Albums, Recensies

Mini Mansions – A Guy Walks Into a Bar (★★★½): Hoekige popbrij

Mini Mansions werd tot nu toe altijd bekeken als een zijproject van muzikanten die reeds eerder hun pluimen verdienden bij grotere bands. Met de leden Michael Shuman, Zach Dawes en Tyler Parkford, waarvan de eerste twee uit respectievelijk uit Queens of the Stone Age en The Last Shadow Puppets komen, snap je wel waarom. Na hun zelfgetitelde debuut uit 2010 en The Great Pretenders uit 2015 is er nu A Guy Walks Into a Bar. Een album dat tot stand gekomen is na onder andee het mee touren met Arctic Monkeys het vorige jaar.

Pop met een sterke hoek lijkt ook nu een goede beschrijving van de muziek van het drietal. Hoewel hun sound voorheen inspiratie haalde uit de late jaren zestig, lijkt deze tegenwoordig meer uit de jaren tachtig te puren. Dit is goed te horen op “Don’t Even Know You” met zijn zacht binnensijpelende synths. Ook “Bad Things (That Make You Feel Good)” is pure extravaganza die niet had misstaan op de laatste plaat van Arcade Fire. Aan u om te beslissen of dat een positief iets is. Het nummer swingt alleszins stevig door.

De sterkte van Mini Mansions is hun aanstekelijke en dansbare refreinen. Toegegeven, deze zijn niet bij alle nummers terug te vinden. Zo klinkt “I’m In Love” meer als een gimmick zonder rode draad. “Living in the Future” start met een veelbelovende intro maar gaat met veel kitsch uiteindelijk nergens heen. De strofes zijn meestal wel aardig, maar volledig begeesteren kunnen ze niet altijd. De band verliest zichzelf bij deze nummers wat in het zeemzoete, in plaats van die strakke kern van pop te behouden. Op “Gummybear” doen ze dit bijvoorbeeld wel: goeie riff, dikke groove, een refrein dat er staat en hopsakee, je hebt een sterk popnummer. Overigens is dit ook een nummer dat dezelfde hoogte bereikt als de vorige hits van de band, zoals “Vertigo”, “Any Emotions” en “Death Is a Girl”.

“Forgot Your Name” barst helemaal los met overdadig basgeluid, inclusief meeklapmoment en een sax hier en daar. De synths mogen dan wel overheersen op dit album, het nummer rockt ook gewoonweg. De heren weten nog steeds welgemikt een scheurende gitaaar te plaatsen. “Time Machine” neemt dan weer gas terug met een psychedelisch buitenlaagje, maar stiekem is het ook gewoon een dikke meezinger. Bij opener “We Should Be Dancing” horen we Shuman met zijn baritonstem die van Parkford vervoegen. Het lijkt het ons gemakkelijk om daad bij woord te voegen tijdens het nummer; we vinden het enkel jammer dat het zo rommelig eindigt.

Op afsluiter “Tears in Her Eyes” keert zijn baritonstem weer terug. Het contrast in betekenis met “We Should Be Dancing” kon echter niet groter zijn. Shuman klinkt duidelijk emotioneel gebroken door zijn op de klippen gelopen relatie. Zijn moeilijke situatie resulteerde echter wel in wat voor ons het beste nummer van de plaat is. De donkere weemoedige tekst mixt enorm goed met sprankelende vlagen van acceptatie die instrumentaal te horen zijn. Het lichtjes croonen gaat hem overigens beter af dan zijn ogenschijnlijke voorbeeld Alex Turner.

Mini Mansions heeft een formule gevonden die goed werkt voor hen en ze klinken bovendien muzikaal voller en meer doelgericht. Op enkele nummers na slagen ze er dan ook in om deze formule feilloos toe te passen. Vernieuwend is dit album zeker niet, maar wie heeft daar nood aan als het gewoon goed zit? Misschien leren ze uit hun minder geslaagde nummers en spelen ze in de toekomst hun sterktes verder uit. Dan kunnen we hopelijk later terugblikken op deze plaat als een sterke doorgroeier binnen hun discografie en geen gestrande eindhalte.

26 juli 2019

About Author

Ik, Laurens Collier, muziekcriticus extraordinair


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief