
© CPU – Chris Stessens (archief)
Het had zo mooi kunnen zijn. Rock Zottegem had namelijk voor dit jaar een heuse stunt in petto. Niemand minder dan de Canadese legende Neil Young zou met zijn Chrome Hearts afzakken naar de circustent van Zottegem, wat voor een instant uitverkochte dag zorgde waar zelfs Golden Circle tickets voor werden aan de man gebracht. Het ding met stunts is echter dat je keihard op je bek kan gaan als het fout loopt. Toen Neil Young zijn hele tournee zonder al te veel uitleg annuleerde, was de teleurstelling dan ook groot.
Gelukkig bleven ze aan de Bevegemse vijvers niet bij de pakken zitten. De rug werd gerecht, de vingerkootjes gekraakt en met Snow Patrol werd een vrij sterke vervanger gevonden. Een substituut voor een levende legende kun je de sympathieke Schotten misschien niet noemen, maar de band bleek genoeg crowdpleasende aantrekkingskracht te hebben om de eerste dag van Rock Zottegem ei zo na uit te verkopen. Voor Gary Lightbody en de zijnen het podium betraden, kregen we echter een line-up die vrij typerend was voor Rock Zottegem. Een aanloop gehuld in de nationale driekleur dus.
Rosie Stuart

© CPU – Lennert Nuyttens (archief)
Zottegem begint de dag graag met jong fris talent dat aan een opmars bezig is. Dat zagen we de voorbije jaren al vaker met acts als Alice Mae en Kaat Van Stralen. Rosie Stuart past perfect binnen die filosofie. Na winst in Sound Track 2025 en de Nieuwe Lichting dit jaar blijft de Gentse band dan ook steeds meer zieltjes winnen. In de nog wat weifelend gevulde tent kreeg de groep rond Roosje Nillis een half uurtje om dat te doen.
Een half uurtje om een festival te openen op een broeierige zomerdag, is uiteraard niet de meest dankbare setting, maar Rosie Stuart leek zich weinig aan te trekken van de matig gevulde tent. Met een lekker vuil klinkende gitaar en de koele wat punkachtige attitude van frontvrouw Roosje werden de vroege vogels in elk geval al getrakteerd op een eenvoudige set die recht naar de riffende essentie ging. Zottegem keek duidelijk nog wat de kat uit de boom en hield het op een beleefdheidsapplausje, maar met de nodige dramatiek in de nummers en de aanstekelijke presence van Roosje wist Rosie Stuart desondanks een sterke indruk te maken.
Portland

© CPU – Chris Stessens (archief)
Jente Pironet en zijn band zijn altijd graag geziene gasten op een festivalfeestje, zelfs wanneer ze gevoelsmatig iets te vroeg op de gastenlijst staan. Het contrast met de lage opkomst voor Rosie Stuart kon dan ook niet groter zijn, gaandeweg vulde de grote tent van Zottegem namelijk steeds meer op voor de dromerige indie van Portland. De band had te kampen gehad met wat technische problemen die hun weg vonden naar het begin van de set, maar Pironet heeft de voorbije jaren al voor grotere obstakels gestaan en overkwam de technische stoorzenders moeiteloos. Dat een nummer als “Killer Smile” ondanks de problemen zich niet liet kisten, is dan ook een statement voor de klasse van de song en het professionalisme van de band.
Portland anno 2026 is niet langer een duo aangevuld met muzikanten, maar meer dan ooit een duidelijk op elkaar ingespeelde band met Jente als duidelijke frontman. Hij deed dan ook zijn uiterste best om het nog wat aftastende publiek in het concert te betrekken en slaagde daar gaandeweg ook verrassend goed in. Handjes gingen de lucht in en er werd voorzichtig meegezongen. Misschien niet zo feeëriek knap als de backing vocals van toetseniste Nina Kortekaas, maar de intentie van Rock Zottegem zat goed. Dat werd dan ook beloond met een zichtbaar ontroerde Pironet die alles gaf in hits als “Lucky Clover” en “Pouring Rain”, die het zwaartepunt vormden van de set. Toch was het “Deadlines” dat voor het moment zorgde. Nadat Jente Pironet zijn liefde voor de Vlaamse Ardennen had verkondigd, kreeg Zottegem een verschroeiend emotionele versie van het lied gepresenteerd dat het haar op je arm deed rechtstaan. De zon was inmiddels verdwenen achter wolkensluiers, perfect plaats makend voor de melancholische schoonheid die Portland bracht.
The Scabs

© CPU – Geert Pieters (archief)
Waar zijn we hier beland? Jurassic Park of zo? Het is een vraag die luidop gesteld werd toen om kwart voor zeven de dinosaurussen van de vaderlandse rock het podium betraden. We bedoelen het echter niet zo misprijzend als het misschien lijkt, de erfenis van de band en vooral van de in ’90 verschenen uberklassieker Royalty in Exile is namelijk onmiskenbaar. Dat ligt echter op dit punt 36 jaar in de achteruitkijkspiegel en je kan je de vraag stellen wat er anno 2026 nog rest van The Scabs. We hadden het gevoel dat met het heengaan van Willy Willy, de Vlaamse Keith Richards, onze eigenste Stones er een punt achter zouden zetten en de nummers verder zouden leven bij de Guy Swinnen Band.
Een goed gevulde tent bewees echter dat de legacy van The Scabs levendig blijft en dat de geest van de band nog steeds intact is. Zottegem kreeg dan ook een vrij rechttoe rechtaan rockshow volgens de oude school, Swinnen en Saenen lieten zich op het podium vergezellen door twee gitaristen, een lekker ouderwets orgel en twee erg competente backingvocalistes. De tent bleef er vrij statisch bij, maar aan de inzet van The Scabs zal het in elk geval niet gelegen hebben. De band stond zich duidelijk te amuseren en gooide zich door het portfolio alsof de jaren negentig nauwelijks achter de rug zijn. Zo werd een klassieker “Time” behandeld met een passie die je het best kan omschrijven als monumentenzorg. “Hard Times” kreeg dan weer eindelijk de respons die de band verdiende van de tent en kon rekenen op een collectieve zangstonde. The Scabs trok en sleurde, scheurde en ragde en trok de tent van Zottegem zo finaal naar hun kant met een zinderende versie van “Robbin’ the Liquor Store”. Lang leve de dinosaurussen.
Sylvie Kreusch

© CPU – Joost Van Hoey (archief)
Geen festivalzomer zonder onze favoriete vakantieliefde Sylvie Kreusch. Met twee heerlijke langspelers en een fijne livereputatie onder de arm staat Kreusch dan ook garant voor zekerheid. Al bij het traag opbouwende “Daddy’s Selling Wine in a Burning House” voelde je in Zottegem dan ook dat het goed zat. De broeierige zomerse sfeer die in de tent hing, paste dan ook wonderwel bij de sfeer die Sylvie en haar zeskoppige band evoceren.
Verkleed als een soort tot leven gekomen paarse vuilniszak ging Kreusch dan ook voluit voor de theatrale klasse die we van haar gewoon zijn. De dansbewegingen die speels bohemien aanvoelen, de korte interacties met haar band, de zwoele blikken in de camera, Kreusch weet ondertussen als geen ander hoe ze ook visueel het beeld moet pakken. Toch voelde je initieel een soort afstand tussen haar en het publiek. Zelfs een nummer als “Walk”, dat als een luchtmatrasje dobberde op dubbele percussie en toetsen, wist niet de verhoopte respons uit de tent van Zottegem te halen. Sylvie Kreusch ondervond dat het mogelijk is een steengoed concert te spelen dat niet weet te landen bij het publiek. Zat iedereen al met zijn hoofd bij het voetbal of was ze de vreemde mooie zwaan in een meer van rockende eendjes?
Hoe dan ook, Zottegem en Kreusch vonden de weg naar elkaar niet. De apathie leek Kreusch niet onberoerd te laten, maar gek genoeg leek ze die frustratie om te buigen in haar performance. Zo kreeg Zottegem versies van nummers als “Just a Touch Away” te horen die ronduit messcherp waren. Maar toch, het voelde allemaal een beetje als parels voor de zwijnen. Wanneer een nummer als “Allez Allez (Touch the Grass)” aan het slot niet verder dan de eerste rijen weet te crowdsurfen, dan weet je dat de klik er gewoon niet is. Sylvie Kreusch gaf een uitstekende versie van zichzelf op het podium vanavond, Rock Zottegem tekende echter niet present.
dEUS

© CPU – Denis Moraux (archief)
Terwijl onze Rode Duivels een stevige strijd aan het voeren waren tegen het land van de sangria en paella, stonden de goden van de Vlaamse alternatieve rock voor een tent die niet zo stevig gevuld was als zou moeten voor een vrij exclusieve festivalshow. De Antwerpenaren touren dit jaar uiteraard met een kruisbestuiving van hun twee succesalbums Worst Case Scenario en In a Bar under the Sea, en kozen Zottegem als een van de weinige festivals om het jubileum van die platen mee te delen. Alleen viel dat dus toevallig samen met de kwartfinale van een WK, van een worstcasescenario gesproken. We waren gelukkig niet de enigen die zich met pijn in het hart van het grote voetbalscherm op het terrein hadden weggerukt om dEUS aan het werk te zien, dat er loeihard aan begon.
We hebben echter een klein probleem met deze run aan concerten, of laat ons zeggen… een gemis. Waar bij de shows van vorig jaar Stef Kamil Carlens van de partij was om de nummers van bas, backings, hart en ziel te voorzien, is de muzikant dit jaar bedankt voor bewezen diensten. Het probleem is echter dat de vingerafdrukken van Carlens zo nadrukkelijk kleven op veel van de nummers van Worst Case Scenario en In a Bar under the Sea dat je niet anders kan dan zijn inbreng missen. Carlens is bepalend voor het vroege geluid van dEUS en zonder zijn inbreng klinken sommige nummers dan ook wat zoutloos. Ook op het podium van Zottegem voelde je dan ook dat er een extra vonk ontbrak.
We kunnen erover zeuren tot we een ons wegen, maar gelukkig viel er nog steeds genoeg schoonheid te rapen bij dEUS. Zo herinnerde “Via” ons eraan waarom we indertijd als een blok voor de Antwerpenaren vielen en schuurde “W.C.S. (First Draft)” nog steeds eigenzinnig door de tent. Het eerste grote hoogtepunt kwam er echter met het bloedmooie “Let’s Get Lost”. De dramatische riff die in strijd ging met de viool van Klaas Janzoons ging meteen naar de emotionele kern van de zaak en liet de koude rillingen over onze rug lopen. Dit dEUS koos niet altijd voor de makkelijke weg door het geluid dicht te plamuren met gitaren, maar imponeerde wel als pletwals. Het grote plezier zat echter aan het einde. Met een knap “Hotel Lounge (Be the Death of Me)” werd de eindspurt ingezet. Het chaotische “Theme from Turnpike” nam het stokje over en herinnerde de tent nog maar eens eraan hoe heerlijk eigenzinnig dEUS in hun jonge jaren was. De grootste respons kwam er echter met het naar dEUS-normen lekker meezingbare “Little Arithmetics” en het officieuze volkslied “Suds and Soda”. Onze nationale ploeg verloor dan wel de match, aan het einde kopte dEUS hem gelukkig wel los in de netten.
Snow Patrol

© CPU – Lies Borgers (archief)
Hoofdvogels van de avond waren uiteraard de Noord-Ieren van Snow Patrol. Het zijn misschien niet de tot de verbeelding sprekende levende legendes die een Neil Young tot nader order nog steeds is, maar publiekstrekkers zijn ze duidelijk nog steeds. Twee jaar geleden zagen we in een magische The Barn op Rock Werchter dat Snow Patrol goed gedijt in een Belgische tent, wat ervoor zorgde dat in het iets bescheidener exemplaar van Zottegem een gezonde dosis anticipatie hing. Dat Snow Patrol net als dEUS een jubileum te vieren heeft, maakte het bovendien nog iets specialer, de volledige tour staat namelijk in het teken van bestseller Open Your Eyes, die twintig kaarsjes mag uitblazen.
Wie Snow Patrol al eens eerder aan het werk zag, weet ongeveer wat je van de Noord-Ieren mag verwachten. De grote gebaren blijven veelal achterwege en de setlist volgt doorgaans het voorspelbare pad. Niemand in de tent die daar echter om maalde. “Take Back the City” voelde na al die jaren dan ook nog steeds als een triomfantelijk statement. Een eerste zet op het schaakbord van een band die al bij voorbaat weet welke pionnen ze nog in petto hebben om het publiek emotioneel schaakmat te zetten. De kenmerkende riff van “Chocolate” als tweede nummer bijvoorbeeld. Snow Patrol katapulteerde Rock Zottegem twee decennia terug in de tijd met ontwapenende charme.
Je set al in het begin volstouwen met hits is een pad naar succes, maar je moet die uiteraard met de nodige gusto weten te brengen. In het geval van Snow Patrol werkte het echter als een tierelier, omdat je het gevoel kreeg dat de band zich na al die jaren nog steeds smijt in de alom bekende nummers. Zo kreeg “Called Out in the Dark” een speelse drumbeat aangemeten die Gary Lightbody tot wat schuchtere dansbewegingen wist te verleiden. Uiteraard tot groot jolijt van de tent. Van de euforie van de opening was het slechts een kleine stap richting ontroering. Elatie en tristesse gaan dan ook vaak hand in hand bij een band als Snow Patrol. “Run” kondigde zich dan ook aan als een warme omhelzing op een zomeravond, een schouder om op uit te huilen na het verlies. Dat Lightbody vocaal de pathos van het nummer nog verder de hoogte in stuwde, zorgde voor een moment in de tent van Zottegem dat hier en daar vochtige oogjes genereerde, die meteen werden drooggeblazen door de loeiharde apotheose van het nummer.
Gary Lightbody, je moest hem hem nageven. Hij lijkt eerder op iemand die fysica en aardrijkskunde geeft aan verveelde vijfdejaars in het college dan een rockster, maar op dat podium hing er een charismatische uitstraling rond de man die aanstekelijk werkte. Dat zorgt ervoor dat minder bekende nummers als het vrij recente “All” niet al te hard uit de toon vielen ten opzichte van de hits. Toch waren het uiteraard de klassiekers die grote ogen gooiden, hoe kan het ook anders met titels als “Open Your Eyes” en “Shut Your Eyes”, die aangeven dat de band ook niet altijd weet wat ze wil.
Snow Patrol was kortom aan een set bezig die stevig wist te resoneren bij een volgestouwde tent, maar het grote moment kwam uiteraard in de slotakkoorden. “Chasing Cars” werd onthaald als een pleister op een gebroken hart en werd luid meegezongen. Zelden hing melancholie zo tastbaar in de lucht. Op dat moment hadden Lightbody en zijn maats Zottegem al veelvuldig ingepakt en er nog een stevige strik rond gehangen, maar voor de goede orde kreeg de tent nog een laatste brokje feelgood in de vorm van een luid gespeeld “You’re All I Ever Had ” en finale toegift “Just Say Yes”. Dat deed Rock Zottegem vol overgave.
Met een oerdegelijke set vol hits deed Snow Patrol hun reputatie als betrouwbare crowdpleasers alle eer aan. Met nog een stevig feestje in het verschiet op de altijd amusante medleys van feestband Les Truttes kon Rock Zottegem dan ook terugblikken op een meer dan geslaagde eerste festivaldag in hun imposante concerttent.





