
© CPU – Joost Van Hoey
Dag twee van Crammerock voelde als een rollercoaster waar we met plezier zijn opgesprongen. Van de brute ochtendlawine van Bizkit Park tot de intieme momenten bij Jokke en de zweverige roes die Sylvie Kreusch bracht, het contrast kon nauwelijks groter. Becky Hill bewees met haar stem dat ze geen band nodig had om een tent in beweging te krijgen en Yong Yello hield ons even stil om daarna gewoon weer op handen door het publiek te gaan. Het was een dag vol uitersten, maar net dat maakte het zo mooi: elke show had zijn eigen verhaal en wij stonden er telkens middenin.
Bizkit Park @ Main South
Voor wie nog wat slaperig het terrein op strompelde – of het nu van de camping of thuis was – zorgde Bizkit Park er meteen voor dat de trommelvliezen op de proef gesteld werden. Met dreunende gitaren en kloppende drums trapten ze af met een cover van “Faint”, en de dubbele vocalpower van de twee frontmannen katapulteerde ons regelrecht terug naar het hoogtepunt van het nu-metaltijdperk. Wie zijn oordoppen nog niet in had, kon ze maar beter snel bovenhalen en dat in de meest positieve zin van het woord. Na enkele nummers stond de halfgevulde tent al stevig op stelten en dreef Bizkit Park het publiek volledig mee op zijn golf van energie. Van kop tot teen gehuld in Adidas, scheurde ook de bassist er lustig op los terwijl de eerste moshpits en crowdsurfers hun intrede deden bij “Crawling” van Linkin Park. Met drumsolo’s, gitaarsolo’s en een lichtshow die er niet om loog, kregen we heuse Graspop-taferelen voorgeschoteld. Een opener die de rockliefhebbers en rockenthousiastelingen in Stekene meteen thuis deed voelen.
Jokke @ Club
Onze eerste passage in de Club werd verzorgd door de altijd enthousiaste Jokke. Zijn muziek voelde aan als iets troubadoursachtig, iets recht voor het volk, en dat sloeg duidelijk aan bij een tent die omgetoverd werd tot een sfeercafé. Samen met een vierkoppige band die hetzelfde enthousiasme uitstraalde en vrolijk meedanste, wist hij de sfeer meteen eigen aan zichzelf te maken. Toen er even een technisch probleem opdook, kreeg een fan de kans om a capella het refrein van “Jozefientje” te zingen, waarmee zo het nummer op een speelse en persoonlijke manier werd ingeleid. Het waren momenten die persoonlijk en echt voelden, met thema’s waarin iedereen zich wel een beetje herkende. Nog zo’n puur (sang) hoogtepunt kwam bij “Verdwijnen is slechts een idee”, waar het heel eventjes enkel Jokke, de microfoon en zijn mondharmonica waren. Maar ingetogen was het zeker niet de hele tijd, want op de melodie van Gabriel Rios’ “Broad Daylight” bracht hij zijn eigen speelse interpretatie “Dag en dauw”, waarop vrolijk gedanst werd. Een performance die de harten warmer maakt en nergens anders te vinden is, hitte in de tent niet meegerekend.
The Clockworks @ Main South

© CPU – Jitte Davidson
De oorspronkelijk uit Galway afkomstige en tegenwoordig in Londen gestationeerde vierkoppige band The Clockworks verscheen op het podium met een gespannen Palestijnse vlag aan het mengpaneel, meteen een geladen detail waar we er hier nog niet zoveel van zagen in vergelijking met Pukkelpop dit jaar. Hun snedige gitaarlijnen en vinnige ritmes rolden strak de tent in, al leek het publiek nog niet helemaal klaar voor die energie. Pas bij “Can I Speak to a Manager?” begon er wat leven in te komen en werd de tent voorzichtig wakker geschud. Toch voelde de set wat te ‘normaaltjes’ aan dit vroege uur, alsof de intensiteit van de band botste met de verwachtingen van het publiek. Muzikaal zat het allemaal snor: nonchalant, scherp en zelfverzekerd, maar het bleef hangen in een soort tussenfase. Goed, strak en beloftevol, al zonder de explosie die we er graag bij hadden gezien en hier eerder al een paar keer zagen.
Nina Black @ Club
Voor een stevig dansfeestje trokken we richting de Club, waar Nina Black achter de decks stond te draaien. We waren duidelijk niet de enigen die dat idee hadden, want de tent liep in sneltempo vol met zowel jong en oud. Haar Powerpuff Girl-achtige avatar draaide vrolijk mee op de dj-booth terwijl de eerste beats door de boxen knalden. Techno, house, dance en EDM smolten heerlijk samen tot een set die meer weghad van een nachtclub dan van een festivalmiddag. De dj die een vast segment heeft op vrijdagavond op MNM tilde onder begeleiding van flikkerende lichten en animaties op het scherm de menigte naar een hoger niveau. Bekende nummers van onder meer Rihanna, Michael Jackson, Sean Paul en zoveel meer werden in frisse mixes gegoten en deden de hele Club meedeinen. Het publiek ging steeds losser, de sfeer steeds warmer, tot de tent in een dampende zweethut van jewelste veranderde.
Yong Yello @ Main South

© CPU – Jitte Davidson
Naast DIKKE, maar ver van elkaars stijl, zette ook andere vaste hiphopwaarde Yong Yello met eigen band de Zuiderkant van de Main Stage naar zijn hand. Na een bomvolle Marquee-show op Pukkelpop vond hij hier opnieuw een publiek van trouwe fans en nieuwsgierige festivalgangers. Met achter hem het betere trompettenwerk en zelf ritmisch op de tamboerijn kreeg hij de handen al snel in de lucht vooraan. Yello toonde zich opnieuw de woordensmid in zijn natuurlijke habitat. Sinds zijn vorige passage hier in 2022 is er veel veranderd, zo vertelde hij, maar stilstaan deed hij duidelijk niet: volgende week verschijnt zijn nieuwe album. Met De Fanfare van de Goeie Hoop als levendig verlengstuk veranderde hij het publiek moeiteloos in een koor tijdens “Ik moet dringend op vakantie”. Soms euforisch, soms melancholisch, maar vooral altijd écht. Bij “In Amsterdam” nam hij de tijd om te gaan zitten en vroeg hij stilte – die hij ook kreeg. Een moment van bezinning voor ieder, waar hij zich een nummer later alweer op handen van het publiek liet dragen. Een set die perfect balanceerde tussen kwetsbaarheid en blijdschap.
ADF Samski @ Club
De mensen liepen nog de Club uit na de set van Nina Black, die iets te lang had ‘doorgedraaid’, toen ADF Samski het podium opkwam en de achterblijvers én zijn fans verwelkomde. Van die laatste waren er verrassend veel. Al bij “Ik Ben Aan” schoten de handen in de lucht en werd het eerste refrein luidkeels meegezongen. ADF Ricky van hetzelfde collectief sprong mee het podium op en ook de dj ondersteunde met een microfoon van achter de decks. Niet elk nummer bleek even bekend, maar dat hield het publiek niet tegen om gewillig mee te springen. ‘Wat is het warm, ik ben op zoek naar een mooie vrouw om mee te douchen’, grapte Samski, net voor er gezamenlijk een shotje werd genomen – wat een bruggetje richting “Anna” bleek te zijn. Dat ze met twee op het podium stonden, gaf de show extra dynamiek, ook al liep de backingtrack onafgebroken mee. Wat vooral opviel: bijna elk bekend nummer in de set was een samenwerking uit de Nederlandse scene met andere grote namen. Het publiek smulde er zichtbaar van en liet zich gewillig bekoren.
The Lemonheads @ Main South

© CPU – Jitte Davidson
Bijna al koprollend kwam frontman Evan Dando van The Lemonheads het podium opgestrompeld. Of zijn stem nog moest opwarmen of hij gewoon een slechte dag had, viel moeilijk te zeggen – geregeld gleed ze weg of haalde hij de noten simpelweg niet. Met een sterk je-m’en-foutisme en losse opmerkingen naar het publiek waar geen kat iets van verstond, leek hij zich vooral door de set te slepen, terwijl gelukkig zowel hijzelf als de rest van de band hun instrumenten bespeelden alsof ze ermee geboren waren. In het publiek verschenen veel verwarde blikken en een paar enkelingen die headbangden, al stond er niet veel volk voor de Amerikanen op dit uur van de festivaldag. Velen vertrokken gewoon terug, naar gelijk waar, zolang het maar niet daar was. Excentriek is nog zacht uitgedrukt: met een T-shirt waarop in Disney-letters ‘depression’ stond en een microfoonstatief dat hij af en toe als gitaar gebruikte of wegschopte, maakte Dando er een bevreemdend schouwspel van. Pas bij “Paid to Smile” konden we eindelijk wat woorden onderscheiden uit zijn gemompel.
Sylvie Kreusch @ Main North

© CPU – Jitte Davidson
Voor een achtergrond van zwevende zilveren kussens huppelde Sylvie Kreusch het podium op in een wit gewaad, alsof ze uit een ander universum kwam aangewaaid. Met flink wat echo op haar stem en de backingvocals van haar bandleden klonken de zanglijnen voller dan je in deze festivaltent zou verwachten. Soms leek het haast engelachtig, al dan niet verpakt in een rockjasje. Ook buiten de tent werd er gewoon vrolijk meegedanst en gezongen. Sylvie gooide zich volledig: ze deed vocale oefeningen met het publiek, danste en sprong alsof ze in haar eentje in de slaapkamer stond, en bracht wat je nog het best kan omschrijven als schreeuwerige controle. Het werkte, maar na een tijdje leken de nummers toch wat in elkaar over te vloeien – tegen het einde hadden we het wel gehoord.
Becky Hill @ Main South
Onder epische graphics en flitsende witte lichten wandelde de Engelse Becky Hill de Main Stage op via een trap die speciaal voor haar werd opgezet. Gehuld in een goud-zwart corset en ondersteund door twee backingzangeressen zette ze meteen de toon met “True Colours”. Geen liveband, maar dat hoefde ook niet want Becky Hill is de stem achter talloze dancehits en dat liet ze horen met het razend bekende “Gecko”, dat door de tent galmde alsof iedereen het ooit al gedanst heeft op een nacht die te laat eindigde. Haar kristalheldere stem was het absolute middelpunt van de show, met krachtige riffs en speelse uithalen die werden ondersteund door de dames aan haar zijde (en een beetje playback). Het publiek kreeg niet alleen muziek, maar ook choreografietjes van het drietal dat synchroon bewoog onder de lichten. Velen zullen gedacht hebben: Aamai, das háár stem op dat liedje.’ Zeker wanneer monsterhits als “Afterglow” en “Lose Control” voorbijkwamen, die laatste een nummer dat intussen meer dan een miljard(!) streams verzamelde. Een set om op te dansen en een set die bewees dat Becky Hill misschien niet altijd herkenbaar in beeld is, maar haar stem des te meer in het collectieve geheugen gegrift staat.
Bou @ Club
Voor de drum-‘n-bassliefhebber onder de Crammerock-bezoekers stond Bou op het programma, de Algerijns-Engelse dj en producer die ooit de wereld losgooide met “Baddadan”. Precies met dat nummer trapte hij zijn set af en de Club ontplofte meteen. Zoals het hoort bij een d&b-show had ook Bou een mc mee, maar die beperkte zich niet enkel tot het publiek opzwepen. Regelmatig gooide hij ook vlijmscherpe raplijnen over de diepe bassen heen, wat de energie nog een tandje hoger stuwde. Tussen de eigen tracks door doken verrassende remixes op van onder andere The Fugees, Fred again.. en Destiny’s Child. Voor en achter in de tent werd stevig geskankt en gestampt, terwijl lasers en stroboscopen de Stekense weide waar de avond reeds gevallen was in een kolkende nachtclub veranderden.
Goldband @ Main South

© CPU – Jitte Davidson
Roze geverfd haar van Boaz en roze gitaren die oplichten onder de blacklights: Goldband trapte zijn set af met “Rommel” en liet meteen voelen waarom ze zo geliefd zijn bij het Vlaamse publiek. Relevanter dan ooit, met de recente docu Tot we breken nog vers in het achterhoofd en in de media, leek iedereen rondom ons elk woord mee te zingen. De band swingde zelf minstens even hard mee, heerlijk in zijn element en dankbaar om voor de vierde keer in Stekene te staan. Yin en yang met Crammerock, zo noemden ze het zelf, en volgens eigen zeggen nog steeds hier binnen tien jaar. Danspasjes werden niet geschuwd, en bij “Keer op Keer” sprong de tent synchroon mee. Het voelde op momenten als een familiefeest waar nét iets te veel gedronken werd, maar net daarom zo gezellig. Bij “Witte Was” werd het feest helemaal op de rails gezet: de hele tent moest gaan zitten, enkel om samen weer recht te vliegen in een exploderende massa springende Crammerockers.
Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!





