Features, Interviews, Uitgelicht

Interview The Sore Losers: “Recensenten schrijven wat ze willen. Wij hebben nog altijd gelijk”

Het is een zonnige herfstdag wanneer we Jan Straetemans en Cedric Maes van de Limburgse rockband The Sore Losers op het VRT-grondgebied ontmoeten. De aangename temperaturen veroorloven ons het interview buiten te laten plaatsvinden: gewillig nemen Cedric en Jan plaats op een bankje pal onder de VRT-toren. Trouwens niet zomaar een bankje, maar wel datgene waarop een beeld van Kaatje van Ketnet guitig haar voorbijgangers aankijkt. En of het een komisch zicht is: de ruige rockers geflankeerd door het immer vrolijke en felgekleurde Ketnet-personage. Hun coolness verliezen ze daar toch niet mee. Na goed onthaalde albums The Sore Losers (2010), Roslyn (2014) en Skydogs (2016), brachten The Sore Losers op 8 oktober hun vierde plaat, Gracias Señor, uit. Maar gewenning brengt dat voorlopig niet teweeg.

Jan: “Het blijft spannend om nieuwe muziek naar buiten te brengen. Vaak zit wat tijd tussen het moment dat de plaat afgewerkt is en het punt waarop ze daadwerkelijk in de rekken ligt. Anderzijds is het fijn om verder te bouwen op het verleden, niet helemaal van nul te moeten beginnen. Ondertussen kunnen we terugvallen op een schare trouwe fans, kennen we de mensen bij de radio of zij die ons interviewen. Op alle vlakken voel je ervaring. Dat is plezant.”

Cedric: “Een nieuwe plaat uitbrengen vormt altijd de start van een onbekend avontuur. Je weet nooit wat het zal brengen. We kijken er naar uit om weer live te spelen – gloednieuwe nummers dan nog.”

Waar komt de naam Gracias Señor in godsnaam vandaan?

(gelach)

Jan: “Dat is een anekdote. Tijdens de tour vorig jaar waren we in de luchthaven van Venetië. Onze bassist stond in een winkeltje aan te schuiven bij de kassa en voor hem stond een Amerikaanse dame. Zij wilde tegen het Italiaanse meisje achter de toonbank ‘dank u wel, mevrouw’ zeggen, maar deed dat in de verkeerde taal en met het verkeerde geslacht: ‘gracias señor’ (met overdreven Amerikaanse tongval). Dat vonden we wel grappig. Toen we een titel moesten kiezen voor de plaat, kwamen we al snel op dat voorval uit.

Na een succesvolle vuurdoop in Amerika (met een doortocht op SXSW en nummers die door talkshow host Conan O’Brien werden gedeeld), een passage op de Franse televisie en uiteindelijk een Europese tournee, is de internationale doorbraak van The Sore Losers een feit. Waren de verwachtingen voor de nieuwe plaat hooggespannen?

Cedric: “Neen, een plaat maken doen wij met ons vieren en wat er al gebeurd is of nog zou kunnen gebeuren, speelt daarbij geen rol. We maken simpelweg de muziek die wij op dat moment willen maken – met soms alle gevolgen van dien…”

Met andere woorden: wat het publiek denkt, laat jullie koud?

Jan: “We maken muziek die wij graag willen horen. Hoe maak je een connectie met het publiek? Als dat mensen zijn die dezelfde smaak hebben als jijzelf en iets voelen bij de muziek die jij maakt – dan pas kan je het juiste publiek opbouwen mét de juiste reden… Op die manier kun je echt een connectie maken.”

Cedric: “Dit is inderdaad wat wij voelen, wat uit ons hart komt – the only way to go voor ons.”

Toch waren de meningen over Gracias Señor verdeeld.

Cedric en Jan: (eensgezind en volmondig) “Ja.”

Humo bijvoorbeeld gebruikte het adjectief ‘knuffelbaar’. Sommige fans vinden dat de muziek van The Sore Losers te poppy geworden is, maar het vormt beslist geen geheim dat Gracias Señor minder ruig en integendeel speelser en melodieuzer is dan voorgaande platen. Liggen jullie wakker van dergelijke kritiek?

Jan: “Daarvan wakker liggen, zullen we niet gauw doen. Recensies blijven individuele meningen, maar toch kan een enkele recensie soms erg toonaangevend zijn. Nu je dat aanhaalt, is het enige wat ik daarover kan zeggen… dat we altijd een andere kant van ons hebben laten zien. Gracias Señor zullen ze sneller vergelijken met Skydogs, onze derde plaat – maar we hebben méér albums gemaakt! Als je over al die platen heen kijkt, denk ik wel dat we in het verleden verschillende facetten van de band hebben getoond. Op Skydogs stond een nummer als “Emily”, dat verre van ruig is. Of “All I Am”, wat ook een down tempo nummer is. Zulke dingen hebben we gewoon altijd al gedaan.”

Cedric: “Ze schrijven wat ze willen. Als we weer een hardere plaat gemaakt hadden, had diezelfde gast waarschijnlijk geschreven ‘ha, hier zijn ze wéér met een harde plaat.’. Ik kan het me perfect inbeelden dat zo’n type persoon zoiets zou schrijven – gewoon om dwars te liggen. Er zijn mensen die de plaat goed vinden en mensen die ze minder goed vinden. Wie heeft dan gelijk? Wij vier nog altijd, denk ik.” (lacht)

Was het de bedoeling om een ‘nieuwe’ weg in te slaan?

Cedric:Gracias Señor is een reactie op de vorige plaat. Ik beschouw daar niks vreemds aan. Skydogs was redelijk stevig. Live speelden we toen ook hardere shows. Maar toen ik – als persoon en als muzikant – ’s avonds thuiskwam of een vrije dag had, wou ik niet opnieuw heel veel lawaai maken. We begonnen naar andere muziek te luisteren en speelden vaker met akoestische gitaren. Daar komt sowieso een ander geluid uit voort. Voor hetzelfde geld is onze volgende plaat weer heel hard of net niet. Ik weet het niet – en dat is net het mooie eraan.”

Gracias Señor werd geproducet door James Petralli en Steve Terebecki van de Amerikaanse rockband White Denim (die aanstaande zaterdag 17/11 trouwens in Trix speelt). Met die groep en het geluid dat ze produceert, hebben The Sore Losers een grote affiniteit. Hoe kwam dat contact tot stand?

Jan: “In eerste instantie vielen we voor hen als groep. We zagen hen live aan het werk en waren daar werkelijk ondersteboven van. Dat concert was zó goed. White Denim speelt rockmuziek op een manier die ik heel hard kan appreciëren. Petralli en Terebecki durven ook enorm veel verschillende invloeden in hun songs te steken. Nadat we eerder in hun voorprogramma speelden, kwamen we hen later tegen op SXSW in Austin, waar Petralli en Terebecki wonen. Op korte tijd ontmoetten we elkaar vaak en zo is de band ontstaan. Toen we nieuwe nummers begonnen te schrijven, was het een no-brainer om James op te bellen en te vragen ‘ziet ge het zitten om samen onze plaat te maken?’. Hij zei dadelijk ‘ja zeker, daar heb ik echt veel zin in!’. De samenwerking is vlot verlopen. Ze zijn naar hier gevlogen en we hebben drie weken intens gecollaboreerd.”

Samenwerken met artiesten naar wie je opkijkt, hoe verloopt dat precies?

Jan: “We kijken naar hen op, maar er bestaat allerminst een hiërarchische verhouding tussen ons. Integendeel, het wekt net de goesting op om samen muziek te maken. Er heerste een losse sfeer, maar tegelijk konden Petralli en Terebecki ook heel streng uit de hoek komen: het moest strak en goed zitten. We waren gewoon even een groep met zes bandleden.”

Het is precies of elk nummer op Gracias Señor een eigen, specifiek cachet heeft. Is die verscheidenheid iets waar jullie bewust naar op zoek gingen of groeide dat vanzelf?

Cedric: “Dat ging helemaal vanzelf.”

Het blijft opvallend.

Cedric: “Dat hoor ik graag. Het is ook zo: elk nummer gaat een andere kant uit, maar toch blijft het één geheel door de productie.”

We merken invloeden uit disco, seventies rock, blues. Ook Gracias Señor is geen exclusieve rockplaat te noemen. Zo hebben jullie het waarschijnlijk het liefst?

Cedric: “Een exclusieve discoplaat is het evenmin.” (grinnikt)

Inspiratie voor de lyrics; waar vonden jullie die?

Jan: “Ik kocht mezelf een schrift en maakte er allerlei onderdelen in. Een categorie was thema’s: waarover zou ik kunnen schrijven? Ik lijstte een aantal thema’s op waar ik telkens uit kon kiezen – terwijl ik vroeger vooral losse zinnen of soms volledige teksten in een keer schreef. Belangrijke inspiratiebronnen nog steeds: boeken, andere artiesten, het dagelijks leven. De teksten reflecteren alles wat we meegemaakt hebben de afgelopen twee jaar. Fijn was het dat we met de groep enkele mooie reizen maakten. We zijn naar Japan en New York geweest, speelden enkele malen in Parijs. Dat is allemaal in de teksten geslopen. Het eerste bezoek aan New York is cruciaal gebleken: muziek uit die scène, van Talking Heads of Television bijvoorbeeld, heeft zeker een invloed gehad op ons werk.”

Cedric: “Op Skydogs stonden iets hardere rock-‘n-roll nummers. Nu zit er meer gelaagdheid in de teksten. Tekst en muziek moeten altijd een goede match zijn, vinden wij. We voelden alle vier hetzelfde en dat is belangrijk.”

Het schijnt dat in de nummers op Gracias Señor meer betekenis vervat zit dan die op voorgaande platen.

Jan:Skydogs was iets meer rechttoe rechtaan. Zoals die oude rock-‘n-roll nummers van Chuck Berry. Gracias Señor is daar een reactie op. Zo van ‘hmm, nu wil ik misschien eens liever niet enkel over mannen, vrouwen en het verleidingsspel of stukgelopen relaties schrijven. Waar kan het nog over gaan?’ Wat me aansprak, was hoe mensen tegenwoordig betekenis geven aan de tijd die ze hier doorbrengen. Waar komt die zingeving vandaan? Met de groep hadden we het daarover en iedereen stond open om eens andere dingen te proberen. Een nummer als “Dark Ride” is een verhaal dat zich afspeelt in een grootstad. Net omdat de muziek beïnvloed werd door die trip naar New York. Daarnaast waren we ook met woordspelletjes bezig. ‘De eerste zin bevat vooral ei-klanken, de tweede zin ie-klanken, wat voegen we er nog aan toe?’ Dat speelse is iets wat James (Petralli, nvdr) naar voren bracht. We schreven vaak collectief aan de teksten. “Eyes On The Prize” schreven we samen. Met zijn vieren zaten we rond de keukentafel en beurtelings gooiden we zinnetjes. We werken samen en zijn niet de groep waarbij één iemand met de afgewerkte tekst en muziek van een nummer komt aandraven. Met Gracias Señor is dat goed gelukt; vandaar dat het meer divers aandoet. We slagen er steeds beter in om ieder zijn inbreng te laten doen en die ook tot uiting te laten komen.”

De nieuwe plaat telt niet één, maar vier albumhoezen. Is dat een verkooptruc of speelde keuzestress jullie parten?

(grinniken)

Jan: “Keuzestress dan toch. Het is nogal duur om vier hoezen te laten maken. We werken samen met Visuals Internationals; gasten bij ons uit de buurt die te gekke hoezen maken. Ze stelden de albumhoezen voor Gracias Señor voor en die waren er boenk op.”

Cedric: “Toen moesten we kiezen en dat ging gewoon niet.”

Op een van de hoezen zijn cactussen afgebeeld. Een verwijzing naar Mexico/Spanje?

Jan: “We hebben die mannen enkel de muziek gegeven, zonder de albumtitel.”

Dat is wel sterk dan.

Cedric: “Absoluut. Dat vonden wij dus ook. Enkel en alleen de muziek hebben ze gekregen. Zelfs de titels van de nummers hadden ze niet. Straf .”

Hoe kijken jullie terug op het parcours dat The Sore Losers, sinds die tweede plaats in Humo’s Rock Rally in 2010, afgelegd hebben?

Cedric:Goh ja, waar Jan en ik vandaan komen, is dat te gek. Heel straf. Tien à twaalf jaar speelden we in de underground en punk scene en in kraakpanden binnen en buiten België. We zijn op zoveel plaatsen geweest dankzij de band. Ik vind het te gek.”

Jan: “Daar sluit ik me bij aan en ik wil er nog aan toevoegen dat het gewoon al een formidabele reis geweest is…”

Een dark ride?

Jan: (lacht)

Cedric: “Dat soms ook hoor.”

Jan: “Het is precies alsof hoe langer je bezig bent, des te meer je tot de essentie kunt komen van wie je bent als groep. Dat is plezant.”

Cedric: “We zijn trots op de vier platen die we tot nu toe gemaakt hebben.”

Dadelijk vangt voor jullie een druk tourprogramma aan.

Jan: “We gaan veel spelen. Tegen al onze agenten in alle landen hebben we gezegd: ‘Boek maar, we willen veel spelen. Stuur ons maar de road op!’ En dat gaat goed, de vraag is er. Tot eind februari spelen we constant en daarna wordt de agenda hopelijk verder aangevuld.”

Muziek maken zal op die agenda blijven staan?

Cedric en Jan: (volmondig) “Ja!”

Jan: “Ik zie niet in waarom we zouden stoppen. In Limburg hebben we een aangename werkplek waar we samen werken. Onze eigen studio bouwen we daar verder uit. Dat geeft goesting om nog lang muziek te blijven maken en op te nemen.”

Op 28/12 spelen The Sore Losers op Zebrawoods (Gent) en begin volgend jaar zijn ze te gast in Cactus Muziekcentrum (Brugge, 8/02) en het JOC in Ieper (9/02). De Gracias Señor-tournee afsluiten, doen The Sore Losers in stijl met een concert in de Botanique (10/02). Wie kans wil maken op een vinyl van die nieuwe plaat, kan nog steeds deelnemen aan onze wedstrijd

14 november 2018

About Author

Aline Thomas


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Newsletter