Het was een stralende twintig juni vorig jaar toen Pokey LaFarge een prachtig optreden gaf in de kiosk van De Casino in Sint-Niklaas. De Amerikaanse artiest deelde zonnebloemen uit aan het publiek en verraadde dat er in 2026 nieuw materiaal zou uitgebracht worden. De verse ep werd uitgegeven op een vrijdag en ook nog een dertiende. We liepen onder een ladder terwijl een nest zwarte katten onze voetstappen volgde. We luisterden naar de liedjes van de man die geboren werd als Andrew Heissler. We zijn niet bijgelovig en wandelden gewoon rustig verder. LaFarge zet in de titel van zijn ep dat hij op reis is. Zijn stem en zijn gitaar gelden als bagage. Vier eigen nummers en twee covers begeleiden hem op zijn tocht. We zijn onze tocht begonnen met korte zinnen.
In principe bespreken we geen covers, maar om het totaalplaatje in elkaar gepuzzeld te krijgen, overtreden we kort en voor eventjes maar deze regel. Op “Ain’t No Grave” heeft de singer-songwriter zijn eigen versie van een lied van Claude Ely uit 1934 eigen gemaakt. Eerlijk, wij kenden het nummer alleen door de uitvoering die Johnny Cash ooit heeft opgenomen. Het is op deze plaat de enige keer dat LaFarge een metgezel toelaat. De tweede stem wordt fantastisch gedragen door de betoverende Addie Hamilton. “Keep On Knockin'” is dan weer een bluestraditional die bijna honderd jaar oud is. Waar LaFarge op zijn laatste plaat Rhumba Country alle stijlen van blues over americana tot zelfs samba en merengue door elkaar haspelde, is het nu duidelijk de bedoeling dat er tot de spreekwoordelijke essentie wordt gegaan. Enkel gitaar en stem dus, geen wasbord als percussie, geen extra viool op de achtergrond, geen aanvullende banjo of mandoline; gewoon open en bloot zonder band. Het begin en het eindpunt op de plaat zijn dus herwerkingen van traditionals, maar er is ook plaats gemaakt voor eigen werk.
Moet LaFarge onderdoen voor grootmeesters als Robert Johnson of Lead Belly? Wij vinden alleszins van niet. Uiteraard is hij geen bluespionier, maar als je in 1983 geboren bent, is dat gewoon een fysieke onmogelijkheid. Meer hoeven we daar niet achter te zoeken. Met “Pickup Truck” bewijst de man dat hij de coolste bluesnummers geschreven krijgt. ‘When the good Lord says my time is up, well, i’m gonna try to go to heaven in my pick-up truck’. Traditiegetrouw krijgt de Almachtige zijn gebruikelijke plaats in het geheel. LaFarge kent zijn klassiekers en bouwt verder op de Amerikaanse rootsmeesterwerken van de voorbije eeuw. Op “Arkansas” – net zoals op alle zes liedjes – heeft de artiest enkel zijn gitaar omgegord. Alle ballast werd overboord gegooid om te ontaarden tot een existentiële vorm, enkel de fundamenten, de basis eigenlijk, zijn van belang en daarvoor blijken zes snaren voldoende.
Op “Josephine” wordt LaFarge romantisch en bezingt hij de liefde voor het meisje uit de titel. Hij wilt die liefde bezegeld zien in het ochtendgloren met de walm van tientallen sigaretten en de penetrante geur van whisky die tot in de botten is gesijpeld. Samenzitten wordt gedaan op de trappen van een portiek van een vrij klein, maar degelijk houten huis dat best geen tornado toelaat aan de voordeur. De tarwevelden staan in bloei en de pick-up truck van daarnet staat geparkeerd naast de boom met de obligate, vermolmde schommel. Er ligt nog een fles bourbon klaar op de passagierszetel. Je weet maar nooit. In romantiek is er volgens ons geen tijd voor een kater; dat hopen we in ieder geval. Het is mooi geweest. Lafarge beloofde een reis en dat hebben we gekregen. Geen overboekingen, geen tijdsschema dat niet behaald wordt, geen nervositeit om wat niets erg zal blijken te worden, geen spanning om leegte. “Walk Your Way out of This Town”, we stappen nog een stukje mee, groeten ten afscheid en gaan nadien onze eigen weg. Er zijn voldoende kruispunten.
Facebook / Instagram / Website
Ontdek “Pickup Truck”, ons favoriete nummer van Travelin’ with Pokey LaFarge: Voice and Guitar, Vol 1, in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.






