AlbumsRecensies

Plini – Impulse Voices (★★★★★): Grensverleggend

Plini - Impulse Voices

Even een snelcursus Plini. Zijn ongewone voornaam komt van Plinio, een personage uit “Het kralenspel” van Herman Hesse, een boek dat zijn moeder las toen hij een baby was. Hij is volledig autodidact. Dus de gitarist die vorig jaar tot vierde beste prog-gitarist ter wereld werd uitgeroepen door Music Radar – in 2017 stond hij op één – heeft nooit les gevolgd. Hij is afgestudeerd als architect aan de Universiteit van New South Wales en hij neemt nog altijd zijn solo’s op in zijn slaapkamer. Ja, in zijn slaapkamer.

Wat ook helpt qua duiding: Steve Vai noemde Handmade Cities, het debuutalbum van Plini uit 2016, “een van de beste, meest vooruitstrevende, melodieuze, ritmisch en harmonisch diepe, de evolutie van instrumentale rock/metal bevorderende gitaaralbums die ik ooit gehoord heb.” Zo. We zijn dan ook zeer benieuwd naar wat de heer Vai denkt van opvolger Impulse Voices. Dit album doet ons alleszins voelen als Alice in haar Wonderland. Of zeg maar: een dansende beer in Plini-land. Met grote ogen en zoemende oren dwalen we rond in een wonderbaarlijk universum waar grenzen tussen muziekgenres vrolijk genegeerd worden en waar de structuur van strofe-refrein-brug-solo, nochtans een natuurwet in de gewone wereld, van geen tel is.

Onze trip begint nochtans op vertrouwd klinkend terrein. In de opener “I’ll Tell You Someday” legt Plini een van zijn typisch jazzy, fusion hoogpolige tapijtjes neer. Maar in het volgende nummer, “Papelillo”, krijgen we al meteen het signaal dat dit album zich op een hoger niveau zal afspelen: “Papelillo” heeft geen intro. Het nummer lijkt middenin een strofe te beginnen. Alsof je een deur opendoet en op een feestje belandt dat volop aan de gang is. Een zeer bevreemdende ervaring, maar ze werkt. Een midtempo groovy riff neemt ons meteen bij de hand en leidt ons naar een verrassende break halverwege: de drums lijken het ritme even op te geven. Daarna volgt een stukje countrygitaar, een pianoriedeltje, keyboards en dan – BAF! – een loeizware riff in ons gezicht die even later van de rails gaat in een nachtmerrieachtige dissonantie. Dat zijn moeilijk woorden om te zeggen: “what the fuck is dees?” Na de fade-out blijven we enigszins verweesd achter.

“Perfume” verbaast nog meer door te beginnen in een bezwerend electronica-sfeertje. Drums en gitaar vallen in, de gitaar wordt plots een wel erg funky riff en drummer Chris Allison lijkt op de hi-hat een totaal ander nummer te spelen. Helemaal te gek wordt het op het einde wanneer echt dwaze keyboards, genre foute dance, opduiken en weer verdwijnen. Onze hersenen kraken en proberen wanhopig vat te krijgen op de uitgebreide verzameling geluiden die we net gehoord hebben, wanneer “Last Call” inzet met een fluweelzachte piano. In Pliniland komt de zon op aan de mistige horizon, vogeltjes nestelen zich tsjirpend op onze schouders en onze kop eraf als daar Bambi niet loopt: we zijn zowaar in een suikerspinnen Disneyfilm beland. Een vrolijke gitaar en speelse drums maken er een progressieve variant van. Je moet het horen om te geloven.

Kan het nog bevreemdender? Ja, hoor. “Impulse Voices” steekt onwaarschijnlijk catchy en funky van wal. Even werken agressieve gitaren en dito drums ons tegen de grond, maar dan gaat de funk verder. Plots is dat dwaze keyboard er weer even, klinken de gitaren net niet vals (echt!), breken de drums uit hun kot en komen we de laatste zes seconden toch weer uit bij dat catchy, funky riffje van in het begin. “Pan” is dan weer genadeloos machtig vanaf seconde een. Heavy, moody, alles verweven rond een eenvoudige melodie en – hou je nu vast aan de takken van de bomen – er zit een saxofoonsolo in. John Waugh van The 1975 blijft met sprekend gemak uit de buurt van de gapende afgrond die ‘kitsch’ heet en levert prachtig werk af, waarna Plini al even fors uithaalt op gitaar. Net wanneer we denken dat de grenzen van het mogelijke (of het onmogelijke?) bereikt zijn, krijgen we nog een paar seconden blast beats om de oren. What. The. Fuck. Is. Dees?

We moeten nu echt wel even bekomen, waardoor het jazzy “Ona_1154” grotendeels aan ons voorbijgaat. Het weegt wat te licht na de achtbaan vol onverwachte wendingen die Impulse Voices tot dan toe is. Wanneer het negen minuten durende sluitstuk “The Glass Bead Game” begint met de ijle klanken van een harp (een harp, godbetert!), zijn we er nog altijd niet helemaal bij. Na anderhalve minuut opbouwen trekken gitaar en dubbele basdrum ons weer bij de les. We krijgen er ook nog een harpsolo bovenop. Waanzin.

Impulse Voices verlegt de grenzen van wat je denkt dat muziek moet of kan zijn. Plini huppelt vrolijk over een slap koord dat ongeveer een halve kilometer boven de grond hangt. Maar alle elementen, die we op z’n minst ‘uiteenlopend’ mogen noemen, houden elkaar perfect in evenwicht. Plini is geen songschrijver, maar componist. Daardoor hebben zijn songs dikwijls iets weg van een doolhof, maar het is er altijd heel aangenaam vertoeven. Dus als je ons even wilt verontschuldigen, we gaan nog even verloren lopen in Pliniland.

Facebook / Instagram / Website

Ontdek nog meer muziek op onze Spotify.

Dit vind je misschien ook leuk:
FeaturesInstagramInterviewsUitgelicht

Interview Plini: 'Ik ben helemaal geen gitaarheld'

Een mooi cv hebben is belangrijk in het professionele leven. Op dat van Plini staat onder andere: Australiër, geboren in 1992, afgestudeerd…
AlbumsRecensies

Plini - Sunhead ep (★★★★): Kleine porties, veel smaak

Er zijn niet veel bands of artiesten die het djentgenre interessant weten te houden. Zelfs pioniers als Meshuggah beginnen langzaamaan de creatieve…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.