Features, Interviews, Uitgelicht

Interview FULCO: ‘Het is allemaal onzin met een zin’

Fulco Ottervanger is een in Brussel opgegroeide Gentse Nederlander die van alle markten thuis is. Hij is de helft van het eigenwijze duo BeraadGeslagen, en een derde van het jazztrio De Beren Gieren. Daarnaast speelt hij ook nog bij de krautpopband STADT en werd hij drie jaar geleden benoemd tot stadscomponist van Gent. Die man komt al tijd en handen tekort, zou je zo denken, maar toch komt hij nu op de proppen met zijn soloproject FULCO. Zijn gelijknamige debuutalbum ziet het licht op 18 oktober, en dat mag omschreven worden als pure poëzie op een popmelodie. Wij hadden het over zijn coming-out als popzanger.

Voor de buitenwereld lijkt het nu of ik weer met iets nieuws kom, maar eigenlijk heb ik hier al lang aan gewerkt.

Dag Fulco. Hoe heb je in ’s hemelsnaam de tijd gevonden voor dit soloproject?

Dit project is eigenlijk al lang gaande. Ik heb al tien jaar een stapel Nederlandstalige muziek klaarliggen. Sommige nummers, of stukjes ervan toch, zijn ook echt tien jaar oud. Ik heb op een bepaald moment gewoon besloten om er een plaat van te maken. Samen met mijn producer Frederik Segers heb ik er tweeënhalf jaar aan gewerkt, steeds met lange tussenpozen. Ik heb ook aan niemand verteld dat ik hiermee bezig was, dus waren er geen verwachtingen en kon ik mijn tijd nemen. Voor de buitenwereld lijkt het nu of ik weer met iets nieuws kom, maar eigenlijk heb ik hier al lang aan gewerkt.

Je hebt je project geheim gehouden. Had je dan geen klankbord?

Jawel, Frederik was er van in het begin bij. Hij was de producer, mixer en arrangeur, en ik speelde de muziek in. Het was superintiem, aangezien we maar met twee waren. Frederik kent me ook al sinds mijn negentiende en hij is enorm getalenteerd, hij was dus de perfecte persoon. Samen hebben we meteen gekozen voor de surrealistische nummers met psychologische diepgang, en lieten we de meer lollige nummers achterwege. Zo zorgden we, ondanks het eclectische, toch voor samenhang in de plaat.

Halverwege heb ik mijn muziek ook aan een paar vrienden laten horen, en zo heb ik heel wat feedback gekregen waarmee ik dan weer verder kon. Sommigen vonden mijn stem bijvoorbeeld te luid staan, waardoor ik teveel op een bard – zo’n middeleeuwse verteller – leek en daardoor de aandacht van de muziek afleidde. Het is wel waar, mijn stem is soms wat scherp. We hebben op sommige nummers de stem dus wat stiller gezet, zodat de focus op de muziek gericht bleef.

Ik ben niet zo’n goede denker, ik denk meer na dan ik kan.

Je schrijft indrukwekkend analystische teksten. Hoe verloopt je schrijfproces?

Ik ben nochtans niet zo’n goede denker, ik denk meer na dan ik kan (lacht). Ik werk wel vaak heel lang aan mijn teksten. Sommige teksten zijn er zo gekomen, aan andere heb ik gesleuteld tot het klopte. Soms kan ik blijven nadenken over één zin of één woord, en daarna moeten ze ook nog muzikaal werken en catchy zijn. De zin ‘Nergens kun je heen als je niet thuis blijft’ van “Nergens Heen” was er meteen, maar daarna moest de rest van de tekst nog komen. Ik wil ook graag dat iedereen er iets aan heeft, dus laat ik alles zo open mogelijk. Ik vind het leuk als mensen zelf interpreteren wat ik schrijf, want zodra ik ze uitbreng, zijn de teksten eigenlijk niet meer van mij.

Jouw songteksten lezen als poëzie. Zijn boeken een bron van inspiratie voor jou?

Dat was ook een beetje de bedoeling. Bij het album zit een mooi boekje met alleen de teksten, dat ook los gelezen kan worden. Ik lees heel graag. Ik lees omdat ik iets wil leren en de wereld wil begrijpen. Ik heb veel bewondering voor schrijvers, omdat zij mij de taal geven om te kunnen leven. Zelf heb ik alles nooit zo goed op een rijtje, dus ben ik dankbaar voor lezen. Soms neem ik ook letterlijk alinea’s of zinnetjes over in mijn boekje. Dat worden dan nooit songteksten, maar ik schrijf ze wel graag neer.

Wat lees je zoal?

Ik heb net de nieuwe van Julian Barnes gelezen, die vond ik echt heel goed. All That Man Is van David Szalay is een aanrader, en La Superba van Ilja Leonard Pfeijffer vond ik ook echt cool. Er zijn zoveel goeie boeken, het houdt gewoon niet op. Vroeger las ik vaak Connie Palmen en Hella Haasse. Essays lees ik ook regelmatig, bijvoorbeeld van de analyticus Erich Fromm of Susan Sontag over fotografie… Ik lees ook graag de krant.

Ik heb veel bewondering voor schrijvers, omdat zij mij de taal geven om te kunnen leven.

In welk genre plaats jij jezelf met FULCO?

Alternatieve Nederlandstalige muziek. Ooit had ik de droom – en eigenlijk nog altijd een beetje – om een echte popplaat te maken, zoals Doe Maar: heel catchy, maar ook een beetje raar af en toe. Dat hoop ik met deze plaat ook te hebben bereikt, een balans tussen licht en zwaar; catchy en leuke popmuziek met diepgang. De muziek die ik hier maakte, geeft mijn wereld en mijn popmuziekideaal weer.

Hoe is je muziek tot nu toe ontvangen?

De zin ‘Grensdorp groet u’ vonden mensen een beetje onpersoonlijk. Ik vond dat net leuk, omdat het mij deed denken aan een folder van een gemeente of een verwelkoming in het dorp, dat maakt het universeel. Bij ‘Abstract zeg’ in “Mama” voelen mensen zich beledigd. Eerst horen ze ‘Mama, ik wil naar huis’, wat een oprecht gevoel teweegbrengt, en dan worden ze neergemaaid met die ‘Abstract zeg’. We hebben nog overwogen om het eruit te laten, maar dat kon niet, het moest erin. Zelfrelativering is belangrijk, op heel de plaat. Het is allemaal onzin met een zin.

Vind je het lastig dat je soloproject vergeleken wordt met je andere projecten?

Dat kan je niet tegenhouden. Eerst wilden we het volledig apart promoten als popmuziek, maar dat lukt niet. Mensen weten het toch, iedereen begint erover. Uiteindelijk is dat goed. Het is ook wel cool om zo’n profiel te hebben als het mijne: iemand die van alles doet. Ik heb het dus losgelaten, maar ik wou wel een tijdje dat ik gewoon echt als een popster gezien kon worden.

Hoe ziet de toekomst eruit voor FULCO?

Ik leg niets vast, maar ik ga wel heel wat proberen. Ik heb alweer wat nummers in mijn hoofd, maar ik blijf schrijven toch moeilijk vinden. De komende maanden ga ik alvast een clubtour doen, maar misschien zou mijn muziek een festival ook wel aankunnen. Dan zou ik er eventueel een drummer bij vragen. Live moet ik er sowieso nog wat ingroeien. Ik moet nog wat meer de frontman durven uithangen. Misschien laat ik mijn drumcomputer wat meer z’n ding doen en dans ik zelf meer, maar aan de andere kant wil ik ook een beetje overkomen als het heertje dat een liedje zingt… Ik zoek het midden tussen serieus genomen worden en grappig zijn. Als ik nog platen zou uitbrengen met dit project, klopt deze alleszins als debuutplaat. Heel veel thema’s komen erin terug, en het is een geraamte of een grondplan van wie ik ben.

Facebook / Instagram

17 oktober 2019

About Author

Gilke Geeraerts


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief