InstagramLiveRecensies

Gent Jazz 2026 (Festivaldag 7): All-round jazzmarathon

© CPU – Jan Van Hecke

Waar veel festivals al begonnen en ten einde gekomen waren en er alweer andere uit de startblokken schoten, zat Gent Jazz een dikke week na zijn eerste festivaldag nog maar halverwege. Na rustdagen op maandag en woensdag, waren we op vrijdag 10 juli al aan de zevende festivaldag beland en zoals je weet is zeven voor velen een geluksnummer. Dat weerspiegelde zich ook in de affiche, want Gent Jazz presenteerde niet alleen zijn langste dag, maar misschien ook de line-up die all-round het knapste was. Met Marcus Miller en Charles Lloyd bracht het festival niet alleen twee muzikale legendes naar het festival, maar ook het hedendaagse neusje van de jazzzalm kwam in de gedaante van Nate Smith en Shabaka naar de Bijloke. Met ook nog eens een hoop getalenteerde muzikanten op bijpodium The Garden Stage, stond Gent Jazz voor een dag die niet stuk kon.

Ola Tunji @ Main Stage

De langste Gent Jazz-dag van deze jaargang werd om kwart over drie al op gang getrapt door Ola Tunji, de winnaar van zowel de jury- als publieksprijs van Gent Jazz Talent. Door het vroege startuur was er nog niet bijster veel volk in de tent, maar zoals het gezegde gaat vangt de vroege vogel wel de worm. Ola Tunji fascineerde vrijwel direct met geïnspireerde muzikale stukken, waarbij elk bandlid evenveel ruimte kreeg om op de voorgrond te treden. Ornella Noulet imponeerde misschien wel nog het meest van al, met enkele fantastische saxsolo’s en ook Gaspard Mattelin, die op trompet een nummer kwam meespelen, gooide hoge ogen. Het is jammer dat niet meer mensen zich op vrijdag zo vroeg al op de Bijlokesite konden bevinden, want Ola Tunji speelde een set waarna je meteen geneigd bent te zeggen dat je er nog veel van gaat horen.

Julien Tassin @ Garden Stage

Met Julien Tassin stond op de Garden Stage een geniale gitarist die het deze keer helemaal in zijn eentje kwam doen. Dat is misschien zelfs geen minpunt, want we kunnen ons inbeelden dat Tassin voor medemuzikanten haast onnavolgbaar moet zijn. De gitarist verandert om het nummer van gitaarstemming, naar de meest onorthodoxe stemmingen die je maar kunt bedenken. Het is een ongelooflijke kunst dat de Waal op die manier telkens weer tot geweldige melodieën wist te komen, al zou het kunnen dat het technische aspect van zijn gitaarspel door velen misschien wel onderschat werd. Tassin, zong hier en daar ook de noten van zijn gitaar mee met klanken zonder woorden en speelde op een bepaald moment zelfs met twee capodasters op zijn gitaarnek. Hij liet uiteindelijk het kwijl uit de mond van menig gitarist lopen, met wederom een set vol muziekstukjes die enkel Tassin zou kunnen schrijven.

Shabaka @ Main Stage

© CPU – Jan Van Hecke

Om kwart voor vijf was de tijd rijp voor de show van Shabaka op het hoofdpodium en dat was er eentje die net als zijn voorgangers die dag, met veel plezier in het experimenterende en grensverleggende dook. Shabaka Hutchings begon eraan op zijn fluit, om vervolgens meerdere malen ook over te stappen op zowel saxofoon als elektronica. Het was indrukwekkend hoe Hutchings met enkel hulp van een – zij het wel fenomenale – drummer, een muzikaal verhaal kon creëren dat zowel alle kanten opging, als een muzikale rode draad hield. Hier en daar dipte de aandacht bij het publiek wel even weg, maar bij een half-toegankelijke set gecombineerd met tropische temperaturen kan dat nu eenmaal wel eens gebeuren. Shabaka bracht desalniettemin wel een aangename set, waarbij we blij waren dat hij zijn saxofoon weer omarmde, die ons op een mooie muzikale reis opleverde.

Nate Smith @ Main Stage

© CPU – Jan Van Hecke

Met Nate Smith stond tijdens de vooravond een van de beste hedendaagse jazzdrummers op het podium. De Amerikaan begon alleen aan zijn set met een eerste geweldige groove, waarna hij werd bijgevallen door drie muzikanten die zeker ook niet van de minsten waren. Eentje daarvan was Josh Johnson, later op de dag nog terug te vinden als hoofdact op de Garden Stage, die er op zijn saxofoon niet alleen heerlijk op los soleerde, maar ook zonder moeite de melodieën van een lied kon dragen. Ook bassiste Anna Butterss kreeg de kans om dat te doen, net toen Smith van het podium verdwenen was. Ze maakte enkele knappe basloops, die op zich al spectaculair waren, maar uiteindelijk ook nog werden bijgevallen door de rest van de band. Dat zorgde voor gejoel, net zoals nog een tiental knappe muzikale passages dat daarvoor en daarna deden, wat ons enkel tot de conclusie kan leiden dat ook Smith een erg sterke set speelde.

Kossi Mawun Trio @ Garden Stage

© CPU – Jan Van Hecke

Kossi Mawun Trio speelde twee sets en deed dat bij beiden met een ferme portie jazzballen. Het trio ging zonder al te veel moeite van kleine naar grootse muzikale stukken, aangedreven door een erg intense piano. Net zoals bij Nate Smith werd er op ritmes die allesbehalve standaard waren meegeklapt en mocht het zo warm niet geweest zijn, zou er waarschijnlijk ook wel weer gedanst geweest zijn. Wederom was de eerste gedachte die ons binnen schoot, dat we er nog veel van zullen horen. We durven ons hand er dan ook voor in het vuur te steken dat we Kossi Mawun ooit wel nog op de main stage zullen zien.

Charles Lloyd Quartet @ Main Stage

© CPU – Jan Van Hecke

Het duurde een drietal minuten vooraleer Lies Steppe doorheen haar aankondiging voor Charles Lloyd geraakte, om maar te illustreren wat voor gigantische legende de Amerikaan is. Lloyd, die inmiddels al achtentachtig is liet er geen gras over groeien en begon meteen aan knappe muziekstukken, die hij met zijn zachte saxklank als een enorme verfrissing deed aanvoelen. Dat was nodig, want de tent was inmiddels al ferm opgewarmd, al leken Lloyd en medemuzikanten daar gelukkig geen last van te hebben. De Amerikaan nam af en toe wel een kort rustmoment door even niet te spelen en te gaan zitten. Dat zorgde binnen het muzikale geheel voor heel wat ademruimte, waardoor het optreden ook ten alle tijde net zo licht en fris bleef als die geweldige saxofoonklank van Lloyd. Lloyd speelde op Gent Jazz met de rust en beheersing van een tachtiger, maar ook de frisheid van een twintiger.

Josh Johnson @ Garden Stage

© CPU – Jan Van Hecke

Ook Josh Johnson trok de lijn des experiment verder en ging daarin nog een stukje verder dan zijn voorgangers. Het gebeurt maar zelden dat we een saxofonist helemaal alleen zien optreden, al waren er bij Johnson wel meer dingen te horen dan enkel zijn saxofoon. Door middel van een resem aan effecten en pedalen, wist Johnson zowel drums als bassen te voorzien, die eigenlijk omegvormde noten uit zijn sax waren. Over zijn gecreëerde ritmesectie soleerde Johnson er ook nog eens vrolijk op los, zonder dat we daarbij op voorhand konden voorspellen waar hij nou precies heen ging en dat bedoelen we op een erg positieve manier.

Marcus Miller @ Main Stage

© CPU – Jan Van Hecke

Met Marcus Miller was het tijd voor ‘het tweede grote jazzicoon en dat betekende meteen ook dat er nog wat jazzgrootheden met hem op het podium stonden. Mike Stern, die na een vijftal minuten al een eerste grote gitaarsolo mocht spelen, was daar eentje van. Miller en Stern waren ook niet de enige uit Davis’ comebackband die op de bühne stonden, maar ook saxofonist Bill Evans en percussionist Mino Cinelu maakten hun opwachting. Het voelde volledig op zijn plaats dat juist zij voor wat Davis’ honderdste verjaardag zou zijn geweest weer samenkwamen en dat gevoel werd enkel maar versterkt door enkele anekdotes van Miller. Zo vertelde hij onder meer dat het Evans was die Davis de moed had gegeven om een comeback te maken en vertelde hij over de eerste drie concerten die zij begin jaren tachtig met de Prince of Darkness speelden.

Russell Gunn moest dan weer grote schoenen vullen, door als trompettist in de rol van Davis te kruipen, maar dat deed hij weliswaar voortreffelijk. Elke noot die hij speelde klonk ongelooflijk eerbiedig ten opzichte van de grootmeester, net zoals ook de verhalen van Miller vol oprechte bewondering zaten. Hij droeg voortreffelijke uitvoeringen van “In A Silent Way” en “Bitches Brew” op aan de hippies, die in de jaren tachtig Davis’ nieuwe muziek beter smaakten dan de fans van Davis’ vroege werk. Of het in de Bijloke allemaal hippies waren, durven we niet zeggen, maar we kunnen wel zeggen dat ze vol enthousiasme de melodie van “Jean Pierre” meezongen, waarna iedere muzikant ook nog eens mocht tonen wat ze met die melodie konden. Daarbij werd het succesrecept van de fikse gitaarsolo, gevolgd door de bassolo, nog maar eens gevolgd. ‘We want Miles’, was na een klein anderhalf uur ‘we want more’ geworden en gelukkig kregen we dat ook nog met een erg fraaie uitvoering van “Tutu”. Bijgestaan door een collectief van fantastische muzikanten, was Marcus Miller’s ode aan Miles Davis misschien wel het allerbeste dat we dit jaar al op Gent Jazz zagen.

Tomoki Sanders @ Garden Stage

© CPU – Jan Van Hecke

De langste dag zette met Tomoki Sanders de laatste rechte lijn naar het einde in en dat was er wederom eentje zoals we de afgelopen dagen al vaker als afsluiter op de Garden Stage hadden gezien. Sanders, kind van de legendarische Pharoah Sanders, kon rekenen op een dansende menigte voor het podium. Die menigte werd verwend met sublieme saxofoonsolo’s, die natuurlijk ook al snel aan de vader deden denken. Toch is Tomoki meer dan enkel Pharoah’s kind en dat bleek ook door het showgehalte dat de Amerikaan met zich meebracht. De saxofonist ging er tijdens een basmomentje even bij zitten en vervolgens ook liggen, om niet veel later met een grote portie drive het publiek te laten meeklappen en meezingen. De voortreffelijke band jamde ook even zonder Tomoki, maar niets kon de zoete saxofoonklank van Tomoki overtreffen. Het is jammer dat die klank het einde van een geweldige festivaldag inluidde, het was wel een erg knap einde.

Dag zeven van Gent Jazz zag er op papier al uitstekend uit en dat werd in de praktijk alleen nog maar beter. De festivaldag kende geen enkel minder moment en talloze sets die we niet gauw zullen vergeten. Marcus Miller en zijn ode aan Miles Davis waren zonder meer het hoogtepunt van de dag, maar we onthouden zeker ook straffe sets van Nate Smith en Charles Lloyd Quartet, evenals Tomoki Sanders als perfecte afsluiter.

Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!

Alle recensies van Gent Jazz 2026 lees je hier.

658 posts

About author
Ik moet dagelijks 'ok boomer' aanhoren
Articles
Related posts
InstagramLiveRecensies

Gent Jazz 2026 (Festivaldag 9): Zonnige zondag met warme muziek

Aan de vooravond van een nieuwe week pakte Gent Jazz uit met een line-up waar het België boven was. Het wereldkampioenschap mannenvoetbal…
InstagramLiveRecensies

Gent Jazz 2026 (Festivaldag 8): Celeste en haar gezichten

Het tweede weekend van Gent Jazz is intussen ingezet en dat meteen met een mooie line-up. Op een warme zaterdag werd het…
InstagramLiveRecensies

Gent Jazz 2026 (Festivaldag 6): Patti has the power!

Gent Jazz tovert jaar na jaar én dag na dag mooie namen uit hun hoed. Het Gentse festival maakt niet iedere dag…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *