Vaker wel dan niet moeten we slechts de kleine plas oversteken om op sterke jonge indiebands te stoten, maar voor Geese steken we al enkele jaren met plezier de Atlantische plas over. De Amerikanen startten oorspronkelijk al op de schoolbanken met muziek maken, maar lieten pas echt een indruk na toen Projector als officieuze debuutplaat in de ether werd gestuurd. De intenties van de vreemde bende gevogelte waren meteen duidelijk: grenzen zijn maar een illusie, Geese doet wat het wil. Flarden postpunkrevival werden toen al vermengd met psychedelische geluidsuitbarstingen en momenten van pakkende schoonheid, al klonk het bij momenten misschien net iets té groen achter de oren.
Dat groen smolt als een frisco in de woestijn toen het vijftal op 3D Country hun innerlijke cowboy een zegeltje lsd toestak. Weg was het zoeken naar sound, want Geese trok zonder schroom de kaart van absurditeit en wereldklasse. Momenten van razernij gingen hand in hand met karikaturen, absurde humor en momenten van teder- en lieflijkheid. Dat klinkt heel vaag, akkoord, maar dat is net de persoonlijkheid die ze zich sindsdien aanmeten. Het was dus niet echt verrassend dat de aanloop naar Getting Killed die lijn nog een stuk verder doortrok. Waren grenzen vroeger nog een illusie, dan bestaat het concept nu gewoon niet meer. De nieuwe plaat is bevreemdend, absurd en kronkelig, maar op een gekke manier net heel lineair.
De singles zetten die toon alvast stevig neer. “Taxes”, op muzikaal vlak een bleitschijf van jewelste, ging in se over frontman Cameron Winter die nog liever aan het kruis wordt genageld dan zijn belastingen betaalt. Wat wel meteen opviel, was de opvallende structuur van het nummer. “Taxes” begon met een idee en bouwde daar steeds verder op, om finaal crescendo te gaan richting een uitbarsting die de haren op onze armen stijf recht deed staan. Op zich helemaal niet ongewoon, maar wél als je een hele plaat op die manier opbouwt. “Trinidad”, al dan niet per ongeluk gelost door Winter, ging op dezelfde manier te werk: een idee, zeg maar kleine melodie, en gaandeweg bouwblokken die er stelselmatig aan werden toegevoegd. En oh ja, Winter die te pas en te onpas ‘There’s a bomb in my car’ schreeuwt. Absurd, weet u nog?
Met “100 Horses” trokken ze vervolgens het concept tot het uiterste: dezelfde repetitieve riff met onweerstaanbare groove en een hyperaanstekelijke opbouw richting climax. Voor de ongeoefende luisteraar ongetwijfeld een zware opdracht, maar net daarom des te meer doeltreffend eens je verkocht raakt. Dat trucje herhalen ze op Getting Killed bovendien nog enkele keren met groot succes. Met “Islands of Men” schotelen ze bijvoorbeeld een van de allermooiste uitbarstingen van dit jaar voor, terwijl “Bow Down” eerst voor migraine en nadien voor onhoudbare dansbenen zorgt. ‘I was a sailor, now I’m a boat. I was a car, and now I’m the road’: we vermelden graag wel dat je Winters licht bizarre teksten er moet bij nemen. Voor sommigen briljant en hilarisch, voor anderen vermoedelijk vooral apart.
‘Trop est trop’, zei een wijs man ooit, en we kunnen ons niet van die indruk ontdoen naarmate de plaat op z’n einde loopt. “Au Pays du Cocaine” wint enerzijds de trofee voor beste songtitel van het jaar, maar het gejammer en de zeemzoete gitaren laten ons vooral redelijk koud. Het gebrek aan structuur zorgt er enigszins voor dat we geïntrigeerd blijven, maar dat verandert niet veel aan het luistergenot. “Husbands” is nog zo eentje. Je kan de band allerminst verwijten dat ze ongeïnspireerd of saai klinkt, maar naar ons gevoel gaat de experimentatie toch wel wat te ver. De songs worden redelijk nodeloos uitgerokken, zonder in tussentijd écht interessante dingen toe te voegen. In dat opzicht staan zo’n drie à vier songs dus in schril contrast met de hoogtepunten van deze plaat.
We blijven na Getting Killed dus met meer vragen dan antwoorden achter, al is dat niet per se negatief. Winters teksten slaan op niets, zelfs op nog minder dan we van hem al gewoon zijn, maar zorgen op die manier wel voor wat hilariteit doorheen de plaat. Muzikaal is het dan weer exact wat we verwacht hadden, en tegelijkertijd ook helemaal niet wat we verwacht hadden. De aparte aanpak zorgt regelmatig voor voltreffers eens je ze een oprechte kans hebt gegeven, maar evenwel is in de nummers ertussen een spontane geeuw helaas niet ver weg. Een plaat met twee gezichten dus. Enfin, 100 gezichten misschien. Getting Killed is een eclectische mengelmoes die de term avant-garde eer aan doet, maar zichzelf op de juiste momenten niet te serieus neemt. Pak er dus je tijd voor, want het is een vreemde brok om te verwerken.
Op 8 maart houdt de tour van Geese halt in de Botanique (Orangerie) in Brussel.
Ontdek “100 Horses”, ons favoriete nummer van Getting Killed. in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.







Wanna be Talking Heads/David Byrne van den Aldi?