
© Artbyfenna
Je moet van verdomd goede huizen komen om het afgelopen jaar géén glimp van Whispering Sons op een podium te hebben opgevangen. De band rond Fenne Kuppens doorkruiste zowat elk poppodium en festival van binnen tot ver buiten de landsgrenzen. Met The Great Calm gooide de groep het vorig jaar over een andere boeg: minder dreigend, minder duister, en volgens sommigen zelfs een tikkeltje zomers klinkend. Een geluk, want in het Nederlands-Limburgse Heerlen scheen de zon gisteravond alsof het hartje juli was.
Sommigen laten het voorprogramma liever links liggen of komen pas binnen wanneer de hoofdact eraan komt. Maar wie dat gisteren deed, miste een band die de moeite waard was. ONIKI ADIM, een Haags drietal met Turkse roots, mocht het bal openen en bewees dat een voorprogramma meer kan zijn dan opvulling. De muziek liet zich lastig in een hokje stoppen: dromerig, maar tegelijk flirtend met postrock en synthwave. De Turkse teksten riepen al snel vergelijkingen op met Altin Gün, al was de sound van ONIKI ADIM grilliger, moeilijker vast te pinnen. Geen toeval, want de band putte uit een breed pakket aan invloeden, van The xx en Oscar and the Wolf tot traditionele Turkse muziek. Jammer genoeg kwam die unieke mix niet altijd optimaal uit de speakers rollen. De zang klonk bij momenten wat onzeker, waardoor een sterk nummer als “Ben Büyümdüm” niet helemaal de verwachte impact had. Toch wist ONIKI ADIM een zekere indruk te maken en bleek het een voorprogramma dat al met al smaakte naar meer.

© Artbyfenna
Zes jaar geleden blies Whispering Sons – toen nog een onbekende band bij het grote publiek – iedereen omver op VRT 1 met een liveversie van “Alone”. Intussen een jonge belpop-klassieker. Scrol je door de YouTube-comments van die liveversie, dan struikel je over de nostalgie. De meest tekenende reactie: ‘This is like The Sound, Bauhaus, The Sisters of Mercy and Joy Division in one song.’ Geen wonder dus, dat de zaal gisteravond volstroomde met veertigers en vijftigers die hun hoogdagen in de jaren tachtig beleefden. Die goedgevulde zaal zag Whispering Sons intiem openen met “Balm (After Violence)”. Even hielden we ons hart vast: zou dit een avondje gezellig kletsen aan de bar worden? Maar zodra de dubbele dreun van “Surface” en “Satantango” (beide afkomstig uit Several Others) werd ingezet, had de band het publiek stevig in zijn greep.

© Artbyfenna
Dat de tour op zijn laatste benen liep, was nergens te merken. Bert Vliegen stuwde de set vooruit met strakke baslijnen en zong ondertussen elk woord mee, terwijl Kobe Lijnen over het podium zwierf en met ogenschijnlijk gemak de ene na de andere snijdende riff uit zijn gitaar perste. Hoogtepunten? Die kwamen vooral van het laatste album, The Great Calm. “Dragging” was het luidste, meest genadeloze moment van de set, terwijl “Try Me Again” met zijn messcherpe tekst – ‘I’m more of who I am / and less of who I wanted to be’ – dwars door de stilgespeelde zaal sneed. Want afgezien van wat geroezemoes tijdens de rustigere passages van “Cold City” en “Oceanic”, stond het gros van het publiek ademloos te kijken.
Tijdverspilling was er niet bij: in een dik uur ramde de band er zeventien nummers door, met “Stalemate” als gitzwarte uitsmijter. “Waste” bleef uit, tot teleurstelling van een enkeling, maar echt klagen kon niemand na zo’n overdonderende set. Whispering Sons bevestigde opnieuw waarom het tot de absolute top van de Benelux behoort. Vandaag en morgen doet de band nog Arnhem en Leeuwarden aan, daarna schakelt ze een versnelling lager en wordt het wachten op een festivalpassage hier en daar.
Facebook / Instagram / Website
Setlist:
Balm (After Violence)
Something Good
Surface
Satantango
The Talker
Hollow
Poor Girl
Cold City
Still, Disappearing
Standstill
Dragging
Heat
Alone
Walking, Flying
Try Me Again
Oceanic
Stalemate





