Op 26 november 1952 ging Bwana Devil in première in het Paramount Theater in Hollywood. Vandaag weet haast niemand nog waarover die film ging, maar hij geldt wel als de eerste kleuren-3D-film die ooit vertoond werd. De foto die J.R. Eyerman die avond voor LIFE Magazine maakte, groeide uit tot een wereldberoemd beeld: een publiek dat gefascineerd naar het scherm staart, elk voorzien van een 3D-brilletje. Door de jaren heen kreeg dat beeld alleen maar meer diepgang. The Clockworks laat zich voor zijn tweede langspeler graag inspireren door deze iconische scène. The Entertainment opent als een vraag die in de lucht blijft hangen: kijk om je heen en wat zie je nog echt? Overal waar je kijkt, van metrostellen en cafés tot wachtruimtes en concertzalen, gloeit hetzelfde blauwe licht, terwijl gesprekken stilvallen en blikken naar beneden zakken. Die paradox, een schijnbaar oneindige connectie die vooral afstand creëert, vormt de ruggengraat van dit tweede album. Na het rauwe debuut Exit Strategy kiest de band resoluut voor verdieping. Deze keer wordt er niet alleen geobserveerd, maar ook ontleed.
Muzikaal heeft de band haar geluid niet zozeer heruitgevonden als wel uitgediept. De gitaren snijden minder, maar treffen doelgerichter; de ritmesectie speelt niet langer om te imponeren, maar om te dragen. Dat resulteert in een sobere productie die elke noot gewicht verleent. Echo’s van de late jaren tachtig en vroege jaren negentig zweven door de plaat. We durven zelfs stellen dat er hier en daar gitaarlijnen doorschemeren die aan The Edge doen denken. Tegelijkertijd geven subtiele synthlagen en pianopartijen het geheel een filmische ademruimte. De verwijzing naar de hoes is nooit ver weg: dit is muziek die zich gedraagt als licht in een verlaten bioscoop – soms fel en verblindend, dan weer zacht en duister. Waar het debuut nog dreef op jeugdige energie, kiest The Entertainment voor frictie.
Opener “How To Exist” stormt vooruit op een nerveus samenspel van staccatopiano en strak handgeklap, waarbij de ritmiek haast claustrofobisch aanvoelt. “Best Days”, de leadsingle van de plaat, is misschien wel een van de sterkste songs die de band tot dusver schreef. Het nummer kiest voor een gedragen midtempo, maar laat de spanning sudderen via gelaagde gitaren en een solo die zich langzaam ontvouwt. In “Getaway Car” domineert een pulserende baslijn die als een motor blijft draaien zonder ooit echt te versnellen, terwijl “La Dolce Vita” flirt met synthpop via theatrale melodieën en subtiele elektronica. “The Actor” trekt alles open met ijle synthlagen en een uitgepuurde structuur waarin elke klank ruimte krijgt, terwijl “The Double” evolueert van fragiele pianoballade naar breed uitwaaierende rock. Tegen het einde zorgt “True Romance” voor een meer directe uitbarsting, met rauwere gitaren en een nadrukkelijkere dynamiek die de opgebouwde spanning eindelijk laat barsten.
Die frictie nestelt zich nog nadrukkelijker in de teksten van frontman James McGregor. Hij schrijft alsof hij gedachten opvangt nog voor ze zich volledig vormen. Die gedachtegang weet hij treffend vorm te geven door zijn teksten een dubbele bodem mee te geven. Ze dragen een persoonlijke toets en voelen tegelijk maatschappelijk geladen aan. Die mix van ironie en oprechtheid schuurt voortdurend. Nooit vervalt hij in cynisme, maar hij balanceert op de dunne lijn terwijl hij de illusie van welzijn, de leegte achter digitale verbondenheid en de desillusie van menselijke relaties scherp verwoordt. Ook hier ontdekt de aandachtige luisteraar filmische verwijzingen en titels die knipogen naar klassiekers. Al die elementen wekken de indruk dat er een rode draad door The Entertainment loopt. Een echte themaplaat is het misschien niet, maar wel een coherente gedachtegang waarin elke song een variatie vormt op dezelfde existentiële vraag: wat betekent het om hier te zijn?
Toch is deze plaat niet zonder risico. De bewuste terughoudendheid, hoe effectief ook, vraagt geduld. Wie op zoek is naar de directe punch van Exit Strategy, zal minder houvast vinden. Sommige passages lijken zich opzettelijk in te houden, alsof ze weigeren de gemakkelijke uitweg van de explosie te kiezen. Maar precies daarin schuilt ook de kracht: The Entertainment mikt niet op onmiddellijke bevrediging, maar op een langzaam groeiend besef. Het is een album dat je niet overvalt, maar je inhaalt, vaak pas wanneer het al voorbij is.
Wat overblijft, is een werk dat zijn titel subtiel ondergraaft. Dit is geen entertainment in de klassieke zin, geen vluchtig tijdverdrijf dat verdwijnt zodra de laatste noot wegebt. Het is een plaat die zich nestelt, die vragen stelt zonder antwoorden te forceren. The Clockworks toont zich hier niet alleen als waarnemer van de hedendaagse tijd, maar ook als architect van een geluid dat universeel aanvoelt. In een wereld die steeds meer op een eindeloze vertoning lijkt, levert de band de soundtrack die ons eraan herinnert dat we misschien eerder figuranten zijn dan hoofdpersonages, en dat precies daarin zowel de tragiek als de schoonheid schuilt.
Ontdek “Best Days”, ons favoriete nummer van The Entertainment, in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.






