LiveRecensies

The Waterboys @ Koninklijk Circus (Cirque Royal): Lang leve Dennis Hopper

© CPU – Peter Verstraeten (archief)

Enkele maanden geleden trakteerde The Waterboys de festivalgangers van Gent Jazz nog op een knappe greatest hits-show. De Schotse band had toen met Life, Death and Dennis Hopper nog vrij recent een geweldige conceptplaat uitgebracht, maar Mike Scott en de zijnen wisten ook dat een festivalpubliek grotendeels de hits en klassiekers wil horen. Scott en co weten gelukkig ook even goed dat hun plaat over het leven van Dennis Hopper het wel verdient om aan het publiek voorgesteld te worden en dat het  Koninklijk Circus daar de ideale zaal voor is.

The Waterboys begon niet meteen met het Hopper-gedeelte, maar koos ervoor om het publiek eerst een vijftal classics voor te schotelen. De eerste daarvan was het intense “Glastonbury Song”, dat meteen binnenkwam door de kenmerkende wall of sound die The Waterboys telkens weer creeërt. Mike Scott ziet er anno 2025 een beetje uit als Neil Young en net als hem slaagde Scott er ook in om met een minimum aan verschillende noten een heerlijke solo te brengen. “How Long Will I Love You”, nog steeds een van de beste liefdesliedjes ooit geschreven, bracht de fans aan het meezingen en hetzelfde gold ook voor de rechttoe rechtaan rocker die “Medicine Bow” is. Die werd overigens ingezet met een heerlijke schreeuw van Brother Paul Brown, die zich tijdens een jam middenin het lied ook nog eens ferm mocht uitleven in wat best omschreven kan worden als een pianoduel met James Hallawell.

© CPU – Peter Verstraeten (archief)

Dat er een klein uurtje van de show was weggelegd voor Life, Death and Dennis Hopper, betekende dus ook dat The Waterboys de rest van de set kon vullen met de nummers waar het publiek telkens weer van smult. Dat betekende dan ook voor het Hopper-gedeelte nog dat “Fisherman’s Blues” werd gebracht, wederom uit volle borst meegezongen, met bijna net zo veel overtuiging en zeggingskracht als in de nog steeds geweldige stem van Scott. De laatste van de vijf introklassiekers was weggelegd voor een nummer dat al even goed is, namelijk “This Is The Sea”, dat werd ingeleid met een soort ode aan Brother Paul, die de meest Amerikaanse Amerikaan genoemd werd en dat is ook volledig terecht. Brown schopte het van op de Mississippi varende dakloze tot keyboardist van onder meer Wilson Pickett; het moet zijn dat de American Dream toch af en toe eens werkelijkheid wordt.

Wie ook een ‘American Dreamer’ was, was natuurlijk Dennis Hopper. Scott had het vanzelfsprekend niet over die film toen hij het stuk over Hopper inleidde, maar schetste wel kort wie hij was om vervolgens nog eerst het woord te geven aan een virtuele Steve Earle, die werd geprojecteerd en “Kansas” zong. Met alle Waterboys weer op het podium gingen we weg van Earle’s country en meteen over naar de strakke rock van “Live In The Moment”, waarbij foto’s van Hopper werden geprojecteerd en ook op het podium werden verschillende keren gigantische foto’s geposteerd. Voor “The Tourist”, dat begon met een muur aan gitaarfeedback, werd de band voor het eerst deze avond bijgestaan door drie vierde van The Deep Blue, dat de fraaie backingvocals verzorgde. Ook Hallawell mocht wat zingen en deed dat met een knappe falsetstem, waarvan we het laatste nog niet gehoord hadden.

© CPU – Peter Verstraeten (archief)

Terry Southern kon natuurlijk niet ontbreken in het verhaal van Hopper en kwam zo terug in het kalme “Blues for Terry Southern”, dat vooral herinnerd zal worden door het knappe pedalsteelgitaarspel van Hallawell. Na het, net zoals op plaat speciale en geniale “Hopper’s On Top (Genius)”, waande Scott zich ook aan een stukje praatzingen voor “Transcendental Peruvian Blues”, dat naar eigen zeggen uitgerekt moest worden met pianosolo’d om de gehele clip te kunnen afspelen op de achtergrond, zoals Hopper het van hem in een droom gevraagd had.

Ook Hoppers huwelijken en scheidingen konden niet onbelicht blijven en Scott koos ervoor om het over het kenmerkendste huwelijk te gaan hebben, namelijk dat met Michelle Phillips. De twee waren welgeteld acht dagen getrouwd, maar zoals Hopper het destijds aangaf zouden de eerste zeven nog zo slecht niet zijn geweest. Er is maar één plek waar een man na vier scheiding naar toe kan en dat is de afgrond, gaf Scott aan en hij slaagde er zowaar zelfs in om “Ten Years Gone” echt als de afgrond te doen klinken. Het stond in schril contrast met het daaropvolgende en intieme “I Don’t Know How I Made It”, waarbij we nog eens mochten genieten van de falset van Hallawell. Daarna belandden we opeens bij golf – hoe veel levens zou Hopper er in eentje geleefd hebben? – met “Golf, They Say”, om vervolgens aan te belanden bij het tragische einde. “The Passing of Hopper”, was voornamelijk een treurig instrumentaaltje, dat ervoor zorgde dat de aandacht, zoals het hoorde naar de bijhorende videoclip van het graf van Hopper en Scotts bezoek daaraan ging.

© CPU – Peter Verstraeten (archief)

Nadat de trompetintro van “Don’t Bang The Drums” doorheen de speakers galmde, waren we nog maar eens vertrokken voor een reeks klassiekers, met als komische hoogtepunt ongetwijfeld de keytar van Brother Paul, die er mal blijft uitzien, maar de Amerikaan weet er wel de knappe melodieën van “A Girl Called Johnny” uit te persen. “Spirit” werd ingeleid door een verhaal dat langer was dan het liedje zelf, over hoe Scott toen hij twaalf was en zijn eerste elektrische gitaar ging kopen een Dan Armstrong plexiglasgitaar op het oog had. Het prijskaartje van driehonderd pond was echter veel te veel voor een knaap die een budget had van negentien pond. Intussen kan hij het zich wel veroorloven en met de komst van het internet kon hij er ook enkele te koop aangeboden vonden. Helaas wel voor achtduizend dollar, met als uitkomst dat Scott er maar meteen twee kocht.

Voor “The Pan Within” kropen Paul en Hallawell nog vol energie en overgave samen achter de piano en na een snedig “Be My Enemy”, was het Mike Scott die voor het meest iconische pianoriedeltje van The Waterboys mocht optekenen. “The Whole of The Moon”, met daaraan nog een stukje “Everyday People” dat werd opgedragen aan Sly Stone, zorgde voor het laatste en tevens ook ultieme meezingmoment van de avond.

The Waterboys hebben een ijzersterke livereputatie en die werd in het Koninklijk Circus voor de tigste keer bevestigd. Met Life, Death and Dennis Hopper kon de band ook eens een geheel andere show brengen dan gewoonlijk en dat ging Scott en de zijnen net zoals elk optreden buitengewoon goed af.

635 posts

About author
Ik moet dagelijks 'ok boomer' aanhoren
Articles
Related posts
InstagramLiveRecensies

Wolf Alice @ Koninklijk Circus (Cirque Royal): Van traan tot mosh en weer terug

Tien jaar na hun eerste Belgische passage en met een kwartet aan studioalbums in de platenkast, blijft Wolf Alice gek genoeg wat…
InstagramLiveRecensies

Mac DeMarco @ Koninklijk Circus (Cirque Royal): Het zoete leven

Voor een lange tijd was Mac DeMarco een man die je nagenoeg ieder jaar aan het werk kon zien in België. Tot…
LiveRecensies

Graham Nash @ Koninklijk Circus (Cirque Royal): Iconische verhalen, iconische nummers

Twee jaar geleden speelde Graham Nash nog een geweldig concert in De Roma en met zijn vierentachtigste verjaardag al in het vizier…

1 Comment

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *