Romanie is een Belgische singer-songwriter die sinds haar verhuis naar Australië een eigen plek heeft opgebouwd binnen de indiepop daar. In een korte tijd groeide ze uit tot een waarde binnen die scene en mocht ze al het podium delen met onder andere Angus en Julia Stone. Romanie haar muziek vertrekt vanuit kwetsbaarheid en observatie, met een focus op eerlijkheid. Op haar sterke debuutalbum Are We There Yet? hoorde je meteen dat haar kracht ligt in het schrijven van intieme nummers die zacht klinken, maar hard binnenkomen. Die ingetogenheid is haar kenmerk geworden en vormt ook hier het vertrekpunt om de imperfecties van haarzelf op te zoeken.
Muzikaal blijft Romanie op dit album grotendeels binnen eenzelfde klankkleur. Zachte gitaren en trage ritmes domineren het geluid, waardoor de beginnummers “Anything or Anyone” en “My Eyes Don’t Light Up When I Look At You” te makkelijk in elkaar overvloeien. De sfeer is melancholisch en beheerst, maar ook opvallend gelijkaardig. Waar dat soms rustgevend kan werken, begint het hier al na de eerste drie nummers een beetje te repetitief klinken. Op de eerstgenoemde bijvoorbeeld, gaat het over het besef dat je echt niets meer van die ene persoon nodig hebt of wilt, maar dat heb je niet direct door. De instrumentatie varieert echter zo weinig, waardoor de emotionele impact van de teksten minder binnenkomt dan ze zou kunnen.
Een uitzondering daarop is “I Tried To Erase You”. Dat nummer voelt losser, beweegt in een iets hoger tempo en klinkt melodischer dan de rest van de plaat. Het is luchtiger zonder al te saai te worden en toont hoe goed het doorkomt wanneer Romanie haar geluid net iets meer laat openbreken. In dezelfde lijn lag het eerder uitgebrachte “I Won’t Yell”. Met half gesproken vocalen en vergelijkbare instrumentatie maakte het de indruk dat het album meer dynamiek zou durven opzoeken. Die belofte wordt dus niet volledig na gegaan.
Vanaf dat punt kantelt de It’s Not That Funny langzaam richting een donkerder slotstuk. De instrumentatie krijgt een donkerdere laag en de focus verschuift naar Romanie zelf. In “I Can’t Think About A Future” keert ze zich naar binnen en klinkt haar stem wat afstandelijker, alsof ze zichzelf observeert vanop een veilige afstand. De muziek blijft rustig, maar de thematiek voelt zwaarder en persoonlijker aan. Toch blijft ook hier het klankbeeld opvallend consistent, waardoor de betekenissen subtiel verschillen.
Het moment dat echt blijft hangen, is het voorlaatste nummer “Uh Oh”. Voor het eerst breekt Romanie met haar eigen beheersing en laat ze een kort, rauw schreeuwtje toe. Het is er geen grote of lange, maar wel eentje die van het zorgvuldig opgebouwde oppervlak afwijkt. Dat ene moment van verschil maakt duidelijk hoeveel kracht er schuilt in variatie. Het voelt als een spontane emotionele reflex in een album dat voor de rest sterk gecontroleerd blijft. De afsluiter “Power At Play” keert dan weer terug naar rust. Het nummer vloeit zachtjes voort en sluit af met de woorden ‘So I’ve got nothing left to say’, wat perfect samenvat hoe de plaat functioneert als een uitlaatklep. Het album eindigt dus niet met een conclusie, maar juist met een overgave.
Romanie heeft daarmee alles in haar kunnen ventileren op It’s Not That Funny. Als geheel mist het project echter variatie en scherpte, ondanks sterke individuele ideeën en oprechte teksten. Romanie toont dat ze kan schrijven en sfeer kan creëren, maar door vast te houden aan één geluid en tempo verliest het album in zijn geheel zijn draagkracht. Als losstaande nummers zou het veel potentieel hebben, maar in album vorm is het te vlak en moeilijk om echt bij te blijven als gevolg.
Facebook / Instagram / Website
Ontdek “I Tried To Erase You”, ons favoriete nummer van It’s Not That Funny in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.






