Death Cab For Cutie mag je gerust bij het vertrouwde meubilair plaatsen. Maar dan wel bij het soort designer stukken dat met ouder worden enkel in waarde stijgt. Nooit hebben wij het gevoel gehad om hen bij het grof vuil te zetten. Bij elke plaat slaagden Ben Gibbard en zijn kompanen er in om steeds een extra laagje littekens toe te voegen aan de al zeer gehavende ziel. Op hun elfde studioalbum, I Built You a Tower, voegt de band nog een laagje littekens toe. Wederom slaagt ze erin om de formule te updaten en in hun vertrouwde geluid de grenzen af te tasten. Geen seconde betrap je hen op het herkauwen van de stevige erfenis die ze ondertussen opgebouwd heeft. De ironie is daarbij opvallend aangezien ze de afgelopen jaren uitgebreid de twintigste verjaardag van Transatlanticism, de plaat die voor de grote doorbraak zorgde, vierde. Daarnaast speelde ze enkele shows om die andere populaire plaat, Plans, te eren. Toch laat Death Cab de nostalgie achter zich op I Built You a Tower en maakt ze plaats voor een verlangen naar vernieuwing. Daar bovenop verhuisde ze na meer dan twee decennia bij Atlantic Records naar het onafhankelijke ANTI-. Al die ingrediënten zorgen dat er een frisse wind waait ten huize Death Cab For Cutie.
De titel van het album fungeert daarbij als een treffende metafoor voor de emotionele architectuur die frontman Gibbard optrekt rond zichzelf. Na een recente scheiding probeerde hij zijn gevoelens te compartimentaliseren, op te sluiten in denkbeeldige torens zodat het dagelijkse leven kon blijven functioneren. Maar zoals elke constructie die gebouwd wordt op los zand, beginnen ook deze muren vroeg of laat scheuren te vertonen. Die psychologische spanning vormt de ruggengraat van I Built You a Tower. Toch vervalt hij nergens in rancune en zelfmedelijden. Zoals uwe hem kennen weet hij die gelaagdheid moet te vertalen in zijn teksten. Hij omschrijft niet enkel de pijn van het verlies, maar hij erkent ook zijn eigen aandeel daarin. Zo voelt het album nooit aan als een klaagzang en meer als een introspectieve inventaris van zijn, en bij uitbreiding de menselijke, tekortkomingen.
Dat introspectieve karakter krijgt extra gewicht dankzij de productie van John Congleton, die eerder al verantwoordelijk was voor Asphalt Meadows uit 2022. Congleton lijkt inmiddels precies te begrijpen welke knoppen hij moet indrukken om het beste uit Death Cab for Cutie naar boven te halen. De opnames werden in minder dan een maand afgerond en toch klinkt het album nergens gehaast. Je zou eerder het tegendeel kunnen zeggen, dat er een opmerkelijke spontaniteit over de songs speelt. Zo geeft de band zichzelf bewust ruimte om risico’s te nemen. De combinatie van Gibbard, bassist Nick Harmer, drummer Jason McGerr en multi-instrumentalisten Dave Depper en Zac Rae klinkt zo scherper dan in jaren. Waar sommige veteranenbands veiligheid verkiezen boven avontuur, kiest Death Cab hier nadrukkelijk voor beweging.
Dat blijkt al vroeg op het album. Wie hen voornamelijk associeert met melancholische gitaarpop, zal bij momenten verrast opkijken van de hoeveelheid gitaargeweld die door sommige songs klinkt. De hoekige gitaren van “Envy the Birds” en “Punching the Flowers” doen ons denken aan denken aan de donkerdere dynamiek van Narrow Stairs, terwijl “How Heavenly a State” voortgestuwd wordt door een haast rusteloze ritmische motor. McGerr speelt hier alsof hij voortdurend probeert uit een emotionele val te ontsnappen. Je voelt hier dat Death Cab niet bezig is met zijn identiteit te bewaken, maar op zoek gaat naar nieuwe invalshoeken. De grootste kracht zit hem erin dat, wat ze ook probeert, de sound altijd direct vertrouwd aanvoelt. De energie voelt nooit geforceerd en ontstaat uit een emotionele onrust die door heel de plaat sijpelt.
Het absolute hoogtepunt arriveert echter met “Riptides”. Hier komt de nieuwe invalshoek van Death Cab for Cutie het meest tot uiting. De balans tussen vernieuwing en vertrouwde elementen ligt perfect in balans. Wanneer Harmers baslijn na ongeveer een minuut binnenvalt, ontvouwt zich een sonisch landschap dat zweeft tussen postpunk, jaren tachtig-arena ambitie en indierock. De melodische chromatiek van de gitaren creëert een bijna transcendente spanning, terwijl Gibbard een van zijn sterkste vocale prestaties van de voorbije jaren aflevert. Zijn tekstregel over de ‘fatal flaw in my heart’s design’ vat eigenlijk het volledige album samen: een onderzoek naar de mechanismen waarmee mensen zichzelf beschermen en tegelijkertijd beschadigen. Het is Gibbard ten voeten uit om van een observatie op papier die bijna achteloos lijkt, tegelijkertijd emotioneel verwoestend uit te halen.
De meest fascinerende momenten bevinden zich echter niet noodzakelijk in de grootste songs, maar in de kleinere observaties die overal tussen de plooien van het album verborgen liggen. “Stone Over Water” zweeft op een eenvoudige drumloop die aangevuld wordt met etherische synthesizers terwijl Gibbard zichzelf vergelijkt met een steen die even over het wateroppervlak schiet alvorens onvermijdelijk te zinken. Het nummer is wederom een staaltje van vakmanschap waar hij perfect de spanning tussen ontkenning en aanvaarding in woorden en muziek overbrengt. Even later onderzoekt “The Flavor of Metal” hoe jeugdherinneringen zich ongemerkt vastzetten in het onderbewustzijn. Over glinsterende gitaren die herinneren aan The Smiths reflecteert Gibbard op de manier waarop angst zich blijft manifesteren in het volwassen leven. Het zijn teksten die veel verder reiken dan de context van een scheiding. Ze gaan over de manieren waarop mensen gevormd worden door ervaringen die ze vaak niet eens volledig begrijpen.
Wat I Built You a Tower onderscheidt, is de manier waarop vorm en inhoud voortdurend in elkaar grijpen. De aanwezigheid van twee versies van het titelnummer vormt daarvan het meest treffende voorbeeld. “I Built You a Tower (a)” klinkt als een laatste poging om grip te krijgen op de chaos. De melodieën blijven beheerst, de teksten zoeken nog naar verklaringen en betekenis. Wanneer “I Built You a Tower (b)” het album afsluit, is die behoefte aan controle verdwenen. De gitaren schuren harder en de productie voelt onrustiger aan en Ben Gibbard zingt met de berusting van iemand die heeft aanvaard dat niet elk vraagstuk een oplossing kent. Het contrast tussen beide versies is de emotionele ruggengraat van de plaat: waar de eerste de toren nog aan het bouwen is, kijkt de tweede toe hoe diezelfde constructie langzaam afbrokkelt.
Je moet het maar doen op je elfde plaat. I Built You a Tower neemt een bijzondere plaats in binnen de rijke catalogus van Death Cab for Cutie. De plaat zal nooit de culturele impact van Transatlanticism of de onmiddellijke aantrekkingskracht van Plans hebben, maar het bezit wel iets wat zeldzamer wordt naarmate bands ouder worden: artistieke noodzaak. Uiteindelijk blijkt de toren uit de titel geen veilige schuilplaats, maar een zelfgebouwde gevangenis waarin verdriet en schuldgevoel essentiële onderdelen zijn. Wat Death Cab for Cutie hier aflevert, overstijgt daardoor ruimschoots de som van de afzonderlijke nummers. Het is een scherpzinnige reflectie op verlies, zelfonderzoek en groei, verpakt in een van de meest overtuigende albums uit hun latere periode.
Website / Instagram / Facebook / Twitter
Ontdek “Riptides”, ons favoriete nummer van I Built You a Tower, in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.






