Live, Recensies

Rock Werchter 2018: Festivaldag 1

© CPU – Matthias Engels

Het is warm op Rock Werchter, heel warm. Maar dat belet ons niet om veel muziek te checken en er nog eens van te genieten ook. Het festival serveerde ons op de eerste dag Queens Of The Stone Age en Gorillaz als headliners, maar er viel zoveel meer te beleven. Wat er goed was, wat minder en wat onze impressies waren van de eerste dag lees je hieronder in het verslag van dag één.

Meest fleurige frontman

© CPU – Matthias Engels

Een festival als Rock Werchter openen is niet altijd een makkelijke taak. Dit jaar was de eer weggelegd voor Rival Sons en die deden dat met verve. Een leuke blues rock show waarin de lead gitarist de show stal en de frontman voor verbazing zorgde telkens hij zijn strot opentrok. Soms mocht de band zich wel beperken bij de ettelijke gitaarsolo’s die de nummers iets te veel rekten, maar het publiek werd er wel enthousiast van en meer moet het soms niet zijn. Het zit allemaal strak in elkaar en het is duidelijk dat Rival Sons een positieve evolutie heeft doorgemaakt. Ze verdienen hun plaatsje op de Main Stage dubbel en dik want een loom publiek om 13u ‘s middags laten klappen en zingen is niet voor iedereen weggelegd. De sterke gitaren gaven al aan dat de Rock in Werchter nog steeds dubbel en dik vertegenwoordigd is.

Beste Jon Snow lookalike

© Koen Keppens

De Australiërs van Gangs of Youth kregen de eer om de mooi vernieuwde Barn te openen, al zal hen dar waarschijnlijk worst wezen. De capaciteit van de tent werd opgetrokken tot 20.000 man, een klein sportpaleis zeg maar. Met hun happy uptempo poprock lokte de band al heel wat vroege vogels die zich graag lieten meesleuren in het enthousiasme van de  band. Frontman en Jon Snow lookalike David Le’aupepe wou het publiek aan het dansen krijgen en startte hun hitje “Magnolia” tot drie keer toe opnieuw om echt iedereen mee te krijgen. Gelukkig gaf hij zelf het goeie voorbeeld met enkele sensuele danspasjes die vooral bij het vrouwelijk publiek in de smaak vielen. Gangs of Youth was licht verteerbaar en goed om de dag mee te openen, maar om ons echt omver te blazen moeten ze meer doen dan enkel grabbelen in de indierock clichés. Toch noemen wij hun allereerste doortocht in België zeker geslaagd.

De misplaatste retour

© Koen Keppens

Dat hip hop het goed doet zien we steeds vaker op de affiches van de grote festivals. Het is dan ook geen toeval meer dat er dit jaar opnieuw een aantal rappers op de Main Stage van Rock Werchter staan geprogrammeerd. De eersten dit jaar waren het duo Rae Sremmurd, die de meesten wellicht kennen van hun virale hit “Black Beatles”! Vorig jaar stonden ze al in een uitpuilende Barn en dus besloot Rock Werchter ze nog maar eens te boeken gezien ze dit jaar ook één van de meeste ambitieuze platen dropten met het driedelige Sr3mm.

Voor de twee echter het podium betraden werd het publiek weer een aantal minuten ‘opgewarmd’ door hun dj die een aantal hip hop bangers van het moment door de speakers jaagde. In een roze joggingpak en Slim in een Manowar T-shirt kwamen ze dan toch het podium op. Ze mogen misschien goede studioartiesten zijn, maar op het grote podium van Werchter kregen ze maar een lauw welkom. De nieuwe nummers werden grotendeels maar met weinig enthousiasme onthaald en ook hun grootste hits (“No Type” en “My X”) werden alleen vooraan goed meegezongen. Ook de zang van Swae Lee en Slim Jxmmi waren eerder teleurstellend en dat zorgde ervoor dat het optreden niet kon tippen aan het optreden van vorig jaar waar ze het publiek beter meekregen (en ook konden houden). Naar het einde toe nam het optreden wat aan kracht toe dankzij “Powerglide” en “Perplexing Pegasus”, maar echt overweldigend werd het niet meer. Een al bij al triestig optreden dat weinig om het lijf had en dat in een kleinere setting beter tot zijn recht was gekomen.

Sensueelste buikdans

© CPU – Matthias Engels

“I know what i want,” zong de Amerikaanse hype Kali Uchis al vroeg in haar set. Wat ze dan precies wou, daar hadden wij het raden naar. Want haar optreden in de Klub C kabbelde tussen uptempo soul en trage R&B maar kwam nooit echt in een stroomversnelling. Zingen kan ze wel, die Kali, en ze beschikt ook over sensuele heupen die ze op de snellere nummers in de strijd gooide. Toch bleek het iets te warm voor het publiek om haar voorbeeld te volgen en bleef de Klub C, met uitzondering van de eerste rijen, er wat onbewogen bij. Instrumentaal en vocaal zat de set van Uchis wel goed in elkaar, jammer genoeg was haar songmateriaal iets te gewoontjes om echt te beklijven.

Beleefdste Brit

© Ben Houdijk

Hij hoort volgens zichzelf niet thuis in het rijtje van schreeuwende frontmannen, dus doet Steven Wilson het liever op zijn eigen, beleefde, Britse manier. Wilson (ook frontman van Porcupine Tree) past dan wel perfect in het rijtje van ondergewaardeerde prog-rock kleppers en bewees in The Barn nog maar eens waarom. Begon de set nog met “tired of Facebook, tired of Everything” in “Nowhere Now” dan ging het er in “Pariah” en “The Creator has a mastertape” veel steviger en donkerder aan toe. Wilson ziet er niet echt uit als een rockster maar blinkt wel uit waar het er echt toe doet: goeie songs schrijven en zijn gitaarspel. Met zijn rocknummers krijgt hij de Barn makkelijk mee, bij de iets experimentelere duurt het wat langer. Steven Wilson nam het publiek telkens mee op kleine reisjes die je naar onverwachte en adembenemende oorden brengt en ondanks een vreemde bocht hier en daar komt Wilson met zijn band altijd terecht.

Beste medicijn tegen een brandende zon

© CPU – Matthias Engels

Als je The Vaccines voor je festival kan strikken, weet je dat het goed zit. Hoewel het altijd een risico is met de wispelturige frontman die niet altijd even enthousiast is. Op Rock Werchter was hij dat duidelijk wel en dat zorgde er voor dat we een heel dynamische en speelse set kregen. Alle hits passeerden de revue en de band ging meteen heel strak van start met de snelste nummers uit hun oeuvre om daarna met “Wetsuit” en “All In White” wat gas terug te nemen. Dat was nodig, want wat we er na kregen gaf iedereen in de brandende zon nog meer zweetplekken dan voordien. Er werd gedanst, gezongen en gesprongen. The Vaccines zag dat het goed was en meer hoeft een festivalshow soms niet te hebben. Nieuwe nummers waren zelden nodig, want iedereen kwam natuurlijk voor de gekende deuntjes. Slimme keuze. Deze springerige en energieke show gaf iedereen terug een boost om de rest van de dag aan te kunnen.

Meest eentonige

© Rob Walbers

Ritjes op een motor zijn doorgaans snel, opwindend en memorabel. Black Rebel Motorcycle Club was dat allerminst. Na een veelbelovend begin sleepte de band zich als een oude Harley doorheen hun set, die dan wel luid ronkte maar weinig inhoud bood. Halverwege werd ook duidelijk dat zowat elk nummer op elkaar begon te lijken. Alsof je steeds hetzelfde blokje om doet en het landschap nooit veranderd. Onderweg waren er wel hoogtepunten en meeklapmomenten, zoals hitjes “Use Somebody”, “Beat the Devils Tattoo” en “Spread Your Love” maar al bij al bleef de motorclub wat oppervlakkig. De motor mag nodig eens opgepoetst en vernieuwd worden als die nog lang wil meegaan.

Het ruigste stemgeluid

© Koen Keppens

De Brit Tom Grennan bracht vandaag zijn debuutplaat Lighting Matches uit, maar gisteren stond de sympathieke ex-voetballer voor het eerst op de weide van Werchter. Dat hij al aardig gekend is bleek door een mooie opkomst voor het nieuwe podium The Slope. Zin hadden Tom en zijn zes kompanen op het podium in ieder geval want hij kwam zelfs iets te vroeg op het podium gestapt en zette meteen “Royal Highness” in. Tom beschikt over een heleboel radiovriendelijke nummers die de set met veel schwoeng verzorgden en die het publiek goed entertainden. “All Goes Wrong”, de samenwerking met Chase & Status die hem op de kaart zette, werd in een nieuw jasje gegoten en “Found What I’ve Been Looking For” werd al massaal meegezongen. Dat er ook een aantal Britten naar Werchter zijn afgezakt konden we voor het laatste nummer horen toen ze “Football is coming home” inzetten. Tom koos om zijn set alleen af te sluiten met enkel zijn akoestische gitaar en zijn ruig stemgeluid op het nummer “Something in the Water”. Doordat zijn gitaar ergens halfweg het nummer unplugged geraakte, zong hij het nummer gewoon a capella verder. Een met andere woorden toffe show van een sympathieke kerel met een geweldige stem die duidelijk thuishoort op grotere podia!

Meest geketende publiek

© Ben Houdijk

Door Alice In Chains een plaats te geven op de Main Stage samen met Anne-Marie in The Barn en net voor The Script, konden we al raden dat de grote meute uitbleef. De band heeft ook al even niets relevant meer uitgebracht, maar blijft natuurlijk een naam die de jaren 90 kleurde. Daar zal het ook bij blijven. De muziek die de band nu brengt klinkt zo gedateerd als iets en dat komt een liveshow niet ten goede. Op Rock Werchter gaf de band een potige set waarin we veel gitaarsolo’s te horen kregen, soms iets zachtere, zweverige nummers en natuurlijk ook de forse rocksongs vol riffs. Die mix kan wel aanslaan, maar bij Alice In Chains is het te veel dezelfde formule. Het kon dus niet blijven boeien en dat merkte je ook aan het publiek dat niet altijd even enthousiast was. Gelukkig kregen we op het eind heel wat uit Dirt, en dat kon iedereen wel appreciëren, maar toen was het kalf toch al aardig verdronken.

Meest perfecte imperfecte popprinses

© CPU – Matthias Engels

Wie nog niet van Anne-Marie gehoord heeft, draaide het afgelopen jaar waarschijnlijk geen radio open. De Britse popster verovert de hitlijsten solo en met samenwerkingen. Denk maar aan die hit met Marshmello, of die met Rudimental. Vorige zondag stond ze nog op het grote podium in het voorprogramma van Ed Sheeran nu doet ze het alleen in de Klub C. Na een bombastische intro komt Anne-Marie het podium op gehuppeld. Ze start meteen met haar grootste hit “Ciao Adios”. De collectieve generatie Z wurmt zich naar voor opdat hun idool het bordje met ‘girlcrush’ of ‘I wanna Anne-Marie you’ kan lezen. Uit volle borst zingen ze mee met een lied over chocolade eten en geen schmink dragen. Na “Perfect” trekt de Britse haar Ed Sheeran kaart: “2002”. Ook de rest van haar debuutplaat lijkt erg veel weg te hebben van die rosse popster. Een album dat bovendien uitgerekend donderdag goud kreeg in België. Geen wonder dat elk jong meisje in de tent luidkeels meebrult én danst met albumtracks als “Trigger” en “Bad Girlfriend”. De goedlachse Anne-Marie zingt met gemak de hoogste noten en doet er hier en daar een uithaal bij. Haar nieuw nummer met Rudimental klinkt nog niet zo vertrouwd als “Rockabye” maar geef het een maand en er staat weet een nieuwe zomerhit op haar naam. Net voor “Friends” de set besluit verklapt de Britse dat ze misschien later op de avond terugkeert want de credits van het lied gaan deels naar Marshmello, een zoete DJ die de Barn afsluit.

Beste geboortefeest

© CPU – Matthias Engels

Vaak als bands met vertraging beginnen aan een set dan ligt dat aan ofwel divagedrag ofwel technische problemen. Maar At the Drive-In had een wel heel goeie reden: de vrouw van de gitarist was backstage bevallen van een baby. Het was alleszins niet te merken aan de set zelf, want de band knalde gewoon een uur lang aan sneltreinvaart door hun oeuvre, met de nadruk op hun laatste worp in•ter a•li•a. Al meteen werd de Barn bruut wakker geschud met wat stevige noiserock op tape, gevolgd door het al even robuuste “Arcarsenal”. Frontman Cedric Bixler-Zavala was zijn hyperkinetische zelve en al van bij het eerste nummer vloog zijn microfoonstatief door de lucht. Toch stond hij deze keer precies vaker aan zijn statief vastgekluisterd dan hem lief was, we hebben hem al gekker bezig gezien. Het publiek kreeg zelden een moment om naar adem te happen. De band speelt al jaren samen en laat ondertussen geen steek meer vallen. Na de split in 2001 en de korte reünie in 2012, lijkt At the Drive-Iin weer vertrokken voor enkele jaren. Bixler beloofde alvast te supporteren voor onze rode duivels dus gaan wij hetzelfde doen voor zijn band. En het publiek? Dat bedankte hen met de eerste moshpit en eerste crowdsurfer van Werchter 2018.

Meest emotionele jongen

© Rob Walbers

Keir komt uit Bristol en maakt soul muziek met een stevige inslag. Dat was op Rock Werchter niet anders, al mocht de jongeman toch net iets meer het evenwicht vinden tussen zijn melodramatische songs en de stevige soul rockers. Zijn stem heeft wat weg van een Cee Lo Green en dat is natuurlijk zeker niet slecht voor een beginnend artiest. Hij was zichtbaar aangedaan door het grote aantal toeschouwers die aan The Slope stond en begon dan ook op een bepaald moment te wenen. Het toont allemaal dat de man leeft voor zijn muziek. Zijn mama stond ook in het publiek en ze zag net als ons dat er potentieel in Keir zit, maar het zal nog even werk zijn om het er uit te krijgen.

Beste debutant op Werchter

© Jokko

Welke rapper kan er beginnen met “Get the Fuck off my Dick” en “Big Fish” en dan toch nog een vol uur boeien met een energieke en adembenemende set. Vince Staples is de naam en als u nog nooit van hem gehoord had, moet u er dringend werk van maken. Het jonge publiek op Rock Werchter at al gretig uit tot zijn hand en bouncete er op los. De setup was nochtans simpel: enkel Vince, een dj en een groot scherm dat rookachtige visuals toonde. Meer had hij niet nodig om de Klub C te doen vollopen en in te pakken. Zijn bars zijn spitant, zijn energie aanstekelijk en zijn beats keihard met “BagBak”, het van Gorillaz geleende “Ascension” en “Norf Nort”. Afsluiter “Yeah right” werd luidkeels meegezongen en bevestigde de hype. Staples is de nieuwe hiphopprins en kwam via de grote poort Werchter binnen.

Vrolijkste verliefdheid

© CPU – Matthias Engels

James Bay, beter bekend als de man met de hoed en het lange haar, hoewel we dat nu niet meer kunnen zeggen. Bay blijft wel nog steeds Bae op z’n tweede plaat: de romantische ziel die graag emotioneel liefdesliedjes zingt. Op Rock Werchter stond hij ooit nog op de Main Stage, een donkere knusse Barn lijkt beter geschikt. Wanneer de avond valt en de zon niet meer gevaarlijk is, trekken festivalgangers in duo’s naar de Barn om er romantisch te doen op songs als “Craving”, “If You Ever Want To Be In Love” en “Wild Love”. De nieuwe albumtracks (“Pink Lemonade”, “Wandsrlust”) zijn duidelijk niet de nummers waar het publiek voor komt. Teveel synths? Te onbekend? Niet emo genoeg? Gelukkig kan Bay uit een succesvolle debuutplaat putten. “Scars” brengt ontroering en “When We Were On Fire” doet iedereen de tranen uit z’n ogen wiegen. We komen plots tot het besef dat Bay wel heel wat festivalclassics heeft. De handige Ooh Ooh Ooh’s in “Let It Go” en de vette solo aan het begin van “Best Fake Smile” passen perfect in een ‘festivalact voor dummies’. Al zal niet iedereen hier staan voor de meezingers. James Bay is knap en hij weet het. Op het juiste moment een knipoog en een verlegen lach zodat de kuiltjes in zijn wangen goed te zien zijn. Wanneer hij zijn hemdje uitdoet en er twee witte armpjes met schattige spierballen tevoorschijn komen, valt het publiek volledig voor deze Bae. James Bay’s nieuwe album mag dan nog niet bekoren bij het grote publiek, hij weet zijn festivalset wel ideaal in te richten. Met “Simply The Best” van Tina Turner zet hij de finale in. Eindigen doet Bay met “Hold Back The River” en duizenden schor geschreeuwde kelen.

Enthousiaste cowgirl

© Koen Keppens

Vergezeld door haar witte gitaar betrad Jade Bird bij het vallen van de avond The Slope. Het afgelopen jaar leerden we haar kennen tijdens de BBC Sound Of 2018 wedstrijd. Daar moest ze het opnemen tegen onder andere de lieftallige Sigrid, die nadien met de titel ging lopen. Bird had er duidelijk zin in. Zelfzeker betrad ze het podium en bedankte meteen het publiek om af te zakken naar show. Daarin kwam ook tot uiting dat ze eigenlijk helemaal niet zoveel volk had verwacht voor haar podium. Jade Bird bracht een mix van country en Americana die zowel door jong als oud werd gesmaakt. Ondanks dat ze helemaal alleen op het podium stond, wist ze het tempo hoog te houden in haar show. Haar set bestond uit een mengeling van oude en nieuwe nummers. Zo kregen we onder andere haar vorige single “Lottery” te horen en een cover van “Where Is My Mind” van Pixies. Jammer genoeg stopte ze haar set vroegtijdig waardoor we uiteindelijk maar 25 minuten muziek van haar hebben kunnen horen. Benieuwd of ze die 40 minuten tijdens haar volgende show wel zal kunnen vullen.

Sterkste elastiek

© CPU – Matthias Engels

Queens Of The Stone Age mocht door de komst van Gorillaz later op de avond optreden als subheadliner. Ze deden het bij zonsondergang en dat deden ze met verve. Josh Homme was duidelijk in zijn nopjes en dat vertaalde zich in een retestrak begin van de set. No nonsense snedige rock dat het publiek warm maakte voor een echte rockshow volgens de boekjes. Troy Van Leeuwen toonde hoe goed hij met zijn gitaar overweg kan en hierdoor kregen we de ene solo na de andere. “Go With The Flow” zat goed in het begin van de set, wat het vuur in de mensen echt aanwakkerde. “The Way You Used To Do” liet het publiek alleen maar meer dansen en de bandleden trapten op hun belichting als echte kwajongens, het kinderhart hebben ze duidelijk nog zitten.

Dat vuur bleef gedurende het eerste uur goed branden, maar toch voelde het na een tijdje alsof de band hier geen twee uur kon vullen en dat werd ook bewezen toen ze bijvoorbeeld “Make It With Chu” te lang lieten lopen en er hierdoor heel wat mensen concentratie verloren. Dat was niet enkel toen, maar bij alle trage nummers of overbodige drumsolo’s die de punch van bij het begin helemaal deden verzanden. Er waren wel leuke momenten die de band graag gebruikte om te rekken. Zo nodige Josh een spiderman uit op het podium wat voor hilariteit in het publiek zorgde. Uiteindelijk voelde de set van Queens Of The Stone Age wat dubbel aan. Enerzijds kregen we een retestrakke rockshow, maar anderzijds ging deze op slecht één uur veel beter en overtuigender overgekomen zijn.

Lekkerste snoepje

© CPU – Matthias Engels

Er staan dit weekend niet enkel dj’s op The Hive of aan de Jupiler Stage, ook The Barn kreeg er eentje over de vloer en wel met een marshmellowhoofd. Marshmello wist duidelijk heel wat volk op de been te brengen want The Barn stond propvol en zelf buiten aan het scherm zaten mensen te dansen op zijn muziek. Nu ‘zijn’ muziek is relatief te nemen, want hij speelde ook heel wat collega’s van hem. Zo kon onder meer Bon Jovi op heel wat erkenning rekenen. Met vuurwerk, confetti en de nodige leuke visuals kregen we visueel een sterke show. Muzikaal zal het nooit echt top zijn, maar iedereen (en vooral de nieuwe, jonge generatie) amuseerde zich rot en is dat niet het belangrijkste?

De trappende teleurstelling

© Ben Houdijk

Als er één naam op de line up staat die we helemaal niet hadden zien aankomen dan is het wel Sevn Alias. De Nederlandse rapper maakt al een tweetal jaren furore in Nederland en ook in België is hij razend populair. De opkomst voor The Slope was eerder matig voor de zenuwachtige Amsterdammer. Echt spannend of boeiend werd het gisteren echter nooit bij Sevn, welke streaminghit hij ook bovenhaalde. Zijn trapbeats zijn op zich wel goed verteerbaar, maar live komen die niet eens half zo goed over als de studioversies. Een storende factor was bovendien ook zijn veel te luide microfoon die de muziek overstemde. Lines spitten kan hij wel op een hoog tempo, maar zijn gemompel valt soms tot vaak moeilijk te verstaan. Nee, een voltreffer kan je de boeking van Sevn Alias niet noemen. Geef ons dan maar liever wat talent van eigen bodem want die hadden ongetwijfeld meer kunnen overtuigen.

Beste meezinger

© CPU – Matthias Engels

Wie de Britse cartoonband rond Damon Albarn nog nooit zag of mistte in Vorst Nationaal, keek wellicht reikhalzend uit naar de komst van Gorillaz op Werchter. De wei liep gestaag vol en werd om klokslag 00u15 verwelkomt met een echoënd “Hello!”. Die intro van M1A1 ontaarde in een rammelende rock song zoals Blur die vroeger maakten. Dat ze hun legendarisch optreden in de Lotto Arena (met de plastic beach tour) zouden overtreffen, was haast onmogelijk. Het nieuwe materiaal uit Humanz en The Now Now verbleekt naast golden oldies als “Tomorrow Comes Today” of “Last Living Souls”. Niet dat we er onderweg niet konden genieten van “Tranz”, “Humulity” of de razendsnelle rhymes van Little Simz op “Garage Palace”. Gorrillaz vond al een perfecte balans tussen oud en nieuw en mengde onbevreesd rock, funk, soul, indie, reggae en electro met elkaar.

Zoals altijd zat de show barstensvol met gastzangers en muzikanten. Wie hoopte op Vince Staples, kwam bedrogen uit, maar kreeg tussendoor wel Little Simz, Peven Everett, Jamie Principle, Bootie Brown en vooral De La Soul die voor de hoogtepunten zorgden. Zo werd “Superfast Jellyfish” een zonnige meezinger en werd er massaal meegelachen op “Feel Good Inc.” Damon Albarn liep tussendoor gretig en jolig over en weer en deed gewoon waar hij zin in had. Een kort verhaaltje over zijn optreden in Pyongyang en dat muziek een band kan scheppen over grenzen heen, was aandoenlijk, net als zijn Belgische versie van “Kids With Guns” (Eden! Hazard!). Gorillaz was een geweldige jukebox die nu eens melancholisch klonk op “On Melancholy Hill” en “el mañana” om even later uitgelaten het feest in te zetten op “Dirty Harry”  en afsluiter “Clint Eastwood”. Damon Albarn genoot alleszins zichtbaar op het podium en het publiek deed exact hetzelfde.

6 juli 2018

About Author

Katrijn Vermoesen


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief