LiveRecensies

Jesse Malin @ Ancienne Belgique (AB Club): Een avondje americana zoals het hoort te zijn

Jesse Malin is van het soort waar we er te weinig van hebben: bulkend van het talent, maar door een onverklaarbare reden nooit doorgebroken bij het grote publiek. Dat zijn talent onmiskenbaar is, getuige de samenwerkingen met Ryan Adams, Lucinda Williams (die de productie ook voor haar rekening nam voor Malins vorige album Sunset Kids), Billie Joe Armstrong en zelfs met The Boss himself, Bruce Springsteen, werd er samengewerkt. Je kan dus niet zeggen dat hij niet opgemerkt werd door de juiste mensen in de industrie. Achter elke deur die openging schuilde waarschijnlijk niet de voldoening die Malin zocht en zo bleef hij bij het grote publiek toch veelal onder de radar. Dit weerhield hem er niet van om met de regelmaat van de klok op de proppen te komen met nieuw werk. Net zoals eerder genoemde Ryan Adams mag je Malin gerust een veelschrijver noemen. Het is dan ook zelden wachten op nieuw werk. Vanavond kregen we de voorstelling van zijn laatste worp Sad and Beautiful World, het mag geen verrassing heten, een dubbel album.

Iets voor negen betreden Jesse en zijn bandleden het podium van de AB Club en zetten ze de show stevig in met “The Way We Used to Roll”, direct gevolgd door “Backstabbers”, het eerste nummer uit het nieuwe album dat we voorgeschoteld krijgen. Het publiek kan de americana wel pruimen en de eerste hoofdjes beginnen lichtjes mee te wiegen op de muziek. Het eerste hoogtepunt volgt bij “Turn Up the Mains” waar de gitaren volledig losbreken en de band een versnelling hoger schakelt. Om het publiek mee te krijgen, duikt Malin geregeld tussen de mensen. Jesse gooit zich volledig en is niet van zin te stoppen voordat iedereen een fijne avond gehad heeft. Zijn enthousiasme werkt aanstekelijk en het publiek geraakt steeds beter opgewarmd. Niet enkel Malin is trouwens een doorwinterde rocker in de zaal. Wanneer de lichten iets feller branden, merken we op dat de meeste aanwezigen niet op hun eerste optreden zijn en waarschijnlijk ook al een kritisch oor ontwikkeld hebben door de jaren heen. Toch werd het applaus luider en gingen de handen iets steviger op elkaar.

Dat Malin ook een ervaren rot is die de nodige metier bezit, toont hij aan door als een volleerd cabaretier geregeld de nummers aan elkaar te praten met een sappige anekdote. Zoals die keer wanneer Shane MacGowan van The Pogues aanwezig was tijdens een optreden en hij de conversatie aanging met de man, maar er geen woord van verstaan had buiten een beetje gebrabbel. Dit vormde een leuke intro voor de cover van The Pogues, “If I Should Fall from Grace With God”.

Nieuw werk werd afgewisseld met ouder werk en zelfs “Wendy” uit zijn debuut kregen we te horen. Dat Malin ooit dicht bij de grote doorbraak gestaan heeft met zijn band Generation D, komen we te weten in de emotionele speech over zijn vader. Het blijkt een verhaal te zijn van een zoon die de goedkeuring zoekt van zijn kritische afwezige vader. ‘Ik kom pas kijken als je in Madison Square Garden speelt in plaats van CBGB.’ En zo geschiedde, wanneer hij het voorprogramma van Kiss mocht verzorgen. De vader, die steeds kritiek had op het werk van zoonlief, kreeg op het einde van zijn leven zowaar waardering voor zijn muziek. Hij wou de plaat zeer graag horen, maar heeft hem nooit te horen gekregen voor zijn dood. Als eerbetoon wordt “Shining Down” ingezet, een hoogtepunt van de avond.

Na een dik uur wordt “Meet Me at the End of the World Again” ingezet om de set te beëindigen. Het omvat alles waar de show voor stond: een stevige dosis gitaren, Jesse Malins Neil Young-achtige stem en een serieuze dosis enthousiasme en levensvreugde. Of het nu voor een uitverkocht Sportpaleis is of een gezellige AB Club, het maakt Jesse Malin blijkbaar weinig uit. De man houdt van muziek maken en het brengen voor een livepubliek. Bij momenten deed hij ons denken aan Jonny Polonsky (zie de documentaire Hi My Name Is Jonny Polonsky), maar dan wel de vrolijke versie die nog steeds de liefde voor muziek voelt branden.

Als extraatje kregen we nog “State of the Art”, misschien wel een van de beste songs van het nieuwe album en “Rudie Can’t Fail”, een zeer geslaagde cover van The Clash mocht de set afsluiten. Een tevreden publiek zag dat het goed was en kon met een voldaan gevoel naar huis keren.

Facebook / Instagram / Website

Related posts
LiveRecensies

Lime Cordiale @ Ancienne Belgique (AB Club): De band gaat nooit stuk

Als fan van Lime Cordiale moest je lange tijd geduld uitoefenen, want het duurde maar liefst twee en een half jaar na…
LiveRecensies

Hot Chip @ Ancienne Belgique (Ballroom): Niet micro, maar macro

Hot Chip kunnen we gerust al de oude garde van de elektronische indiepop noemen. De band is al bezig sinds het begin…
LiveRecensies

Portico Quartet + Vega Trails @ Ancienne Belgique (AB Flex): Meer is minder

In 2008 richtte jazztrompettist Matthew Halsall als wegbereider voor de opkomende jazzgolf in Engeland het onafhankelijke label Gondwana Records op. Vrijwel onmiddellijk…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.