Live, Recensies

Pukkelpop 2019 (Dag 2): Topdag onder een muzikale vlag

Foto: Pukkelpop – Jokko

De eerste dag van Pukkelpop was er eentje die laat begon en al even laat eindigde, maar op dag twee staan we alweer vroeg klaar om heel wat leuke bands te gaan ontdekken. De dag op de Main Stage staat evenwel vooral in het teken van hiphop met headliner Post Malone evenals Stormzy, maar in de tenten konden we dan weer namen als The National en IDLES aan het werk zien. Elk wisten ze te overtuigen in hun eigen genre en net door die diversiteit was de eerste echte dag van Pukkelpop alweer eentje om in te kaderen.

The Marquee Orchestra ft. Jef Neve @ Marquee

©CPU – Ymke Dirikx

Vorig jaar was het een schot in de roos: klassieke muziek op Pukkelpop. Jef Neve doet het daarom dit jaar opnieuw. In zijn 25-koppige Marquee Orchestra zit dit keer een extraatje: een percussietrio. Die mochten met z’n drietjes de Marquee bombastisch openen. Jef Neve nam even later plaats voor het orkest. Hij wisselde af tussen dirigeren en zelf piano spelen. Ieder stuk kreeg een informatieve intro zodat de talrijke aanwezigen in de Marquee wisten welke stukken de revue passeerden. Onder andere “Misirlou”, bekend van Pulp Fiction, kreeg een leuke herwerking dankzij de vele violen. Toch misten we het vuurwerk dat er vorige keer vanaf spatte. Een gastoptreden van sopraan Hanne Roos en afsluiter “Firworks” deden de vonk ook niet overslaan. Ondanks het talent van Jef Neve en zijn band bleven we wat op onze honger zitten.

Robbing Millions @ Club

Nieuwe band, nieuwe nummers en een gloednieuwe set: het was voor Robbing Millions ook best wat wennen. De Brusselse band bracht in 2016 haar debuut uit, maar raakte sindsdien het spoor wat bijster. Na het vertrek van stichtend lid Gaspard Ryelandt zit er dit najaar eindelijk een nieuwe plaat aan te komen, en daar mocht het vroege Pukkelpoppubliek al eens van proeven. Met de nieuwe band lijkt de nadruk des te meer af te wisselen tussen Lucien Fraiponts onnavolgbaar en aanstekelijk gitaarspel en elektronische klanken. Pas wanneer de twee elkaar vonden, wisten ze ons echt te overtuigen. Robbing Millions hopte als vanouds van springerige indiepop naar stevige rock, met tussendoor een snuifje elektro, wat zorgde voor een set die nooit verveelde maar ook onevenwichtig oogde. Door het vele nieuw, best wel goed klinkende materiaal kregen ze zeker het voordeel van de twijfel. Gelukkig konden hun klassiekertjes “Dinosaur” en “In the No Air” elke personeelswissel en verandering doorstaan en klonken die nog steeds okselfris.

Dounia @ Lift

Pukkelpop is er niet vies van om elk jaar een aantal opkomende popsterren een platform te bieden; zo ook dit jaar met Dounia. De Amerikaanse groeide op in Marokko, maar trok voor de muziek terug naar de States. Een echt succes heeft ze nog niet weten te boeken en dat de Lift dan ook redelijk leeg was, kwam niet als een toeval. De trappy nummers die Dounia brengt zijn weinig speciaal te noemen. Ze greep voor een nummer zelfs terug naar de instrumental van Jorja Smiths “Blue Lights”, maar moest het opnieuw starten aangezien ze even de tekst kwijt was. De manier waarop Dounia haar bindteksten bracht vonden we iets te overdreven en aan de makke reactie te zien, was het publiek het daarmee eens. “Delightful” klonk inspiratieloos en haar onuitgebrachte song met Skrillex voelde als een herkauwd trapnummer uit 2016. Dat ze een kwartier vroeger stopte dan aangegeven maakte nog eens duidelijk dat Dounia nog niet klaar is voor de grote podia. Er is nog veel werk aan de winkel om deze Amerikaanse te vormen tot een tieneridool, en we zijn dan ook benieuwd of ze erin zal slagen.

Eefje de Visser @ Marquee

©CPU – Ymke Dirikx

Met haar nieuwe singles “Zwarte Zon” en “Lange Vinnen” gaat Eefje de Visser verder op de nieuwe meer elektronische richting die ze op Nachtlicht al ingeslagen was. Daarom kregen ook heel wat oude nummers een nieuw jasje dat hen net als dat van Eefje zelf als gegoten paste. Geflankeerd door twee extra zangeressen toverde ze “Genoeg” om in een meeslepend dansnummer en kreeg “Jong” een intrigerende elektronische outro aangemeten. “Ongeveer” is op plaat een van haar sterkhouders, maar waaide jammerlijk weg in de wind ondanks de licht elektronische toets. Gelukkig deed “Zwarte Zon” het beter met een kronkelende choreografie en diepe bassen. Ook het kakelverse “Lange Vinnen” volstond voor de vuurdoop van de Marquee. Het erg donkere elektronische geluid staat natuurlijk mijlenver van waar Eefje begon als intieme singer-songwriter, maar het is een spreidstand die haar ondanks haar strakke broek best wel lukt. Met het geweldige “Stof” en “Scheef” was haar transformatie helemaal compleet. Was Eefje ooit een bedeest rupsje, dan is ze nu helemaal ontpopt tot een onvervalste nachtvlinder.

