Features, Interviews

Interview Joesef: ‘Uiteindelijk is het allemaal verheerlijkte karaoke’

De 24-jarige Joesef bracht zijn eerste nummer amper een jaar geleden uit, maar sindsdien zette hij al grote stappen in zijn carrière. Vanuit zijn slaapkamer in het Schotse Glasgow stuurde de ‘sad boy met soul’ een wondermooie debuut-ep onze richting uit en die stelde hij met liefde voor aan zijn publiek. Tijdens zijn allereerste tour door Europa deed Joesef ook de Brusselse Botanique aan. Voor de show hadden we het met hem over de weg die hij aflegde van barman tot singer-songwriter en bespraken we de manier waarop hij voorgesteld wordt in de media.

De meeste van mijn vrienden hebben normale jobs, zoals schrijnwerker of loodgieter. Muziek was een ver-van-mijn-bed-show.

Begin vorig jaar kwam je eerste single “Limbo” uit en in oktober gooide je hoge ogen met je debuut-ep Play Me Something Nice. Is je leven hard veranderd sinds de release van dat eerste nummer?

Zeker en vast, vorig jaar werkte ik nog in een bar en nu speel ik uitverkochte shows in Amsterdam en Londen. Ik ben nog altijd aan het wennen aan mijn nieuwe leven en al de shows, interviews en reizen die daarbij horen. Ik vind het ook heel vreemd dat er in het buitenland effectief mensen naar mij komen luisteren, want voor mij is het altijd een grote stap om tickets te kopen voor een show. Ik ga alleen naar artiesten die ik echt geweldig vind. Soms moet ik een stap terug doen en alles even laten bezinken. We beseften bijvoorbeeld niet echt dat we in Berlijn waren tot er iemand voorbijwandelde die Duits sprak en we ons plots afvroegen: ‘where the fuck are we?’. (lacht)

Je gaat niet vaak naar optredens. Wat is het beste concert dat je al gezien hebt en wat is het slechtste?

De dj-set van Jamie XX in Glasgow was geweldig. We waren toen ook allemaal fucked. Zijn album In Colour doet me denken aan een speciale periode in mijn leven toen ik voortdurend uitging met mijn vrienden. The XX was ook prachtig, ze speelden toen buiten in de zomer wanneer de zon net onderging. Dat was een pure fucking spiritual experience.

Ik kan me maar één slecht concert herinneren. Ken je The Singing Kettle? Dat was een kinderprogramma in mijn tijd met volwassen mensen die verkleed als fluitketel liedjes zongen. Als ik dat nu zou zien, zou ik waarschijnlijk sterven. Zelfs als kind vond ik het vreselijk. Echt fucked up, het leek wel een acid trip.

Je werkte dus in een bar. Hoe ben je dan in de muziekwereld terechtgekomen?

Ik was straalbezopen op een open mic avond en heb daar toen een liedje gezongen. Mijn beste vriend Lyle – die intussen mijn manager is – kwam daarna naar me toe en zei: ‘Fuck, you can sing’. Ik had nog nooit echt voor een publiek gezongen en ik had ook geen ambities om zanger te worden. Zes maanden later zei die vriend dat hij een managementbedrijf wou oprichten en vroeg hij of hij mijn manager mocht worden. Ik heb toegezegd en in de periode die volgde, schreef ik heel wat slechte nummers tot ik uiteindelijk “Limbo” maakte.

Nu ik het vertel, klinkt het als een verzonnen verhaal, maar het is me allemaal gewoon overkomen. Als Lyle toen niet naar me toegekomen was, zou ik niet staan waar ik nu sta. Hij zag potentieel in mij dat ik zelf niet zag. Waar ik vandaan kom, doet niemand iets als dit. De meeste van mijn vrienden hebben normale jobs, zoals schrijnwerker of loodgieter. Muziek was een ver-van-mijn-bed-show.

Ik ben op mijn creatiefst wanneer ik met rust gelaten word.

Je wordt ook vaak omschreven als een ‘sad boy’. Klopt dat?

Inderdaad, heel gek. Iemand van Vogue noemde me eens een sad boy en die bijnaam is blijven hangen. Toch ben ik best een vrolijke jongen. Ik schrijf gewoon emotionele en overdramatische muziek. Triestige nummers zijn de beste, blije liedjes zijn vaak saai. Wanneer mensen me ontmoeten, zijn ze altijd verrast dat ik zo energiek ben.

Praat je veel met je fans?

Ik krijg de laatste tijd veel berichtjes op Instagram en die probeer ik allemaal te beantwoorden. Soms zijn dat echt emotionele berichten, mensen vertellen mij hun diepste geheimen. Dat doet me denken aan toen ik nog barman was en klanten me bijvoorbeeld vertelden dat ze hun vrouw net bedrogen hadden. (lacht) Nee, maar ik heb wel al gehoord dat mijn muziek fans helpt met hun angst. Muziek helpt mij ook vaak, maar ik heb me nog nooit geroepen gevoeld om dat effectief naar de artiest zelf te sturen.

Wat zijn je favoriete nummers van de ep?

Ze zijn allemaal speciaal op hun eigen manier, maar ik zou toch voor “Limbo” gaan. Dat was het eerste nummer waar ik trots op was en waarin ik echt zei wat ik wilde zeggen. Daarin zitten ook mijn favoriete lyrics: ‘I never thought I’d say I hate you, but isn’t that love said in a different way?’. Die zin vat de situatie perfect samen: hoe zwaar het was, dat heen-en-weer-gaan tussen liefde en haat. Live speel ik “Kerosene” het liefst; naar het einde toe bouwt de band geleidelijk op tot een grootse, sexy sound en het krijgt altijd goede reacties van het publiek.

Is jouw muziek onconventioneel?

Ik zou zeggen van wel, omdat ik alles zelf schrijf, speel en produce. Daarbij voel ik me het best. Ik denk dat ik het in mijn broek zou doen als ik voor een grote producer stond. Ik ben op mijn creatiefst wanneer ik met rust gelaten word. Schrijven tijdens de tour lukt dus niet. Volgens mij is het een misvatting dat je als muzikant naar een studio moet trekken om daar samen met anderen aan je muziek te schrijven, terwijl je het eigenlijk ook op je eentje kan doen. In dat opzicht zijn mijn manager en ik rebellen, wij gaan tegen de stroom in. We kwamen vanuit het niets plots in de scene terecht, deden ons best en hebben sindsdien al heel wat bereikt.

Je speelt alles zelf in. Welke muziekinstrumenten heb je zoal onder de knie?

Ik speel gitaar, basgitaar, piano en een klein beetje drums. Het lief van een vriend leerde me eens een nummer op gitaar en daarna heb ik het mezelf verder aangeleerd. Basgitaar volgde vanzelf en aan piano ben ik ook op mijn eentje begonnen. Nu wil ik nog koperinstrumenten kunnen bespelen. Als ik dan blazers in mijn nummers wil, kan ik die er makkelijk zelf bijsteken. Als ik me er lang genoeg mee bezig houd, kan ik alles leren. Je moet gewoon bereid zijn om urenlang te oefenen.

Ben je ook creatief op andere vlakken dan muziek?

Ja, ik teken veel. Mijn mama hield van tekenen en moedigde mij ook altijd aan. Gewoon neerzitten en tekenen is erg ontspannend. Ik vind het fijn dat ik die creativiteit ook kan aanwenden voor mijn muziek. Ik ontwerp al mijn merch en visuals zelf. Ik hou ook van mode. Ik werd eigenlijk altijd al meer aangetrokken door creatieve onderwerpen, ook op school. Ik was niet erg goed in wiskunde. (lacht)

Als je iets kon veranderen aan de muziekindustrie waarin je beland bent, wat zou dat dan zijn?

De muziekindustrie wordt gedomineerd door mannen, vooral in de grote bedrijven. Ik zou er graag meer vrouwen bij betrekken. De genderbalans in het hele festivalgebeuren moet ook dringend aangepakt worden. Ik begrijp niet wat er zo moeilijk is aan vrouwen een podium geven.

Ik begrijp niet wat er zo moeilijk is aan vrouwen een podium geven.

Jouw naam duikt regelmatig op in lijstjes van beste queerartiesten. Wat vind je ervan dat je in die categorie gestopt wordt?

Mensen gaan het toch doen, of ik het nu leuk vind of niet, maar voor mij is dat allemaal wat naast de kwestie. Zo’n label kan beperkend werken, want het stopt je in een hokje en duwt je een bepaalde richting uit, waardoor je je vleugels niet echt meer kan spreiden. Toch vind ik het goed dat queer artiesten gerepresenteerd worden. Als iemand die queer is iets van zichzelf herkent in mij en mijn muziek, kan dat alleen maar positief zijn.

Heb je advies voor andere beginnende artiesten?

Oefen zo hard mogelijk. Vertrouw je instinct. Ik heb het gevoel dat wanneer ik iets veranderde aan mijn muziek op basis van de commentaar van anderen, het nooit zo goed klonk als wanneer ik het helemaal zelf gedaan had. Dus vertrouw gewoon op jezelf en neem het allemaal niet te serieus. Zoveel mensen in de industrie nemen zichzelf zo serieus, terwijl ik eerder denk: ‘Fuck, you’re just singing, it’s glorified karaoke’. Het beste advies kreeg ik van mijn manager. Ik was enorm nerveus toen ik voor het eerst live optrad en hij zei me toen: ‘Je gaat niet sterven op het podium. Je gaat opkomen, zingen, weer weggaan en dat zal allemaal wel oké zijn.’ Daar denk ik telkens aan terug voor ik het podium opga.

Facebook / Instagram / Twitter / Website

25 mei 2020

About Author

Gilke Geeraerts


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief