AlbumsRecensies

Albumreviews: Beire Kort #26

Het aantal albums dat wekelijks verschijnt, is meedogenloos hoog. Daarom is het onmogelijk om alles binnen de correcte tijdspanne van een degelijke review te voorzien. Gelukkig hebben we daarvoor een oplossing ontwikkeld in de vorm van ‘Beire Kort’. Reviews van in de voorbije maanden verschenen albums die we nog niet recenseerden, en dat in één alinea. Deze editie is alweer de 26ste en de laatste van 2020. In de aanbieding hebben we onder meer Hum, Katy J Pearson, Ghost Funk Orchestra, Jeff Tweedy, Yaeji en Ed The Dog.

Hum – Inlet (★★★★½)

Het feit dat Hum een album uitbracht was op zich al een verrassing. De posthardcoreband uit het onbekende Champaign, Illinois scoorde in 1995 een hitje met het alternatieve rocknummer “Stars“, maar bleef verder een verborgen legende, doch een inspiratie voor melodieuze hardrockacts zoals Deftones. Sinds 2000 speelde de band nog slechts sporadisch een optredentje, wat onze verbazing bij dit massieve stuk enkel deed vergroten. Inlet is een krachtige shoegazeplaat die gewoon op een perfecte vaart binnenkomt. De met fuzz aangedreven metalriffs en de door Slowdive en Swervedriver geïnspireerde leadgitaar houden 55 minuten aan zonder te vervelen. De kalme repetitie brengt je bijna in een meditatieve staat. De heldere productie maakt dit melodieuze meesterwerk nog een tikkeltje intenser. De stem van Matt Talbot is niet de beste, maar hij klinkt hier als een vuurtoren boven een donkere oceaan. Lyrisch gaat hij op een naturalistische reis vol emoties, wat zich alvast laat zien in de songtitels. Hum weet waar de sterktes in hun dynamiek liggen en radicaliseert die: Inlet is minimalistischer en esoterischer dan hun vier platen uit de jaren negentig. Een weloverwogen zet die een tijdloos resultaat oplevert.

Falcon Jane – Faith (★★½)

Aan het begin van de herfst verwarmde Falcon Jane onze harten met “Heaven”. Ondertussen heeft de band rond Sara May een derde langspeler uitgebracht en die hemelse single was daar een mooie voorbode van. “Heaven” behoort duidelijk tot de beste nummers van Faith en de rest van de muziek ligt ook in diezelfde lijn. Zachte, melancholische muziek gaat hand in hand met de dromerige stem van May. Op het album staan zeker nog een aantal mooie liedjes, maar over het algemeen zou het net iets specialer gemogen hebben. Faith is een sfeervol album dat je kan opleggen wanneer je op zoek bent naar rustige achtergrondmuziek.

Ghost Funk Orchestra – An Ode To Escapism (★★★★)

Werp een blik op de titel van de nieuwste langspeler van Ghost Funk Orchestra, en je snapt al welke richting de band uit wil. In zeventien delen schetst de tienkoppige band een landschap van Touaregritmes, jazzprogressies en exotische funk waar je je volledig in kan verliezen. Op “Little Birds” bijvoorbeeld stuitert het congageroffel je om de oren en word je overvallen met een saxofoonlijntje dat je het gevoel geeft dat je op een zweterig Braziliaans dansfeest beland bent, terwijl nummers als “Step Back (Wild Child)” en “Fuzzy Logic” je dan weer onderdompelen in prikkelende, soul-geïnspireerde jazz. De trippelende Rhodespiano en het doemdenkende blaasorkest maken de boel dampend heet, meer dan eender welke houtkachel voor elkaar krijgt, al is de slagzin op dit album vooral ‘hoe vreemder hoe beter’. Ben je te vinden voor een opwindende mix van jazz, soul en vlijmscherpe funky gitaarpartijtjes, dan is de nieuwe van Ghost Funk Orchestra echt wat voor jou.

Byfyn – In Blue With You (★★★½)

Byfyn vertaalt haar liefde voor synths en catchy hooks op haar nieuwe ep In Blue With You in dansbare electropop à la Robyn. De artieste maakte er haar missie van om zichzelf op muzikaal vlak te herontdekken en dat doet ze met glans op haar vier nummers tellende project. Het orgelpunt van de ep “What’s Stopping You” blinkt uit in zijn heerlijke sfeeropbouw en “I Love Me Too” is een heerlijke ode aan zelfliefde. Byfyn loopt met dit langverwachte project absoluut geen blauwtje en herintroduceert zich als intrigerende popartieste waar we nog wat van kunnen leren.

pg.lost – Oscillate (★★★★)

Een van de (nu nog) grootste verborgen pareltjes uit het barre Scandinavië moet toch wel het Zweedse pg.lost zijn. Ze brachten met Oscillate een geweldig album vol atmosferische soundscapes, emotionele snaren en uppercuts van riffs uit. Het zou een ware schande zijn niet ten minste een Beire Kortje aan hen te besteden. De Zweden schenken ons immers bijzonder schone, instrumentale postmetal die bovendien bijzonder uniek klinkt. Enerzijds kan je jezelf verliezen in minutenlange melodieuze golven van geluid, zoals op “The Headless Man”, en anderzijds word je overspoeld door een lading ijzeren riffs. “Shelter” is een van de nummers die beide doet. Het nummer opent met synths en ijle gitaren, maar naar het einde toe slaat het nummer volledig om naar een orkaan van cimbalen en gitaargeweld. Oscillate is een plaat voor elke muziekliefhebber die een stap durft te zetten in de atmosferische postmetalwereld. Een stap waar je nooit spijt van zal krijgen.

Hang Youth – ALLES MOET BETER (★★★½)

Het Nederlandse Hang Youth deelt consistent stevige schoppen uit aan de gevestigde orde. De band rond Abel van Gijlswijk, rapper en samen met Faberyayo labelbaas van Burning Fik, schudt bewust alle clichés uit de punkwereld uit de kast om hun onbeschaamde kritiek op het falen van onze neoliberale samenleving te uiten. Achttien nummers werden gepropt in dertien minuten waarop riffs, tromgeroffel en schreeuwerige vocalen primeren. De Nederlanders winden geen doekjes om hun punkgehalte, wat de teksten en titels alvast verraden; van “NOEM JE DAT VERVOER OPENBAAR?” over de buitenproportionele treintarieven tot “IK GEEF EEN NIER VOOR GEEN RUTTE IV”. Hang Youth concludeert met ‘Alles moet beter / Iedereen weet het’, een boodschap die ze, ondanks hun parodistische voorkomen, gewoon kei hard menen.

Unreqvited – Empathica (★★★★)

De enige info die op de Bandcamppagina van de anonieme blackmetalcomponist Unreqvited te vinden is, luidt ‘depressive & uplifting’. Ook op het nieuwste werk zijn deze twee adjectieven meer dan van toepassing. Aanzettend met symfonische spanningsopbouw waarbij je jezelf in de noodlottige passage door de Misty Mountains uit Lord of the Rings waant, vervolgd door atmosferische blackgaze vol weemoedige gitaren, synths en strijkers en ten slotte concluderend in hartverwarmend, minimaal pianogetokkel; Empathica is een reis die als de perfecte soundtrack fungeert voor de desolate bergketens op de albumhoes. Dit diverse palet aan klanken dat Unreqvited laat samensmelten is dan misschien wel bombastisch, de excentrieke gelaagdheid is echter ideaal voer voor verbeelding.

beige monk – a recapturing of a dream in which i was thrown into the void where i stayed for an eternity before emerging in my ultimate form to play those who put me there in the game of 200,000 rules (★★★★½)

De psychedelische folk op beige monks laatste worp doet belletjes rinkelen bij fans van de oude The Microphones. Een zelfde soort akoestische vrede, gedragen door de warmte van gitaren, wordt vergezeld door een als instrumenten gebruikte androgyne stem, repetitieve drumsamples, belletjes, bliepjes en andere versierinkjes. Opener “0 the fool” is hier meteen het ideale bewijs van. Het weemoedige, doch gelukzalige gevoel van dit nummer doet soms denken aan “Space Oddity”, hetzij met iets meer rondfladderende geluidseffectjes. De als lappendekens inspelende liedjes lijken uitgepuurde niemendalletjes, die als een collage van paradoxaal genoeg tegelijk thuis aanvoelende als bevreemdende magie een sterke indruk achterlaten.

Roland Cristal – 2020 (★★★½)

Uno, dos, atención!: een nieuwe release van onze favoriete zuiderbuur. De hoempapatechno van de Franse Roland Cristal heeft ons eigenhandig door 2020 geholpen. Dat de man met een fanatieke aanhang in Namen dit feestloze jaar als titel van zijn nieuwe verzameling Salut C’est Cool-esque deuntjes koos, doet ons enkel hunkeren naar een tijd waarin we terug in volle danszalen kunnen zweten. Gelukkig gaf Roland dit jaar genoeg materiaal aan zijn trouwe fans om even dat plakkerige gevoel naar hun eigen woonkamer te kunnen brengen. Tijdens het horen van 2020 kunnen we louter concluderen: “Oh là là ok la fête”.

Matt Elliott – Farewell to All We Know (★★★★)

Het diepe stemgeluid van Matt Elliott fluistert ons op Farewell to All We Know doorheen één van de essentieelste, doch pijnlijkste dilemma’s van het bestaan: staalharde confrontatie met of net zelfbescherming tegen de dagelijkse tristesse van de wereld. Zichzelf begeleidend met gitaar, af en toe vervoegd door piano of strijkers, toont de in Frankrijk genestelde Brit zijn persoonlijke gemijmer en gepieker over thema’s als wanhoop, verval en afscheid. “The Day After That” is een luikend voorbeeld van hoe de minimalistische arrangementen de luisteraar de ruimte bieden mee te mijmeren. De schimmige gedaante op de hoes doet ons hunkeren naar meemijmeren terwijl we eenzaam (of met Matt in onze oren) door minstens even eenzame bossen dwalen.

M. Ward – Think of Spring (★★★★)

De zachtheid die uitgaat van M. Wards minimalistische americanastem had niet meer kunnen afwijken van de scherpe grootsheid van de muziek van Billie Holiday. Toch besloot die eerste odegewijs een volledig album van de onverbeterbare jazz-zangeres te herwerken. Think of Spring is zo het kleine zusje van het in 1958 gereleasete Lady in Satin, de laatste plaat die Holiday uitbracht voor haar dood. Ward leek geenszins kleine opfrissingswerken op het oog te hebben – de nummers zijn vaak zelfs na ze naast elkaar gelegd te hebben bijna onherkenbaar. Uitgebreide instrumentatie in ’58 verwordt tot een vaak net niet juist getuned gitaartje in 2020, en Wards fluisterstem beperkt zich tot zo’n vierde van het register dat Holiday het hare maakte. Toch blijft de eigenheid van de nummers overeind en winnen ze zelfs aan intimiteit en suggestiviteit. Het is onder andere die charmante bescheidenheid die deze M. Ward plaat zo schoon maakt; een jonge zus die opkijkt naar de grote versie van haarzelf, diens kleren draagt en er stiekem in verdrinkt.

Jeff Tweedy – Love Is the King (★★★½)

Jeff Tweedy – de man van Wilco, Uncle Tupelo en familiaal huis-, tuin- en keukenproject Tweedy – doet het soms ook alleen, en met verve. Op Love Is the King omzweemt hij zijn zoete americana met simpele melodietjes zonder aan authenticiteit te moeten inboeten. De elf songs die Tweedy’s vierde soloplaat sieren zijn zowel muzikaal als inhoudelijk op elkaar afgestemd en vergezellen het zelfhulpboek How to Write One Song. De liefde – voor zijn vrouw dan wel voor muziek en creativiteit – blijkt in beiden de bottom line. Enkele nummers van deze plaat zijn dan ook de voorbeelden waar de bijna werktuiglijke doch succesvolle songschrijfmachine mee aan de slag gaat in het boek. Love Is the King is het zoveelste muzikale bewijs dat Tweedy heel goed is in liedjes maken, met speciale vermelding voor “Guess Again” en “Gwendolyn”. Niet alle nummers eisen volledige overgave van hun luisteraar – het geheel ontsnapt op die manier soms aan je oren – maar zelfs dat hoeft niet slecht te zijn. De combinatie van in essentie simpele nummers, Tweedy’s mild-ironische stem, vlekkeloze timing en bijna onuitstaanbaar optimisme doet het ‘m, alweer.

Lili Grace – Silhouette (★★★½) 

De Hamse zusjes Nelle en Dienne combineren cello, toetsen en elektronica met hun zeemzoete stemmen in harmonie. Wanneer je de intro van hun songs beluistert, moet je een beetje op je honger blijven zitten. Het album silhouette is een bijeenvoeging van negen schitterende songs die een mooie afwisseling geven tussen rust en agressie. In “The Horde” hoor je het grootste verschil, nogmaals een ietwat saaie intro met daarna een drop om U tegen te zeggen. “Don’t Drag Me Down”, “Nothing Human” en “Fishing Spot” zijn dan weer de nummers waar ze hun zachte kant bovenhalen. Alle songs zijn zodanig krachtig dat je meer wil van dit. De tweestemmige vocals sluiten perfect op elkaar en op de muziek aan. De combinatie van instrumenten is meer dan uniek, kortom: Het album is een feest voor je oren. Twee jaar geleden stonden de zusjes nog op een podium met kampvuurliedjes. We kunnen alleen maar blij zijn dat ze nu hun evenwicht tussen lief, zacht, mysterieus en donker gevonden hebben. We love it!

Great mountain fire – Movements (★★★)

Great Mountain Fire is wat er gebeurt wanneer Balthazar en Compact Disk Dummies een kind krijgen. Het Brusselse kwartet kwam eerder al met “Caroline”, een nummer dat diende als voorproefje voor hun nieuwe plaat movements. Nu we de rest van de songs op de plaat horen was dat zeker en vast een toonzetter voor de rest. De groovy beats in combinatie met een gesyncopeerde synth nemen ons mee op hun reis door het album. Het is vast en zeker een collectie nummers die de dansbenen losmaakt. Het artwork van de plaat is minstens een vermelding waard. Een mooie tekening die de dromerige stijl van het album perfect weet weer te geven. We hebben er vijf jaar op moeten wachten, maar het indieviertal is duidelijk gegroeid en dit is zeker een stap vooruit voor de jongens. Doe zo verder!

Duncan Laurence – Small Town Boy (★★)

In 2019 werd Duncan Laurence van de ene op de andere dag de held van Nederland. In Tel Aviv won de zanger met zijn overtuigende nummer “Arcade” het Eurovisiesongfestival en leek hij op weg dé nieuwe Nederlandse popster te worden. Toch nam Laurence uitgebreid de tijd om aan zijn debuutalbum te werken en ging hij op zoek naar zijn muzikale ziel. Op Small Town Boy lijkt hij die gevonden te hebben en fleurt hij je op dertien subtiele en melancholische popnummers op. Nooit voelt het album te overweldigend of bombastisch aan, maar toch blijft het in al zijn soberheid boeien. Duncan Laurence trok zich duidelijk niets aan van de druk die op zijn schouders rustte en maakte meteen een integer album.

HYUKOH – Through Love (★★★★½)

HYUKOH is al langer een van de prominentste bands die het Koreaanse schiereiland ons wist te schenken. Met Through Love brengen ze ons hun eerste speler die niet vernoemd werd naar de leeftijd van de bandleden bij het uitbrengen van de plaat. Anders dan het beukende “Wanli Wanli” – dat trouwens roots kent in de Chinese jeugd van de leadzanger van de band – vallen de nummers op Through Love eerder op het rustgevende spectrum van nummers als “Wing Wing” en “Gang Gang Schiele”. En toch nog rustgevender dan de voorgenoemde nummers, is dit album – zo rustgevend dat je moet oppassen niet zomaar half in te dommelen bij je luistersessies. De keuze voor absoluut minimalisme zorgt voor de plezierige gezelligheid en warmte die deze nummers allemaal inherent bezitten. Toch bouwt het gaandeweg op: waar je in “Hey Sun” het aaiende namiddagzon-equivalent van muziek mag verwelkomen in je oren, brengt “New Born” je in nieuwe oorden. Dat laatste nummer is dan ook de echte aanrader van dit zestal.

Yaeji – WHAT WE DREW (★★★★)

Koreaans-Amerikaanse producer, rapper alsook zangeres Yaeji lanceerde WHAT WE DREW tijdens het laatste hoogtij aan interraciale problematieken in Amerika. Geboren uit onder andere deze maatschappelijke opstoten alsook de pijnen die opgroeien als een non-model minority met zich meedraagt, knalt het album fluorescerende, warme deuntjes waarmee de artieste dit alles weet te verwerken. Op deze manier bevat de muziek meer dan enkel dansbaarheid. De artieste manoeuvreert zich tussen Engels en Koreaans, zowel voor betekenis als timbre, want andere talen bevatten andere tonen en intonaties, en dat speelt ze hier op een wonderbaarlijke manier uit. Het nummer dat er op deze plaat echt bovenuit schiet, is “IN THE MIRROR”. Dat zet zeer langzaam in met bedwelmende zang en baslijntjes, om dan plots te ontploffen in een volledig overnemende deep house percussie van jewelste.

Mong Tong – Mystery (★★★½)

Broers Hom Yu en Yiun Chi, ook wel bekend voor hun bands Prairie WWWW en Dope Purple, vormen met Mong Tong een biologische mix van samplegestuurde oozy psychedelica. Mystery, het album dat werd opgenomen en samengezet in hun thuisstudio te Taipei, is een reis door de Taiwanese folklore uit de jaren stilletjes. Wat het album uniek maakt, is het feit dat de samples klinken als een band die samenspeelt, en je zo ook de indruk geven van een ‘normaal’ arrangement, eerder dan muziek die louter op een al dan niet legale versie van Ableton zou staan. Wanneer je verwacht dat de muziek gaat openbarsten, halt het vaak om net niet een piek te bereiken. Misschien is het dan in een zekere mate muzikaal edgen, met het nadeel dat er natuurlijk nooit een echte ontlading komt. Mong Tong kan je op vele manieren vertalen. De band meent het het beste met de vertaling ‘the east-side of dreams’, wat het album feitelijk goed weergeeft: oosters en dromerig.

J. Zunz – Hibiscus (★★★★½)

Lorena Quintanilla, Mexicaanse multi-artieste en helft van noisewaveband Lorelle Meets The Obsolete, brengt ons af en toe onder eigen project J. Zunz boeiende soundscapes. Dit ook in Hibiscus. De artieste straalt hier nog meer dan in haar vorige releases; waar vroeger de albums minder coherent – alsnog sterk – in elkaar zaten glijdt Hibiscus van het ene nummer moeiteloos over in het ander; sterke baslijnen en eclectische elementen gaan met elkaar in een dialoog die stilaan wordt opgebouwd tot rustige maar duidelijke hoogtepuntjes. Quintanilla gebruikt doorheen het album ook haar eigen stem zonder weerhoud, en met succes. Haar hevig bewerkte stemgeluid sluit perfect aan bij de andere samples en zorgt voor net die extra gelaagdheid die dit album ver doet uitschieten boven andere gelijkaardige releases.

Ai Aso – The Faintest Hint (★★★★½)

Ai Aso nodigt de luisteraar wederom uit tot een intense, doch zeer, zéér minimalistische luisterervaring. Het lijkt alsof de zangeres je tijdens het luisteren constant observeert, om je dan op de momenten van bevrediging of gewaarwording weer te strikken en het nummer een andere kant uit te sturen. Alle nummers zijn – ook al zijn ze qua geluid bijna volledig leeg – uiterst vol. Vol, doch niet warm, eerder onheilspellend, als een bedwelmend gif dat je weet af te leiden van wat er echt aan het gebeuren is. De gitaren en stem volgen elkaar ritmisch en fragiel op, maar vormen een onstuitbaar front. Als Ai Aso u niet bekend voorkomt, dan misschien wel de landgenoten van metalband Boris, die zorgden voor begeleiding bij twee tracks op dit album.

Ed The Dog – Untitled.crashed.crashed.crashed (★★★½)

Twee jaar na Shame kregen we een tweede album te horen van Ed The Dog en Untitled.crashed.crashed.crashed lag zeker in de lijn van de debuutplaat van Ed Wetenhall. Ook deze keer worden we regelmatig verrast door plotse wendingen en wordt er gespeeld met zaken als tempo. Een herkenbare sound heeft Ed The Dog dus zeker. Tijdens de cynische punknummers kan je je eens goed laten gaan, maar de langspeler bevat ook een aantal rustigere liedjes die er zeker mogen zijn. Ook in 2020 gaat deze Brit alle kanten uit en doet hij ons meer dan eens terugdenken aan het britpoptijdperk.

Katy J Pearson – Return (★★★★)

Katy J Pearson kwam eind vorig jaar voor het eerst op onze radar met haar debuutsingle “Tonight”. Daarmee bewees ze een muzikale spring-in-het-veld te zijn. Die lijn zette ze door op haar debuutalbum Return dat midden november uit kwam. Op tien nummers laat de zangeres uit Bristol zien dat ze in staat is om warme en sfeervolle popsongs te schrijven. Met Return zet Katy J Pearson zichzelf op de kaart en sluit ze perfect aan in het rijtje van artiesten als Julia Jacklin en Mattiel.

girlfriends – girlfriends (★★★★)

Na enkele persoonlijke successen besloten Nick Gross (Big Noise, Gross Labs, Find Your Grind) en Travis Mills (muzikale artiest, Beats 1 Host, acteur) samen een band op te richten in deze onzekere tijden. girlfriends gaat terug naar het genre van de massale meezingconcerten, woede, emorock en poppunk. Machine Gun Kelly, KennyHoopla en vooral opnieuw Travis Barker deden het hen al voor en hier zal het in de toekomst zeker niet bij blijven. Inspiratie ten volle als je de TMF-chats opgraaft uit het geheugen dankzij hits van onder andere Blink-182, All Time Low, You Me At Six en 30 Seconds To Mars. girlfriends, dat eind oktober uitkwam, is eveneens de naam van het debuutalbum van het duo uit California. Het geeft een old-school indruk weer, maar tegelijk voelt het heel modern aan. Het is een uitlaatklep voor emotionele uitdrukkingen, onzekerheden, rouwprocessen en de kracht van het leven. Poppunk zit in een lift en hier weet het ervaren muzikaal duo aardig gebruik van te maken. Wat volgt is een project dat de hedendaagse gevoelens perfect kan verwoorden en misschien hebben we dit album meer nodig dan we zelf denken. Een geslaagd debuut dat wel naar meer smaakt met hopelijk enkele toekomstige, potentiële samenwerkingen die we zeker zien zitten.

Dit vind je misschien ook leuk:
Nieuwe singlesOude Bekenden

Nieuwe single Trapped Ants - "2020"

Je moet maar een beginnende muzikant zijn in 2020. Optredens worden afgelast, opnamesessies worden verhinderd en je moet vanop afstand je relatie…
2020FeaturesInstagramUitgelicht

De 50 beste albums van 2020

Het einde van 2020: voor de ene een tijd om er hoopgevende anti-coronaspreuken tegenaan te gooien, voor de andere het startsein van…
FeaturesNieuwe singlesOntdekkingen van "Den Beir"

De vijf van “Den Beir” (26 oktober – 1 november)

Er verschijnen wekelijks heel wat nieuwe liedjes, waarvan slechts een klein deel een recensie krijgt. De rest blijft vaak onbeschreven, zeker wanneer…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.