De opvallende bandnaam Sorry klinkt haast als een excuus. Een excuus dat ze mogen bestaan en albums mogen uitbrengen. Gelukkig hoefden ze zich tot nu toe absoluut niet te schamen voor wat ze hadden gemaakt. Bij hun nieuwe plaat COSPLAY beginnen we echter af en toe te twijfelen. COSPLAY is de derde worp van de Londense band rond Asha Lorenz en Louis O’Bryen. Met hun debuut 925 (2020) nodigden ze zichzelf uit op het debutantenbal van de beste Britse indiealbums. 925 was alles daarbij behalve ‘nine to five’, met hun verfrissende blend van indie, pop, elektro, vleugjes jazz en triphop. Ze bleven aan de goede kant van de dunne scheidslijn tussen ongestructureerde chaos en experimentele vernieuwing. Het klonk allemaal zonder vooropgezet plan, lekker jeugdig met een humoristische knipoog naar de wereld. Asha en Louis voelden en vulden elkaar aan, zowel muzikaal als in songstructuren. De teksten leken soms ter plekke verzonnen, met de muziek er nonchalant onder gezet. Maar die ogenschijnlijke spontaniteit maakte dat alles leek te kloppen. En dat was knap.
Tijdens corona was er helaas weinig gelegenheid om die spontaniteit op de podia te brengen. De band had alle tijd om een plan te maken voor hun volgende plaat. Ze besloten hun songwriting te finetunen en de productielat wat hoger te leggen. Anywhere But Here (2022) klonk dan ook op het eerste gehoor wat gladder. De scherpste randjes waren deskundig, maar ook definitief, weg gevijld. Maar na meerdere luisterbeurten moesten we toch erkennen dat het een heel aangenaam geluid opleverde. Minder verfrissend, maar wel volwassener. Hoe zullen we het zeggen: iets meer poppy? Minder verrassend, maar wel catchy en gewoon… goed.
Nu is er COSPLAY, de derde in de rij Sorry’s. Eerlijk gezegd hadden we al verwacht dat de zorgeloze jeugdgeluiden van 925 hierop niet meer terug zouden komen. Dat Sorry in een illuster rijtje indiebands geplaatst kan worden, waarvan we achteraf zeggen: ‘Hun debuutalbum was toch eigenlijk hun beste. Sorry…’. Ook die verwachting is uitgekomen. COSPLAY is zeker niet hun beste plaat. Sterker nog: als album is het hun minste. Maar – er is een grote maar – enkele songs behoren tot het beste dat ze ooit hebben gemaakt. Mochten deze als een soort ep zijn uitgebracht, dan was deze fantastisch geweest. En dan mochten we de overige nummers van COSPLAY overboord gooien en voor de eeuwigheid vergeten.
De oorzaak van deze dualiteit ligt met name in de productie. Waar op Anywhere But Here de speelse kracht van 925 slechts werd bijgeschaafd, wordt op COSPLAY het geluid laag na laag dicht geplamuurd. Afhankelijk van de aangebrachte lagen en de bedachte bouwstructuur, kunnen alle delen op hun plaats vallen. Dat levert dan prachtige songs op. Songs waar de stem van Asha nog vrijelijk naïef en kinderlijk mag spelen. Nog steeds niet zuiver, maar wel heel oprecht. Vaak opgestuwd door de tweede stem van Louis, door zijn gitaargejangel, rammelend en wel. Zoals we gewend waren van Sorry, maar anno 2025 ook met toegevoegde laagjes van zweverige synths, strijkers, galm en akoestische klanken. Of met snufjes weirde industriële klanken. Zo vergaat het meteen op “Echoes”, de opener, waar ook meteen een vertrouwde troefkaart van Sorry wordt gespeeld, namelijk de kracht van de herhaling. Waar de teksten als een mantra op je in worden gehamerd. Ook “Jetplane” en “Antilope” blijven aan de goede kant van de productiestreep, hoewel de bas vetter is dan ooit en ook de drums eerder rock dan indie klinken. Ook de sax mag een verrassende maar goede keuze worden genoemd. Na het puntige en punkige “Today Might Be The Hit” komt dan het hoogtepunt van de plaat in de vorm van “Life In This Body”. Een song waarin donker en licht elkaar zowel afstoten als aantrekken. Een song die galoppeert van klein naar pompeus en weer terug en waarin Asha en Louis elk een deel van de zang voor hun rekening nemen en op een gegeven moment intiem in elkaar verstrengeld raken: ‘Life in this body – Is it yours or is it mine – I think about it almost all the time’. Een heerlijke song.
En dan wordt het verval op COSPLAY groot. De denkbeeldige lijn dat overdaad schaadt, wordt overschreden. De stukjes vallen niet meer op hun plaats. Dat gebeurt ook op de vooruitgeschoven single “Waxwing”, blijkbaar toch als visitekaartje van de band bedacht en gepresenteerd. Maar “Waxwing” klinkt veel te klinisch voor het warme en menselijke Sorry. De stemmen zijn te zeer vervormd en daardoor te afstandelijk, terwijl de synths en drums uit de jaren tachtig lijken te komen, donker en overheersend, maar de song alleen koud en kil maken. Diep onder de huid voel je nog wel iets van de naïeve speelsheid van Sorry, zoals in het synthriedeltje op het einde, maar door keuze voor de verkeerde klankleur, werkt ook die niet. Helaas. Dit donkere, experimentele en artificiële wordt doorgetrokken naar het restant van de plaat, met veel vervorming en scheurende gitaarriffs. Zoals op “Magic”, waar de warme pianoklanken en kille elektronica elkaar niet versterken maar afstoten. Het idee is misschien goed, maar voor ons werkt het niet. Of we begrijpen de truc niet goed en wordt het allesbehalve magie.
Langzamerhand snakken we naar het einde van de plaat. Een plaat die heel goed begon, maar op het einde diep wegzakt. Misschien ligt het niet alleen aan de songs alleen, maar zijn elf achtereenvolgende nummers van het huidige Sorry net iets te veel van het goede én zijn er te veel ideeën op onze beide oren afgevuurd. Meer dan we kunnen, en willen, verwerken. Zeker als deze niet blijken te werken of elkaar zelfs tegenwerken. We veren weer even op als op afsluiter “JIVE” de oerkrachten van Sorry weer even tot ons doordringen. Een song die begint als een speels kinderliedje en zich ontwikkelt in een heerlijke mantra refreinlijn. Als vanouds. Maar helaas, te vroeg opgeveerd. De kracht der mantra werkt nu niet, als de verstaanbaarheid geheel kopje gaat in het duistere moeras der elektronica. Waarmee Sorry ook aan het einde van COSPLAY lijkt de te bevestigen wat we al eerder als cliffhanger hadden gepresenteerd. Sorry heeft op COSPLAY veel ideeën. Sommige werken, als alle delen in elkaar vallen en de menselijke, naïeve, organische, akoestische en speelse kaarten worden gespeeld. Maar het kaartenhuis valt in elkaar zodra de duistere elektronica van synths, drumbeats en vervormers van stal worden gehaald, gecombineerd met scheurende rockriffs, waardoor we in vertwijfeling achterblijven. Met een album COSPLAY dat totaal uit het evenwicht is geraakt. Helaas.
Ontdek “Life In This Body”, ons favoriete nummer van COSPLAY, in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.







