LiveRecensies

Roadburn 2026 (Festivaldag 0+1): Op pelgrimstocht naar het donkere heiligdom

Het is weer april. Een maand die voor veel steden geen al te bijzondere tijd is. Hier en daar moet er misschien eens rekening gehouden worden met een jaarmarkt, een verdwaalde rommelmarkt, een kermis die het dorpsplein drie dagen lang gijzelt of een plaatselijke koers waarvoor plots de helft van de straten dicht moet, maar veel gekker dan dat wordt het meestal niet. En dan heb je het Noord-Brabantse Tilburg, waar halverwege de maand de straten worden overspoeld door een menigte in het zwart, allemaal op pelgrimstocht naar hetzelfde donkere heiligdom. Jawel, het is weer een heel weekend lang Roadburn-tijd!

Net als de voorbije jaren begon ook deze editie van het boutiquefestival voor ons en vele nieuwsgierigen een dagje voor de officiële start. Tijdens The Spark op woensdag werden we al voorzichtig ondergedompeld in de sfeer die Roadburn de dagen nadien weer volledig zou overnemen. Dat begon rond kwart voor acht in een naar wierook ruikende NEXT stage, waar The Bird Experience de spits mocht afbijten. Nu waren we al vaker in de kleine zaal van 013 geweest, maar zelden, of misschien zelfs nooit, zagen we daar zoveel muzikanten tegelijkertijd op één podium gepropt staan als bij onze festivalopener. Over de volledige breedte stond een scala aan instrumenten en muzikanten en dat leverde een broeierige geluidsmuur op waarin donkere blues en psychedelische soul elkaar moeiteloos vonden. Het was muziek die zonder problemen onder een grimmige western had kunnen schuiven. Eentje waarin een grauwe cowboy op het ritme van de instrumenten door een stoffig niemandsland sjokt om uiteindelijk in een saloon uit te komen waar niet geheel toevallig The Bird Experience stond te spelen. Het gaf meteen sfeer, zeker toen het tempo van hoog naar laag ging en de frontman ook nog eens bewees dat hij aardig met een mondharmonica overweg kon. Een enorm sterke start voor een weekend dat nog veel in petto had, maar daar bleef het woensdag niet bij.

Nee, de woensdag had nog meer bijzonders te bieden en wel een waar Europees debuut. Crippling Alcoholism mocht haar eerste show op Europese bodem komen spelen en dat zorgde er voor het eerst ooit voor dat we een rij zagen tijdens The Spark. Helaas werd die grote menigte niet volledig beloond voor het wachten, want de mix waarmee de groep op het podium kwam was niet echt om over naar huis te schrijven. Een stoomwals van rammelende goth-punk was het wel en de tracks van de recente succesplaat CamGirl beukten doorheen de zaal, wat onderaan de streep veel goedmaakte. Echt memorabel werd het debuut helaas niet, daarvoor zat er net iets te veel ruis op de lijn, maar een stevige brok was het zeker.

Stevig was het ook bij afsluiter Bad Breeding, dat Contempt bijna in zijn volledigheid kwam spelen. Waar we bij de voorgaande twee acts niet altijd even scherp in de gaten hadden welk nummer nu precies voorbij kwam, lag dat hier een stuk eenvoudiger. De Britten volgden netjes de chronologische volgorde van de plaat, met enkel uitzondering van “Retribution”, en dat zorgde ervoor dat we redelijk mee waren met welk oorlogsmiddel de groep aan kwam zetten. Nog voor het geweld goed en wel losbarstte, liep frontman Chris Dodd al ijsberend over het podium om zichzelf op te peppen om vervolgens bij opener “Temple of Victory” er meteen stevig roepend in te vliegen. Ook bij de andere nummers van de plaat liet hij zijn longen het vuile werk oplossen, terwijl de band de vaart er continu in had zitten. De set duurde daarmee bijna op de seconde even lang als de plaat zelf, als we dan dat ene nummer niet meerekenen. Alsof de Britten thuis nog even met de stopwatch hadden geoefend om het toch netjes op tijd klaar te spelen.

The Spark had de vlam in ons in ieder geval al ontstoken en daardoor konden we er gisteren meteen invliegen. Dat begon in de grote zaal van 013, waar artist in residence Krallice de eerste officiële dag voor ons mocht aftrappen. Het is een redelijk zeldzaam gegeven dat de Amerikanen vanuit New York de oversteek naar Europa maken, dus pakte het festival uit door de groep drie keer op de planken te trekken met steeds een voor Roadburn uniek gemaakte set. De eerste van de drie pakten we mee en die stond in het teken van de toekomst van de band en voor liefhebbers van het harde geluid hebben we goed nieuws. Krallice heeft namelijk in orkaankracht geen enkele stap terug gedaan. De groep bracht op de Main Stage zijn ongerepte black metal met dezelfde boze tong als altijd, maar liet tegelijk horen dat die toekomst allerminst in het teken van afremmen staat. Wat een start!

Aan de andere kant van het terrein ging het in de spoorzone ook aardig luid aan toe en wel bij Pain Magazine. De groep, een samensmelting tussen Birds In Row en het industriële duo Maelstrom en Louisahhh, bracht zijn debuutalbum Violent God naar Tilburg en dat klonk live nog een pak smeriger dan op plaat. Centraal in de sound stonden de synthesizers, die van achter op het podium het tempo in handen namen en de set een pompende, haast maniakale drive meegaven waar de rest van de band zich gretig aan vastklampte. Hoogtepunt was toch wel “Dead Meat”, dat door zijn stampende baslijn en solide zang van Louisahhh stiekem nog best dansbaar was. Een deur verder in Hall of Fame was het een stuk minder dansen geblazen, want daar kwam Dead Neanderthals langs voor een portie free-jazz. Althans, zo werden ze in het programmaboekje aangekondigd, maar eenmaal live werd duidelijk dat het jazz-gedeelte vrij minimaal was. Wat we in de plaats kregen was vooral een hoop gerag, waarbij de drummer niet alleen zijn kit aan flarden leek te slaan, maar tussendoor ook nog de ene grunt na de andere eruit perste.Veel hebben we er helaas niet van kunnen zien, daar waren er te veel clashes voor.

Normaal gesproken heeft Roadburn een line-up waar we gemiddeld amper vijf procent van kennen, maar dit jaar had de organisatie de eerste dag opvallend volgestouwd met, voor Roadburn-begrippen, behoorlijk mainstream acts. Zo stond ook Pigs Pigs Pigs Pigs Pigs Pigs Pigs op het programma. De Britse band bracht twaalf maanden geleden Death Hilarious uit en dat hadden we geweten ook. De plaat werd van voor naar achter door de speakers gekatapulteerd en zorgde zelfs lokaal voor een kleine aardverschuiving toen “Stitches” op het publiek werd afgevuurd. Onder het toeziend oog van de breedlachende nijlpaard van de coverart liet de band de zaal kolken op de tonen van “Glib Tongued” en “The Wyrm”, om bij “Carousel’ nog maar eens een schepje erboven op te doen. Tussen neus en lippen door vertelde frontman Matthew Baty dat Pigs x7 ontstond nadat de leden jaren geleden samen naar Roadburn trokken en daar besloten een band te vormen. Uiteraard werd dat nieuws met veel waardering ontvangen en ontpopte er zelfs een hoop gejuich in de zaal, wat de motoren alleen maar sneller deed draaien. Pigs x7 was nu echt volledig los, haalde het beest in zich naar boven en was het bij albumafsluiter “Toecurler” stoelriemen vast, waarna “Big Rig” nog als stevig toetje erbovenop kwam.

Pigs Pigs Pigs Pigs Pigs Pigs Pigs hakte er met andere woorden stevig op in, maar echt veel tijd om daarvan te bekomen kregen we niet. EYES stond als volgende op het menu en wie SPINNER van afgelopen jaar nog vers in het geheugen heeft zitten, weet dat die groep allesbehalve een makkelijk slikbare koek is. De vorige keer dat we hem zagen, klonk het door de mixproblemen nog als een groot blok beton dat maar moeilijk weg luisterde, maar in Hall of Fame viel deze keer alles wel netjes in elkaar. De hardheid van de plaat kwam er met een noodgang uit, terwijl de groovy elementen nu wel onze trommelvliezen bereikten.

Starten deed het echter zonder al te veel te grooven, maar wel met een denkbeeldige metalen feesthoed op. Als eerste wapenfeit werd namelijk het snoeiharde “Congratulations!” ingebracht, waarmee de groep het geweld van zijn voorganger stevig deed voorzetten. Daarna begon de set steeds meer te swingen zonder ook maar een gram aan venijn in te boeten. De riffs stampten met een smerige groove vooruit tijdens “Beelzebub, the Hypocrite” en ook “Deflating Rooms”, onze favoriet van de recente plaat, kreeg de hoofden van voor tot achter aan het headbangen. Wat vorig jaar nog een moeilijk verteerbaar blok beton was, ging er nu in als zoete koek. Bleek die toch nog makkelijker inslikbaar dan we op voorhand deden schetsen.

Roadburn zonder secretshows is eigenlijk geen Roadburn. Met geluk was de eerste die aangekondigd werd meteen eentje van twee bands die we al langer live wilden zien: Snake Eater en Curselifter. Met een hoop trommels en kabaal kwamen de twee Utrechtse bands op de tonen van “كاست يو دوون” (excuses als we het verkeerd schrijven, onze Arabische taalknobbel is helaas miniem) gezamenlijk op, waarna de eerstgenoemde als eerst zijn geweld mocht loslaten. Met zijn anti-imperialistische hardcorepunk trok Snake Eater meteen alle registers open, terwijl achteraan op het podium een Palestijnse vlag de strijdlust alleen maar extra kracht bijzette. Het ging er hard aan toe en de combinatie tussen het geroep in Engels en Urdu gaf de set nog wat extra scherpte mee. Curselifter deed het op zijn beurt volledig in het Engels, maar zeker in geluid geen tandje terug. De groep uit de Nederlandse domstad vuurde in rap tempo tracks als “Warmongers”, “False Comfort” en “Banishment” af. Stuk voor stuk nummers die je maar moeilijk laten stilstaan, dus explodeerde de moshpit voor het podium ook bij iedere noot. Tegen het einde kwam Snake Eater-zanger yaar-e-Aly nog een stuk meeschreeuwen, om zich vervolgens op de moshpit te storten en op de tonen van “Tyrant” flink in de rondte te beuken.

Hadden we het eerder erover dat Pigs x7 best al wel een mainstream naam is, dan is Cult of Luna dat zeker ook wel ergens. De groep heeft in ons landje al menig festival aangedaan en krijgt op de zwaardere radiostations zelfs zo nu en dan airplay. Een zeldzaamheid voor een band die ook op Roadburn staat. Op de Main Stage bewezen ze ook meteen waarom ze zo geliefd zijn, want na het serene pianospel van “Heartbeats” ging het met “Finland” flink los. Net als Krallice eerder op de dag speelde Cult of Luna dit weekend meerdere shows die telkens in het teken stonden van een bepaalde periode. Gisterenavond kregen we een set voorgeschoteld die volledig draaide rond de beginjaren.

Met enkel werk van de eerste vier platen (Cult of Luna, The Beyond, Salvation en Somewhere Along the Highway) was het in eerste instantie een show voor de echte kenners, maar het rauwe, ongepolijste geluid veroverde al snel iedere aanwezige. Nummers als “Leave Me Here” en “Genesis” kwamen in dit kader bijzonder zwaar aan en tekenden voor de hoogtepunten van de avond, al was de volledige set van de Zweedse groep een hoogtepunt in zijn totaal. Met de afsluitende epiek van “Dark City, Dead Man” ging de groep ruim over zijn speeltijd heen, maar er was geen haan die daar echt naar kraaide. Ja, wij misschien, omdat we daardoor Maruja volledig misten, maar eerlijk gezegd was Cult of Luna meer dan een prima alternatief.

Zoals gezegd hadden we geen tijd meer voor Maruja, maar gelukkig speelde in de andere zaal van 013 nog Unsane en werden we weer getrakteerd op een albumshow. Ditmaal werd het uit 1998 afkomstige Occupational Hazard integraal en voor de allereerste keer in zijn geheel uit de doeken gedaan. Nu zal je denken ‘zo’n oude plaat, daar heeft ieder nummer toch al wel het podiumlicht gezien, maar niets was minder waar. “Humidifier” mocht namelijk gisterenavond laat op de NEXT Stage zijn debuut op de planken maken, waardoor we op de valreep toch nog een mooi unicum mochten meepakken. Na het integraal doorlopen van Occupational Hazard volgden nog een handvol nummers uit de rest van de discografie, waarna de noiserockers met “Understand” een einde aan onze eerste Roadburn-dag maakten.

De pelgrimstocht naar het donkere heiligdom is gemaakt en achter de poorten hadden we al veel moois gezien, maar vandaag op dag twee krijgen we met shows van onder meer Wiegendood, Agriculture en Slow Crush nog veel meer om naar uit te kijken. De verwachtingen zijn hooggespannen en onze bevindingen? Die lees je morgen!

636 posts

About author
Ik drink mijn cola zonder ice
Articles
Related posts
LiveRecensies

Roadburn 2026 (Festivaldag 4): Vermoeide benen, volle oren

Roadburn, het is en blijft toch wel een van de meest uitputtende festivals op onze kalender. Niet alleen door de donkere en…
LiveRecensies

Roadburn 2026 (Festivaldag 3): Leve de Belgische reus

Roadburn is misschien nog wel een van de weinige festivals dat ons echt weet te verbazen met zijn boekingen. We weten inmiddels…
LiveRecensies

Roadburn 2026 (Festivaldag 2): Sloophamers en saxofoonkwartetten

Hoe we geslapen hadden na de eerste dag van Roadburn? Leuk dat je het vraagt. Na een dag vol hoogtepunten tolde ons…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *