FeaturesInstagramInterviewsUitgelicht

Interview Plini: ‘Ik ben helemaal geen gitaarheld’

Een mooi cv hebben is belangrijk in het professionele leven. Op dat van Plini staat onder andere: Australiër, geboren in 1992, afgestudeerd als architect, debuutalbum Handmade Cities op #5 in de Guitar World-top 20 van beste gitaaralbums van het decennium, hijzelf op #4 in de recentste Music Radar-top 10 van beste progressieve gitaristen ter wereld, en dan dit complimentje van Steve Vai (Frank Zappa, David Lee Roth Band, Steve Vai zelve): ‘Plini is de toekomst van gitaarmuziek.’ Nou.

Dus toen we vernamen dat we dertig minuten kregen om de nieuwe jonge oppergod van de instrumentale gitaarwereld te interviewen, lieten we onze moeder, waar we op bezoek waren, staan waar ze stond en begonnen we als een gek vragen te verzinnen. Dat leidde tot een compact, aangenaam gesprek over ambities, het creatieve proces en Duitse literatuur.

Laten we beginnen met de belangrijkste vraag eerst: Vanilla Grapefruit Haze Plini-kaarsen. Waarom?

Wel, da’s een goeie vraag. Het album was klaar en toen moest ik nog wat spullen bedenken om er samen mee te verkopen, want op het einde van de dag is het belangrijkste toch geld (lacht). Elke band verkoopt t-shirts, hè. Het eerste wat ik wou doen was de release van het album speciaal maken, wetende dat ik niet zou kunnen touren. Dus ik was aan het denken aan dingen die je via de post zou kunnen ontvangen, maar die leuker zijn dan een t-shirt. Ik hou van kaarsen en ik hou van puzzels. En dat zijn zowat de enige dingen die je volgens mij kan doen terwijl je naar het album luistert. Ik wou ook koffiebonen sturen, maar door de pandemie is dat onmogelijk. Daarom zitten er dus kaarsen bij de merchandise. Ik hoop dat iemand die kaars dan aansteekt, naar het album luistert en zich amuseert.

We zijn Guitar World niet, dus veel van onze lezers kennen je waarschijnlijk niet. Daarom willen we even een paar mijlpalen van je carrière overlopen. Die begon in 2011 toen je de ep Pastures uitbracht, toen nog onder de naam Halcyon. Je schreef alle nummers, je nam alle gitaren op, je programmeerde alle drums, je producete, je mixte, je deed dat allemaal in je slaapkamer en je was nog maar 19. Wat waren je verwachtingen en ambities op dat moment?

Ik had eigenlijk totaal geen verwachtingen en ambities. Ik deed dat gewoon voor mijn plezier. In de jaren daarvoor maakte ik ook al muziek, ook voor de lol. Maar rond 2011 werd het mogelijk om je muziek op het internet te zetten. Voordien moest je cd’tjes maken en proberen verkopen. Maar toen verschenen dus SoundClick, SoundCloud en Bandcamp. Dat is waar iedereen mee bezig was op dat moment, dus ik deed het ook. Genoeg mensen vonden het tof, zodat het in plaats van muziek die ik maakte voor de lol en zonder reden, muziek werd die ik maakte voor de lol, maar waar een kleine groep van mensen naar luisterde, die ook meer muziek verwachtte. Dus het werd wat meer professioneel, per ongeluk eigenlijk.

Studeerde je toen al architectuur?

Ik was toen al bezig, ja. Ik werkte aan m’n muziek in de weekends en tijdens vakanties. Maar uiteindelijk heb ik maar een dik uur muziek uitgebracht in de 5 jaar dat ik studeerde.

Over naar de trilogie van ep’s die je uitbracht tussen 2013 en 2015. Op de laatste ep, The End of Everything, verscheen eindelijk een live drummer. En wat voor een: de legendarische Marco Minneman. Hoe is die samenwerking tot stand gekomen?

Marco speelt bij The Aristocrats en in ongeveer 3000 andere groepen. Oorspronkelijk was een zekere Ed de manager van The Aristocrats. Die is nu de CEO van gitaarmaker Strandberg (Plini gebruikt enkel Strandberg-gitaren, n.v.d.r.). Ed en Marco zijn goeie vrienden. Hij stelde voor dat we elkaar een keertje ontmoeten, omdat we allebei muzikanten zijn en hij ons toffe gasten vindt. Het gebeurde uiteindelijk na een Satriani-optreden: ik vertelde Marco dat ik aan een nieuwe ep aan het werken was en – ik weet niet wat Ed op voorhand tegen hem gezegd had – maar Marco had de hint begrepen en hij zei ‘Ik zou daar wel op kunnen spelen’. En ik zei ‘Jaja, jij zou daar inderdaad op kunnen spelen.’ Toen de muziek af was, stuurde ik hem de files en 24 uur later stuurde hij me de afgewerkte drumtracks terug. Hij had de nummers dus op een dag tijd ingestudeerd en ingespeeld.

Laten we het dan nu hebben over het nieuwe album, Impulse Voices. Toen we de eerste twee singles hoorden, dachten we ‘Oké, dit is Handmade Cities, maar dan next level.’ Maar toen we het volledige album hoorden, dachten we ‘Oké, dit is drie of vier next levels in een keer.’ Was het een bewuste poging om zo vernieuwend te werk te gaan of heb je je gewoon laten meeslepen omdat je meer tijd had door de lockdown?

Bedankt. Ik heb me inderdaad wat laten meeslepen. De laatste tijd ben ik ook meer geïnteresseerd geraakt in verschillende soorten muziek. Daardoor vind ik het herhalen van een refrein bijvoorbeeld niet meer zo interessant en opwindend. Het is meer een uitdaging geworden om te zien of ik een nummer kan schrijven dat vier minuten lang is, dat alle kanten tegelijk uitschiet en toch zin heeft, zonder teveel herhaling. En zoals je zei, ik had meer tijd om handen. Dus ik verdrong elk idee van hoe het nieuwe materiaal zou moeten klinken en ben dan gewoon beginnen klooien tot het eruit kwam zoals het eruit kwam.

Hoeveel tijd heb je er in totaal aan besteed?

Sommige ideetjes waren 1 of 2 minuten lang en had ik al sinds Handmade Cities, andere zijn van dit jaar. Het eigenlijke opnemen en produceren duurde van januari tot midden augustus. De meeste dagen namen we stukjes op, een beetje finetunen, een beetje dingen uitproberen… Dus ja, een goeie acht maanden.

Je hebt dus een schuif met ideetjes die je af en toe opendoet en waarvan je dan stukken samenplakt, of hoe gaat je creatieve proces juist?

Ja, ik heb inderdaad zo’n schuif, maar soms komen er ook ideeën naar boven terwijl ik neerzit en gitaar speel. Dan begin ik van  alles uit te proberen om te zien waar zo’n idee naartoe kan gaan. Soms laat ik ideeën ook gewoon rusten. Dat zijn van die dingen van 2 minuten die net geen nummer zijn, en dan laat ik het liggen, soms een paar jaar lang, tot ik plots doorheb wat ik ermee moet aanvangen. Het laatste nummer van het album (The Glass Bead Game, n.v.d.r.) wou ik op de Sunhead-ep zetten, maar ik wist niet goed wat ik ermee moest doen, het was maar twee minuten lang. En dan heb ik er op een of andere manier negen minuten van gemaakt om het op dit album te zetten.

Is het een conceptalbum? En zoja, waarover gaat het? Want persoonlijk hebben we geen idee.

Ik ook niet (lacht). Ik zou dus niet zeggen dat het een conceptalbum is. Ik zou hier ter plekke min of meer een concept kunnen verzinnen, maar het is eigenlijk gewoon een verzameling nummers die hopelijk weerspiegelen waar ik dit jaar in geïnteresseerd ben. Het volgende album zal dan gaan over waar ik dat jaar in geïnteresseerd ben.

De eerste single, “I’ll Tell You Someday”, kwam uit een dag na het overlijden van Eddie Van Halen. We zagen een vreemd soort schoonheid in die timing, in de zin van: de gitaarwereld is niet gestopt met draaien door het overlijden van Van Halen, er zijn nog gitaarhelden. Waardoor we ons afvroegen: zie je jezelf eigenlijk als een gitaarheld?

Nee, helemaal niet. Al mijn vrienden die gitaar spelen zijn zoveel beter dan ik. En dat vind ik goed zo, want ik wil altijd de minst getalenteerde persoon in de kamer zijn: dat betekent dat ik nog iets kan bijleren. Ik oefen ook niet heel veel, en speel niet zo veel solo’s. Maar anderzijds wil ik wel graag gitaarheld genoemd worden, want da’s toch een upgrade tegenover gewoon “een vent” genoemd te worden.

Absoluut. Maar anderzijds: je zei ooit dat je jezelf meer beschouwt als een componist met een gitaar dan als een gitarist. Dus als je dan moeten kiezen tussen componist met een gitaar en gitaarheld, wat wordt het dan?

Ik denk componist met een gitaar. Als mensen dan naar een optreden komen, zullen ze misschien onder de indruk zijn. Maar als ze naar een optreden komen en ze verwachten een gitaarheld en ik doe dan niet veel, dan kunnen ze alleen maar teleurgesteld zijn.

Het persbericht voor het nieuwe album spreekt over “a unique brand of instrumental progressive rock.” Nu, net zoals een goed merk heb jij een heel aparte wereld rond jezelf gecreëerd, zowel muzikaal als visueel. Hoe bouw jij aan je eigen merk?

Wel, wat het visuele betreft: de illustraties komen al van in het begin van Alex Pryle. Aan het beeld voor de hoes van Impulse Voices is hij ergens in februari begonnen en het was pas af in augustus. We hebben heel wat verschillende dingen uitgeprobeerd, voor het er uiteindelijk uitzag zoals het er nu uitziet. Het was eigenlijk niet de bedoeling dat het eruitzag zoals nu, aangezien het toch erg lijkt op de cover van Handmade Cities. Voor dit album stuurde hij me op een dag een probeersel, daar zijn we mee aan de slag gegaan. We hebben hier en daar wat toegevoegd en toen vroeg ik ‘Kan je er een donkere cirkel rondzetten?’ Toen hadden we dus iets wat op Handmade Cities lijkt.

Het is ergens wel logisch dat de opvolger op de voorganger lijkt.

Ja, daar hebben we even over gediscussieerd: ‘Zullen mensen denken dat de twee albums op een of andere manier iets met elkaar te maken hebben?’ Maar ‘t is gewoon de stijl die we nu aan het ontwikkelen zijn. Het is eigenlijk hetzelfde als met de kaarsen, die zijn gewoon het gevolg van de dingen die ik leuk vind. En het is niet te dwaas om het niet te doen.

Heb je Alex dan geen briefing gegeven?

Ik zei gewoon ‘Zeg, ik ga een nieuw album opnemen, begin maar aan de hoes.’ En hij: ‘Eh… oké, denk je aan iets specifiek?’ Helemaal in het begin, voor Handmade Cities, wou ik iets abstract, zoals een collage. Iets simpel, zoals drie of vier verschillende objecten op een wit canvas. Hij heeft zoiets gemaakt, met een vogel en een vaas, geloof ik. Dat zag er wel cool uit. Toen begonnen we dingen toe te voegen: lucht, grond, wolken en zo groeide het. Toen hij halverwege was met zijn ontwerp, begon ik hem muziek te sturen.

Wacht, op dat moment had hij nog geen muziek gehoord?

Nee (lacht). Geen muziek en geen titels. Ik heb hem lang in het duister gelaten, maar we zijn er wel uitgeraakt uiteindelijk.

Wat betreft de cover van Handmade Cities: de watertorens die eropstaan zijn een verwijzing naar het moment dat je in New York tourde. Staan er op de cover van Impulse Voices ook zo’n verwijzingen naar herinneringen, persoonlijke dingen?

Ja, heel wat. De vuurtoren op de vis, bijvoorbeeld. Die staat op een plaats, dicht bij waar ik woon, waar ik graag ga wandelen. De taartjes en het fruit zijn gelinkt aan bepaalde herinneringen. Er staan een aantal favoriete dieren op. En dan is er ook dat ene kasteel. Ik was aan het lezen over de beste feestjes in de geschiedenis van de wereld. Ergens in de jaren 1500 was er een Franse koning en een Engelse koning die hun beide landen wilden verenigen. Dus ze gaven een feest dat compleet overdreven was. Ze bouwden er speciaal dat kasteel voor, met wijnfonteinen en dat soort dingen. Er bestaat een schilderij van dat feest, “Field of the Cloth of Gold”, en dat kasteel staat dus op de hoes. For some reason.

