Live, Recensies

Complexity Fest 2020: De Belgen en de Japanners hebben gewonnen

© Jaap Kroon

Complexity Fest in Patronaat te Haarlem is hét festival waar er meer dan driehonderd noten per minuut op je trommelvliezen dreunen, hét festival waar het publiek niet weet wanneer het precies moet moshen omdat de muziek vol plottwists zit en hét festival waar moeilijke muziek niet geschuwd, maar net aangemoedigd wordt. Complexity Fest wil naar eigen zeggen ‘the boundaries of heavy music’ doorbreken en de term ‘heavy music’ wordt dan ook ruim geïnterpreteerd. Op hun vijfde editie programmeerde de organisatie breder dan ooit, waardoor de affiche enorm gevarieerd was. Er stond black metal en post rock, maar ook punk en jazz. Ook de nationaliteiten van bands was enorm divers, maar wij vonden de grootste winnaars toch de Japanners (Goat en Otoboke Beaver) en de Belgen (STUFF. en Raketkanon).

Our Oceans @ Aristides Stage

© Jaap Kroon

Complexity Fest werd afgetrapt door een nieuwe Nederlandse band Our Oceans. In 2015 brachten ze al een prachtig album uit, maar toch was dit een van hun eerste liveshows. Waar vaak (terecht of onterecht) gezegd wordt dat Tamino de nieuwe Jeff Buckley is, denken wij iemand gevonden te hebben die nog meer de sound van die legendarische singer-songwriter benadert, namelijk zanger en gitarist Tymon Kruidenier. Samen met een drummer en een bassist maakt hij muziek die qua sfeer het midden houdt tussen Jeff Buckley en Radiohead ten tijde van The Bends. Kruidenier heeft een zeldzaam stemgeluid en haalt (met gesloten ogen) gemakkelijk een hele waaier aan noten. Jammer genoeg werd er net iets te veel uit het zelfde vaatje getapt als het op songwriting aankomt, namelijk beginnen met dromerige gitaar en zang, waarna de band invalt en het intens wordt, om nadien terug stil te vallen. Our Oceans bracht een mooie sound om de lange dag mee te starten, maar drie kwartier was net iets te lang.

Goat (JP) @ Stage 1

© Jaap Kroon

Veel mensen wisten echt niet wat te verwachten, maar de mysterieuze Japanse band Goat (JP), niet te verwarren met de Zweedse band Goat, deed enorm veel met enorm weinig. De drone-achtige muziek was volledig gebaseerd op repetitieve percussie. Zelfs de gitaren werden niet gezien als instrument om melodieën te maken, maar wel als extra slagwerk. Door de complexe repetitieve beats, raakte je snel in een roes terecht. Het verveelde geen seconde doordat de band telkens net op het juiste moment van ritme wisselde of een gitaardreun in het geheel gooide. Het vakmanschap spatte er van af. Het was bewonderenswaardig om te zien hoe de vier muzikanten zo geconcentreerd waren op hun eigen individuele ritmes en toch oog hadden voor elkaar in het geheel. We durven te zeggen dat we nog nooit een band zo strak hebben zien spelen.

Cold Night For Alligators @ Aristides Stage 2

© Jaap Kroon

De ambitie om hun muziek aan zo veel mogelijk mensen te laten horen, is er overduidelijk bij Cold Night For Alligators en dat zag je dan ook op het podium. Binnen de eerste drie nummers smeet de Deense metalgroep alle denkbare trucjes in de strijd, van stampen met de voeten tot klimmen op het balkon. De metalgroep onderscheidt zich door zijn proggy aanpak. Op vlak van zang zijn ze enorm melodisch en qua gitaren technisch sterk. Alles klinkt bekend in de oren, maar tegelijk ook weer net niet. We hebben veel sympathie voor de ambities van Cold Night For Alligators, maar soms komt het wat cliché over en heeft de band stadionallures. Maar net dat maakte de band zo energiek, hoewel het publiek geen vin verroerde.

Thank You Scientist @ Stage 1

Thank You Scientist was ongetwijfeld de vreemdste band die we zagen op Complexity Fest. Ze waren met zeven: drums, bas en elektrische gitaar, maar ook viool, saxofoon en trompet. Maar het meest opvallende was frontman Salvatore Marrano, een man die er uit ziet als je lokale brandweerman, maar een stem heeft die zou kunnen dienen in Alvin and the Chipmunks. Grappig zijn hij ook in zijn bindteksten. Wanneer het publiek iets onverstaanbaar riep, reageerde hij ‘We’ll have sex later.’, of ‘Does my ass look fat?’. Samen maakten ze progressieve rockmuziek en klonken ze alsof ze een hevige vorm van ADHD hadden. Om de tien seconden veranderde de muziek van richting. Daardoor leek het een zootje ongeregeld, maar dat was het niet. Het klonk net iets te gepolijst, waardoor er niets aan het toeval werd overgelaten. De nummers gebruikten bovendien allemaal nog eens de zelfde formule. Thank You Scientist was een interessante band met een frontman die een interne heliumvoorraad leek te hebben, maar gaf niet het boeiendste optreden.

STUFF. @ Aristides Stage 2

© Jaap Kroon

Hoewel op Complexity echt alles kan, was STUFF., Belgiës grootste jazzrevelatie, toch een beetje de vreemde eend in de bijt. Niet dat de Gentenaren uit de toon vielen qua experimenteergehalte, maar het was wel de enige groep zonder gitaren. Dat maakte echter niets uit, want het publiek genoot van de elektronische jazz van STUFF. De band is op het podium gecentreerd rond Lander Gyselinck, Belgiës beste drummer, maar de andere leden (Dries Laheye op bas, Andrew Claes op saxofoon en ewi, een elektronisch blaasinstrument, Joris Caluwaerts op keys en Mixmonster Menno op de sampler) zijn stuk voor stuk even straffe muzikanten. STUFF. was episch, maar tegelijk raakte het ook tot heel diep. Daardoor maakten ze een enorme indruk en bewezen ze hun plaatsje verdiend te hebben op Complexity Fest.

And So I Watch You From Afar (Jettison set) @ Stage 1

© Jaap Kroon

Als headliner boekte Complexity tweemaal Ierse postrockband And So I Watch You From Afar. Hun eerste set was geen ‘gewone’ show, maar een bijzonder project, genaamd Jettison, in samenwerking met graphic designer Sam Wiehl en de strijkers van The Arco String Quartet. Alle muzikanten zaten achter een groot wit doek, waarop een bijzondere film werd geprojecteerd. We zagen een combinatie tussen vallende mensen, desolate landschappen en een terugkerend logo. Daarachter speelde de band een epische soundtrack, die piekfijn werd uitgevoerd. Er werd van muisstil tot loeiend hard gegaan. Toch raakte het ons niet en hadden we het gevoel dat de muisstille stukken net niet breekbaar genoeg waren en dat ze bij de loeien harde stukken niet helemaal open braken.

Raketkanon @ Aristides Stage 2

© Jaap Kroon

Na STUFF. was het tijd voor die andere grote Gentse band, namelijk de absolute waanzin die Raketkanon is. Binnen twee weken houden ze er mee op. Dit was niet hun laatste (‘dat is een slechts een marketingtruc’, aldus knotsgekke frontman Pieter-Paul Devos), maar wel hun voorlaatste passage in Nederland. Na opener “Fons” (een beter eerste nummer konden we ons op dat moment niet voorstellen) zag Pieter-Paul dat een aantal mensen filmden, dus zei hij ‘Als je iets op Instagram zet en ons wil taggen, onze naam is Krezip.’ Nummers als “Ernest”, “Elisa” en “Helen” zorgden voor een afwisseling tussen stiltes en explosies. De moshpit bij Raketkanon was vreemd, omdat nummers constant van tempo en intensiteit wisselden. Het optreden was een totale gekte. Wat gaan we Raketkanon toch missen!

And So I Watch You From Afar @ Stage 1

Na hun Jettison set speelde And So I Watch You From Afar een set waarin ze het beste uit hun behoorlijke imposante arsenaal aan nummers speelden. Het gevoel was heel anders dan de vorige set. De muziek was even georchestreerd, maar ASIWYFA voelde veel meer aan als een metalband dan een orkest. En dat vonden we niet erg. Hun mix tussen snelle riffs, een overload aan gitaareffecten en een groot dynamisch aspect zorgde voor een heel stevig postrockgeluid. Dat kon Complexity wel smaken. And So I Watch You From Afar was groots en de lichtshow bevorderde dat gevoel. Ze zijn dit jaar nog één van de headliners op dunk!festival.

Otoboke Beaver @ Aristides Stage 2

© Jaap Kroon

Als afsluiter van de vermoeiende dag incasseerden we een finale schop in al onze organen. Japanse all-female punkband Otoboke Beaver liet na Goat zien dat er heel wat gebeurt in het Japanse muzieklandschap. De combinatie tussen ritmische strakheid van Goat en de ‘alles kapot’-attitude van Raketkanon vormde een ware mokerslag. Nummers begonnen met kitscherige J-pop, waarna alle verwachtingen omsloegen met verwoestende riffs. De vier vrouwen in schattige kleedjes waren enorm hard op elkaar ingespeeld en dat zorgde ervoor dat ze meer waren dan een gimmick. Véél meer. Na 18 nummers in 40 minuten tijd was het gedaan, maar na een oorverdovend applaus van het publiek, kwamen ze terug om een bisnummer van welgeteld acht seconden te spelen. Wat een zalige afsluiter!

16 februari 2020

About Author

Pieter Wilms


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief