We maakten de voorbije jaren al bij mondjesmaat kennis met de Nederlandstalige indiepop van zanger en producer Willem Ardui. Nummers als ”Toeval” en ”Heelal” werden de wereld in geslingerd en konden alvast rekenen op de nodige positieve reacties. Naar verluid werkte Ardui ongeveer acht jaar aan zijn debuutplaat, een lange reis dus. Er werd dan ook zeker niet wekelijks aan het album gewerkt, maar op specifieke, productieve momenten. Haastige spoed is zelden goed en daar is Oevers een meer dan treffend voorbeeld van. We meren op Oevers op verschillende plaatsen aan en worden meegenomen naar verschillende momenten in het leven van de zanger/producer.
Een aantal dagen geleden kwam een minidocu uit over de totstandkoming van Oevers, waarin Ardui uitlegt dat hij is beginnen met schrijven (in het Nederlands) over onbegrepen zaken. Schrijven uit noodzakelijkheid, op momenten dat het niet anders kon. Die urgentie straalt ook af van zijn debuutplaat: grote vragen als ‘Wie ben ik straks?’ en ‘Hoe lang is later nog?’ passeren de revue. Daarmee is alvast duidelijk dat dit geen album is over de ditjes en de datjes in het leven: Oevers gaat over de sleutelmomenten in het leven van de zanger.
Waar Ardui met blackwave. shows speelt die bol staan van de energie, is het op Oevers een heel ander geluid wat te klok slaat: fluisterende indieliedjes, vaak minimaal gearrangeerd, gemaakt om de ogen te sluiten en weg te dromen. Het is al snel duidelijk dat er prachtige melodieën verscholen zitten in het album, zoals op ”Bloesem”, waar we een heerlijke pianobeat krijgen voorgeschoteld, gemengd met lyrics die evengoed rechtstreeks uit een dichtbundel kunnen komen. Toch is het niet enkel vrede en pracht, soms komt Ardui snedig uit de hoek: op ”De Oever” horen we drums die even fel klinken als menig donderslag. Over dynamiek gesproken, in ”Heelal” worden we getrakteerd op het meest dansbare gedeelte van de plaat. Een zes minuten durend clubnummer met als enige lyrics ‘hou van me’; wij houden daar wel van.
Om maar te benadrukken hoe zorgvuldig het album tot stand is gekomen: “Morse”, het oudste nummer op de plaat, werd in 2016 reeds geschreven. Die zorgvuldigheid maakt Oevers dan ook geen plaat die zomaar aan je voorbij gaat, er is met andere woorden veel te ontdekken. Het is moeilijk om een hoogtepunt aan te duiden, toch mengen de prachtige tekst en de betoverende melodie van “Schaduw” zo mooi dat we het nummer maar wat graag op repeat zetten. ‘Als een zonnewijzer / verblindt het licht dat me de weg zou moeten wijzen / kan niet meer zien waarom ik hier zou moeten blijven’ zingt Ardui. Onzekerheid en vraagtekens vormen in elk geval een rode draad doorheen het album, evenals de natuur: Ardui neemt ons onder andere mee door de wind, het heelal en de rivier.
Laat dat laatste ook direct één van de vele sterktes zijn van dit album: het neemt je letterlijk en figuurlijk mee. Het album voelt met een dikke vijftig minuten aan speeltijd nergens te lang, mede door de tempowisselingen en beklijvende songteksten. Ardui levert een meer dan puik debuutalbum af dat het lange wachten waard was. Met Oevers blijkt weer maar eens dat geduld een schone zaak is.
Willem Ardui stelt zijn debuutplaat komende tijd op diverse plekken voor. Onder andere de Ancienne Belgique, Het Depot en Mezz in Breda worden getrakteerd op de prachtige klanken van Oevers.
Ontdek ”Schaduw”, ons favoriete nummer van Oevers in onze Plaatje van de Plaat-playlist op Spotify.