Oké. Terug naar dat persbericht. Het spreekt over instrumentale progressieve rock. Dus niet instrumentale progressieve metal. Niet ambient jazzfunkrockfusion. Omdat je natuurlijk in geen enkel hokje past. Kan je dus stellen dat jij een genre op zich bent?

Eh… dat is wel mijn bedoeling, ja. Het is in ieder geval instrumentaal, zolang er niet gezongen wordt. Het is zeker niet altijd progressief als je uitgaat van wat mensen verwachten als je het over progressieve rock hebt. Sommige dingen zijn te heavy om rock te zijn, andere dingen zijn dan weer te lichtvoetig om metal te zijn. Maar het is wel degelijk mijn bedoeling om muziek te maken die je moeilijk in een categorie kan steken.

Er zou een sticker moeten kleven op het album: ‘Alleen beluisteren met koptelefoon’. De productie en de mix heb je nochtans niet gedaan in een peperdure studio, juist?

Klopt. De gitaren heb ik thuis opgenomen, de meeste andere instrumenten heb ik ook thuis geprogrammeerd. Daarna heeft mijn bassist Simon Grove alles gemixt in de One Flight Up-studio in Sydney. Dat is zeker geen dure Hollywood-studio, maar ze hebben daar wel een mooie, redelijk grote drumkamer, die we dan ook gebruikt hebben om de drums op te nemen. Dat heeft in totaal acht dagen geduurd, ongeveer een dag per song, da’s relax werken. Bij dit soort muziek gaat het voor mij bijna meer om de drums dan om de gitaren, dus we hebben daar echt wel een goed drumgeluid uitgehaald. Simon is dus bassist en wat drums en bas betreft, die mixt hij beter dan wie ik ook ken. Daarna stuurde ik hem alles wat ik thuis opgenomen had. Voor de gitaren gebruikte hij dezelfde instellingen die ik gebruikte, want het is allemaal digitaal. Sommige gitaarpartijen heb ik dan door zijn versterkers gespeeld. En hij is echt fucking goed met mixen, daarom klinkt alles ook goed. Alles verliep echt vlot, Simon was van in het begin betrokken bij alles. Met wat ik hem stuurde, kon hij eigenlijk alles doen wat hij wilde en zoals ik zei: hij is dus echt goed (lacht).

Drummer Chris Allison heeft blijkbaar de tracklisting gedaan. Is dat niet raar, als je componist, arrangeur en producer bent, dat je dan zoiets belangrijks als de tracklisting aan iemand anders overlaat?

Mja. Simon, Chris en ik hadden een Messenger-groepje en we stuurden elkaar verschillende ideeën, Simon stuurde ook tussentijdse mixen. Toen alles bijna gedaan was, stuurde ik hen de songtitels waar ik aan dacht, want tijdens de opnames was het gewoon nummer 1, nummer 2, enzovoort. Ik vroeg aan Simon en Chris of de titels niet te gênant waren, maar ze vonden ze goed. Daarna stuurde ik de volgorde van de songs en vroeg ik of die oké was. Chris wisselde een paar songs van plaats. Ik luisterde ernaar in die volgorde en het voelde goed aan. Dus heb ik het zo behouden. Ik dacht, dan kan ik hem evengoed de credit geven (grijnst).

Op tournee gaan zit er de eerste maanden niet in. Ga je gewoon wachten tot alles terug min of meer normaal is of heb je andere plannen? Misschien een concert streamen of zo?

Momenteel ga ik gewoon afwachten. Touren is niet iets wat ik ooit heb moeten doen, het is gewoon leuk. Dus als ik op tournee ga, moet het ten eerste veilig zijn en ten tweede goed. Wat livestreaming betreft: ik ben een saaie piet op het podium, dus ik vrees dat een livestream nog saaier zou zijn.

Nu je er zelf over begint…

(Lacht)

We vroegen ons af of je zou overwegen om van je concerten meer een show en een ervaring te maken met projecties. Dat zou natuurlijk wel betekenen dat je minder kurkdroge moppen kan vertellen tussen nummers door, laat staan wafels eten terwijl je speelt (Tijdens hun laatste concert in Nederland gooide iemand een pak stroopwafels op het podium. Alle groepsleden begonnen die doodleuk op te eten terwijl ze speelden, n.v.d.r.). Maak je er dus een show van of blijf je eerder je eigen onderkoelde zelf?

Het zou ideaal zijn om beide te kunnen doen. Als we een song beginnen, gaat het er redelijk ernstig aan toe, behalve toen met die wafels. Dus in het beste geval gaan de lichten aan na een nummer en kan ik wat zeveren tegen het publiek en daarna spelen we een aantal nummers met projecties. Dat zou ik heel graag doen, maar tot hiertoe is dat een budgetprobleem geweest. We zien wel.

Je naam komt blijkbaar uit een boek dat je moeder aan het lezen was toen je een baby was, “Het Kralenspel”. Nu, het laatste nummer van het album is “The Glass Bead Game” (“Het Kralenspel”). Dat is waarschijnlijk geen toeval.

(denkt na) Het nummer “Perfume” gaat over het boek “Het Parfum” omdat de atmosfeer van het nummer me deed denken aan de atmosfeer van het boek: een beetje romantisch, maar toch vooral eng. Voor het laatste nummer had ik nog geen titel en ik dacht dat ik waarschijnlijk wel inspiratie zou vinden in een boek. Dus ik keek naar de boekenkast, zag dat boek en het eerste wat ik dacht was ‘The Glass Bead Game klinkt nu eens echt als een Dream Theater-nummer, zo ‘n typische prog-titel’. Dus het is helemaal niet beïnvloed door mijn naam, of mijn moeder, het is gewoon een goeie titel voor een prog-nummer, meer niet.

Je hebt ooit gezegd dat de muziek die je maakt een late reactie is op de muziek waarnaar je een paar jaar eerder aan het luisteren was. Dus, waarnaar ben je nu aan het luisteren?

Op dit moment veel Tim Miller, een jazzgitarist. Veel elektronische muziek, de Australische RÜFÜS DU SOL, bijvoorbeeld. Ik ben ook weer veel naar Led Zeppelin aan het luisteren. Hopelijk krijg ik voor het volgende album zo’n late reactie voor de gitaartonen, dat ze lekker klinken als classic rock (glundert bijna).

Laatste vraag: wie van deze gitaristen betekent het meest voor jou en waarom? Django Reinhardt, Santana of Ulf Wakenius?

(leunt achterover) Da’s een moeilijke. Ik kan over alle drie vanalles vertellen… (denkt na).

Wij waren het meest verrast om te lezen dat je beïnvloed zou zijn door Santana.

Toen ik een jaar of zeven was, speelde Santana in een park in mijn buurt. Mijn pa nam me mee naar het hek rond het park en hief me op, zodat ik een paar nummers kon volgen. Ik zal waarschijnlijk jonger geweest dan zeven. Maar goed, ik denk dat iedere gitarist ooit wel naar Santana geluisterd heeft. Hij was in ieder geval mijn eerste ervaring met muziekpiraterij: over een hek kijken (grinnikt).

Goed. Bedankt voor het interview. We hopen je volgend jaar ergens te zien op tournee. In België, bijvoorbeeld.

Wel, ik kan het evengoed vertellen, waarom niet: normaal gezien ging ik met dit album touren in maart en ik ging optreden in Antwerpen of in Brussel. Dus van zodra we een Europese tour doen, zullen we zeker in België optreden.

Da’s dan afgesproken. Tot dan.

Dit vind je misschien ook leuk:
AlbumsRecensies

Plini - Impulse Voices (★★★★★): Grensverleggend

Even een snelcursus Plini. Zijn ongewone voornaam komt van Plinio, een personage uit “Het kralenspel” van Herman Hesse, een boek dat zijn…
Nieuwe singlesOude Bekenden

Nieuwe single Cory Wong – “Massive” (feat. Joe Satriani)

Er bestaan heel wat GIFs voor “mind blown” en daar had ook onze kop kunnen bijhoren als je hem had gefilmd op…
AlbumsRecensies

Joe Satriani – Shapeshifting (★★½): Gitaargod op dool

Instrumentale gitaarmuziek, en zeker die van het genre waarbij de gitarist ongeveer duizend noten per seconde spuwt: het is niet voor iedereen….

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.