
© CPU – Sam De Boeck
Het was nog maar iets langer dan een half jaar geleden dat Hozier in een uitverkocht Vorst Nationaal stond, en dat kunstje deed hij vlak voor zijn Pinkpop-passage nog eens over. Met onder zijn arm ook de dit jaar verschenen ep Unheard, konden we er dus al van uitgaan dat we ondanks de korte periode tussen de twee shows niet nog eens exact hetzelfde concert voorgeschoteld zouden krijgen, en dat siert de grote Ier enkel maar.
Om kwart voor negen stipt begon Hozier eraan en dat deed hij voor een show in een grote zaal als Vorst Nationaal op de meest intieme manier met het ingetogen, maar prachtige “De Selby Pt.1”, dat net zoals op plaat moeiteloos overvloeide in “De Selby Pt. 2”. Hozier veranderde zo al snel in de rockster die hij het merendeel van de avond was, maar dan wel eentje die zijn hart ten alle tijde volledig bloot durfde te leggen. Zo flirtte hij ook met het randje van de knuffelrock tijdens nummers zoals “Jackie and Wilson”, en dat ging erin als zoete koek. De aangename backings, de sterke vocals van Hozier zelf en een uiterst meeklapbaar tempo; het is een recept dat doorheen de hele avond feilloos bleek.

© CPU – Sam De Boeck
Het publiek was van bij de start laaiend enthousiast en daar maakte de Ier handig gebruik van door de zaal voor “To Be Alone” Freddie Mercury-gewijs te laten meezingen met hem. De drums en gitaarstoten tijdens het ‘feels good’-gedeelte sloten naadloos aan bij de intensiteit van het daaropvolgende “Dinner & Diatribes”, waarin vloeiend werd overgegaan en waarvan de gitaarriff door zo’n achtduizend mensen werd meegeklapt.
Op de setlist, die voor een ferm deel nog steeds uit nummers vanop Unreal Unearth bestond, kon eigenlijk niets aangemerkt worden. Het vorig jaar verschenen album is misschien wel het beste dat de Ier tot nog toe heeft uitgebracht, en dat de songs nog steeds vers in het geheugen zitten, hielp ook om het epische “Francesca” naar een nog hoger niveau te tillen: er werd nog maar eens een refrein nog luider meegezongen dan de piek ervoor.

© CPU – Sam De Boeck
Ook als gitarist bewees Hozier doorheen de avond dat hij op een hoger niveau staat dan heel wat collega’s. Door zijn aparte fingerpickingstijl zagen de complexere gitaarmelodieën er net zo indrukwekkend uit als ze klonken, en ook als slidegitarist demonstreerde hij zijn kunnen tijdens “It Will Come Back”. Dat die gitaarmelodieën zo herkenbaar zijn, zorgde er ook voor dat het publiek bij heel wat nummers na de eerste twee noten begon joelen en tieren van enthousiasme. Zo ook bij “Like Real People Do”, waarna overal gsm-lichtjes in andere kleuren de lucht in gingen. Hozier bedankte nog voor de mooie regenboog die hij te zien kreeg, wenste het publiek een fijne pridemaand toe – wat wederom op ferm applaus en getier werd onthaald – en droeg “I, Carrion (Icarian)” op aan een jarige fan.
Met “Too Sweet” heeft Hozier dit jaar alweer een hit te pakken en daar mocht hij gisteren bij Universal Music ook zijn eerste gouden plaat voor in ontvangst nemen. Het resulteerde erin dat we over een zee van smartphones keken naar hoe Hozier en zijn sterke begeleidingsband het tot een goed einde brachten. Toch veranderde niet helemaal alles wat de Ier aanraakte in goud, al zal het niet veel gescheeld hebben. Bij “Eat Your Young” miste het in zijn totaliteit wat panache tijdens de strofes, al werd dat wel mooi gecompenseerd door de verzorgde hoge zang in het refrein en de nog wat hogere harmonieën met zijn backingzangeressen op het einde.

© CPU – Sam De Boeck
Dat Hozier de LGBTQI+-gemeenschap een warm hart toedraagt, weet iedereen die de beste man een beetje volgt intussen wel. En die uitgesprokenheid uitte zich ook nog eens tijdens “Take Me To Church”, waarvoor hij de pridevlag bovenhaalde en op de schermen de videoclip die een intieme homoseksuele relatie afbeeldt liet afspelen. De zanger zocht daarna het publiek van nog wat dichter op door op een klein podium in het midden van de zaal te gaan spelen, wat voor een halve volksverhuizing zorgde. Helemaal alleen bracht Hozier, wiens fantastische pak we nu van dichtbij konden zien, een nog intiemere versie van “Cherry Wine”, waarna hij zijn akoestische gitaar inwisselde voor een elektrische. “Unknown / Nth” zette hij nog solo in, maar al snel kwam daar de band bij die zich inmiddels weer op het podium had opgesteld.
In afwachting van de terugkeer van Hozier op het podium werd instrumentaal al “Nina Cried Power” ingezet, waarna de Ier de kans aangreep om het activistische nummer in te leiden met een een verhaal over discriminatie, oorlog, activisme en alles daartussenin. Helaas was zijn betoog nog even actueel als een half jaar geleden, maar het zorgde net zoals het lied zelf wederom voor onvervalst kippenvel. Melissa McMillan nam de stukken van Mavis Staples voor zich en deed dat fraai, al gaat er niks boven het rauwe strot van Staples zelf. Het was ook McMillans verjaardag en dat mocht gevierd worden met een “Happy Birthday”, waarna er nog eentje volgde voor een ander crewlid. Het was mooi dat de Ier zijn band doorheen de avond meerdere keren voorstelde en wilde bedanken, maar de bedanking voor ieder ‘incredible’ lid op het einde had gerust wat ingekort mogen, of op zijn minst opgesplitst. Finaal kregen we nog een heel mooie “Work Song”, waarbij de cello voor de pakkende sound die bij de tekst hoort zorgde.
Hozier zorgde in Vorst wederom voor een geweldig concert, waarbij intieme momenten werden afgewisseld met steviger rockwerk. Dat we onze trommelvliezen morgen nog zullen voelen trillen na al het enthousiaste getier lijkt bijna een zekerheid, maar Hozier was dat zeker waard.
Fan van de foto’s? Op onze Instagram staan er nog veel meer!






