
© CPU – Mathias Verschueren (archief)
Zelfs op een festival waar de riffs en drums trager zijn dan gemiddeld, vliegt de tijd voorbij. Roadburn is nu officieel over de helft, al merk je daar weinig van aan het enthousiasme en de kameraadschap waarmee festivalgangers zich rond de Tilburgse stationsbuurt van zaal naar zaal begeven. Het fenomeen van de lange wachtrijen begon inmiddels wel steeds nadrukkelijker op te duiken. Toch leek iedereen definitief in weekendmodus te verkeren. Ook de geheime shows en residentieoptredens bleven onverminderd intrigeren. Zo zagen we een headliner in het skatepark én trokken we richting de grootste en zwaarste planeet van ons zonnestelsel. Kortom: dag twee was er eentje vol onverwachte omwegen, geduldige rijen en grootse momenten — in elke uithoek van het universum dat Roadburn heet.
Midwife & Vyva Melinkolya @ The Terminal
Elk jaar kiest Roadburn een aantal artiesten die een editie lang in residentie mogen verblijven. Dit gaat meestal gepaard met meerdere shows verspreid over het weekend, waaronder een première. Dit jaar viel die eer te beurt aan de Amerikaanse multi-instrumentaliste Madeline Johnston, beter bekend als Midwife. Samen met Vyva Melinkolya bracht ze Orbweaving integraal tot leven. Geleid door kleurrijke visuals ging deze show van een leien dakje. Waar het begin zich ontrolde door soundscapes, vloeide het geheel naadloos over naar een soort folkachtige postrock. Deze set was allerminst hard in vormen van akkoorden en solo’s, maar wanneer Johnston en Melkolya gezamenlijk de gitaren ter hand namen, stegen de decibels geleidelijk mee op. Terwijl de een zat te prutsen aan de synths keek de andere bij momenten toe. Zodoende draaide alles hierbij om gevoel en was onze tweede dag begonnen met elegante schoonheid.
Messa @ Main Stage
Gloednieuw, zo kunnen we The Spin van Messa wel noemen. Het nieuwste werk ligt pas een week in de schappen, maar kreeg op Roadburn een kans om in zijn volledigheid te stralen. De groep speelde namelijk het album van kop tot teen en waar envy tijdens zijn albumshow op dag één wat moeite had met het geluid, was dat bij Messa wél perfect afgestemd. De zware riffs klonken gelaagd zonder ook maar een graadje modderig te worden en ook de zang van frontvrouw Sara Bianchin was wonderschoon. IJzersterk was ze, maar tegelijkertijd zo breekbaar als het maar zijn kan. Afsluiten deed Messa met de woorden ‘dit is ons laatste nummer voor nu’, dus de stille hoop is dat de groep vandaag of morgen nog eens opduikt.
De Mannen Broeders @ NEXT Stage
Broederliefde, het blijft mooi om te zien. De band die broeder Dieleman en Colin H. van Eeckhout door de jaren heen hebben opgebouwd is er een vol contrasten, maar als ze samen hun groep De Mannen Broeders vertegenwoordigen, vallen die grote verschillen qua muzikale achtergronden volledig weg. Ook op de NEXT stage was dit het geval, waar het tweetal hun album Sober Maal bracht. Of ja, tweetal… voor de gelegenheid had het duo een voltallig koor en een pianist op een podium ingevlogen dat daar eigenlijk net iets te klein voor was. Wel was de samenwerking een schot in de roos, en het koor bleek wel degelijk van toegevoegde waarde, terwijl de twee heren vooraan ons als rituele gidsen doorheen het album leidden. Met een draailier en banjo op schoot zetten Dieleman en Van Eeckhout de lijnen uit van een allerminst bombastische set, die des te meer indruk maakte door de uiterste precisie waarmee alles werd gebracht.
CHVE @ NEXT Stage
Wie nog geen genoeg kon krijgen van de creativiteit van van Eeckhout, kon een half uurtje na de laatste noot genieten van Colin’s solo-project CHVE. Wel was het een kleine switch ten opzichte van zijn andere act, want met CHVE haalde hij de droomknop volledig open. Met een knisperend haardvuurtje vooraan het podium en opnieuw de draailier, zorgde Van Eeckhout voor een ambient set die eerder voelde als een meditatieve roes dan een optreden. Niemand in het publiek durfde een woord uit te spreken of een geluid te maken, alsof zelfs een ademhaling al de sfeer zou breken. Soms ging het wel te ver in de zweverigheid, vooral toen Van Eeckhout besloot om bij een microfoon minutenlang met stenen tegen elkaar te wrijven. Misschien iets té spiritueel voor op de vrijdagmiddag.
Buffalo Nichols @ Hall of Fame
De onweerstaanbare drang naar vrijheid is een gemeenschappelijk kenmerk van zowel metal als country. Een bekend voorbeeld van iemand die beide genres wist te verzoenen, was eerder al Nergal van Behemoth met Me and That Man. Buffalo Nichols gaat nog een stap verder door zich ook diep te laten inspireren door de blues. Met zijn vintage gitaar en een loopstation nam Nichols zijn rol bijzonder serieus. Onder een sluier van blauwe verlichting hing er voortdurend een waas van mysterie, versterkt door zijn zonnebril die elke glimp van zijn gemoedstoestand afschermde. Muzikaal gezien leek hij echter in topvorm. Het imago dat hij neerzette, paste perfect bij zijn donkere westernsongs — nummers die zo uit de stoffige straten van Deadwood hadden kunnen komen. Gelukkig bood Hall of Fame voldoende ruimte voor zowel hem als ons, zodat er geen revolvers aan te pas hoefden te komen. En in een wereld waar vervuiling alomtegenwoordig is, hield Nichols het consequent: geen merchandise, geen onnodige ballast. Hij kwam, speelde, en verdween weer in het blauw. Zoals een outlaw betaamt.
Officer Jones and His Patrol Car Problems @ Ladybird Skatepark
De politie is je beste vriend, maar vooral als deze bestaat uit leden van Rise and Fall, Oathbreaker en Wiegendood. Officer Jones and His Patrol Car Problems kwam namelijk onverwacht naar het festival en speelde zijn eerste show in bijna twintig jaar, waar de groep in het skatepark achter de Hall of Fame meteen alles in vuur en vlam zette. Gehuld in het blauw en inclusief pet, die er bij de eerste keer headbangen al meteen van afvloog, ging de band in op de twintigste verjaardag van Memorial. De plaat kreeg een razende livevertaling die perfect aansloot op de rauwheid van het terrein waar het zich in afspeelde. Zijn patrouilleauto mag dan wel in panne staan, de sirenes loeiden harder dan ooit tevoren en als gevolg kreeg de groep kinderlijk eenvoudig het volledige publiek mee. Toffe verrassing!
envy @ Main Stage
Gisteren bracht envy een integrale uitvoering van A Dead Sinking Story. Voor hun tweede optreden op Roadburn kregen ze de kans om hun nieuwste album, Eunoia, te verweven met ander recent werk. De Japanners toonden geen spoortje van vermoeidheid en voelden zich zichtbaar vereerd om opnieuw het podium te mogen bestormen. Voor deze set had de groep de perfecte balans gevonden tussen Mogwai en The Dillinger Escape Plan. De postrockachtige passages fungeerden als leidraad richting halsbrekende breakdowns. Al dat harde werk resulteerde in een golf van positieve energie die door de hele zaal denderde. Een andere troef was het verrassend zuivere geluid — elk element kwam glashelder door, en ook de lichtshow was naadloos afgestemd op het mathematische ritme. Toch sloeg de sfeer bij “Dawn and Gaze” om: de rode verlichting maakte het plots dreigend en beklemmend. Maar naarmate de geluidsmuur openbrak en de intensiteit zich ontlaadde, week dat onheilspellende gevoel langzaam weer. envy bewees eens te meer: om iemand op te bouwen, moet je ze eerst compleet afbreken. En daarin slaagden ze met verwoestende precisie.
envy speelt deze zomer op 5 augustus op de Lokerse Feesten.
The Body @ Main Stage
Heb je wel eens het gevoel dat je gewoon eventjes doelloos heel veel geluid wilt produceren? Mooi, dan kan je zo bij The Body! De groep kwam namelijk met veel geweld en bombarie de 013 binnen en voelde in het begin aan als een serieuze dreiging, maar nadat we eenmaal een kwartier in het brute geweld hadden gestaan, begon de rek er toch volledig uit te gaan. Op den duur klonk alles hetzelfde. Riffs werden één, drumpatronen leken iedere paar seconde te herhalen en er zat totaal geen verhaal of evolutie in de set. Normaal niet erg, maar wat natuurlijk ook niet meehielp, was het feit dat de zanger als een schorre schreeuwkip continu onvertaalbaar gebrul de microfoon in jaagde. De trommelvliezen waren geprikkeld, maar de rest van ons lichaam allesbehalve.
Cave In @ Main Stage
Cave In’s derde album Jupiter blaast dit jaar 25 kaarsjes uit en dat was reden genoeg om de Amerikanen uit te nodigen voor een integrale uitvoering. Ondanks dat we wisten wat we konden verwachten, bleek deze ruimtereis een pak boeiender dan die van Katy Perry. Zodra het viertal de raketmotoren deed starten, werden we moeiteloos losgerukt van de aarde. Op dit album wordt immers niet zuinig omgesprongen met riffs en onverwachte wendingen. Grunge, hardcore en psychedelica cirkelden voortdurend rond elkaar in een roes van zwaartekrachtloze chaos. Echt intens werd het wanneer Adam McGrath zijn strot opende en brullend zijn dominantie liet gelden — een sonisch zwaartepunt waar je niet omheen kon. Om het toebedeelde uur optimaal te benutten, kreeg “Big Riff” een stukje “Inflatable Dream” mee en voegden ze een cover toe van Jake Holmes. Dat voelde allerminst als opvulling; sets als deze mochten gerust nog wat langer blijven nazinderen. Helaas was deze ruimtereis geen enkeltje. Tijdens “New Moon” voelden we de aarde alweer onder onze voeten verschijnen. Maar zelfs met beide benen terug op de grond, bleef het hoofd nog even in de kosmos hangen.
Chat Pile @ Ladybird Skatepark
Het hing al de gehele dag in de lucht, maar rond de klok van acht kwam dan eindelijk de bevestiging: Chat Pile zou om tien uur de laatste secret show van de dag spelen. Het nieuwtje deed al snel de ronde, want om half negen stond er al een rij die toen al niet meer de zaal in paste. Het geluk was aan onze zijde gisteren, en we konden nog net naar binnen glippen, waar we achteraf gezien het perfecte voorproefje voor de headlineshow van vandaag kregen. Rauw vanaf de eerste noot opende Chat Pile met het vernietigende “Wicked Puppet Dance”, dat als een dreun binnenkwam en meteen de toon zette. Wat volgde was een uur aan sloopwerk, waarbij de enige momenten van ademhalen de korte stiltes tussen de nummers waren. Die intensiteit die daarmee gepaard ging, sloeg duidelijk aan, want bijna een vol optreden lang stond de volledige skatehal te headbangen. En dat alles terwijl frontman Raygun Busch, dit keer met ontbloot bovenlijf en glimmende dadbod daarbovenop, keer op keer zijn longen zowat uit zijn lijf schreeuwde. Dit gaat wat worden op de Main Stage.
Fellatio @ LOC Brewery
Op het einde van de avond was het tijd om eens in 4×4-modus te schakelen, want we gingen nog eens het offroad-programma bezoeken. De grootste reden hiervoor was de groep Fellatio, die in de LOC Brewery nog eens hun cowboy-disco-rock-‘n-roll mocht bovenhalen. Waar we afgelopen jaar vooral voor de naam gingen kijken, gingen we ditmaal terug op basis van de ervaring van toen. Een goede keuze, want de groep was enkel maar gegroeid. De songs klonken net wat strakker, de overgangen zaten net iets beter in elkaar en de frontman, die bij de vorige editie ook niet bepaald een muurbloempje was, had zichzelf inmiddels volledig tot een ware showman gekneed. Hij kroop, sprong en beukte zich doorheen de set, maar stal vooral op de funky-rocktonen de show. We kunnen nog wel vier alinea’s schrijven over waarom Fellatio zo goed was, maar we houden het kort: dit was het feestje waar je bij geweest moest zijn!
Thou @ Main Stage
De laatste genadeklap van de tweede festivaldag kwam van Thou. De muziek van Umbilical zou het best tot zijn recht komen in een vochtige grot, maar om iedereen een gelijke kans te geven, kreeg de sludgemetalgroep het hoofdpodium toegewezen. Veel poespas kwam daar niet bij kijken. Bryan Funck hoefde enkel zijn stembanden te laten schuren, en de intensiteit nam het onmiddellijk over. Vlak voor de dagwisseling gingen we nog één keer tot het uiterste. Hoe trager de band speelde, hoe vuiler en zwaarder het klonk — als een soundtrack bij het instorten van een onderaards rijk. Maar zelfs uit smeulende assen kan iets moois bloeien. De zangeres die Funck meermaals vervoegde, was de spreekwoordelijke klaproos in het slagveld: zichtbaar gelukkig, breekbaar en ontwapenend. Ze bood een ontwapenend tegengewicht aan het militaristische muzikale geweld. En zo eindigde de dag niet met een knal, maar met een trage, grommende ondergang — en één laatste sprankeltje schoonheid dat tussen het puin oplichtte.
De recensie van de pre-party lees je hier.
De recensie van de eerste festivaldag lees je hier.
Deze recensies werden geschreven door Bryan Boomaars en Cédric Ista.