MDC III @ Castello

Bij aanvang van MDC III hun set in de Castello stond er welgeteld zeventig man in de zaal. De meerderheid van hun doelpubliek stond mogelijks nog in de Marquee voor Eefje De Visser. Na “TinniT” als opener zwelde het publiek toch aan tot een gezellig hoopje fans. De ruime tent voorzag de dubbele percussie en sax van een extra galm die goed tot hun recht kwamen. De appreciatie tussen band en publiek was wederzijds, maar toch kon de band niet helemaal overtuigen. De te grote zaal deed hun performance geen eer aan, en de stralende zon buiten sijpelde te veel binnen om echt voeling met het drietal hun muziek te hebben. Desalniettemin een genietbare set!

Nilüfer Yanya @ Club

Ietwat verrassend trotseerde Nilüfer Yanya de steeds warmer wordende Club helemaal alleen. Voor haar eerste Pukkelpop had de jonge Britse artieste haar band thuis gelaten. Moedig, maar daardoor kwam haar set moeizaam op gang. Haar uitgeklede songs hadden best wel hun kwaliteiten, maar mistten net dat tikkeltje extra om te kunnen blijven bekoren, en klonken zo al snel heel eenvormig. Alleen een paar enkelingen als “Safety Net” of “Heavyweight Champion of the Year” konden er echt bovenuit springen. Het was vooral een gemiste kans voor Nilüfer Yanya om zich op volle kracht voor te stellen aan het Pukkelpoppubliek, want van haar geweldige debuutplaat zijn we nog altijd enorme fan.

Blu Samu @ Dance Hall

View this post on Instagram

#blusamu #pkp19 #awyeah

A post shared by Jesse Steurs (@jessesteurs) on

De Belgisch-Portugees-Kaapverdische rapster Blu Samu koos voor een laidback en soulvolle set in de Dance Hall. De smooth beats op onder andere “Raisonner” en “Water” vloeiden door de tent terwijl er op het podium achter Blu Samu een dj stond voor een gigantisch lichtscherm met indrukwekkende visuals. Soms waren de songs te rustig en hoorden we het geroezemoes de muziek overstijgen. Tegen het einde haalde Blu Samu haar trukendoos boven om wat meer power in de set te gooien met een drum ’n’ bass song en een sitdown. Even later kwamen drie kleine meisjes het podium op, die een ingestudeerd dansje brachten. Eentje nam het voortouw en beeldde het gedicht uit dat Blu Samu bracht te midden van het publiek. De rapster bleef staan en vroeg het publiek zich in twee te splitsen. En dan ging op het teken van Blu Samu de moshpit los rondom de rapster zelf. Jammer dat die sfeer niet eerder kwam opdagen. Grote hit “Grippa” had dan zeker niet misstaan., terwijl Blu die song tot onze verbazing nu niet heeft gespeeld.

Plague Vendor @ Lift

Met Plague Vendor kregen we voor het eerst echt stevige gitaren te horen op de vrijdag van Pukkelpop. Punk met hoofdletter P als het ware, en dus liep de Lift al meteen goed vol. De band liet er dan ook geen gras over groeien en startte meteen heel strak. Die energie probeerden ze een heel optreden lang te behouden. Dat was dan ook vooral te danken aan frontman Brandon Blaine die zich van begin tot eind volledig smeet en zo de keet in brand stak. Het duurde niet lang vooraleer er een eerste circlepit in de Lift ontstond en Blaine ging er gewoon midden in staan. Met hun nummers die nu eens donker, dan eens aanstekelijk, maar vooral heel strak klinken, hadden ze de minste moeite om iedereen van begin tot eind mee te kregen. Plague Vendor brak dit jaar als eerste de Lift af, maar zeker niet als laatste.

Inhaler @ Marquee

© CPU – Jan Van Hecke

In de muziekwereld kan het plots heel snel gaan; daarvan is de Ierse band Inhaler het beste bewijs. Een aantal maanden geleden waren ze voor velen nog een onbeschreven blad, maar dat veranderde snel wanneer Studio Brussel de band ontdekte. Dat ze opeens zo’n flinke boost kregen, heeft ook deels te maken met frontman Elija Hewson, zoon van Bono. Muzikaal gezien zijn er heel wat gelijkenissen te trekken met U2, en ook Hewsons stem lijkt aardig op die van zijn vader. De band daartoe reduceren zou hen echter oneer aandoen, want het zijn gewoon vijf goede muzikanten. Het optreden nam al snel vaart en het nog niet uitgebrachte “I Have to Move On” leidde al snel tot een hoogtepunt. Ondanks dat het gisteren hun eerste show op Europees vasteland was, zagen we geen enkel spoor van nervositeit bij de bandleden. Vijfenveertig minuten vullen en boeien was desondanks een niet al te gemakkelijke opdracht en dus kregen we ook een heleboel nieuwe nummers en zelfs livepremières te horen. Afsluiten deed Inhaler met het aanstekelijk gebrachte radiohitje “My Honest Face”. De toekomst voor de vijf heren uit Dublin ziet er rooskleurig uit; het zou ons niet verbazen mochten ze binnen een paar jaar uitgroeien tot een headliner.

Joost @ Main Stage

©CPU – Ymke Dirikx

Dankzij Pukkelpop daalde het Nederlandse rapfenomeen Joost opnieuw neer in ons klein Belgenlandje. Gek genoeg, in Nederland wordt hij zo goed als niet gedraaid. Maar om het met zijn eigen woorden te zeggen: ‘Studio Brussel draait me wel.’ Joost Klein moest absoluut geen moeite doen om het publiek mee te krijgen, want dat deden ze volstrekt zelf. Lachen, gieren, brullen en moshen aan de Main Stage: dat is waar het Nederlandse icoon voor staat en voor zal blijven staan voor de rest van zijn vruchtbare carrière. Joost bracht een wondermooie boodschap aan alle jonkies (geboren na 2000): doe geen drugs, drink, maar geniet met mate. Rap met een zalige melodie en een helende boodschap: Joost is hét geluid van een generatie. Loeihard, gehaat maar met de allerbeste bedoelingen. Zo checkt hij mid-concert of het publiek wel respect heeft voor vrouwen. Na al het springen, meebrullen en anti-materialistische symbolen (iedere toeschouwer stak een schoen in de lucht) ware  we moe maar voldaan en kijken we halsreikend uit naar meer idealistische doch loeiharde songs van Joost.

Harvey Sutherland @ Castello

Enkele minuten voor Harvey Sutherland het podium betrad in de Castello was het akelig leeg in de tent. Sutherland had er echter geen moeite mee om die binnen de kortste keer te vullen. Hoe hij dat deed? Met zijn funky muziek en groovy vibes natuurlijk! Daarmee kreeg hij de hele Castello een goeie vijftig minuten aan het dansen. Het was dan ook niet gemakkelijk om stil te blijven staan wanneer Sutherland de synthsound heel hard naar voor bracht. Ook de zwoele baslijnen en de strakke drums gaven het geheel alles wat het nodig had om je even naar de eighties te bombarderen. Zet deze man op een iets later uur en we zijn er zeker van dat iedereen van begin tot eind het feest van zijn leven had. Nu was het soms nog iets te veel achtergrondmuziek voor een zonnige namiddag.

Frank Carter & the Rattlesnakes @ Club

Frank Carter – ooit ‘frontman van Gallows’, maar nu doet ‘s mans eigen naam al heel wat belletjes rinkelen – staat bekend om zijn vurige en energetische optredens. We zien hem dan ook het liefst zonder rem een podium opknallen en tenten aan gort spelen, maar daar lenen de nummers van de recentste worp End of Suffering zich niet toe. Carter deed zijn stinkende best om het vuur aan de lont te krijgen, maar daar moest het publiek in de Club op wachten tot “Lullaby” (en het facetimemoment met zijn dochtertje). Frank Carter is een frontman pur sang en weet live altijd met een unieke dosis panache over de brug te komen. End of Suffering is een therapeutische en interessante plaat om naar te luisteren, maar kan live niet bieden waarvoor we naar een concert van de Brit afzakken. Geen slecht concert, maar we zijn het al een beetje vergeten.

Portland @ Marquee

© CPU – Jan Van Hecke

Het is geleden sinds The Kooks dat er zo’n grote massa jeugd op de been was voor een zanger met krullen in een veel te strakke broek. In tegenstelling tot die Britse popband, brengt Portland folksongs met een prachtige samenzang tussen Sarah Pepels en Jente Pironet. De twee vormen het epicentrum van de Belgische band Portland, die dankzij hun overwinning bij De Nieuwe Lichting een stevig duwtje in de rug kregen. Hun melancholische songs zijn dan ook een ware verfrissing en tegelijk klinken ze stokoud. De stemmen van Jente en Sarah passen perfect samen op “Ally Ally”, terwijl de rest van de band ondersteunt op bas en drum. Hun debuutalbum zit eraan te komen en dus moest cover “Matilda” van Alt-J niet worden opgetrommeld. Daarentegen kregen we verschillende nieuwe songs te horen waarmee Portland hun status als melancholische folkrockband wist te verzekeren. Hitjes “Lucky Clover” en “Pouring Rain” gaven de band dan weer de bevestiging voor hun harde werk door middel van een volle, meezingende Marquee.

nothing,nowhere. @ Lift 

Joseph Edward Mulherin heeft het niet altijd even makkelijk gehad. De Amerikaan werd in 2015 door heel wat fans ontdekt op Soundcloud en al snel was zijn ster rijzende. Er volgde heel wat muziek, maar live optreden blijft iets moeilijks voor hem. Mulherin lijdt namelijk aan angststoornissen en paniekaanvallen, waardoor op het podium staan geen sinecure is. Iets voor vieren stond hij echter wel op het podium van de Lift en kon hij een geslaagde show neerzetten. “dread” werd energetisch gebracht. De lyrics van nothing,nowhere. draaien hoofdzakelijk om zijn depressie en de gevolgen die hij daarvan draagt. Vorige week bracht hij samen met blink-182 drummer Travis Baker nog het nummer “Destruction” uit; dat werd voor het eerst live gebracht, evenals een andere samenwerking van hun gezamenlijke ep Bloodlust. De emorap werd sterk onderbouwd met gitaren en drums, zoals dat ook tijdens “Letdown” het geval was. nothing, nowhere. was trouwens heel goed bij stem en schreeuwde op slotnummer “Nevermore” nog een laatste maal de longen uit het lijf. Hopelijk blijft hij mentaal gezond en zien we hem vaker op een podium, want het is de moeite.

Big Thief @ Club

© CPU – Jan Van Hecke

Alsof ze wisten dat we veel te makkelijk opnieuw verliefd worden op hun muziek, leek het alsof Big Thief besloten had om zelf maar wat extra obstakels op hun weg te gooien. Niet alleen plaagden feedbackproblemen en valsgestemde gitaren het begin van de set, ook begonnen ze meteen met maar liefst vijf nieuwe nummers van hun nog te verschijnen plaat Two Hands. Het lieflijke “Rock and Sing”, de opzwepende altcountry van “Forgotten Eyes” en “Shoulders”, de introverte folk van “The Toy” en de verscheurende solo op “Not” die met elke nieuwe live-uitvoering steeds beter wordt: het zorgde allemaal voor verrukking bij fans, maar verwarring bij leken.

Als enig herkenningspunt gooiden Adrianne en haar band het scheurende “Shark Smile” en “From” ertussen. Big Thief is geen band die aan crowd pleasing doet; ze zijn te nemen of te laten. Wie in hun wereld wil meestappen, ontdekt een wondere setting vol pijn, verdriet en onverwachtse schoonheid. Maar je kan je natuurlijk ook laten meeslepen door de hitjes die de band bij wijze van toegift achteraan de set verstopt had. “Paul”, “UFOF” en “Mythological Beauty” blonken van rauwe pracht, en met het verschroeiende “Contact” haalde de band nog eens alles, inclusief oerkreet, uit de kast. Ons hoefden ze dan niet meer te overtuigen; wij hingen al na twee nummers in de touwen.

Stormzy @ Main Stage 

©CPU – Ymke Dirikx

Eind juni schreef Stormzy Glastonburygeschiedenis door als eerste grimeartiest het iconische festival te headlinen. Sceptici snoerde hij met een iconische show de mond en daarom waren we maar al te blij dat hij gisteren ook naar Kiewit afzakte. Op Pukkelpop moest hij zich tevreden stellen met een positie rond de late namiddag, maar het plein stond wel goed gevuld voor de Brit. Stormzy en het publiek hadden er in ieder geval heel veel zin in, want het energiepeil schoot met opener “Know Me From” meteen de lucht in.

De productie van Glastonbury kregen we niet, maar dat maakte Stormzy ruimschoots goed met zijn enthousiasme. “Mr Skeng” en “Return of the Rucksack” lieten de ‘energy crew’ helemaal losgaan, terwijl met “Cigarettes & Cush” het tempo even werd teruggetrokken. Het enige schoonheidsfoutje in de set was een cover van Ed Sheerans “Shape of You”, dat hij beter had vervangen door een eigen nummer. Stormzy toonde zich oprecht dankbaar en liet geen gelegenheid voorbijgaan om dat ook te zeggen tegen de massa voor het podium. Tijdens de finale stuiterde iedereen nog eens op de tonen van zijn recente hit “Vossi Bop” en doorbraak “Shut Up”. Dit was zijn laatste optreden van een voor hem memorabel 2019, en een beter einde had hij zich vast niet kunnen wensen. Een hoogtepunt van jewelste van dag twee!

BeraadGeslagen @ Castello

‘Dit is toch iets te experimenteel voor mij,’ hoorden we in het publiek tien minuten nadat Lander Gyselinck en Fulco Ottervanger het startsein hadden gegeven van hun BeraadGeslagen-feestje in de Castello. De twee mixen alles door elkaar: jazz, hiphop, pop, elektro. Zoals altijd stonden ze ook op Pukkelpop niet op het podium maar ervoor, zodat het publiek in een cirkel rond het duo kon staan. Lander verzorgde de drums en Fulco de synths. Die gingen van hels kabaal (“Duizeldorp”) naar kinderlijke deuntjes (“Bikini”). De twee regen de songs naadloos aan elkaar en maakten van hun passage één grote improvisatie. Gezongen werd er amper, totdat iemand uit het publiek haar gang mocht gaan met de microfoon. Er kwam weinig zinnigs uit en dus zette Fulco “Isabellade” in, hun enige hitje met tekst. Iets later volgde de finale, waarbij zoveel mogelijk mensen het podium op mochten om mee te dansen. Voor wie van experimenteel houdt, was dit een welgekomen set. Voor de doorsnee Pukkelpopganger was dit misschien iets te moeilijk.

Flohio @ Lift 

Pukkelpop had duidelijk de grimesmaak te pakken en dat resulteerde in een aardig volle Lift voor Flohio. De dj-set was al tien minuten aan het draaien toen hij even achter het podium moest kijken om zeker te zijn dat Floflo al klaar zou zijn. Die lange wachttijd zorgde er echter ook voor dat heel wat Pukkelpoppers andere oorden opzochten nog voordat Flohio überhaupt op de planken stond. De show verliep ook niet helemaal van een leien dakje: monitor en microfoon lieten het namelijk meermaals afweten. Het zorgde voor wat irritatie bij Flohio en dat zorgde ervoor dat nummers als “Hell Bent” minder goed binnenkwamen dan zou moeten. Ondanks de pogingen om er een grimefeestje van te maken, viel de moshpit nogal klein uit. “Wild Yout” kreeg ons dan toch nog een beetje wild, maar rechttrekken kon dit het eerder matige optreden niet meer. Flohio kan en moet beter de volgende keer, want anders zal haar carrière op termijn vast komen te zitten.

Dermot Kennedy @ Marquee

© CPU – Jan Van Hecke

Een ruige stem in cargopants met een kortgeschoren kapsel die een backdrop heeft hangen met een foto van zichzelf erop: Dermot Kennedy ziet eruit als een rapper, maar brengt hele emotionele indie. Hij gooit natuurlijk wel wat hiphopbeats over zijn gitaarcreaties en doet op die manier denken aan iets tussen Rag’n’bone man en Hozier. Zijn stem ging als een storm door de volle Marquee tijdens “Lost”. Met “Moments Passed” nam Kennedy zijn gitaar ter hand. De hele tent zong mee op “Outnumbered” en “Glory” bezorgde iedereen kippenvel en voor het eerst zagen we een lachje op het gezicht van Kennedy. Meer dan die interactie kregen we niet. Alles wat de Ier te zeggen had, deed hij via zijn songs en “Power Over Me” is daar het perfecte voorbeeld van. “After Rain” was een intieme afsluiter van een emotionele set.

Yves Tumor & It’s Band @ Castello 

Yves Tumor op Pukkelpop? Dat kan maar één ding betekenen, namelijk het meest bevreemdende optreden van de dag. Yves Tumor is op zich al een verschijning, maar het is toch ook vooral de muziek die heerlijk abstract om de hoek weet te komen. De combinatie van noise, elektronica en heavymetalriffs is eenvoudig genoeg geniaal te noemen. Het geluid in de Castello was tijdens zijn optreden uitmuntend goed en dat was natuurlijk ook voordelig voor de ervaring. Positiviteit kwam naar voren; mensen met negativiteit mochten de tent volgens hem verlaten. Het zette nog eens een fulminant slot in waarin heel wat nieuwe nummers van Safe in the Hands of Love werden gespeeld. De gitarist haalde ook meermaals fraai uit en zorgde daarmee voor nog meer intensiteit in het optreden. Yves Tumor en It’s Band waren grandioos, gek en geniaal op Pukkelpop en ons zal het optreden dan ook nog een tijdje bijblijven.

Sharon Van Etten @ Club

© CPU – Jan Van Hecke

Vanaf minuut één had Sharon Van Etten de Club in een houdgreep. Niet alleen door het op donkere synths gedragen openingstrio “Jupiter 4″, ” Comeback Kid” en “No One’s Easy to Love”, maar vooral omdat Sharon zong alsof haar leven ervan afhing. Met haar leren broek, tattoos en sluik zwart haar dat vaak haar halve gezicht bedekte, had zowel haar sound als haar look spierballen gekregen. In haar korte set zou zowat haar hele nieuwe album Remind Me Tomorrow de revue passeren, doorspekt met oude pareltjes die Sharon met veel liefde van onder het stof haalde. “Your Shadow” klonk stevig, “Hands” deed er nog een schepje bovenop, maar het waren vooral haar verrassend stembereik en mysterieuze bewegingen op “Memorial Day” waarmee ze haar greep wat steviger vastklemde. Het moment waarop iedere fan op wachtte was natuurlijk die schreeuw in “Seventeen” en dat betekende dan ook een onvervalst hoogtepunt, al moesten “Every Time The Sun Comes Up” en “Serpents” zeker niet onderdoen. Sharon Van Etten bezong, bekoorde, beminde en bekeerde, en deed dat het hele concert lang met een enorme dankbaarheid en een gelukzalige en aanstekelijke glimlach die ons nog de rest van het festival zou bijblijven.

blackwave. @ Main Stage

©CPU – Ymke Dirikx

In twee jaar tijd van het kleinste podium op Pukkelpop naar het grootste. Het is een sprong die niet veel Belgische artiesten zo snel maken. Het Antwerpse rapduo blackwave. groeide de afgelopen jaren tot een vaste waarde in ons Belgisch hiphoplandschap. Will en Jay startten hun set op de Main Stage met bakken confetti en ook “BIG Dreams”, “Hands Up!” en “GoodEnough” deden het volk toestromen. De band achter de twee rappers is er een met getalenteerde jazzmuzikanten, gekleed in fluoroze joggingpakken. Achter de band heeft blackwave. een mooie visual neergezet: ieder nummer was een nieuwe videogame met Will en Jay als spelers. De twee zijn geboren voor het podium, en dat merkte het publiek ook: ‘Zijn dit Belgen?’ Iedereen bouncete mee en tijdens “Funky” luisterden de twee helften van de weide gedwee naar Will en Jay. Het vraag en antwoordspelletje ging nog even door.

blackwave. is in blijde verwachting van een eerste worp die op 8 november het levenslicht zal zien. We duimen er alvast voor dat het nieuwe nummer met K1D de schifting heeft doorstaan, want “Up There” is een knaller van een single. Will, Jay en K1D doken het publiek in om mee te moshen. Die stunt was zo ingrijpend dat de twee even moesten bekomen. De band maakte gebruik van de lange pauze om hun talent te laten horen. Een voor een zijn het rasmuzikanten die de show naar een hoger niveau tillen. Als afsluiter nodigde blackwave. hun goede vriend David Ngyah uit voor “Elusive” en opnieuw was er confetti. Zwarte deze keer, met een kleine boodschap op ieder snippertje: ‘album out 8/11’.

Loyle Carner @ Dance Hall 

We verschoten even toen we de Dance Hall binnenwandelden en deze maar voor een derde gevuld was. Loyle Carner is allesbehalve een kleine naam meer, maar een Dance Hall vullen rond het avonduur was nogal een gewaagde gok. De sympathieke Brit bracht in mei zijn tweede plaat Not Waving, but Drowning uit en speelde er in diezelfde maand ook nog mee in een lang op voorgaand uitverkochte Rotonde van de Botanique. Pukkelpop liep dus iets minder storm, maar Loyle kreeg de aanwezigen wel in een handomdraai mee. Tijdens “You Don’t Know” werden de handen gewillig de lucht in gezwierd en dat niet voor de laatste keer. De laidback hiphop van Loyle Carner pakte goed uit en steeds meer mensen kwamen nog genieten van de kunsten van de taalpoëet. Een welgemeende ‘fuck Boris Johnson’ werd op veel gejuich onthaald en dat deed Loyle Carner duidelijk deugd. Sinds dit jaar staat de Brit overigens met twee extra muzikanten op het podium die wel degelijk een meerwaarde creëerden. Afgesloten werd met het sterke drieluik “Loose Ends”, “Ain’t Nothing Changed” en “No CD” en een luid applaus. Britse hiphop deed het gisteren dus meer dan behoorlijk op Pukkelpop.

Brihang @ Lift

Boudy Verleye is eigenlijk een heel atypische rapper. Als het op aantal woorden per minuut aankomt, zou hij steevast de duimen moeten leggen voor andere Vlaamse, Belgische of internationale rappers. Hij legt dan ook niet de nadruk op striemende rhymes maar op diepgaande, haast poëtische teksten waarin hij met taal speelt alsof het een doos vol legoblokken is. Hij bracht ook heel wat van zijn nagelnieuwe creaties mee naar de Lift. Meer zelfs, het publiek kreeg al meteen te horen dat zijn nieuwe plaat Casco+ zal heten en mocht zelf een datum prikken voor de release: 16 oktober. Van die nieuwe nummers onthouden we vooral de boodschap die Brihang telkens meegaf. Over hulp zoeken, onzekerheden, zijn eigen succes en ego, over loslaten en eenzaamheid en ook over leren praten over je gevoelens – een onderwerp waarrond hij speciaal voor de West-Vlaamse campagne ‘Oe ist?’ in 2016 een nummer schreef. Vooral het nieuwe nummer met NTREK zat vol schwung en ambiance, maar met zijn zelfverklaarde ‘hitjes’ wist hij de boel pas echt in te pakken. “Ik wil alles behalve”, “Morsen” en “Wieder” werden duchtig meegezongen. Balancerend op een ladder midden in het publiek bracht hij “Balanceren” torenend boven het uitzinnige publiek. Als afsluiter liet hij zich met zijn voeten in een cementbak op en af het podium rijden om “Steentje” te brengen. Een geniaal slot voor een geniale show van een West-Vlaams vat vol talent.

White Lies @ Marquee

© CPU – Jan Van Hecke

Met FIVE wist White Lies zichzelf terug op de kaart te zetten als band nadat het vorige album tamelijk hard tegenviel. Op Pukkelpop werd dan ook vooral geteerd op ouder werk en dat is natuurlijk nog steeds het sterkste wat de band te bieden heeft. Met “Time to Give” werd wel meteen een nieuw nummer op ons afgevuurd, hoewel de opbouw die het we op dat zevental minuten kregen niet al te boeiend was. Gelukkig had de band daarna “Farewell to the Fairground” voor ons klaarstaan dat het publiek terug warm kon maken. Helaas ging het daarna weer bergaf met heel wat tragere nummers tot “Death” daarna terug de vlam in de pijp stak – wat een zalig nummer blijft dat ook! White Lies deed wel iets te veel zijn best om speciaal over te komen, waardoor de nummers iets minder overtuigend overkwamen. Half geslaagd dus, met vooral ouder werk dat echt overtuigde.

Kamaal Williams @ Castello

Wie al op voorhand zegt dat het een speciale show gaat worden, moet al dubbel zijn best doen om ons te overtuigen. Dat Kamaal Williams dan begon met uitgebreide introducties voor de bandleden met telkens heel wat poeha en superlatieven, maakte ons al meteen sceptisch. Maar van zodra bassist Rick James, saxofonist Quinn Mason en drummer Greg Paul op het podium stonden en hun ding deden, was hun talent ontegensprekelijk. En wanneer Kamaal zelf een sigaret en tequila bijeen had geschooid kon hij ook achter zijn keyboard plaatsnemen en kon de show eindelijk helemaal van start gaan, om daarna nooit meer te stoppen. In een langgerekte jamsessie etaleerden de vier rasmuzikanten om de beurt hun indrukwekkende talenten zonder elkaar en de beat uit het oog te verliezen. Ondanks alle branie werd de Castello toch niet helemaal meegesleurd in de trippy spacejazz van Kamaal. Daar ontbrak het wat aan persoonlijkheid en toenadering tot het publiek. Waar Sons of Kemet in Shabaka Hutchings een frontman heeft en Kamasi Washington duidelijk het voortouw neemt van zijn band, zat Kamaal wat vastgekluisterd achter zijn keyboard, en dat is nu niet echt de meest ideale plaats om het publiek op te zwepen.

Raketkanon @ Club

De Club was heel goed volgelopen om de experimentele Belgische noiseband Raketkanon aan het werk te zien. De groep had er dan ook veel zin in en frontman Pieter-Paul Devos smeet zich samen met zijn bandleden volledig op het podium. Het begon wel heel experimenteel, waardoor sommige gelegenheidsbezoekers het al snel voor bekeken hielden, maar ze hadden ongelijk. Raketkanon werd namelijk sterker naarmate de set vorderde en op het eind werd er dan ook heel hard doorgebeukt. De visuals waren ook een uitmuntende meerwaarde, doordat de bandleden in een donkere waas bleven gehuld en de muziek hierdoor echt centraal kwam te staan. Het publiek smeet zich volledig, net zoals de band, waardoor Raketkanon en Pukkelpop een geslaagde combinatie bleek te zijn.

Mura Masa @ Main Stage

© CPU – Jan Van Hecke

Het was een blij weerzien met de weide van Pukkelpop voor Mura Masa. Twee jaar geleden stond hij hier ook al; toen vormde de Dance Hall het ideale decor. Een Main Stage entertainen is andere koek, zo blijkt. Na een ijzersterke start met “Messy Love”, “Nuggets” en “1 Night” zakte de set lichtjes in elkaar. De vaste rechterhand van Alex Crossan, zijn zangeres en danseres Fliss, leek wel verslaafd aan de autotune. Een effectje is altijd leuk, maar wanneer het begint te overheersen, kan je er beter mee stoppen en een bandje opzetten. Alex gaf namelijk wel alles van achter zijn opstelling van keys, drums en pads. Ondanks het gebrek aan zangtalent, wist Fliss dan weer wel sfeer te brengen met haar moves. 

“Complicated”, dat normaal wordt gezongen door NAO, kreeg een leuke herwerking en “All Around the World” kon de energie nog in de set houden. Na de veel te zware bassen in “Lotus Eater” werden de visuals echter interessanter dan de muziek die Alex Crossan bracht. Zelfs de hemel liet een traantje bij het niet inlossen van de verwachtingen rond Mura Masa. De Brit probeerde het nog te redden door zelf gitaar te spelen op een cover van Foals’ “Night Swimmers” en gelukkig was er ook die hit met A$ap Rocky. Afsluiter “Firefly” deed het miezerige tussenstuk snel vergeten en zette de eerste officiële nacht van Pukkelpop in. Neem de volgende keer toch maar een paar extra special guests mee, Alex, zeker wanneer je op het hoofdpodium staat.

slowthai @ Lift

slowthai is het nieuwe enfant terrible van de Britse rapscene en dat trok heel veel volk naar de Lift. Met Nothing Great About Britain loste hij tot dusver een van de beste debuutplaten van het jaar, en deze stelde hij dan ook voor aan een bij momenten uitzinnige tent. slowthai maakte zijn naam helemaal waar en toonde zich boos en af en toe zelfs meedogenloos. “Drug Dealer” ontketende de eerste moshpit. Er hing een ruig sfeertje in de lucht en het publiek werd nog zotter wanneer hij samen met iemand uit het publiek “Inglorious” bracht. De mood van slowthai sloeg echter snel om en dat was te wijten aan de slecht werkende monitors. “Doorman” en “Psycho” zorgden nog eens voor een gigantische pogo, waarin we trouwens ook de legende Yves Tumor tegenkwamen, maar dan was het plots gedaan. Twintig minuten had hij nog moeten spelen, maar hij hield het dan toch al voor bekeken. slowthai is onvoorspelbaar en dat maakt elk optreden uniek, al had hij gisteren toch gerust wat langer bezig mogen zijn.

Franz Ferdinand @ Marquee

© CPU – Jan Van Hecke

Nog zo’n band die het vooral van zijn ouder werk moet hebben, is Franz Ferdinand. Dat viel alweer op op Pukkelpop. Met “Always Ascending” werd van wal gestoken, maar we merkten gauw dat het merendeel van het publiek vooral de oude bekenden wilde horen. Met “The Dark of the Matinee” gaven ze dat publiek dan ook waarvoor ze kwamen, en het feestje ging gestaag door. Er was ook een jarige (Bob Hardy) in de band en dat moest gevierd worden. De groep stond extra strak waardoor er aan sfeer zeker geen gebrek was. Toch was het pas weer vanaf het vierde laatste nummer “Michael” dat de vlam terug in de pan kwam en er niet meer uit ging. Natuurlijk liet “Take Me Out” iedereen springen, en uiteraard werd “This Fire” te lang uitgesponnen. We kennen Franz Ferdinands truken intussen wel, maar het blijft plezant om te bekijken – al zullen ze plots ook wel eens gedateerd zijn, en dan zitten ze met een probleem. Voorlopig is alles nog plezierig en zit de sfeer er goed in; meer hebben we niet nodig op een festival.

The Comet Is Coming @ Castello

Alles waar Shabaka Hutchings zijn handen op legt, verandert in goud. En dan hebben we het niet enkel over zijn saxofoonkunsten, maar vooral over alle projecten waar hij een vinger in de pap heeft te brokken. Vorig jaar streek hij al neer met meer op Afrikaanse ritmes en tradities gestoelde Sons of Kemet. Dit jaar mag hij met The Comet Is Coming buitenaardse oorden gaan opzoeken, al is het hier vooral Danalogue en drummer Betamax die voor de beats en grooves zorgden en was Shabaka de spreekwoordelijke kers die de taart naar ongekende hoogten stuwde. Het publiek in de Castello diende enkel als passagiers voor een enkele vlucht doorheen ruimte en tijd waar enkel Shabaka, Danalogue en Betamax de bestemming van wisten. Het beste wat je dus kon doen, was je simpelweg overgeven aan de stuurmanskunsten van de drie Britten en hopen op een goeie afloop. Soms rechttoe rechtaan (“Summon the Fire”) en soms met een brede omweg (“Unity”), maar steeds was het de trip meer dan waard.

IDLES @ Club

View this post on Instagram

Pukkelpop day 1 you say? IDLES!! #pkp19 #idlesband #idles

A post shared by Erik (@erikasitseems) on

Je kon het al van heel wat t-shirts op de wei aflezen: vele mensen hadden het concert van IDLES met stip aangeduid op hun plannetje. De Britse (post)punkers begonnen behoorlijk bescheiden met “Heel/Heal”, maar hadden meteen een flink deel van de Club mee. Wat volgde was een triomftocht vol moshpits, walls of death en sing-alongs, waarop de Britten getrakteerd werden door een uitzinnige Club. Toppers als “I’m Scum”, “Love Song” en uiteraard “Danny Nedelko” werden door de hele tent onthaald alsof het al enkele decennia oerklassiekers waren, en de band deed hun uiterste best om die nummers vlijmscherp te presenteren. Bandleden verdwenen elk om beurt in de kolkende massa en konden even later bezweet en voldaan terugkijken op een zinderende show, waarin band en publiek het beste van zichzelf hadden gegeven. Een betere setting voor een punkfeest uit het boekje konden we niet bedenken. IDLES kroonde zich met sprekend gemak en de hulp van een uitgekookte Club tot koningen van deze eerste volwaardige festivaldag.

Jon Hopkins @ Dance Hall

Elf uur ‘s avonds in een donkere dancehall. Het Britse elektronicawonder Jon Hopkins laat zijn warme arpeggiosynthesisers op ons los. Begeleiding wordt voorzien door een duo futuristisch geklede dames met flikkerende lightsabers. Hun synchronische choreografie doet de serotonine in onze bloedbaan stromen. Wat Jon Hopkins exact achter die muur apparatuur aan het uitvreten was, daar hebben wij het raden naar, maar de overgang van “Everything Connected” naar “Emerald Rush” zorgde bij ons alvast voor kriebels in de onderbuik. Ook de opbouw van titeltrack “Singularity” was een absoluut hoogtepunt. Heerlijk wegdromen!

The National @ Marquee

© CPU – Jan Van Hecke

Een zichtbaar aangeschoten Mart Berninger had er duidelijk zin in. Al vanaf opener “You Had Your Soul With You” zwaaide hij vervaarlijk met zijn microfoonstatief, maakte hij mopjes en waagde zich na drie nummers al een eerste keer in het publiek. Toch voelde het bij momenten alsof The National op automatische piloot speelde en hier en daar wat steken liet vallen: feedbackproblemen, klokkende microfoons en Berninger die af en toe eens zijn tekst vergat. Op het podium zelf krioelde het van de activiteit. Het vijftal had nog twee blazers, een extra drummer én Mina Tindle (zangeres en eega van Aaron Dessner) opgetrommeld om hun sound uit te breiden en te versterken. Door Tindle’s stem groeiden “Quiet Light” en “Oblivions” uit tot levensechte duetten tussen een echtpaar. Berninger schreef die laatste dan ook met zijn echtgenote Carin, die ook “Hey Rosie” pende.

De eerste avond focuste vooral op hun laatste drie platen Trouble Will Find Me, Sleep Well Beast en I Am Easy to Find, en vooral de nummers uit die laatste twee konden op de meeste bijval rekenen. Het is dan ook echt ronduit indrukwekkend welke catalogus aan songs de mannen hebben bijeengeschreven dat ze zelfs zonder hun ‘grootste’ hits konden uitpakken met gitaargeweld als “Day I Die” of “Graceless” en intieme pianoballads als “Guilty Party” en “Light Years”. En dan konden fans zich nog tussendoor verlekkeren aan een zeldzame uitvoering van “Pink Rabbits” dat langzaam naar zalige hoogten klom, en de nieuwe versie van “Rylan”, die na jaren rijpen eindelijk zijn beste vorm heeft weten te pakken. En dan vergeten we bijna nog dat verrassende slot met uit het niets plots het ziedende “Mr. November” en ultieme meezinger en akoestisch gebrachte “Vanderlyle Crybaby Geeks”. In de heenmatch scoorde The National al aan de lopende band en met de vingers in de neus. Zondag nog meer van dat?

YBN Nahmir @ Lift

In 2017 begon zijn naam voor het eerst te circuleren in hiphopkringen. Het volgende jaar volgde reeds zijn doorbraak met hitsingle “Rubbin Off the Paint”. Terecht was hij in 2018 dan ook deel van de ‘Freshman Class’ van het Amerikaanse XXL Magazine. Best indrukwekkend als je weet dat YBN Nahmir vandaag de dag nog maar negentien jaar op de teller heeft staan. Hij is eveneens een van de stichters van het YBN collectief, samen met YBN Cordae en YBN Almighty Jay. De laatste maanden is het weliswaar zijn goede makker YBN Cordae die even met de aandacht aan de haal is met zijn goed onthaalde album The Lost Boy. Het is dan ook nog geduldig wachten op een volwaardig soloalbum van onze jonge vriend Nahmir.

Gisteren stond hij na de Britse klassebak slowthai klaar om het podium van de Lift te bevliegen. De backing track nam al vanaf de start de leiding en zou deze niet meer afstaan. De set werd dan ook gekenmerkt door een chaotisch geschreeuw van meerdere mc’s over een snoeiharde beat. Dit kon het talrijk opgedaagde publiek kenbaar weinig schelen en ze gaven  YBN Nahmir een respons waar veel artiesten voor zouden moorden. Onder andere “Baby 8” en “Bounce Out With That” kwamen aan bod in een kleurloze set, weliswaar vol moshpits, maar niemand die daar nog van opkijkt. Steeds meer jongelingen brulden enkele woorden in de microfoon en het niveau gleed verder de diepte in…

Crystal Fighters @ Club

‘Que viva l’amor!’ Er was veel liefde vrijdagavond in de Club, daar zorgde Crystal Fighters voor. De Spaans-Britse band liet hun nieuwste werk even voor wat het is en ging voluit voor een breed gamma aan feestnummers. “I Love London”, “Follow” en “LA Calling”: ze kwamen allemaal aan bod. Frontman Sebastian Pringle stond te dansen op het podium en zwierde met een maretak van links naar rechts. Hoewel het geluid niet altijd even goed was, zat de sfeer er dik in. Met dank aan de extra percussie! In het midden van de set vroeg de frontman aan iedereen om de handen in de lucht te steken en zich te verbinden met vreemden, en op het podium koos Pringles ervoor om te connecten met zijn twee achtergrondzangeressen. Drie kwart van de Club was aan het dansen en dat kon eigenlijk wel een pak beter. Met zijn ukelele startte Pringles “All Night” en de hele Club zong ‘party all night’ in koor. Met “Love Natural” werd het helemaal te gek en “Plage” sloot het feestje in stijl af terwijl heel de Club van links naar rechts bewoog. De avond was nog lang niet gedaan en de massa feestvierders was voldoende opgewarmd door Crystal Fighters.

James Blake @ Dance Hall

Het is altijd een gok om breekbare dancemuziek in de grote Dance Hall te programmeren. Zou James Blake beklijven of vervelen? Het antwoord was een beetje van beide. Natuurlijk waren “Retrograde” en “Limit to Your Love” opnieuw een schot in de roos, maar daartussen zaten er minder opzwepende nummers die het publiek wat in slaap wiegden. Zijn nieuw nummer “Loathe to Roam” bleek te introvert voor een dancehall die uitzinnige danstaferelen gewoon is. Zo laat op de avond wil het publiek nog een laatste energieshot krijgen, terwijl James Blake je net het tegenovergestelde dwingt te doen. Afluiter “Don’t Miss It” was een gevoelige ode aan het uitdrukken van gevoelens, maar daar had het publiek niet veel oor naar. Een zichtbaar opgetogen James Blake liet het gelukkig niet aan zijn hart komen en speelde dan maar voor de uitgedunde massa die het wel wist te appreciëren.

Lees hier onze recensie van de headliner van dag twee: Post Malone.

Deze recensies werden geschreven door Niels Bruwier, Matthijs Vandenbogaerde, Sam Donné, Jasper Verfaillie, Simon Meyer-Horn, Emma Vierbergen, Laurens Collier en Niels Albert.

Fan van de foto’s? Op onze Instagram zijn er nog meer beelden te vinden. Volgen is de boodschap!

17 augustus 2019

About Author

Niels Bruwier Ook bekend als "Den Beir", oprichter van de site, leidt alles in goeie banen en schrijft ook wel eens iets.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief