AlbumsRecensies

Albumreviews: Beire Kort #27

Het aantal albums dat wekelijks verschijnt, is meedogenloos hoog. Daarom is het onmogelijk om alles binnen de correcte tijdspanne van een degelijke review te voorzien. Gelukkig hebben we daarvoor een oplossing ontwikkeld in de vorm van ‘Beire Kort’. Reviews van in de voorbije maanden verschenen albums die we nog niet recenseerden, en dat in één alinea. Deze editie is alweer de 27ste en de eerste van 2021. Een bloemlezing dus van leuke plaatjes die begin dit jaar verschenen.

Cool Sounds – Bystander (★★★★)

Soms heb je als band heel wat tijd nodig om je te ontwikkelen, dat is zeker het geval bij Cool Sounds. Met Bystander zijn de Australiërs toe aan hun vijfde plaat en daarmee weten ze hun meest complete werk tot nu toe af te leveren. Het album is gewoon chillness op een plaatje: na het beluisteren van negen nummers voel je jezelf helemaal tot rust komen. Er zit ook vrolijkheid op het plaatje – met “Crimson Mask” – en er is luchtigheid, onder andere op “Plains”. Net door dit allemaal in een zacht, psychedelisch jasje te genieten weet Cool Sounds echt coole geluiden te maken. Bystander is bijgevolg de perfecte compagnon om even tot rust te komen en al je zorgen te vergeten.

Black Wing – No Moon (★★★★)

Dan Barrett, de meest geteisterde ziel in de muziekwereld, gunde met cultband Have a Nice Life en soloproject Giles Corey al meermaals een inkijk in de depressiefste krochten van zijn bestaan. Beide projecten liggen even in de koelkast, waardoor het minder bekende elektronische zijsprongetje Black Wing terug boven kwam drijven. Waar Giles Corey volledig akoestisch is, gebruikt Barrett voor Black Wing enkel electronica. Vijf jaar na debuut …Is Doomed krijgen we een tweede lading drummachines, synthesizers en vooral tristesse. Uitgerekend in het jaar van isolatie krijgen we deze hoop zwartgalligheid over ons heen gejoeld. No Moon werd dan ook een corona-album, getekend door het vastzitten in eigen kamer én eigen brein. Barrett klinkt op No Moon vooral als zichzelf. Daarmee bedoelen we ondergeproduceerd op de beste manier mogelijk. Ondanks een gebrek aan climaxen, weten de muren van noise en Barretts ijzige reflexiviteit ons op onze knieën te werpen.

Bow Anderson – New Wave (★★½)

De Schotse popzangeres moet een gat in de lucht gesprongen zijn toen haar debuut-ep New Wave recent na heel wat voorbereiding uitkwam. De voormalige trampoline-kampioene waagt zich nu aan de muziek en beschikt eveneens over de stem om het ver te schoppen. Spijtig genoeg kunnen haar puike vocalen de kwaliteit van haar eentonige, voorspelbare nummers niet naar boventillen en blijven we wat dobberen op stil water. Op zich heeft Bow Anderson alle ingrediënten om een gevierde superster te worden, maar nummers als “Black Heart” of “Everybody Wants To Rule” zitten iets te simpel in elkaar. Hopelijk zet ze in de toekomst haar muzikale capaciteiten iets beter in de verf, want uiteraard gunnen we haar het succes wel.

Fritz – Pastel (★★★★½)

Fritz, het is een simpele naam en hierdoor kan je al snel denken dat er ook simpele muziek zal volgen. Niets is minder waar, met een fuzzpedaal in de hand brengt de Australische Tilly Murphy ons geweldige dreampop. De zangeres toont nog maar eens aan dat Australië de nieuwe hotspot is wat betreft straffe muziek en op Pastel vallen we van de ene verwondering in de andere. Met haar dromerige stem ondersteunt ze de stevige gitaren uitermate sterk, wat voor een uniek evenwicht aan dromen en kracht zorgt. Bij “She’s Gonna Hate Me” neigt dat zelfs wat naar punk en zo kan Fritz ook stevig rocken. Fritz brengt het beste van Best Coast en Alvvays samen in een speels, krachtig tweede album dat net geen halfuur duurt, maar wel alles brengt wat we nodig hebben van dromerige noisepop.

