Features, Instagram, Interviews, Uitgelicht

Interview Lander Gyselinck: ‘Disleksikon is niet mooi of pleasing, maar een wereld die voordien nog niet gehoord was’

Is het fair om te zeggen dat Lander Gyselinck een van de meest gerenommeerde muzikanten uit ons Belgenland is? Met projecten als het avant-garde jazzcollectief STUFF., het experimentele BeraadGeslagen en LABtrio doet hij een nieuwe wind vliegen in ons muzieklandschap. Bijgevolg rolde de naam Gyselinck als centjes over de toonbank en verdiende de jongeman enkele begeerde prijzen, zoals meermaals de MIA voor beste muzikant. Als dat nog niet genoeg was, verraste hij ons zonet nog met zijn nagelnieuw soloproject Hihats In Trees. Gyselinck serveerde ons acht experimentele nummers die je katapulteren naar een duistere nachtclub. We gingen de boeiende conversatie aan.

Bevalt het thuiszitten tijdens de lockdown je een beetje?

Eigenlijk wel. De laatste jaren heb ik zo veel gespeeld dat een situatie als deze eerder als een verlossing aanvoelt dan als een straf. Natuurlijk is het wel jammer dat er geen optredens zijn, maar nu heb ik wel de tijd om op mijn gemak aan andere dingen te werken. Echt stilzitten kan ik toch niet (lacht).

Je hebt recent Gent voor Brussel verruild.

Ik kende Brussel al vrij goed want ik heb er een tijdje gestudeerd, maar er wonen is natuurlijk iets ingrijpender. Hoewel Brussel beter strookt met mijn wereldbeeld, was uit Gent vertrekken toch een beetje thuis achterlaten. Maar ik vind het wel aangenaam om een plek te hebben die meer divers is.

Disleksikon staat in het kader van je doctoraat aan het KASK. Zou je daar iets meer over kunnen vertellen? Wat onderzoek je precies?

Heel veel mensen vragen me achter de theorie, maar in de eerste instantie is het gewoon muziek. De twee uiterste genres op de plaat zijn vrije improvisatie en dance. Mijn doctoraat onderzoekt hoe je beide dichter bij elkaar krijgt en hoe ze elkaar beïnvloeden, uit het perspectief van een instrumentalist achter de drums. Maar daar hoeft geen definitief antwoord op te zijn. Ik probeer gewoon zo veel mogelijk bij te leren.

Disleksikon startte als een stijloefening maar toen het een duidelijker concept werd, is het een plaat geworden. Ik noem het niet graag louter een stijloefening, want het is meer dan dat. Alles wat je hoort komt voort uit akoestische bronnen. Natuurlijk is er wel veel productie bij te pas gekomen om mijn gewenste eindresultaat te bereiken. Oorspronkelijk waren er synths en elektronische klanken, maar dat had voor mij te weinig identiteit en karakter. Toen kreeg ik het idee om me te focussen op melodie en hoe je die elektronische klanken uit een akoestisch drumstel of percussie kan krijgen. Aan de hand van mixing kan je trommels wel uit hun oorspronkelijke realiteit trekken. In de hedendaagse muziek wordt er gewoon zo veel muziek op de computer gemaakt, wat me ertoe aanzette om dezelfde muziek aan de hand van akoestische bronnen te maken. Het was een grote uitdaging.

Hoe verliep die zoektocht naar bronnen?

Dat was een heel proces. Soms begon ik met een basisritme, maar soms had ik al een idee voor ogen. Zo wist ik bij “Sun Salutations” al op voorhand dat ik een melodie op trommels wou. Ik wou mijn bagage als jazzdrummer in deze plaat steken. Het is eigen aan jazz dat je blijft zoeken naar vernieuwende of niet voor de hand liggende klanken op je instrument. De oprechtheid van improvisatie betekent ook gewoon heel veel voor mij. Daarom leek het me mooi en fascinerend om die link met jazz in dit project – dat qua ontwerp eigenlijk elektronisch is – te steken. Eigenlijk is alles uit improvisatie ontstaan.

Als je nummers vanuit improvisatie vertrekken, in hoeverre zijn ze dan uitgeschreven?

Er is niets uitgeschreven. Alles is on the spot opgenomen. Het begint met een enkel iets waarna er lagen worden opgebouwd. Sommige nummers hebben maanden in beslag genomen om af te werken.

Uit persoonlijke interesse vroeg ik me af wat die lage geluiden in “Whale” zijn.

Dat geluid kwam voort uit een techniek in vrije improvisatie die extended techniques heet: technieken waarmee je niet-vanzelfsprekende klanken uit je drumstel genereert. Het is een rubberen bal met een stok aan, waarmee ik over een vel wreef.

De plaat heeft een speciale titel. Vanwaar komt ze?

Een lexicon is een woordenschat. Dat is wat dit project voor mij is. Ik ben bezig met een vocabularium aan te leggen van elektronische muziek die voor mij relevant is. Maar aangezien de methode die ik daarvoor gebruik niet echt klassiek is, was het voor mij een reden om het Disleksikon te noemen. Want je hoort wel dat het een andere taal is, die misschien nog niet eerder is gehoord. Je hoeft een taal ook niet altijd te begrijpen. Dat kan ook boeiend zijn. Daarom vond ik de letterlijke betekenis van het woord goed passen bij dit project. Mijn gevoel vond ‘Hihats In Trees’ een aangename titel. Ik kan niet echt uitleggen waarom, maar het is hoe de muziek voor mij aanvoelt. Desondanks het elektronisch geïnspireerd is (hihats), is het redelijk organisch (trees).

Het is een vrij donkere plaat. Was dat een bewuste keuze?

Ik wist op al voorhand dat de sound donker ging zijn omdat ik me wou beperken tot enkel drums en percussie. Hierdoor kon ik dus niet zomaar mooie akkoorden gebruiken die een welbehagen gevoel zouden creëren. De afwezigheid van dat melodieuze wordt opgevuld door iets anders, iets percussief met veel ruimte. Dat creëert volgens mij het donkere gevoel. Oorspronkelijk was het nog zwaarder omdat de focus nog meer op ritme berustte. Dan heb ik texturen toegevoegd die af en toe toch wel wat licht werpen. Maar inderdaad, over het algemeen is het een donker moeras. Wat wel grappig is, want dat wou ik initieel niet. Ik wou gewoon dat het project naar buiten kwam, ongeacht of mensen het leuk zouden vinden. In geen enkel project heb ik zo veel moeite gestoken als dit. Uiteindelijk is het ook gewoon iets voor mezelf. Ik heb wel al veel positieve reacties gehad, dus dat is heel tof.

Disleksikon mist alles wat ik mooi vind aan muziek: het is niet mooi of pleasing. Het mist een sterke melodie, er zijn geen wijze akkoorden. Ik begrijp dat het muziek is waar je misschien niet direct naar zou willen luisteren en dan vind ik het erg tof dat er toch velen zijn die het kunnen smaken, die inzien dat dit een wereld is die ze nog niet hebben gezien. Dat is een beetje de bedoeling.

Met deze plaat bewijs je nog maar eens dat je je grenzen blijft verleggen. The sky is the limit, zeker?

Ik verwacht van mezelf dat ik terrein blijf aftasten. Soms weet ook niet hoe, want je wordt ouder waardoor je wereld op een manier ook kleiner wordt. Maar ik kan er niet tegen als ik zelfs al een beetje hoor dat ik mezelf aan het herhalen ben. Ik wil niet met slechts één groep altijd ongeveer hetzelfde verhaal vertellen. Zo evolueer je als individu niet, maar ook als groep niet. Dus mijn levensdoel is: altijd blijven bijleren.

Lukt het nog om inspiratie voor die vernieuwing te vinden?

Soms is het moeilijk, maar nieuwe ervaringen, mensen ontmoeten en andere projecten kunnen je weer een nieuwe kijk op muziek geven.

Je maakt deel uit van een enorm vooruitstrevende muziekscene. In welke mate voel je je een jazzmuzikant?

Ik heb me nooit echt de jazzmuzikant gevoeld die ik werd genoemd te zijn. Sinds mijn vijfde speel ik al muziek, maar op mijn zeventiende begon ik pas met jazz. Ik ben daar dan wel vrij hard in gevlogen en heb het ook gestudeerd. Voor mij is jazz is nog steeds een van de meest ongelooflijke muziekvormen, als die ten minste zeer oprecht wordt gebracht. Het is zo een intens ambacht dat ik al snel door jazz zelf op mijn plaats wordt gezet. Er zijn zo veel jazzdrummers waar ik enorm naar opkijk en waar ik mezelf totaal niet mee kan vergelijken, omdat ik die traditie niet genoeg onderhoud. Momenteel ben ik meer met andere muziek bezig waardoor ik me minder verbonden voel met jazz. Binnenkort ga ik wel een jazzalbum opnemen met Michel Portal, een Franse artiest. Dat gaat spannend zijn, maar ik kijk er wel naar uit. Uiteindelijk mogen mensen zeggen wat ze willen; ik weet wie ik ben op muzikaal vlak.

Dit is je eerste soloplaat. Was het lastig om alles zelf uit te zoeken?

Ik werk beter in een collectief, dus het was wel heftig om dit alleen te doen. Zeker wanneer je beseft dat je met een doctoraat bezig bent. Af toe was het wel leuk als ik een tweede opinie kon horen. Twee studenten van productie (Wouter Van Asselbergh en James De Graef van Shht) waar ik les aan geef, hebben me geholpen met de productie. Voor dit project wist ik bij wijze van spreken nog niet eens hoe ik een micro moest gebruiken. Dit was dan ook een goede gelegenheid om de basics van productie te leren. Bij het mixingproces zijn Wouter en James er ook bij komen zitten. Ik heb enorm veel van hun geleerd en zij zeiden achteraf hetzelfde over mij, dus dat is supertof. Daar draait dit doctoraat om: veel bijleren. Al doende iets maken en tijdens dat proces je kennis delen.

Welk deel was lastiger: de opnames of het mixen?

De opnames zelf verliepen heel vlot maar het mixen heeft wel enige tijd in beslag genomen. Het was gewoon zo tijdrovend waardoor ik niet altijd een aangenaam persoon was om rond te zijn. Elk moment dat ik had, dat ik niet aan het spelen was, zat ik aan mijn doctoraat te werken. Meestal ’s avonds of ’s nachts. Dat was heftig.

Geen optredens of festivals deze zomer. Een beetje een doemscenario voor muzikanten. Hoe ga je je bezighouden?

Ik ben gewoon verder aan het werken aan nieuwe muziek en projecten. Ik heb het gevoel dat ik deze tijd goed kan gebruiken om veel nieuwe dingen te ontdekken. Ik probeer mijn tijd altijd zinnig en creatief te vullen, maar ik mis optreden. Daar draait muziek voor mij om; het echt tot bij de mensen kunnen brengen en de energie voelen.

Facebook / Instagram

Ontdek nog meer muziek op onze Spotify.

6 augustus 2020

About Author

Babette Rogiers


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief