Albums, Recensies

Boston Manor – GLUE (★★★★): Weg van het uitgestippelde pad

Boston Manor heeft er in z’n korte carrière al heel wat muzikale herpositioneringen opzitten. Het kwintet uit Blackpool vatte z’n carrière aan met een redelijk generisch poppunkgeluid, dat door het stemgeluid van zanger Henry Cox toch best onderscheidend wist te klinken. Hun eerste langspeler die hieruit volgde, Be Nothing. (2015), geldt voor deze beer als een van de beste poppunkplaten uit de tenties. Opvolger Welcome to the Neighbourhood (2018) klonk heel wat minder hapklaar. Het tempo werd wat uit de nummers gehaald, dramatische instrumentatie maakte z’n intrede en Cox’ stem werd de as waarrond het album werd geschapen.

Op deze Dag van de Arbeid krijgen we derde plaat GLUE voorgeschoteld, en ook die klinkt weer volledig anders. Opener “Everything Is Ordinary” werd ons als single al voorgesteld, en deed wat wenkbrauwen fronsen. Generisch punkgeluid werd met samples overladen en bewerkt met effecten die het geheel industrieel en enorm chaotisch deden klinken. Ook tweede nummer “1’s & 0’s” trekt die lijn van vuile en industriële punkrock, dit keer met grime-invloeden, door en weet verdomd slagkrachtig te klinken. Cox stelt zich heel wat vragen bij de wereld waarin hij een volwassen man aan het worden is. De tekstuele rode draad tekent zich af.  Z’n bandleden wagen zich aan nieuw geëxperimenteer, wat bij deze binnenkomers alvast zeer goed gelukt is.

Boston Manor is geen poppunkband meer. Die stelling zoekt best z’n plaatsje in je achterhoofd alvorens je de rest van GLUE beluistert. Op nummers als “Terrible Love” en “Stuck In The Mud” gaat de schwung er helemaal uit, om te focussen op Cox’ stemgeluid. Tijdens deze twee ingetogen nummers horen we een tekstenschrijver die zich steeds verder ontwikkelt, en het gevecht tussen hem en zijn zelfbeeld uit de doeken doet. Dat die nummers muzikaal bijna volledig zijn uitgekleed, komt de zwaarmoedigheid ervan volledig ten goede en is een van de redenen waarom dit album zo dynamisch klinkt.

Plots snappen we ook hoe singles als “Plasticine Dreams” en “On A High Ledge” hun weg naar het album hebben gevonden. Waar die nummers als single nog wenkbrauwen deden fronsen, fungeren ze in dit totaalpakket als de vlotte bruggetjes tussen de verschillende nummers en thema’s die GLUE bezingt. Zo schonken we veel te weinig aandacht aan de muzikale en tekstuele gelaagdheid van die tweede song. “On A High Ledge” is zowel tekstueel als muzikaal één van de meest elegante en meest noodzakelijke songs die Boston Manor ooit schreef.

Ook “Only1” is een nummer dat muzikaal wat alle kanten uitschiet. Een dreigende baslijn en ditto drumlijn zoeken en vinden elkaar voortdurend, chaotisch gitaargeluid komt her en der piepen, zonder de flow van het nummer helemaal te verstoren. Henry Cox vertelt, zingt en screamt z’n maatschappijkritische teksten door je gehoorkanaal, en zet zo zijn vocale variëteit nog eens in de verf. Ook “You, Me & The Class War” is zo’n nummer waarin aanloop en uitbraak elkaar voortdurend afwisselen, tot een dramatische gitaarpartij dat patroon aan diggelen gooit. Een dreigende baslijn luidt een uitbraak in, waarin Henry Cox werkelijk al zijn longslijmen uit z’n strot jaagt. ‘This ain’t love, this is a class war!’

Die energetische pieken, waarin Boston Manor wat klinkt als het explosievere letlive., zijn nog een belangrijke reden waarom dit album zo lekker op en neer gaat. Afsluiter “Monolith” staat zo voor één van de hoogste energestische pieken. Boston Manor laat zich op GLUE duidelijk inspireren door grunge en nineties (industrial) rockgeluid, maar knipoogt tijdens dit laatste nummer toch even naar zijn roots. “Monolith” is een protestsong geworden, die heel wat schreeuwerige post-hardcorestukken bevat. Waar het refrein nog braafjes klinkt, komt het staartje dat eraan wordt gebreid aan als een versleten voetbal tegen je kaak, op een winterse dag.

In het spel met assertief en terughoudend geluid schuilt de voornaamste sterkte van deze derde langspeler. GLUE als geheel is een scherpzinnige sneer aan hokjesdenken en voorgefabriceerde levenspaden, waarin Boston Manor op geen moment een blad voor z’n mond neemt. Muzikaal balanceren de Britten dan ook voortdurend op de fijne grens tussen blaffen en bijten, en laten niet na her en der te experimenteren. Boston Manor is gegroeid en volwassen geworden als band, en levert met GLUE een totaalpakket af dat meer doet dan enkel puren op Henry Cox’ kenmerkend ferme stemgeluid. Stage dives and high fives hoeven we echter niet meer te verwachten, wanneer we de groep ooit nog eens live aan het werk zien.

Volg ons op Spotify voor meer nieuwe muziek.

1 mei 2020

About Author

Matthijs Vandenbogaerde


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief