Heel bekend is The Serfs niet bij ons in België. Het is te zeggen; als je van de betere new wave en elektronische postpunk houdt, is het drietal uit Cincinnati, Ohio, een van de beste bands van de laatste jaren en zal je ze zeker kennen. We stellen even de hoofdrolspelers voor: Andie Luman aan de zang en de synths, Dakota Carlyle ook aan de zang en de synths en daarbovenop ook nog bas, gitaar en drums. Dylan McCartney beheerst dezelfde instrumenten als Carlyle en is de bekendste van het trio. Naast The Serfs is McCartney ook de frontman van het fantastische The Drin.
Stipt om negen uur gingen de gordijnen achter het podium open en posteerden Luman en Carlyle zich achter hun synths, labyrint van kabels en halve winkel aan effectpedalen. McCartney ging achter zijn driedelig knalrode drumstel staan en met “Willows” werd direct een keiharde beuker naar het publiek gespuwd. De snaredrum stond keihard en we zagen dat McCartney in zijn mouwloze zwarte T-shirt beschikt over twee uiterst pezige armen. Dat moet ook wel wanneer je ziet hoe intens en onverbiddelijk de man zijn drums teistert. Hij nam de drumstokken omgekeerd vast, met de smallere punt dus in de handpalm, omdat hij anders elke twee minuten een ander stel kan gaan zoeken wegens helemaal aan gort gemot. Hij droeg een pilotenbril met spiegelende glazen en leek na elk nummer iets te zoeken op het podium. Een compleet ongeleid projectiel dat in een andere wereld leek te vertoeven en absoluut geen contact zocht met het publiek.
Carlyle had ook een donkere zonnebril op en Luman stak er bijna schattig bij af in haar witte shirt met muzieknoten erop. We herkenden direct “Electric Like An Eel” omdat het de enige schijf is van The Serfs waar McCartney een paar partijen mondharmonica speelt. Carlyle ondersteunde met de zwaarste noten op zijn basgitaar. Luman stond bewegingloos als een standbeeld uit de Renaissance de keys in te drukken die fantastisch cold wave klonken.
Wanneer we het optreden zouden indelen in stukken, kan dit eventueel door het verwisselen van de instrumenten. Carlyle en McCartney zijn multi-instrumentalisten die synths, (bas)gitaar en drums volledig beheersen. Tijdens de eerste nummers zoals ook “Politics of Emptiness” bleef McCartney achter dat kleine drumstel staan. Het verbaasde ons live veel meer dan op plaat hoe dikwijls het ritme verwisselde. Hoewel, het ritme bleef uiteindelijk hetzelfde, het waren eerder de fills die de hele tijd veranderden. “Vanishing Point” is het bekendste nummer van de Amerikanen, maar voor het publiek dat helemaal vooraan stond te zwaaien met de armen, maakte dat helemaal niet uit. We waren nog maar vijf nummers ver en we voelden ons al helemaal zalig murw geslagen. McCartney zweette als een hele stal runderen en zwaaide tussen de songs de hele tijd met zijn armen, alsof hij geplaagd werd door een stel voor ons onzichtbare demonen.
Een hele tijd was er niets van gitaar te bespeuren tot de intro van “Baroque” begon. The Serfs spon het wat uit met lange drukken op de keyboards en Carlyle die de gitaar omgorde. McCartney speelde de bas en de cadans kwam uit de drumcomputer van Luman. Die bezetting werd aangehouden bij “Stimuli”, onze persoonlijke favoriet van de band. Zo konden we dat enigszins interpreteren als het ’tweede deel’ van het optreden. Het drumstel werd even achterwege gelaten en Luman kwam ook meer op de voorgrond als zangeres. Haar microfoon stond een pak stiller, maar dat had als voordeel dat haar zachtere stem mysterieus klonk ten opzichte van de oerschreeuwen van McCartney.
De band maakt af en toe ook van die pop wave, zoals “Club Deuce”. Ze durft dan eerder te klinken als een groep zoals O.M.D. of Depeche Mode, maar dan wel met de zang van een vrouw. Het was een soort van rustpuntje in het geheel. McCartney speelt ook gewoon tamboerijn en eerlijk, we hebben nog nooit in ons hele leven iemand zo strak en cool zien motten op een rode tamboerijn. Het hele podium werd gebruikt door de frontman en op het einde van de song smeet hij de zogeheten schellenkrans tegen de planken om er nog een trap tegen te geven. Eerlijk, het is een vreemde vogel, die Dylan McCartney. Een heel frêle figuurtje eigenlijk, maar wel met de kracht van een heel rugbyteam. Contact zoeken met het publiek was volledig uit den boze en dat is zeker niet door arrogantie of kwade wil. Neen, het is The Serfs, een trio dat niet gaat neuten op het podium van: ‘it’s good to be back’ of ‘we love the Belgian beers, hahahaha’, of meer van die onnozelheden.
Maar hey, opeens was het optreden afgelopen. Het drietal verdween achter de gordijnen, kreeg een heel gemeend applaus en stond nog geen halve minuut later weer op het podium om nog een laatste banger te brengen, “Is There An Exit?”. Na die ‘encore’ was het driespan letterlijk binnen de twee seconden weer verdwenen achter die zwarte gordijnen. Maar nogmaals, zo hoort dat. Geen ‘daaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaag’, geen ’tot in den draai hé’ enzovoort enzoverder. Gewoon een uur de beste cold wave die nu gemaakt wordt, gespeeld door drie toppers die er ook nog eens fantastisch glad en slik uitzagen. Weergaloos cool optreden!
Setlist:
Willows
Electric Like An Eel
Swim
Politics In Emptiness
Vanishing Act
Dart Through The Shadows
Times Leak
Order Imposing Sentence
Baroque
Stimuli
Club Deuce
This Chorea
Debt World
Paid In Full
Is There An Exit?






