LiveRecensies

Soulcrusher 2026 (festivaldag 2): Tussen kunst en kitsch

Eergisteren doken we al uitgebreid in de wereld van Vantablack, het zwartst mogelijke zwart. Maar wat we toen nog niet vertelden, is dat het exclusieve gebruiksrecht van Anish Kapoor op de kleur ook een tegenbeweging uitlokte. Geheel begrijpelijk was niet iedereen even gelukkig met het feit dat een enkele kunstenaar het artistieke alleenrecht kon kopen op een bepaalde kleur en zo dus ook niet mede-kunstenaar Stuart Semple. Hij besloot Kapoor met gelijke munt terug te betalen en kwam met ‘Pinkest Pink’ op de proppen, een kleur die iedereen mocht gebruiken, behalve diezelfde Anish Kapoor. Nu kwamen we het meest roze roze dit weekend niet tegen op Soulcrusher, maar wel de gedachte erachter. Want net zoals Semple zich verzette tegen het idee dat één iemand kon bepalen wie een bepaalde kleur mocht gebruiken, trekken ook de bands op Soulcrusher zich weinig aan van wat volgens de muzikale regeltjes wel en niet mag. Buiten de lijntjes kleuren was de boodschap, en dan het liefst met de dikst mogelijke stift.

Dat gekleur hadden we eigenlijk vanaf de start willen meemaken, maar helaas gooiden opgestropte snelwegen en volgelopen parkeergarages roet in het eten. We kunnen ondertussen wel een strippenkaart aanschaffen voor het te laat komen op festivals door verkeer, want net als op dag één misten we ook vandaag de openingsact. Defacement moesten we daardoor aan ons voorbij laten gaan, waardoor onze tweede festivaldag pas bij Anciients begon. Dat bleek meteen een behoorlijk gitaarfestijn te zijn, want de Canadezen leken hun instrumenten geen seconde rust te gunnen. De ene riff was de deur nog niet uit of de volgende kwam alweer om de hoek kijken, terwijl de gitaarsolo’s ons al helemaal om de oren vlogen. Technisch was het om je vingers bij af te likken, alleen begon die eindeloze stroom aan riffs en solo’s na verloop van tijd toch wat zijn effect te verliezen. Hoe indrukwekkend al dat gitaargeweld ook was en hoe erg we ook van het instrument houden, soms mag het ook gewoon wat minder.

Dat moeten ze bij Beurre eveneens gedacht hebben, want de Zwitsers hadden voor hun optreden niet eens een gitarist meegenomen. Een basgitaar, drumstel en microfoon bleken voldoende om een behoorlijk indrukwekkende geluidsmuur op te trekken, waar de nodige elektronica zo nu en dan nog wat extra stenen aan de muur toevoegde. Daar houdt onze mening eigenlijk ook meteen op, want de zaal stond zo tot de nok gevuld dat we zelfs geen plek vonden bij de ingangen van de zaal. Op de momenten dat we schuin over het publiek probeerden te gluren werd ons zicht dan weer belemmerd door de bakken aan rook en een storm aan lichten die over het podium werden geblazen.Van de bandleden zelf kregen we dus nauwelijks iets te zien, waardoor we het vooral met onze oren moesten doen. En die kregen het door de constante stroom aan gedreun in ieder geval behoorlijk zwaar te verduren. Nadeel daaraan is de eentonigheid die na verloop van tijd toch wat begon toe te slaan. Hoe indrukwekkend die geluidsmuur aanvankelijk ook was, begonnen de voegen na enkele minuten al wat scheuren te vertonen en was het halverwege nog maar de helft van zijn eerdere formaat. Weer geen voltreffer, spijtig!

We hadden de hoop om bij King Woman de draad weer op te pakken, maar ook daar werden we niet bepaald op onze wenken bediend. De Amerikanen kozen met hun slepende doommetal voor een behoorlijk traag tempo, waarbij vooral de zang van Kristina Esfandiari een prominente rol kreeg. En net daar zat al snel ons probleem. Het mocht dan wel Esfandiari zijn die volgens de bandnaam de scepter zwaait, maar met haar behoorlijk zeurderige, monotone stemgeluid mocht ze wel wat minder in de picture staan. Hoe langer het optreden duurde, hoe vermoeiender het werd om naar haar te luisteren. Vooral tijdens afsluiter “I Wanna Be Adored” werd ons geduld behoorlijk op de proef gesteld. Esfandiari besloot om die titel zo’n achtenzestig keer, we hielden het bij op een telraam, te herhalen, waardoor we ons op den duur vooral begonnen af te vragen of de beste vrouw niet gewoon een bandje liet lopen. Was het maar zo’n feest, dan zat er een stopknop op.

En natuurlijk kunnen we erover discussiëren dat alles waar we bij de vorige drie bands over vielen juist dat buiten de lijntjes kleuren is waar we in de intro nog zo lovend over waren, maar buiten de lijntjes kleuren betekent natuurlijk niet automatisch dat het eindresultaat ook een kunstwerk is. Nee, daarvoor heb je een meesterschilder nodig en gelukkig vonden we die in de vorm van Dimscûa. Nadat we eerst een flinke wachtrij hadden overleefd om de kleine zaal binnen te geraken, werd al snel duidelijk waar al die belangstelling vandaan kwam. Veertig minuten lang zwaaiden de Britten er de scepter en dat koningschap was meer dan verdiend, want wat ze aan loodzware riffs en smerig gitaargeweld door de zaal joegen, was niet bepaald voor gevoelige oren bestemd. Daarbij putte Dimscûa niet alleen uit de sterke debuutplaat Dust Eater uit 2025, maar tapte het ook uit een recenter vaatje. De groep had begin september namelijk nog de single “Sangre” uitgebracht, die met zijn loodzware sound uiteraard niet op de setlist mocht ontbreken. Live stond de track zijn mannetje en ook zijn voorganger, een gloednieuw nummer dat nog zowel een naam als een plekje op de streamingdiensten moet krijgen, wist behoorlijk wat herrie te schoppen. De track komt volgens de frontman begin november uit en wij kunnen uit eerste hand melden dat je je oordoppen al mag klaarleggen, want als de riffs even hard scheuren als tijdens het optreden op Soulcrusher, gaat dat ook op plaat een behoorlijk stevige aanslag op je gehoor worden.

Daar hielden de hoogtepunten echter nog niet op, want op de Main Stage was het Sylvaine die minstens even veel indruk maakte. Waar we bij King Woman nog moeite hadden met het monotone stemgeluid, liet Kathrine Shepard horen hoe veelzijdig een zangeres kan zijn. De Noorse wisselde continu haast primitieve oerkreten af met een betoverend zuiver stemgeluid dat zo afkomstig had kunnen zijn van de sirenen uit de Griekse mythologie. Het is een tegenstelling die we wel vaker horen bij female-fronted bands, maar niet vaak hoorden we de twee uitersten zo solide gebracht worden. Natuurlijk hielp dat kleine beetje reverb tijdens nummers als “Abeyance”, “Fortapt” en “Mono No Aware” ook een handje mee, maar ook zonder dat technische hulpmiddeltje maakte Shepard behoorlijk wat indruk. En daarmee doen we eigenlijk bijna haar bandleden tekort, want ook instrumentaal klonk alles bijzonder strak en viel er genoeg te genieten van dit viertal.

Het leek er even op dat Soulcrusher last minute nog een vervanger moest regelen. Onze landgenoten van Wrong Man hadden vanwege onvoorziene persoonlijke omstandigheden een aantal geplande shows moeten annuleren, maar over hun optreden op Soulcrusher bleef het lange tijd stil. ‘We moesten door’, vertelde de frontman ons na afloop van het optreden, en dus stonden de Belgen uiteindelijk toch gewoon op de planken van Doornroosje met een set vol nummers van hun pas verschenen album Here’s That Feeling. Met onder meer “Loose Ends”, “Heaven Ain’t Happening” en “Exit Strategy” kregen we al meteen een flinke portie nieuw werk voorgeschoteld, waarbij de rauwe posthardcore van het viertal er behoorlijk stevig in hakte. Niet ten koste van het melodieuze aspect overigens, want de Gentenaren wisten hun stevige riffs geregeld van een aanstekelijk randje te voorzien. Dat melodieuze randje leek echter niet bij iedereen in de smaak te vallen. Waar het bij Dimscûa eerder op de dag nog over de koppen lopen was, lag er nu achteraan de zaal een zee aan ruimte open. Misschien was het viertal tussen al het death-, black- en sludgemetalgeweld van Soulcrusher toch net iets te braaf voor een deel van het publiek. Spijtig wel, want de Gentenaren legden een solide set op de mat.

Het was inmiddels zeven uur in de avond geweest en de kleur roze was nog altijd niet voorbijgekomen. We hadden de hoop dan ook maar opgegeven en bij Ultha werd al snel duidelijk dat die kleur er voorlopig ook niet zou komen. De Duitsers hadden het podium namelijk omgetoverd tot één grote rode waas, waarbij de combinatie van felrood licht en bakken aan rook ervoor zorgde dat we met de grootste moeite nog enkele schimmen konden onderscheiden. Van de muzikanten zelf kregen we dus amper iets te zien en moesten we het dus vooral van de muziek hebben, maar gelukkig had de groep begin dit jaar het fantastisch surprisealbum A Light So Dim uit het niets op de wereld losgelaten. In het Nijmeegse poppodium kwamen de tracks eveneens voorbij en doken ze vanuit de dichte mist bijna even verrassend uit het niets op, maar dat maakte ze niet minder straf. Soms wat voortkabbelend hier en daar, maar vooral ook een aaneenschakeling van loodzware riffs en plotselinge, agressieve uitbarstingen. Het was die wisselwerking die de set van kop tot staart interessant hielden, zelfs wanneer de Duitsers het tempo een tijdje flink terugschroefden. En hoewel we door de dichte waas niet eens weten of ze daadwerkelijk op het podium stonden te spelen, paste die geheimzinnigheid eigenlijk uitstekend bij de beklemmende blackmetal die vanuit het rode rookgordijn op ons afkwam.

Van een goed album dat live werd tentoongesteld bij Ultha, gingen we bij Gaerea over naar een band die met zijn recentste plaat toch wat minder indruk op ons wist te maken. Gelukkig hoeft een matig album niet automatisch een matig optreden op te leveren, al hadden de Portugezen daar zelf nog een behoorlijk groot obstakel voor op het podium staan: frontman Alpha. Een beetje main character syndrome hoort natuurlijk bij het frontmanbestaan, want wie met een microfoon vooraan op een podium gaat staan, wil doorgaans ook gezien worden. Bij Gaerea hadden we alleen het gevoel dat de zanger daar een wel heel ernstige vorm van had opgelopen. De band vertelde ooit dat de maskers die de leden dragen juist bedoeld waren om de aandacht naar de muziek te laten gaan, maar daar leek op Soulcrusher weinig van terecht te komen. De beste man stuiterde werkelijk alle kanten op, maakte de ene spastische beweging na de andere en gunde zijn medebandleden amper een plekje in the picture. Op zich niets mis met wat podiumenergie, maar hier werd het zo overdreven dat we ons geregeld afvroegen wat voor middelen deze man tot zich had genomen. Qua muziek was het al wel wat beter. Het werk van Loss klonk live nog altijd net iets te glad naar onze smaak, al kregen de nummers door het stevigere geluid in Doornroosje gelukkig wat meer ballen. Helemaal overtuigen deden de Portugezen ons niet; daarvoor voelde het allemaal te overgeproduceerd voor een band die ooit juist bekendstond om zijn rauwe, ongepolijste blackmetal.

Na het vertrek van YOB wegens gezondheidsproblemen bij frontman Mike Scheidt moest Soulcrusher op zoek naar een nieuwe headliner, en die vond het uiteindelijk in het Britse Conan. Een waardige vervanger op papier, maar in de praktijk bleken we toch wat minder enthousiast. Het drietal kwam met zijn zogenaamde caveman battle doom op de proppen, een combinatie van loodzware gitaren, tergend trage ritmes en riffs die eindeloos leken te worden herhaald. Dat zal voor de gemiddelde doomliefhebber ongetwijfeld als muziek in de oren hebben geklonken, maar wij vonden het vooral een behoorlijk oubollige bedoening. Het werd zelden echt interessant en we moeten toegeven dat we ons vaker hebben vergaapt aan de Conan the Barbarian-visuals achter het trio. En toen waren we pas vijftien minuten van de ruim een uur durende set achter de rug.

Het beloofde dus nog een lange zit te worden en blijkbaar waren we niet de enigen die er zo over dachten. Naarmate het optreden vorderde, werd de zaal namelijk steeds leger en tegen het einde waren er behoorlijk wat lege plekken ontstaan. De overgebleven grijsbaarden leken zich daar weinig van aan te trekken en genoten zichtbaar van het ouderwetse doomgeweld, maar wij konden moeilijk anders dan concluderen dat Conan als headliner toch wat tekortkwam. En eigenlijk was dat wel een thema dat gedurende de hele dag terugkwam. Slechts een handjevol bands kon ons echt amuseren en een enkeling wist ons volledig omver te blazen, maar het gros bleef toch ergens in de middenmoot hangen of schoot daar zelfs onderdoor. Misschien is dat wel de keerzijde van al dat buiten de lijntjes kleuren waar we het aan het begin van de dag nog over hadden. Sommige tekeningen belanden nu eenmaal onderin de schuif.

Oh, we moeten jullie natuurlijk nog uit jullie lijden verlossen. Hebben we uiteindelijk nog roze gezien op Soulcrusher? Antwoord: ja! Toen we aan het einde van de avond Doornroosje verlieten, kwamen we iemand tegen met een haarkleur die verdacht dicht in de buurt kwam van het roze van Stuart Semple. Misschien niet helemaal wat we voor ogen hadden, maar wij vinden dat het telt. Roze op Soulcrusher, wie had dat gedacht.

807 posts

About author
Ik drink mijn cola zonder ice
Articles
Related posts
LiveRecensies

Soulcrusher 2026 (Festivaldag 1): Zwarter dan zwart

Hoe zwart kan zwart eigenlijk zijn? Behoorlijk zwart, zo blijkt. In 2014 werd namelijk Vantablack ontwikkeld, een materiaal dat zo dicht tegen…
LiveRecensies

Gaerea @ Botanique (Orangerie): Durven te verliezen

Eigenlijk hebben wij het vanwege de Bende van Nijvel niet zo voor gemaskerde mensen, maar voor vijf Portugezen uit Porto maken we…
Nieuwe singlesOude Bekenden

Nieuwe single Gaerea - "Phoenix"

Het is een mooie week voor fans van gemaskerde bands. Niet alleen bracht GWAR een geweldige cover van “Pink Pony Club” die…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *