Features, Interviews, Uitgelicht

Interview Sohnarr: ‘Ik wou zien wat er op mijn blanco blad geschreven stond’

Na bijna veertien jaar kwam Patricia Vanneste met het nieuws dat ze Balthazar zou verlaten. Sindsdien is ze nog enkele andere projecten aangegaan, waaronder Hydrogen Sea, Oko Yono en Driftwood. Na verschillende keren deel uit te maken van een band is Vanneste enige tijd geleden naar Noorwegen en Zweden getrokken om daar een solo-album te maken. Het resultaat is Coral Dusk geworden, een afgewogen meesterwerk dat opbouwt naar een hoogtepunt en onderweg een hele hoop emoties bespeelt. Wij hadden onlangs een gesprek met de muzikante over haar eerste solo-ervaringen, Scandinavische natuur, architectuur en de toekomst.

Ik ben niet de persoon die tussen de soep en de patatten muziek maakt.

We beginnen bij het begin: waarom ben je begonnen met muziek maken? 

Ik voelde dat er iets uit moest. Er was heel veel gaande in mij dat ik niet in woorden kon uitbrengen. Eigenlijk zat het al een paar jaar te knagen om iets te doen en dan heb ik de knoop doorgehakt om daar tijd voor te maken. Ik ben niet de persoon die tussen de soep en de patatten muziek maakt, dus ben ik erop uit getrokken. Ik ben anderhalve maand naar Scandinavië getrokken en daar heb ik Coral Dusk gemaakt.

Sohnarr is je eerste soloproject; dat betekent dat je voor het eerst alle beslissingen maakt. Hoe voelt dat? 

Van nature werk ik het best in een duosituatie waarbij je constant kan pingpongen met iemand, dus het alleen werken had goede en slechte dagen. Je moet ermee om kunnen gaan dat het voor niemand even belangrijk is als voor jezelf, maar het geeft je ook de vrijheid om volledig je ding te doen. Dat is soms fijn en soms zo verwarrend als het kan, doordat je uw eigen scheidsrechter wordt. Je moet zelf bepalen of het goed genoeg is en dat is iets dat je moet voelen. Het is geen rationele beslissing of iets goed genoeg is, dus ga je door tot je voelt dat het klopt. Ik heb nummers geschreven totdat ik voelde dat elk klein detail klopte. Jij, als muzikant, bent de referentie, niet de luisteraar.

Van Sohnarr een soloproject maken is de grootste uitdaging die ik mezelf kon geven. In het begin was ik op zoek naar een partner om dit project samen mee te doen, iemand voor wie het even belangrijk zou zijn. Bovendien moest het ook klikken met die persoon en dan voelde ik meteen dat dat iets moeilijk was. Zeker als het over een gevoel gaat dat ik kwijt wou, dan wou ik daar niet in belemmerd worden. Na een tijdje heb ik beslist om het alleen te doen, omdat ik wist dat het voor niemand zo belangrijk zou zijn als voor mij. Ik moest het bovendien nog eens belangrijk genoeg vinden om er mee door te zetten; dat is de reden dat ik er nu pas mee naar buiten kom. Ook was er altijd iemand die iets van me nodig had, waardoor Sohnarr op de tweede plaats kwam. Niemand trekt aan een soloproject, dus het blijft snel op de achtergrond. Het is zwoegen geweest op mijn eentje, maar ik ben blij dat ik het alleen heb gedaan.

Je carrière is begonnen met Balthazar, waarna je nog wat kleinere dingen gedaan hebt. Waarom ben je niet meteen na Balthazar met een solocarrière begonnen?

De stap tussen Balthazar en meteen mijn eigen ding te doen was te groot. Hydrogen Sea was een verademing na veertien jaar in dezelfde band te hebben gespeeld. Het was boeiend om plots zo divers te kunnen gaan. Totdat ik bij Oko Yono de leadzang op mij nam wist ik niet of ik überhaupt wel wou zingen op mijn nummers, dus toen Annelies (Van Dinter van Echo Beatty) mij dat project voorstelde heeft dat me wel getriggerd. Bij Driftwood, met Sam De Bock (eveneens de vriend van Vanneste) en Sam Pieter Janssens, ben ik dan weer veel bezig geweest met het schrijven van nummers. Ook zij hebben mij op een positieve manier gepusht in de positie van leadzangeres bij een aantal nummers, wat me overtuigde om te zingen bij Sohnarr. Al die kleinere projecten, om het zo te noemen, zijn een deel van het proces geweest. Ze hebben mijn soloproject niet uitgesteld, maar mee vorm gegeven. Zonder hen zou Sohnarr niet geworden zijn wat het is.

Ik wou zien wat er op mijn blanco blad geschreven stond.

Balthazar is tot op heden het grootste deel van je carrière. Zijn er zaken uit het Balthazar-DNA die ook in de genen van Sohnarr zitten? 

Die vraag is voor mij moeilijker te beantwoorden dan voor een luisteraar, denk ik. Als je veertien jaar meedraait in een band dan kruipt dat inderdaad in je DNA, dus dat wordt een deel van je eigen expressie zonder dat je dat er zelf de vinger op kan leggen. Ik kan me niet voorstellen dat het me niet heeft beïnvloed.

Voor mij heeft Sohnarr me de mogelijkheid gegeven om los te breken van alle opgelegde opdrachten, zoals een vaste structuur. Voor mij was het belangrijk dat dit een intuïtief project werd. De reden dat ik anderhalve maand ben gaan reizen is doordat ik voelde dat als ik thuis met mijn muziek bezig was ik er te veel over nadacht. Het was te rationeel. Dat was de bedoeling niet. Het werd dus een zeer intuïtief project en daardoor kan ik ook niet zeggen welke Balthazar-ingrediënten waar zitten. Ik zou het niet weten. Het feit dat ik het niet weet betekent dat het gelukt is. (lacht)

Radar“, een nummer dat ook als single werd uitgebracht, is het meest rationele van de hele plaat. Het is een nummer dat een duidelijke structuur heeft, en door die popstructuur ligt dat misschien het dichtst bij wat Balthazar doet.

Voor het opnemen van je eerste album trok je erop uit naar Scandinavië. Wat was er zo aantrekkelijk aan die landen? 

Ik wou zo ver weg zijn van de mens als mogelijk, de eenzaamheid opzoeken. Ik heb altijd iets gehad met uitgestrekte natuur. Eerst was ik van plan om naar Canada te gaan, maar ik ben dan toch dichter bij huis gebleven. Zo kon ik ook makkelijk met de auto gaan. Het ging mij over de aanwezigheid van bossen, meren en bergen, en de mogelijkheid om me terug te trekken in een huisje in de midden van de natuur en om niemand te zien. Had België zo’n plek gehad, dan had ik wellicht vroeger een plaat uitgebracht.

Wat doet die eenzaamheid met een mens?

Het helpt me om uit mijn hoofd te kruipen en mijn zelfbewustzijn te verliezen. Als ik thuis ben, dan denk ik aan afspraken die ik heb en confronteert mijn interieur me teveel met wie ik ben. Hier ben ik altijd de dochter van, vriendin van, zus van … Hier heb ik een plaats in een geheel met interacties en dat stond me in de weg om naar de kern te gaan. Ik was opzoek naar hetgeen waar het allemaal mee start. Ik wou zien wat er op mijn blanco blad geschreven stond. Dat lukte me niet als ik dagelijkse bezigheden had.

Hoe langer je in de natuur vertoeft, hoe meer dat je beseft dat je gewoon kan zijn. Je hoeft niet iets specifiek te zijn. Je voelt je gewoon een deel van het geheel. Door die reis van anderhalve maand te maken ontstond er een heel harmonieus iets en dat had ik nodig om de weg naar binnen open te maken.

Je hebt nu voor het eerst ook teksten moeten schijven. Waar heb je de inspiratie daarvoor uit gehaald? 

Ik vond het een heel boeiende ervaring om met teksten bezig te zijn. Ik was gisteren toevallig een tekst aan het lezen die ik had geschreven en helemaal los staat van muziek. Ik verschoot ervan dat ik dat had geschreven. Het was ook een soort van zijn waarbij er emoties naar boven komen waar je dan plots woorden op kan plakken.

Wanneer ik een nummer maak begin ik doorgaans te zingen in de microfoon zonder te beseffen wat ik zing. Het is zoals wanneer iemand zegt dat je het eerste moet zeggen dat in je opkomt. Soms komen daar fonetische klanken uit en soms ontstaan er echte teksten. Achteraf begin ik dan te puzzelen. Ik werk liever zo dan omgekeerd. Meestal ga ik een tekst zoeken die gekoppeld is aan de emotie die in de muziek zit en past bij het metrum. Dat vraagt veel tijd en werk doordat het niet evident is, maar ik doe het liever zo dan omgekeerd. “Melomania” is een uitzondering: daar ben ik met de tekst begonnen.