Menagerie – Many Worlds (★★★★)

We keken zo reikhalzend uit naar de nieuwe van Menagerie dat we bijna een paar sessies bij de kine moesten boeken. Menagerie, beste vrienden, is een negenkoppige bende Australische jazz cats die een jaar of tien geleden bij elkaar gefloten werden door producer, songschrijver, gitarist en dj Lance Ferguson. Met Many Worlds zijn ze alweer aan hun derde album toe. En wat vinden we dit goed. Als we even mogen vloeken, zouden we zelfs zeggen: Godverdomme, wat vinden we dit goed. De groovy, funky, soulvolle jazz speelt zich opnieuw op een onwaarschijnlijk hoog niveau af. In het openingsnummer “Hope” blaast saxofonist Phil Noy al meteen de ziel uit zijn lijf, op de valreep van valse noten, weet je wel, maar toch perfect. Daarna volgt het titelnummer van maar liefst 11 minuten, maar dat voor ons evengoed 22 minuten had mogen duren: het dobbert op een wat slome vibe, heerlijk doorspekt met smaakvol gitaarwerk en een zaligmakend Hammond-orgel. Ook in wat volgt zijn de jaren ’70 en de fusion van Donald Byrd nooit ver weg, wat jazzpuristen ongetwijfeld door het raam doet springen. Ondanks alles kunnen wij alleen maar denken: godverdomme, wat vinden we dit goed.

Delvon Lamarr Organ Trio – I Told You So (★★★★½)

Beste vrienden, laat even alles vallen waar je mee bezig bent. Negeer zelfs deze met oeverloos veel liefde geschreven recensie (we hadden er eerst eigenlijk geen tijd voor) en klik als de wiedeweerga op de link om je onder te dompelen in I Told You So van het Delvon Lamarr Organ Trio. Wij wachten wel even (…) Zo, wat was dat allemaal, zeg? Als je in het universum van zielloze hitparademuziek rondzweeft – wat we ten zeerste afraden – en je vliegt door een zwart gat, dan kom je aan de andere kant uit bij het Delvon Lamarr Organ Trio: muziek, niet met grooves, maar met grrrrrroooooooovvvvvessss. Dit komt omdat de soul, de funk en de jazz van de 60s en de 70s eraf spatten. Denk Jimmy Smith en Booker T. & The M.G.’s die samen in een jacuzzi zitten te chillen. De eerste tien seconden van opener “Hole In One” draperen meteen een dikke, pelsen pimpjas om je schouders en je weet ‘Shit’s gonna get groovy, baby.’ Op dat gitaartje zit de allerperfectste reverb, maar het is natuurlijk het ribfluwelen Hammond-orgel van Delvon Lamarr dat je van kop tot teen omwikkelt met ovenwarme fuzz. En dat 41 minuten, 9 nummers lang. Die extra halve ster danken ze trouwens aan een monumentale cover van “Careless Whisper”. Net ietsje trager dan het origineel, met het Hammond van Lamarr die de zangpartij van George Michael voor z’n rekening neemt. Noem het een überslow. Zoals Louis Balfour, onze favoriete jazzkenner, zou zeggen: Nice.

Indaba Is (★★★★)

Hoewel jazz in New Orleans en de rest van de VS ontstaan is, vormde er zich in de jaren 50 al kruisbestuiving met Zuid-Afrika. Wellicht heeft dat te maken met het wrede koloniale verleden en de raciale segregatie, waartegen het genre in beide landen een vuist wilde maken. Zo maakte de band The Blue Notes van Chris McGregor naam in Europa met hun erg progressieve free jazz. Het Londonse Brownswood Recordings doet met Indaba Is een vruchtvolle poging om de levendige scene in Johannesburg te kenschetsen. Het album opent vol met jazzpianist Bokani Dyer. Spelers als deze sporen je spontaan aan om hen in vol ornaat live te bekijken. De acht groepen laten een diverse indruk achter, met veel Afrikaanse invloeden zoals bij Sibulise Xaba, maar evengoed wat r&b of hiphop, respectievelijk bij Thandi Ntuli en The Brother Moves On. Leukste verassingen zijn het trompetspel van Lwanda Gogwana, alsook het woelige gitaarwerk en de inheemse zang van The Wretchet. Ietwat contradictorisch sluit het Indaba Is af met een sitar, maar met een resem gaststemmen klinkt “Abaphesulu” misschien wel het meest authentiek van de acht. De jazz is op dit album slechts het beginpunt, waaruit nieuwe fusies geboren worden. In elk geval is de plaat een fraaie representatie van een wereldje vol kriskras-lopende stijlen, een smeltkroes waar we in België te weinig over horen!

Beige Banquet – Beta (★★★)

Dat je tegenwoordig zelfs solo postpunk kan maken, bewijst Tom Brierley. Hoewel Sleaford Mods het hem al wat voordeed, pakt Beige Banquet het iets anders aan door minder synths en meer gitaren in het geheel te horen. Het enige waarin we ze over dezelfde kam kunnen scheren, is het gebruik van een drummachine. Beige Banquet komt met Beta voor het eerst boven water met een debuutplaat die bij momenten heel strak klinkt, maar het soms nog moeilijk heeft om over de volledige lijn te overtuigen. Dat ligt vooral aan de hoge repetitiviteit die al snel gaat overheersen. Toch zijn songs als “Cold Yoghurt” en “What is Going On?” een bewijs dat je ook helemaal alleen strak en intens te werk kan gaan in het postpunk genre. Misschien volgende keer wel met band om toch iets meer dynamiek in het werk te steken?

CARM – CARM (★★★½)

CJ Camerieri bracht recentelijk zijn eerste soloalbum uit. De trompettist werkte eerder al samen met onder meer The National en Sufjan Stevens. Samen met die tweede opent CARM zijn debuutplaat. Doorheen dat nummer wordt er opgebouwd naar iets, zonder dat de climax ook effectief bereikt wordt. Doorheen het album komen we nog enkele liedjes tegen die de nodige kers op de taart lijken te missen, ondanks dat ze zonder al betoverend zijn. Toch staan er ook enkele sterke, sfeervolle nummers op. Zo worden we tijdens “Nowhere” gekatapulteerd naar een westernfilm en laat “After Hours” een beklijvend gevoel achter. CARM is een wisselvallige plaat waarop Camerieri zijn talent aan de wereld toont, maar regelmatig missen we dat ietsje meer.

Delilah Montagu – This Is Not a Love Song EP (★★★½)

Twee jaar na haar eerste ep verwarmt Delilah Montagu ons opnieuw met een kleine collectie aan muzikale kunstwerkjes. De helft ervan kregen we al op voorhand te horen. Zo behoorde “Loud” tot onze favoriete liedjes van het afgelopen jaar. De andere nummers liggen in dezelfde lijn, maar zijn gelukkig telkens net een beetje anders. Ondanks dat de drie nieuwe nummers zeker niet slecht zijn, weten toch vooral de singles te overtuigen doordat deze wat minder basic zijn. De rustige muziek en zachte stem nemen de luisteraar snel mee naar dromerige sferen en zo wordt een luisterbeurt een gezellige bezigheid. Elk liedje lijkt een eigen kleur uit te stralen en zo komen onder meer blauw, geel en paars aan bod. Delilah tovert naast een lach, dus ook een kleurrijke en gezellige regenboog tevoorschijn met haar muziek.

Lonely The Brave – The Hope List (★★★½)

De grote schoenen die David Jakes had achtergelaten zo veel mogelijk vullen. Dat moet de missie van Lonely The Brave met deze plaat geweest zijn. Daar slagen de Britten eigenlijk wonderwel in, al deden singles als “Distant Light” of “Open Door” eerst anders vermoeden. The Hope List is een plaat die mooi samenhangt, en het dan ook vooral daarvan moet hebben. Echte bommen van nummers hebben de Britten dit keer niet geschreven, maar een leuke symbiose tussen post-rock stadionsound en de ruime klanken uit Jack Bennets strot, komt best vaak tot stand. “Chasing Knives” is wat ons betreft de topper van de plaat. Muzikaal gaat die song wat de Jimmy Eat World-toer op en Jack Bennett weet heel wat meer te doen dan meewiegen op de geluidsgolven die onder zijn vocalen worden gestut.

Lynks – Smash Hits, Vol. 2 (★★½)

Toen Lynks Afrikka (nu gewoon Lynks) halverwege vorig jaar met Smash Hits, Vol. 1 naar buiten kwam was het niet moeilijk om te raden dat er een tweede deel ging volgen. Er wordt wel eens gezegd dat een sequel nooit zo goed is als het origineel en hier is dat het geval. Op Vol. 1 kwam de artiest vaker onverwacht uit de hoek. De beats en synths creëren nog steeds een dansbaar geheel, maar het is voorspelbaarder geworden en zo ook minder interessant. Hier en daar duiken er nog leuke teksten op zoals op “Everyone’s Hot (And I’m Not)” en ook mentale gezondheid wordt aangehaald, dus op inhoudelijk niveau gaat Lynks opnieuw alle kanten op. De muziek overtuigt deze keer niet helemaal, maar zodra er terug optredens doorgaan en Lynks door België zou passeren, blaast de artiest er wellicht wel ergens het dak af.

Carambolage – On bouge en ville (★★★★)

Bonjour! Dat is toch wel een van de enige woorden in het Frans die iedereen begrijpt. Wel als je naar Carambolage luistert, kan je dat Frans bijschaven en fijne muziek beluisteren. Rémi Peltier is de persoon achter dit project en je vindt hem ook nog in andere projecten zoals Kaviar Special. Met Carambolage brengt hij een soort van eighties synthpop met postpunk invloeden. Denk dus vooral aan Devo en je hebt een idee van de zaken waarmee hij zich bezighoudt. Op “Cœur Ocean” gaat dat bijvoorbeeld de foute richting in, maar eens er enkele donkere new-wave gitaren inkomen, blijkt het toch nog tof te zijn. Bij “Roi du salon” krijgen we gewoon een strak punkliedje dat evengoed van Plastic Bertrand kon zijn. Een leuke diversiteit zorgt voor een fijn speels plaatje en dat in het Frans, bien sûr!

The Notwist – Vertigo Days (★★)

De gekke Duitsers van The Notwist maakten een plaat, hun achtste en misschien meest eclectische tot nu toe. Al sinds 1989 knutselt het broederpaar Acher aan elektronische indierock, die nu eens iets weg heeft van brave Radiohead en dan weer naar een band als Pinback lonkt. Op het nieuwe Vertigo Days nodigen ze menig gastzanger uit die de muzikale horizonten van de groep elk op een eigenzinnige manier verbreedt. De Japanse Saya versiert “Ship” met etnische invloeden die wonderwel samengaan met de pulserende elektronische onderbouw van dat nummer; Ben LaMar Gay speelt dan weer met zware bassen op “Oh Sweet Fire”. “Loose Ends” is een prachtige ballade die hypnotiserende vocals neerzet op een fundament van sterke drums en warme elektrische gitaar. De typische stem van Markus Acher schildert hier de voor de Notwist even typische zoete sentimentaliteit – ook te vinden op het quasi exotische doch introverte “Sans Soleil”. Je hoort het, als luisteraar word je muzikaal gevierendeeld. Gelukkig kom je tijdens dat proces enkele parels tegen: het dansbare “Exit Strategy To Myself” of  het vrolijke “Where You Find Me” – denk Sufjan Stevens-achtig muzikaal optimisme met volksgezangallures. De plaat gaat alle kanten op, maar slaagt er toch in zijn focus niet te verliezen, en keert uiteindelijk steeds weer bij de luisteraar terug.

Josylvio – Abu Omar (★★★★)

We zijn de tel al kwijt van het hoeveelste album dit is voor Joost Theo Sylvio Yussef Abdel Galil Dowib. We weten wel nog goed hoe het was om de eerste keer “Le7nesh” te horen. Sindsdien is het succes verdubbeld voor Josylvio. De liefde die de rapper heeft voor oldschool hiphop zien we vaker terugkeren en ook op dit album is dat het geval. De switch tussen rappen en rappen met zang zorgt voor een zeer catchy feeling. Elk nummer is anders en toch zo goed. Het album bevat een goede variatie aan beats: de ene echt oldschool, de andere dan weer wat harder bij trap aanleunend. De features die we hier te horen krijgen, vormen ook weer een kers op de taart. De 1.3 miljoen luisteraars per maand verdient deze artiest ontzettend hard.

Shlundee – Wait, what? (★★★★)

‘Since it’s not realistic to be a dinosaur hunter these days, I still want to make my life more adventurous. That’s why I make music that sounds so unreal and mind-blowing at the same time.’ Een mooie beschrijving van de muziek die de Antwerpse Shlundee creëert. Het is zeer experimenteel, en toch slaagt hij erin om je te laten dansen. Groovy basslines zorgen voor een underground sound, terwijl de percussie net een zomers gevoel naar boven brengt: zeer aangename muziek om op te dansen en helemaal op los te gaan. Ondanks dat de ep maar vijf nummers bevat, horen we toch veel variatie. Het laatste nummer doet ook een grote glimlach op ons gezicht verschijnen: het kleine loopje van Biggie’s stem wordt geapprecieerd.

Blackout Problems – DARK (★★★½)

Veel bands uit Duitsland blijven enkel bekend in eigen land en gaan daar voor een grote carrière. Blackout Problems is er eentje die wel eens buiten die landsgrenzen zou kunnen doorbreken en met vierde plaat DARK wordt alvast een sterke eerste stap in die richting gezet. De plaat schippert tussen poppunk en emorock, met ook ruimte voor stevige uithalen. Het doet bij momenten dus denken aan Twenty One Pilots en evengoed aan Bring Me The Horizon. Maar Blackout Problems brengt ook een politieke boodschap en die wordt bij momenten erg intens gebracht. Luister maar eens naar “GERMANY, GERMANY”. Het nummer begint erg donker om dan met behulp van snedige gitaren te ontploffen. En zo is eigenlijk heel de plaat opgebouwd, als een dynamiek tussen het donkere en angstaanjagende, en de frustratie die er bij momenten erg stevig uitkomt. Maar het is geen voorspelbare politieke plaat geworden, nee; er zit ook heel wat catchyness in. Zo kan Blackout Problems binnenkort wel eens heel wat grote podia aan.

Hamza – 140 BPM 2 (★★★½)

Wie de Belgische hiphop volgt, heeft zeker al gehoord van Hamza. De Brusselse rapper verovert tegenwoordig vele afspeellijsten met zijn unieke stijl van rappen. Deze keer doet hij toch iets redelijk uniek: een album uitbrengen met beats in één enkele stijl, vandaar ook de titel. Maar liefst dertien nummers die stuk voor stuk een drill instrumental hebben. Een beetje eentonig zou je denken, maar dat is het absoluut niet. Er zit heel veel variatie in de beats en dat is een goede zaak, want de manier waarop Hamza rapt kan soms wat saai overkomen. Het durft al eens op elkaar te beginnen lijken, maar daarbuiten is het een zeer sterk project – zeker de feature van Headie One doet ons genieten.

Mod Sun – Internet Killed The Rockstar (★★★★)

Vanaf het eerste moment dat dit album opstaat, zien we het verband tussen Mod Sun en Machine Gun Kelly. Ze zijn beste vrienden en doen ontzettend veel samen; dat hoor je ook in de muziek. Mod Sun heeft ook de liefde voor poppunk ontdekt – en hij kan er wat van. Je zou natuurlijk kunnen zeggen dat de invloed van MGK erg hard hoorbaar is, maar aangezien Mod Sun een totaal andere stem heeft en dingen kan die we bij MGK niet meteen mogen verwachten, draait het geheel helemaal anders uit. We horen hier van tijd tot tijd een soort Lil Peep, een associatie die door ons zeker gesmaakt kan worden. Een zeer aangenaam stukje muziek, dit album.

Tender Central – The Garden (★★★)

Het afgelopen decennium tourde India Bourne de wereld rond aan de zijde van Ben Howard, A Blaze Of Feather en Ry X. Ondertussen werkte ze geduldig aan haar eigen debuutalbum The Garden. Hiermee kwam ze bijna tien jaar na de release van haar eerste ep naar buiten. Bourne is van opleiding een klassiek geschoolde celliste, maar haalt enkel tijdens het instrumentale “Prelude” en “Interlude” deze uit de kast. Gedurende veertien songs komen er ook geen verrassingen boven drijven. Bourne heeft een herkenbaar, maar heel braaf en soft stemgeluid. Toch doet ze haar best om in uptempo nummers als “Galloper” en “Of The Sea” er bovenuit te komen door gebruik te maken van elektronische invloeden. Maar uiteindelijk kabbelt The Garden rustig voort op haar typische singer/songwriter sfeer.

Dit vind je misschien ook leuk:
Nieuwe singlesOude Bekenden

Nieuwe single Mod Sun - "Heavy" (feat. blackbear)

Na Internet Killed the Rockstar heeft het poppunk-genre nu ook Mod Sun te pakken gekregen. De lijst met rappers die dat genre opzoeken,…
Nieuwe singlesOude Bekenden

Nieuwe single Cool Sounds - “Bystander”

Cool Sounds is een band die zich op het snijpunt bevindt van een paar erg opwindende trefwoorden: Melbourne, psych en janglepop. Nieuwkomers…
Nieuwe singlesOntdekkingen van "Den Beir"

Nieuwe single Cool Sounds - "Crimson Mask"

Moeten we nog vertellen dat de hipste muziek tegenwoordig uit Australië komt? Cool Sounds heeft er zelfs zijn bandnaam van gemaakt en…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.