InstagramLiveRecensies

Geese @ Botanique (Orangerie): Jaar van de Gans

© CPU – Senne Houben

We schrijven vrijdag 26 september 2025. Een tot dan eerder goed bewaard indiegeheim brengt op die dag zijn derde (officiële) album Getting Killed uit. De New Yorkse band Geese was tot dan toe eerder in beperkte indiekringen bekend en berucht, maar dat zou niet lang meer duren. Onder impuls van enkele straffe releaseshows ontstond er een onverwachte buzz die de laatste jaren zijn gelijken niet vond. Cameron Winter en de zijnen werden haast overnacht het snoepje waar elke muzieksnob en hipster geen genoeg van kan krijgen. Je kan ze moeilijk ongelijk geven, want Geese is als band niet alleen een unicum en onuitgegeven klankkast. Op haar voorgaande twee albums omarmde de band het experiment en op Getting Killed trok ze dat nog eens naar nieuwe hoogtes. Dat iedereen momenteel een stukje van Geese wil, is zelfs nog een bescheiden thesis, want hun Europese tour is al een geruime tijd hopeloos uitverkocht. Voor hun show in de Botanique waren er zelfs om en bij de 4.000 zoekertjes op Ticketswap die hoopten dat er zich nog een mirakel zou voltrekken. Wie wel op tijd een ticketje kon scoren, was onderdeel van een nu al vrij mythische concertbeleving waarvoor die zich de komende jaren nog met enige trots op de borst kan kloppen dat die erbij was.

© CPU – Senne Houben

Ook rond Westside Cowboy groeit met mondjesmaat een kleine hype, en dat is niet minder dan terecht. We zagen de band uit Manchester al een handvol keren aan het werk en ook gisteren stelde ze met een geslaagd halfuurtje niet teleur. Het viertal speelde geraffineerd en met een zekere daadkracht, wat nummers als “I’ve Never Met Anyone I Thought I Could Really Love (Until I Met You)” en “Don’t Throw Rocks” zeker ten goede kwam. Dat ze allemaal een even belangrijk onderdeel spelen in dat piekfijn geheel en geen haantje de voorste in hun rangen hebben, doet de band ook deugd. De veelzijdigheid kwam ondanks de korte speelduur van dertig minuten toch goed naar voor en legde de smaakpapillen lekker in de watten. Na een opvallend stevigere versie van “Strange Taxidermy” kozen ze met “In The Morning” nog voor een zeer sterk einde. Westside Cowboy hou je als band maar beter goed in de gaten, want het is het momenteel helemaal waar aan het maken én maakt aanspraak om zelf dergelijke zalen op eigen houtje te kunnen vullen.

© CPU – Senne Houben

Dat er iets speciaals stond te gebeuren, werd al duidelijk bij de opkomst van de band. Er hing een haast onwezenlijke spanning en gevoel van anticipatie in de lucht, en dat werd al snel omgezet tot iets tastbaars. Het gejoel voor we überhaupt een noot van de band hoorden, was best opvallend. Geese zelf was niet onder de indruk, althans als we de pokergezichten van de bandleden mogen geloven. “Husbands” zette in ieder geval op een ietwat eigenzinnige manier de toon voor de rest van de concertervaring. Winter zoog voor het eerst alle ogen en oren naar zich toe en zou dat kunstje met behulp van zijn eigen stijl nog een paar keer overdoen. Dat ze als band ook niet bekommerd waren om hét perfecte optreden neer te zetten, leverde hen de nodige ruimtes en slagkracht op om met pakweg “Getting Killed” en “Cobra” nog een diepere indruk te maken. Het leek tijdens “Undoer” zelfs dat ze live aan het jammen waren en even niet doorhadden dat er een paar honderd mensen gefascineerd stonden mee te luisteren.

Zeer spraakzaam is Geese en met name Cameron Winter nooit echt geweest als ze op een podium staan. Ook gisteren repte de band zo goed als nooit met woorden en toch voelde het optreden geenszins afstandelijk. Dat had voor een groot deel te maken met de spankracht waarmee ze intieme met intense momenten met elkaar afwisselden. “Half Real” was een bloedmooi nummer dat met de doorleefde zang van Winter nog net iets overtuigender door de luidsprekers schalde. Voor de energiekere impulsen zorgden vervolgens twee andere nummers: “2122” en “Cowboy Nudes”. Dat Geese niet de meest rechtlijnige weg neemt is nog een understatement, maar de omwegen boden dan weer extra prikkels. Op eerstgenoemde bouwde de band nog een zeer sterk stukje The Stooges mee in en zorgden ze daarmee voor een wilde mosh in het midden van de zaal. Een van onze persoonlijke hoogtepunten werd echter een ander nummer. “Islands of Men”, een nummer dat gaat over de (mannelijke) eenzaamheid in deze maatschappij, had een bijzonder sterke groove en bovenal een muzikaal intelligent slotstuk dat je als toeschouwer in de zaal niet onberoerd liet.

© CPU – Senne Houben

Er konden nog een paar paardenkrachten bij en zo gingen we met “100 Horses” nog eens wat ruigere richtingen uit. Max Bassin hamerde op zijn drumvel een paar fameuze tempowissels bij elkaar en werkte zich nog net iets meer in het zweet. In dat opzicht kwam “Au Pays du Cocaine” als contract toch wel weer op een goed moment. Je voelde de honderden mensen haast gezamenlijk naar adem happen bij zoveel onversneden, pure schoonheid. Cameron Winter bracht zodanig veel bezieling in het wereldnummer dat je er haast ontroerd door geraakte. Haren gingen rechtstaan en monden vielen open en die monden bleven nog even verder openstaan, want Geese had nog een handvol parels klaarstaan. “Bow Down” zorgde voor een haast kolkende sfeer in een sowieso al best warme zaal en “Taxes” brachten ze zonder ijdelheid, maar wel met hun gekende cool. Ook al moesten ze niets meer bewijzen leverden ze met “Long Island City Here I Come” nog een onnavolgbare visitekaartje af. Het hele Geese-spectrum werd in die laatste minuten van de reguliere set bediend en door het bijna hectische einde belandde je nog eens volledig in hun ban.

Trinidad” was de enige toegift die ons gegund werd, maar het was wel een bijzonder fraai sluitstuk dat van muzikale intelligentie en virtuositeit getuigde. Of je er gisteren was om te tonen hoe cool je muzieksmaak is, of omdat je oprecht fan bent van Geese: de New Yorkse band speelde in Brussel gewoon volgens zijn eigen wetten en regels, zonder zich al te veel te bekommeren om de hype rond hen. Die ingesteldheid is niet alleen bewonderenswaardig en nobel, maar is ook net de reden waarom deze band en liedjesmaker Cameron Winter ook de komende jaren nog een gespreksonderwerp gaan zijn. Als inspiratiebron voor jonge creatievelingen en als eigenzinnige tegenpool zal hun invloed nog ver rijken en dat maakte hun bijna mythische verschijning gisteren nog duidelijker. Het had soms zelfs iets buitenaards en toch voelde het door de omstandigheden weer best hecht en dichtbij. De ganzen zijn ontegensprekelijk geiten in wat ze doen!

Op vrijdag 21 augustus staat Geese op het stijf uitverkochte Pukkelpop in Hasselt. Ook Westside Cowboy maakt deze zomer de verplaatsing naar België; de band staat op zondag 5 juli op The Slope van Rock Werchter.

Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!

Setlist:

Husbands
Getting Killed
Cobra
Undoer
Half Real
2122
Cowboy Nudes
Islands of Men
100 Horses
Au Pays du Cocaine
Bow Down
Taxes
Long Island City Here I Come

Trinidad

2503 posts

About author
Schrijft wel eens iets...
Articles
Related posts
LiveRecensies

Neroli @ Botanique (Witloof Bar): Zonnebloemen die zingen als nachtegalen

Botanique blijft een geliefde plek voor fijnproevers. Vanavond trekken we naar de intieme Witloof Bar, verscholen in de kelder. Sinds de recente…
LiveRecensies

Chalk @ Botanique (Rotonde): Duistere dans tussen postpunk en techno

Sinds eind maart staat de naam van Chalk nog nadrukkelijker op de radar. Het Noord-Ierse duo bracht toen zijn langverwachte debuutalbum Crystalpunk…
LiveRecensies

Searows @ Botanique (Rotonde): Dobberen op zee

De grootste sterren zijn soms diegene waarvan je nog nooit hoorde. Searows doet ongetwijfeld niet al te veel belletjes rinkelen bij muziekluisterend…

1 Comment

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *