
© CPU – Peter Verstraeten
Je hebt van die bands die pas echt tot leven komen op een podium. Bands die de energie van het publiek nodig hebben om zichzelf naar een hoger niveau te tillen. Die een gevoel van collectiviteit weten op te roepen. Zo’n band is Mumford & Sons. De Britten brachten eigenhandig de banjo opnieuw naar het grote publiek, en dat niet alleen in Europa. Ook in de Verenigde Staten vullen ze ondertussen moeiteloos stadions, terwijl strategische samenwerkingen met Gracie Abrams, Hozier en Chris Stapleton hun bereik alleen maar hebben vergroot. Hun band met België is in de tussentijd nooit bekoeld geraakt. Met Rock Werchter delen ze zelfs een bijzondere geschiedenis, want het festival gaf Mumford & Sons als een van de eerste grote majorfestival hen de kans om door te stoten naar de absolute top van de affiche. Hun nieuwste album PRIZEFIGHTER was eerder dit jaar weliswaar niet de verhoopte prijzenpakker, maar Marcus Mumford en de zijne kozen daarop wel voor een klassiekere aanpak.
Op Rock Werchter trok de band gisteren alle registers open. Er hingen een hele hoop lampionnen over het publiek, het decor was werkelijk prachtig en de band had zelfs een paar verrassingen in petto, maar over dat laatste later meer. Waar wij hun laatste worp nogal spektakelarm vonden, koos Mumford & Sons voor de grootst denkbare aanpak. Het begin was in dat opzicht nog best bescheiden. “Begin Again”, evenzeer de opener van PRIZEFIGHTER, koos voor een bescheiden en gemoedelijke aanpak. De band kreeg zo de tijd om de temperatuur op de weide op te meten en om zelf warm te draaien. Lang was voor dat warmdraaien overigens niet nodig, want verrassend genoeg werd “I Will Wait” als tweede nummer best vroeg uitgespeeld. Normaliter is het nummer de ideale track om de laatste restjes euforie uit de tachtigduizend lijven te persen. Het nummer kwam echter op het juiste moment, wat de weide kirde zo al vrij snel van het plezier.

© CPU – Peter Verstraeten
Mumford & Sons bouwde de set vrij logisch op en creëerde een gevoel van verbondenheid door ook geregeld de makkelijke meezingers zoals “Awake My Soul” boven te halen. Of je nu helemaal vooraan stond of ergens achterin de weide van je laatste biertje zat te genieten; de betrokkenheid die de Britse banjohelden voor elkaar kreeg was best uniek te noemen. Het gemakkelijke succes loerde om de hoek, maar Marcus Mumford en de zijnen zijn al iets langer in het vak zodat ze ook een paar berekende risico’s durven nemen. Een echt risico was “Lover of the Light” niet, al nam Marcus Mumford wel plaats achter het drumstel en mocht de blazersectie ook even grossieren in zijn kunnen. Het warm gevoel was, ondanks dat het flink aan het afkoelen was, steeds aanwezig. De grootste lichtshow bleef echter lange tijd ongebruikt, al fonkelde er iets voorbij de helft van de show wel een onverwachte ster op het podium.

© CPU – Peter Verstraeten
Uit onverwachte hoek kwam opeens Pommelien Thijs mee het podium op. De alomtegenwoordige popster werd door de band hoogstpersoonlijk uitgenodigd om mee te zingen op “Badlands”. De ontlading op de weide was navenant en de media had bij deze hun voorpaginanieuws gevonden. Nu ze er toch stond mocht ze ook nog even haar eigen “Atlas” brengen, tot groot jolijt van een groot deel van de weide. Of dit nu al het festivalmoment van het jaar was? Die uitspraak vinden we zelf nogal iets te gemakzuchtig en voorspelbaar, maar het deed dus wel zijn werk op de volgelopen Rock Werchter-weide. Thijs was overigens niet de laatste speciale gast. Wesley Schultz van The Lumineers mocht tijdens “Here” ook nog even zijn duitje in het zakje doen, al was het enthousiasme vanzelfsprekend bij het voorgaande “Ditmas” en “Little Lion Man” toch iets groter.
Er zijn bands die zich wel eens durven verliezen in dat grootse. Een goede balans is dus zeker geen overbodige luxe, en die vond Mumford & Sons. De speciale lichtelementen hingen al de hele dag in de nok van het podium en werden pas tegen het einde, tijdens “The Wolf”, in positie gebracht. Maar vooral muzikaal maakten de Britten veel verstandige keuzes. Tussendoor benadrukte Ben Lovett ook de dankbaarheid dat ze deze kans kregen om op het ‘beste festival van de wereld’ te mogen spelen. Geen loze woorden, maar oprechte trots en erkentelijkheid. Het was al bijna jammer dat ze uiteindelijk maar negentig minuten mochten volmaken. De Britten hadden immers alles en iedereen goed mee in hun verhaal en tegen een paar extra nummers hadden er maar weinigen bezwaar ingetekend.

© CPU – Peter Verstraeten
Mumford & Sons is een gevoelsband, en dat was op Rock Werchter niet anders. Met een ambitieuze en weldoordachte show zorgden ze als headliner voor de euforie en uitgelatenheid die zo laat op de festivaldag welgekomen is. In tegenstelling tot heel wat andere bands speelt Mumford & Sons niet zomaar op automatische piloot, maar zijn ze vastberaden om van elk concert een memorabele belevenis te maken. Zelfs bij het iets rustiger bisnummer “The Banjo Song” gingen de handjes zonder vragen de lucht in. De bekroning van de avond werd echter “The Cave”. We zagen rondom ons honderden en duizenden mensen vrolijk huppelen met een kamerbrede glimlach op hun gezicht. En dan heb je als headliner gewoonweg puik werk geleverd.
Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!
Alle recensies van Rock Werchter 2026 lees je hier.





