LiveRecensies

Adam Green @ Trix (Club): Meesterlijke mafketel

Een eigenzinnig drieluik aan entertainende heren streek gisteren neer in de Trix, en iedereen die hen niet kwam bekijken – al was het maar uit nieuwsgierigheid – had ongelijk. Adam Green, koning van het rijk der zoet ingezongen absurdismes, toert rond met That Fucking Feeling, zijn laatste elpee die begin dit jaar uitkwam. Sinds midden jaren negentig maakt de Amerikaan anti-folkliedjes; aanvankelijk met The Moldy Peaches, maar tussen 2002 en nu toverde hij ook al elf soloplaten uit zijn visserspet. Alsof in die laatste plaat niet genoeg gekheid huist om een concertshow mee te vullen, zorgde Green voor een dubbel voorprogramma om zijn plezante passage mee te omkaderen.

Ryder The Eagle oftewel de begeleidend gitarist van de hoofdact, opende en verraste. De zanger manifesteerde zich direct als de theatraliteit zelve, onder andere door zijn outfit waarmee hij tegelijk een alternatieve disneyprins, Spaanse toreador en een bollywoodversie van Elvis was. Het was bij het bestijgen van het toneel al in zijn ogen te lezen: hij zou dat kleine podium zeker verlaten en zou zijn kleren zeker nìèt aanhouden. Drie liedjes bracht hij: “Die on My Bike”, “American Dream” en “Wounded Bird”. Ergens tussen een croonende Beck en een romantische versie van The Strokes zit deze zotte zanger die de zaal doorkruiste aan een militair tempo, het publiek gijzelde met de koord van z’n microfoon en halfnaakt op de geluidstafel kroop. De liedjes waren eigenlijk best catchy en, ondanks de halve marathon van hun uitvoerder, goed gezongen – wij houden deze muzikale cowboy met veel plezier in ons arendsoog.

Waar openingsact één inhaakte bij het absurde karakter van Adam Green, hintte numero twee naar de venijnig goede, vindingrijke lyrics en de zachte folky melodietjes. Turner Cody, met pornosnor en grote hoed bijna zo visueel prikkelend als zijn voorganger, bracht een countrykijk op het anti-folkgenre. Iets stabieler dan de eerste artiest – maar ook iets minder memorabel – speelden Cody en zijn band The Soldiers of Love fijne nummers die aan Townes Van Zandt deden denken, soms honky tonk, soms pure folk. “Telling Stories” en het fijne tokkelgitaartje daarin bleven ons bij, voor de rest was het vooral uitkijken naar meneer Green.

Adam met de pet besteeg het podium van de Trix als een soort Oliver Twist die net ergens drie appels had gestolen. Gehaast en ietwat overrompeld begon hij aan “Blackout”, ook de eerste track van That Fucking Feeling. Dat nummer gaf direct een doorsnede van zijn oeuvre, met de gekke teksten die door Greens croonerstem uitgespreid worden over een bijna serieuze melodie: ‘Do you think of yourself as someone you have not killed? (…) Like a serial killer of self’. De vragen die hij in zijn nummers soms luidop stelde, stonden zo bol van de zelfrelativering dat het bijna lijkt alsof Green live een enquête aan het afnemen is. De knullige indruk van de zanger smolt weg als sneeuw voor de zon wanneer hij begon te zingen, maar het spanningsveld tussen die knulligheid en zijn meesterlijke charme, zal door heel het concert voor een minstens interessante koord zorgen om op te balanceren en mee te spelen.

Met het gemoedelijke “Cigarette Burns Forever” werden we een eerste keer getrakteerd op een bescheiden hit uit Adam Greens vroegere jaren en op “Gemstones” toonde hij – enkel nog maar een glimp van, weten we ondertussen – zijn dansmoves. Alle schrijfsels die aan Green’s prettig gestoorde hoofd ontspringen, zijn met de meest grove korrel zout te nemen – in zijn lyrische wereld woekert ironie. Een van de weliswaar minst dubbele teksten, leek ons die van “Drugs”, want, nu hij het zo zei, vielen er wel een aantal zaken op hun plek: ‘I like drugs, I like to linger in the alleyway, I like drugs, I like to hold them for a friend.’ Zo struikelde hij Pete Doherty-gewijs af en toe over een zin of geraakte hij zijn draad kwijt wanneer hij zijn liedjes aan elkaar praat.

“All Hell Breaks Loose” is een nieuw nummer dat deed denken aan de theatrale setting van spaghettiwesterns of de Jacques Brel-platen uit midden jaren zestig, dat laatste mede door de weeral clevere teksten en Green’s présence als een soort anti-held. Op dit nummer sloeg Green aan het bewegen, om het komende uur niet echt heel vaak meer te stoppen. Hij bewees zich op het podium een meesterlijk entertainer, op de minst textbook-ish manier mogelijk. In zijn eentje was hij Janssens en Janssens, Peppi en Kokki, met de onbeholpenheid van Edward Scissorhands en het korte termijngeheugen van Dory, wanneer hij weer vergaat wat hij ook al weer ging spelen. Op “Emily”, misschien wel zijn grootste hit, kreeg hij de volle Trix aan het zingen; we bedienden hem op zijn wenken.

‘This is a quiet one’ kondigde Green aan terwijl hij zijn band opborg en voor de eerste maal een gitaar ter hand pakte. Met “That Fucking Feeling” trok hij zo een blik solo-uitvoeringen open. Hoewel hij zich een keer van tekst vergiste tijdens de titelsong van zijn laatste plaat, was de uitvoering volledig vlekkeloos voor de rest, en bijna kippenvelwaardig. Afgezien van de rest van de gevulde Trix, voelde dit nummer als een tête à tête met de zotte zanger. Ook “NYC’s Like a Graveyard” en “Tropical Island” zijn deel van deze mini onemanshow.

Zichtbaar denkend dat het wel een beetje welletjes geweest was met dat zacht geleuter, zette Green het barokke “Red Copper Room” in. De net nog intieme setting werd een strijdtoneel waarin het Green is die het tegen zichzelf opneemt, chargerend over de gehele breedte van het podium als een soort moderne Don Quichot die vecht tegen iets wat alleen hij kan zien. “Bluebirds” ging voort op dat elan en werd door heel de zaal meegezongen en bedanst. Het was bijna ongelofelijk om te zien hoe het ongeleide projectiel dat ter podium getreden was, zijn stem de studioversies deed overklassen. Terwijl zijn handen, voeten en alles daartussen van links naar rechts chargeerden, lag zijn stem voor anker.

“Jessica”, ons inziens het mooiste nummer van Green en een ironische ode aan zangeres en actrice Jessica Simpson, sloot de reguliere set af. ‘Jessica Simpson, you’ve got it all wrong. Your fraudulent smile, the way that you think that the day you die.’ Nog mooier dan op plaat, bezong hij in complete nonsensikale wartaal de carrière van de Amerikaanse. Tijdens de brug van het nummer laste hij een minuutje The Bangles in. Green en publiek zongen samen “Eternal Flame”. We hingen aan zijn lippen; de zanger had zowat eender wat kunnen inzetten, en het publiek had welwillend gevolgd.

En toen was er de bis, en wij zagen dat het goed was. Aan het einde van zowat alle muzikale tv-programma’s – de Voice, het songfestival, ze doen het allemaal – voorziet men tijdens de eindcredits steeds een ‘gezellig informeel feestmoment’ tussen winnaars, deelnemers en sympathisanten op het podium om de programmareeks af te sluiten en de kijker warm en goedgeluimd z’n bed in te sturen. Adam Green vond dit concept gisterenavond opnieuw uit door zichzelf uit te wuiven met zijn laatste nummer. “Dance With Me” werd in de slotact van de show een gebod. Een voor een viste hij fans via hun gestrekte armen het publiek uit, tot heel het podium volstond met een breed grijnzende en dansende mensenmeute. Hoe onzeker hij ook zijn setlist had lopen checken tijdens het verloop van het concert, zo onomstotelijk trots was hij hier op zijn geniaal georchestreerde slotakkoord.

Hij kwam, hij danste, hij twijfelde, en hij overwon. De anti-held van de anti-folk pakte de Trix in met veel gezwets en veel charme, maar ook met een loepzuivere stem, goeie liedjes en een verwoestend leuke outro. De onbeholpen indruk die Adam Green af en toe maakte, ging hand in hand met het geniaal bespelen van het hongerige publiek, en het krediet dat hij met dat slotnummer oogstte, zal hij in dit mensenleven niet snel weer verliezen. Deze mafketel is er eentje om ooit live gezien te hebben, dat we het je zeggen.

Website / Facebook / Instagram

Setlist

Blackout
Engine of Paradise
Cigarette Burns Forever
Gemstones
Drugs
Her Father and Her
All Hell Breaks Loose
Down on the Street
Reasonable Man
Emily
That Fucking Feeling
NYC’s Like a Graveyard
Tropical Island
Red Copper Room
Bluebirds
Buddy Bradley
Carolina
Jessica

We’re Not Supposed to Be Lovers
Dance With Me

Related posts
InstagramLiveRecensies

The Jesus and Mary Chain @ Trix: Stoffig sterk

We did it before and we’ll do it again: bands gaan kijken waarover men het collectief eens is dat ze al minstens…
InstagramLiveRecensies

Altın Gün @ Trix: Alsof het weekend pas begon

Altın Gün stond een maand geleden nog op Coachella, maar is ondertussen dichter bij huis en passeerde ook even in de Antwerpse…
InstagramLiveRecensies

Declan McKenna @ Trix (Club): De vermoeidheid slaat toe

In 2015 werd Declan McKenna op zijn zeventiende uitgeroepen tot Glastonbury’s Emerging Talent en in 2017 selecteerde BBC hem voor de gerenommeerde…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.