Samen met het album heb je nog een tweede kunstwerk gemaakt: de Sohnarr Sjel. Hoe is deze ontstaan?

De Sjel is ontstaan doordat ik lang niet wist of ik van Sohnarr ook een live project wou maken. De muziek is gemaakt in de natuur en dat is ook de beste setting om ernaar te luisteren. Ik begon te denken over een ideale locatie en heb daarover een lang gesprek gehad met mijn vriend, Sam De Bock, die ook architect is. Uit dat gesprek is de Sjel ontstaan. Het is een kleine ruimte die ontworpen is voor één persoon, gemaakt uit spiegelend glas. Van binnenuit kan je helemaal rond je kijken en van buitenaf gezien weerspiegelt ze haar omgeving. Daardoor versmelt ze met haar omgeving en zou je kunnen zeggen dat ze geen ruimte inneemt. Wanneer je als bezoeker naar binnen wil is het laatste dat je ziet je eigen reflectie en zo ook je eigen identiteit en ego. Door in de Sjel te gaan zitten laat je deze allemaal achter, en tijdens het beluisteren van het album wordt je ook één met de natuur.

Uiteindelijk heb ik dan wel beslist om op te treden en dat ga ik met vier andere muzikanten doen. Naast mezelf komen er nog drie strijkers bij: Sam Faes op cello, Adil Benhsain op altviool, en Beatrijs De Clerck op viool. Tom Soetart zorgt voor de toetsen en elektronica.

Ik ga een nomadecomponiste blijven.

Als we eens naar de toekomst kijken en er een tweede album zou komen, naar waar zou je dan trekken?

Dat is een goeie vraag, maar in alle drukte van deze tijd… Het klinkt misschien raar dat ik nu zo druk heb. Op dit moment gaat het over alles rond mij en de muziek en heeft mijn ratio het overgenomen. Ik ben dus nog niet aan het denken aan een tweede album. Misschien durf ik er gewoon niet aan te denken, omdat ik het antwoord nog niet weet. Het gaat zichzelf wel uitwijzen als het zover is, maar als de goesting om zelf iets te maken terugkeert zal het wellicht opnieuw in de natuur zijn. Misschien dat ik deze keer op ontdekkingstocht ga. Ik vind het sowieso leuk om naar nieuwe plaatsen te gaan, omdat ik voel dat dat andere inspiratie geeft. Ik heb een tijdje gedacht om iets te kopen op een heel rustige plek, maar dan besefte ik dat ik dan moest terug te keren naar een plaats waar ik iets heb betekend en een identiteit heb.

Op een bepaald moment had ik eens wat muziek gemaakt in de Ardennen, waarna mijn vriend op bezoek kwam. Sindsdien ging het niet meer om daar muziek te maken, doordat het er een beetje bedoezeld was, om het zo te noemen. Op dat vlak zal ik een nomadecomponist blijven. (lacht)

Heb je nog dromen voor de toekomst?

Ik vind het heel fijn om met verschillende dingen bezig te zijn. Sohnarr is voor mij een van de dingen die ik doe als muzikante en dat zal misschien altijd hetgeen zijn dat het meest van mezelf komt. Daarnaast zou ik heel graag van alles uitproberen, want ik werk heel graag erg divers. Voor Sohnarr ben ik wel bezig met kunstenaars van Studio Rots, omdat ik de merch wat dieper wou uitdiepen dan de gewone totebag. Nu ben ik dus met iemand een kunstwerk aan het maken dat gebaseerd is op de muziek van Sohnarr. Dat is iets dat ik heel fijn vind. Zo linken we de muziek van Sohnarr aan andere kunstvormen, zoals ook de Sjell. Ik was heel blij om berichten te ontvangen van schilders en andere kunstenaars die zeiden dat de muziek goed past in hun atelier. Zo zie je hoe kunstvormen elkaar kunnen beïnvloeden. Ik zou het leuk vinden om die piste te blijven onderzoeken.

Sohnarr is dus meer dan gewoon muziek?

Sohnarr draagt een gevoel met zich mee en dat doen andere kunstvormen ook. Ik vind het leuk om die kunstvormen zoals architectuur en kunstwerken aan muziek te linken. Sohnarr is een expressie.

Coral Dusk is nu verkrijgbaar. Op 14 oktober speelt Sohnarr voor het eerst live, en dat in de Handelsbeurs van Gent.

Facebook / Instagram

26 mei 2020

About Author

Robbe Rooms Ik ben te herkennen aan mijn gele jas.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief