Sinds 2022 zijn er weinig namen binnen de metalsfeer die zo tot de verbeelding spreken als het Amerikaanse Chat Pile. Zie ze voor een eerste keer op een podium staan, en je waant je eventjes in de verkeerde zaal. Maar met microfoon en instrumenten in de hand kan bijna niemand tippen aan de pure, brute kracht van de brave bijna-veertigers uit Oklahoma. Zo bescheiden mag de Amerikaanse Midwest zichzelf profileren, zo overdonderend is deze band die het heeft voortgebracht.
Waar Chat Piles eerste betoog (God’s Country in 2022) ten tijde van het “relatief rustige” Biden-tijdperk de wereld werd ingestuurd, ziet de wereld er gedurende de tweede passage van Trump er niet meteen meer rooskleurig uit. Verre van verfijnd of subtiel te noemen, is de scherpte waarmee Chat Pile het late stage capitalism en algemene internationale status quo onderuit tracht te halen weliswaar niet te onderschatten. Of moet de band nog een tekening maken bij deze album cover, met zijn vervallen krot op de voorgrond en blinkende bedrijfstorens op de achtergrond?
Op Who Loves the Sun klinkt Chat Pile als een band die haast geen blijf weet met zijn frustratie, en die dan maar in het wilde weg begint te spuien. Dat met misschien iets meer melodie en flair dan voordien, maar dat wilt ook bitter weinig zeggen, met nadruk op “bitter”. Een zotte hoed op een pletwals zetten, maakt een sloop daarom nog niet feestelijker. De pletwals in kwestie, Who Loves the Sun, boet op geen enkel moment in aan force, maar geeft zichzelf enkel en alleen in meer detail dan gewoonlijk bloot. “Creature” mag de plaat dan wel verbazingwekkend melodieus aftrappen, “Shrine” iets verderop keert al maar graag terug tot de sludge-y essentie op een manier die Melvins enkel maar zou kunnen waarderen. Maar anderzijds, de manier waarop de gitaren op “Shrine” galmen geeft het iets melancholisch, of godbetert, zelfs nostalgisch. Over nostalgie gesproken, hoor je in “Same Rules” meer dan beetje de gotische metal van Peter Steele en Type O Negative.
Who Loves the Sun geeft zo blijk van een soort dynamisme dat de breedte van het noiserock en sludgemetalgenre opzoekt, en niet enkel de limieten van de volumeknop. Toch moet die volumeknop er soms serieus aan geloven, zoals wanneer “Family Funeral” de eindsprint wilt aanvangen door nog maar eens uit de voegen te barsten die al lang aan flarden zijn. Een eindeloos klinkende schreeuw van frontman Raygun Busch (een pseudoniem, geloof het of niet) loopt over in de akoestische afsluiter “October All the Time”. Een compleet monotone Busch verkondigt kurkdroog en weinig enthousiast: ‘Everything will be fine / The sun will continue to shine’. En hoewel er met betrekking tot dat laatste weinig astronomen hem zullen tegenspreken, is het duidelijk dat Chat Pile zich vragen stelt bij hoe lang de mensheid nog van diezelfde zon zal mogen genieten.
Het zijn er weinig weggelegd de staat van de wereld zo in een tiental nummers te vervatten met de furie die ze eigenlijk verdient als Chat Pile. En hoewel profeteren in moderne tijden vaak een ondankbare taak is, is Who Loves the Sun allesbehalve een emotioneel vacuüm of eindeloze put aan nihilisme. Verre van. Who Loves the Sun waarschuwt net iedereen die de zon en het leven liefheeft het tij dringend te keren, opdat de aardbol die we allen delen geen niemandsland wordt. Het is een soort humanisme van de meest rauwe soort. Chat Pile heeft, zoals ondertussen wel gewoonlijk is, weer een album afgeleverd dat zowel op de maag als de lever blijft liggen.
Ontdek “Shrine”, ons favoriete nummer van Cool World, in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.







