of we dat in onze agenda wilden schrijven. Het staat genoteerd.

Bands als Noa Lee en Cesar Quinn doen iets helemaal anders dan CasseCouilles of UNIS en ook het verschil met Vlek en Sweats was vreselijk groot op vlak van genre. We kregen zes acts met eigenheid te zien, en hoewel de een al wat verder lijkt te staan (of meer fans heeft) dan de ander, zien we voor elk een doelgroep en mogelijks een mooie carrière. Overlast schotelde een mooie line-up voor op een al even mooie locatie.

25 juli 2020

About Author

Robbe Rooms Ik ben te herkennen aan mijn gele jas.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief