AlbumsFeatured albumsRecensies

War Child Records – HELP(2) (★★★½): Wij tegen de wereld

Eerlijk? Normaal zijn we bij Dansende Beren niet al te happig op verzamelalbums. Niet dat we ze niet sympathiek vinden, of tegen het achterliggende (goede) doel zijn, maar we hebben het er vaak moeilijk mee om ze als échte albums te zien. Vaak gaat het om samenraapsels van een zootje ongeregeld aan artiesten, waarvan er één à twee zich effectief wereldberoemd mogen noemen, er een paar one-hit-wonders zich in de strijd mengen en het rijtje afgesloten wordt met een reeks nobele onbekenden. Minstens zo vaak zijn het ook enkel die paar bekende namen die met een eigen, originele song komen, terwijl de rest zich verwarmt aan herwerkingen en covers. Allemaal toffe initiatieven, onvoorwaardelijke steun aan iedereen die zich op een manier inzet voor het goede doel. Maar dan is War Child Records toch nog van een andere orde. De naam van de organisatie verklapt eigenlijk al meteen negenennegentig procent van het doel: hulp bieden aan kinderen geaffecteerd door oorlog. En gezien de huidige wereldsituatie, zijn dat er misschien wel meer dan ooit. HELP(2) komt in deze dus geen moment te vroeg.

Maar om het juist uit te leggen, moeten we dertig jaar terug in de tijd, toen in 1995 het verzamelalbum HELP verscheen. Brian Eno haalde toen een indrukwekkende lijstje aan bands en artiesten samen (o.a. Oasis, Blur, Radiohead, Paul McCartney en Portishead), om de handen in elkaar te slaan en geld in te zamelen voor kinderen die het slachtoffer werden van het destrijdse conflict in de Bosnische regio. Dat leverde meteen ook een dik miljoen Britse pond op, maar loste helaas de problematiek niet op. Integendeel, waar het eind jaren negentig ‘slechts’ tien procent van de kinderen was die te maken kreeg met (de gevolgen van) oorlog, is dat cijfer de afgelopen weken en maanden verdubbeld. Eén op vijf – dat zijn er om en bij de 520 miljoen in totaal, méér dan tijdens de Tweede Wereldoorlog – van hen krijgt te maken met oorlogsgeweld. Van Oekraïne tot Gaza, van Yemen tot Soedan – en in navolging van de perstekst nu ook het héle Midden-Oosten… War Child was meer dan ooit nodig.

Onder de leuze ‘No child should be a part of war. Ever.’ nam legendarische producer James Ford de fakkel over van Eno, en vormde hij meteen de maïzena van een groots vervolgstuk. HELP(2) bestaat uit een fenomenaal lijstje aan artiesten waarvoor hij al achter de knoppen zat, aangevuld met bands waarvan je weet dat ze het hart op de juiste plaats hebben. Niet van die figuren met een Palestijnse vlag op het podium voor de socials, maar zij die écht hun mond durven opentrekken. Een week lang was het een aan- en afrijden aan de Abbey Road Studios, en werden er parkeerkaarten uitgedeeld aan onder meer Arctic Monkeys, Fontaines D.C., Olivia Rodrigo, Pulp, Damon Albarn, Depeche Mode, The Last Dinner Party, Beck, Graham Coxon en Beth Gibbons – om er maar een paar te noemen. Op papier hebben ze dus misschien niet heel veel met elkaar te maken, buiten het feit dat ze wel ergens een raakvlak hebben met indie(rock), maar achterliggend speelt er veel meer. Een gemeenschappelijk doel. En dat ging voor HELP(2) veel verder dan zomaar wat nummertjes opnemen. (Videoclip)regisseur Jonathan Glazer ving voor de gelegenheid een groepje kinderen op en duwde een aantal camera’s in hun handen om hen zonder restricties de opnamesessies te laten filmen. Aan de andere kant werkte de man samen met creatievelingen uit oorlogsgebieden, die exact hetzelfde deden: camera’s uitdelen aan kinderen, om ze hun dagelijkse leven in beeld te laten brengen. En dat zorgt voor een emotioneel visueel plaatje dat aan het hele project vansthangt.

Door kinderen, voor kinderen. En dat deed ook op muzikaal vlak de bal rollen. Een groep ongeleide projectielen in de studio gaf zowel Damon Albarn als Jarvis Cocker inspiratie, en ze verwerkten hen prompt ook in hun respctievelijke nummers. Let bijvoorbeeld maar eens op het subtiele achtergrondkoortje in “Flags” – dat zijn zij! Het wordt dus al snel duidelijk dat HELP(2) meer is dan het dertiende verzamelalbum voor het goede doel in een dozijn. Dat idee dook enkele maanden geleden al op, toen een goed geïnformeerde bron op Reddit al aangaf dat Arctic Monkeys terug samen was gekomen om een allerlaatste nummer op te nemen. Zo’n vaart zal het volgens drummer Matt Helders niet lopen, maar een initiatief als dit stond volgens hem wel boven de pauze. Het leverde met “Opening Night” dus niet alleen een fijn zoethoudertje voor de fans op, maar ook een nummer dat de toon zet voor een anderhalf uur durende reis doorheen de coolste krochten van de indie. Donker, schurend en een beetje troebel – inclusief een vleugje Bowie. Nooit bedoeld om er eigen succes uit te putten, wel telkens deel van een groter geheel. Dat laatste maakt dat HELP(2) net als geheel soms wat te veel kabbelt, waarschijnlijk omdat het ook zo lang is, al gebiedt de waarheid ons te zeggen dat het doel in dit geval de middelen heiligt.

Het hoeft op deze compilatie dus nooit te gemakkelijk te zijn, en dat geeft heel wat artiesten de mogelijkheid om gewoon zichzelf te blijven. Een nummer als “Flags“, waarop het nonchalante van Damon Albarn en Grian Chatten samenkomt met de riff van Johnny Marr en Kae Tempest die je uiteindelijk met de neus op de feiten drukt, is onmogelijk toegankelijk te noemen. Maar cool is het zeker weten wel. “Warning” van Cameron Winter is daarin misschien nog een mooier voorbeeld. De Geese-frontman doet het enkel met een onregelmatige combinatie van strijkers en poëzie, maar net daardoor besluipt het nummer je op een haast innemende en jeukerige manier. Het heeft tijd nodig, maar er zullen zeker fans zijn die hierbij het woord ‘geniaal’ zullen laten vallen. In datzelfde straatje heb je met Black Country, New Road en Big Thief nog twee van die bands die simpelweg uitblinken in zichzelf zijn. Respectievelijk “Strangers” en “Relive, Redie” zijn echter van zo’n kwaliteit, dat je haast vergeet dat dit niet gewoon om de eerste single van een volgend eigen project gaat. Zeker omdat ze ergens ook wel in elkaars verlengde liggen: die eerste die openbloeit in een soort van americana, waarna Adrianne Lenker en haar gevolg er, zoals op Double Infinity, wat meer elektronische streepjes aan toevoegen.

Het twinkelt op HELP(2) dus allemaal wat tegen het grauwe aan. De kleuren vanop het artwork, maar dan telkens met een sprankeltje hoop erin verwerkt. The Last Dinner Party steekt op “Let’s Do It Again!” zo bijvoorbeeld al die ideeën in één nummer, maar ook Foals doet dat helemaal op het einde op zijn geheel eigen manier. “When The War Is Finally Done” houdt het redelijk binnen de golvende perken die Yannis Philippakis en zijn gevolg al jaren uitsturen, om dan groter aan wal te glijden aan de hand van wat meer elektronica. Goed nummer, maar hier valt de tekst nadrukkelijker op: maak me wakker als de oorlog voorbij is. En daar vonden wel meer artiesten een eigen variant op. Ezra Collective en Greentea Peng proberen over een diepe baslijn vooral vrede en liefde de wereld in te sturen – we zijn allemaal bondgenoten van elkaar, niet waar? Young Fathers doet dat ook, maar dan op zijn eigen, meer energieke manier: “Don’t Fight The Children” pompt. Net als het daaropvolgende “Begging For Change” van Pulp trouwens, en dat omdat de band van Jarvis Cocker heel ver terug gaat met War Child Records. Dertig jaar geleden schonk de man uit Sheffield zijn Mercury Prize (en het daarbijhorende prijzengeld) aan het fonds, nu gaat hij met beide voeten op het gaspedaal staan, doet hij de discobal aan recordtempo draaien over een funky riffje en hoopt hij vooral op een betere toekomst. Pulp nog eens op steroïden – mét datzelfde kinderkoortje!

Cocker staat op de barricades, anderen keren eerder in zichzelf om een pakkend nummer te brengen. Beth Gibbons bijvoorbeeld, die met “Sunday Morning” helemaal in het begin van HELP(2) The Velvet Underground covert op een breekbare manier. Zo zacht alsof ze het speciaal voor jou in je oor fluistert, inclusief een vleugje slide helemaal op en het einde, dat je dan richting “Lilac Wine” van Nina Simone brengt. Het zijn echter Arooj Aftab en Beck die hun eigen draai aan de song geven, maar het is de geest van de Amerikaanse soullegende die je begeestert. Prachtig gedaan. Nog zo’n fantastische cover is die van Sinéad O’Connors “Black Boys on Mopeds”, gebracht door Fontaines D.C. – ergens zelfs jammer dat het geen eigen single is, want de volgende hit was een feit voor de Ieren. Maar goed, op deze manier kan het zeker ook, want de eigenheid van Grian Chatten en zijn band – die akoestische gitaar in combinatie met strijkers! – weten te verwerken, zorgt niet alleen voor kippenvel, maar ook voor een overvallend gevoel van emotie. Iets waar hun postpunkcollega’s van English Teacher samen met Blur-gitarist Graham Coxon overigens ook in slagen, hetzij met eigen nummer “Parasite”: van zacht naar hypnotiserend, met een saxofoon die je uiteindelijk bij de keel grijpt.

Zoals gezegd dus geen uitgesproken hits, laat staan niet per se nummers die er enorm bovenuit steken, maar het voelt bijna als een schande om er ook maar eentje uit de review te mijden. Elk op hun eigen manier vormen ze een puzzelstukje, maar ook een verlengde van de artiest in kwestie. King Krule brengt met “The 343 Loop” een instrumentaal groovende twinkel van enkele minuten, Sampha doet iets verderop zijn eigen ontoegankelijke soulvolle ding: moeilijk weggrooven zoals enkel hij dat kan. beabadoobee houdt het dan weer bij een gezellige americanapopfolksingle die een tweetal minuutjes lekker breekbaar wegkabbelt, terwijl Arlo Parks bewijst dat ze echt wel haar tweede adem gevonden heeft door onder meer disco en lo-fi dance in haar zachte stem te verwerken. Helemaal op het einde is het dan weer Bat For Lashes dat met “Carried My Girl” de ingetogen, gevoelige snaar tracht te raken.

Het zijn echter de laatste wapenfeiten op HELP(2) die het hele verhaal, de cirkel om het zo te zeggen, mooi rond maken. Nadat Depeche Mode de rook die net boven de vloer hing heeft laten optrekken met een pulserende synthlijn, is het Wet Leg dat met “Obvious” zichzelf verlicht met maanlicht. Rustig, bijna zoals we hen nog nooit hoorden, maar het werkt wel. Zeker in de aanloop naar “Sunday Light”, waarin Anna CalviEllie Rowsell (van Wolf Alice), Nilüfer Yanya en rising star Dove Ellis een perfecte catharsis vormen van alles wat de Britse, moeilijkere indierock zo groots heeft gemaakt de afgelopen jaren. Een prachtig nummer, dat meteen ook de brug vormt naar de enige song die de boel op slot kan gooien: “The Book of Love”. Het nummer van The Magnetic Fields werd al honderden keren gecoverd, maar dit keer is het Olivia Rodrigo die er haar ding mee mag doen. Breekaar, teruggeschroefd… ze komt er mee weg, en op een bijzonder degelijke manier. Maar in dit geval is het toch vooral de boodschap die erachter schuilgaat: dit is het boek vol liefde. Lang(dradig), maar in staat om – met misschien wat lichte overdrijving – alles te geven waar nodig.

Want laat ons eerlijk zijn: de urgentie van HELP(2) is de afgelopen dagen in buitensporige proporties drastisch toegenomen. Hoe fantastisch het ook is om te zijn dat zo’n indrukwekkend rijtje artiesten zich intensief wil inzetten voor een gemeenschappelijk goed doel, zo jammer is het langs de andere kant ook dat een verzamelalbum als dit anno 2026 nog altijd nodig is. Dertig jaar na het origineel, gaat het dus allesbehalve beter met de wereld. Maar langs de andere kant geeft deze 23-nummers tellende plaat ons wel iets dat veel kostbaarder is dan eender welk betaalmiddel vandaag de dag: hoop. Het bevestigt dat er nog altijd mensen met inspraak en aanhang zijn die het hart op de juiste plaats hebben, die niet te beroerd zijn om hun mond open te trekken en durven uitspreken waarvoor ze staan. Die dit allemaal niet doen uit eigenbelang, maar zelfs terug samen de studio in kruipen zonder dat ze daar zelf iets voor in ruil willen. Gewoon om te tonen dat ze écht willen helpen. HELP(2) overstijgt alle artiesten die meewerkten afzonderlijk en toont langs de andere kant de polarisering van onze planeet. Het probleem kan gewoon opgelost worden, maar het wordt uigespeeld als een macht- en egospelletje. Daar doet deze lijst niet aan mee. Het is wij tegen de wereld. David tegen Goliath. En dat we allemaal weten wie daar toen won, moet ergens toch hoop geven. Want dat is er altijd. Hoop en liefde.

En dan nog dit: op de fysieke versie van HELP(2) zit er helemaal op het einde nog een extra nummer verstopt! Niet zomaar eentje, maar een liveversie van “Acquiesce” van Oasis, opgenomen in Wembley Stadium op 28 september tijdens de Live 25-reünieconcerten. Voor zij zonder platenspeler, is die ook als losse single te vinden op de streamingdiensten.

Wil je zelf je steentje bijdragen aan War Child? De inkomsten van de fysieke verkoop van HELP(2) gaan integraal naar de organisatie, alsook kan je voor een vrije bijdrage of meer informatie terecht op deze website.

Ontdek “Black Boys on Mopeds”, ons favoriete nummer van HELP(2), in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.

2879 posts

About author
only love <3
Articles
Related posts
AlbumsFeatured albumsRecensies

Arlo Parks - Ambiguous Desire (★★★½): Glinsterende beats

Al van bij debuutsingle “Cola” werd duidelijk dat Arlo Parks iets had dat niet veel jonge artiesten in zich hadden. Ze maakte…
FestivalnieuwsMuzieknieuwtjes

Festivalnieuws! 23 nieuw namen voor de Lokerse Feesten! 16 voor Gent Jazz! 13 voor Couleur Café! 5 voor Suikerrock!

De eerste noemenswaardige voorjaarsstorm had klaarblijkelijk zulke stevige windstoten, dat er vandaag tal van nieuwe namen voor verschillende Belgische festivals uit de…
LiveRecensies

Buck Meek @ Ancienne Belgique (AB Club): Initimiteit met scherpe randjes

Het geheel is meer dan de som der delen, wordt soms wel eens gezegd, maar bij Big Thief zijn de delen op…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *