Albums, Recensies

The Black Keys – Let’s Rock (★★★½): Gieren, maar niet ontploffen

The Black Keys, bekend van van alles, en vooral heel erg bekend. Jaren geleden ontploften songs als “Lonely Boy” of “Gold on the Ceiling” tot heuse hits en vanaf dan was het duo binnen. Ondertussen was het al van 2014 geleden dat we hun vorige plaat Turn Blue te horen kregen en in plaats van blauw, was onze lach door dat lange wachten vooral groen geworden. Nu is daar eindelijk de opvolger Let’s Rock, en een echte schot in de roos vinden we die niet, maar de mannen komen wel aardig in de buurt en leveren af wat ze beloven; een rock ‘n’ roll-album om jezelf op te laten gaan in de vorm van een dansje of uitbundig geschreeuw.

Niets anders dan “Shine a Little Light” kon de opener van de plaat zijn. Een geschikter nummer hadden ze niet kunnen vinden. Het begint al scheurend en leidt je resoluut binnen in de rockwereld van The Black Keys. Met riffs die voor hun doen erg vettig zijn en groovy strofes leveren ze direct een krachtige song af. Er zijn niet te veel hoeken af en zeker het refrein is vrij rechtdoor rock ‘n’ roll; niets nieuws dus, maar wel lekker krachtig en de goesting om de plaat integraal te beluisteren, is hiermee dertig keer zo groot geworden.

Wat we dan tegenkomen, zijn nummers met de typische The Black Keys sound. “Fire Walk With Me” en de drie singles “Eagle Birds”, “Lo/Hi” en “Go” gaan er goed vandoor. De groove wordt erin gestoken door een stuwende drive, de scheurende riffs geven het geheel de nodige edge en de zang is op z’n best wanneer die een serieuze tikkel ruw klinkt. Al die elementen maken van deze nummers gehelen die je genadeloos doen swingen en die je uit volle borst wil meebrullen (en dat vooral extra luid bij “Lo/Hi”). Eerder schreven we dan wel over “Go” dat het niet het meest hoogstaande nummer is, maar als je zodanig toegankelijk klinkt, kan het niet anders dan resulteren in uitbundig meebewegen. Het sterkste exemplaar vinden we misschien nog wel “Fire Walk With Me”, ondanks dat dit als enige van de vier voornoemde nummers geen single was. De zanglijn kon hier simpelweg niet beter en we krijgen een goeie uithaal van de gitaar in ons gezicht gegooid.

Die uithaal is een van de weinigen op Let’s Rock, en dat is jammer. Over het algemeen kan de band wel gieren met z’n riffs, maar die echt helemaal doen openbarsten tot een spetterend vuurwerk zit er niet vaak in. In feite geen vereiste, maar wanneer ze dat wel presteren, is het hek van de dam en verlangen we naar meer van dergelijke uitspattingen. Let’s Rock rockt misschien net iets te veel volgens het boekje.

Twee nummers zijn zelfs ronduit te theoretisch volgens de regels van het boekje opgesteld. “Every Little Thing” en “Breaking Down” keuren we niet goed, toch niet voor The Black Keys. Ook al is er in die laatste een cool contrast tussen echt verschillende delen van het nummer, op zichzelf kunnen die delen niet overtuigen en moet het nummer het hebben van die overgangen – wat natuurlijk niet volstaat. Het refrein is zelfs behoorlijk saai, en ook “Every Little Thing” blijkt na twintig seconden veel, maar echt veel te basic voor deze groep. Er is nu eens niets aan.

Gelukkig kunnen we onze dansbenen helemaal losgooien op “Get Yourself Together”. De band scharrelde na dat dipje weer al z’n troeven bij elkaar om die in het meest feestelijke plaatje van het album te steken. We horen het ons al collectief meezingen op de eerstvolgende festivalpassage, waardoor een heus eenheidsgevoel zich over de weide verspreidt en elke toeschouwer in het publiek mee is in het verhaal. “Get Yourself Together” doet het!

We worden ook nog in de watten gelegd met enkele iets meer downtempo nummers. Met momenten heeft The Black Keys hier iets gevoelig over zich, maar denk maar niet dat de rock-vibe achterwege gelaten wordt. Zo is “Walk Across Water” de perfecte evenwichtsoefening tussen emotie en krachtige rock. Met akkoordprogressies die inspelen op je buikgevoel en backings die de rock een zoetigheid geven, is dit een sterk nummer geworden. “Sit Around And Miss You” is dan weer aangenaam kabbelend en heeft de grootste bluesfactor van de plaat. Ze spelen met de kwinten, met een goeie drive en de onweerstaanbare verleiding van heel wat ‘oooh’s’. Eindigen met een warme blueslijn et voilà, ook dit plaatje is weer compleet. “Tell Me Lies” laat de riffwereld even voor wat het is en geeft alles een vrolijke kleur. Dat moet ook eens kunnen naast al dat gitaargeweld. The Black Keys pakt ons helemaal in door hun ‘lies’ over te laten gaan in ‘lalala’s’ en dat dat enorm leuk is, behoeft weinig argumentatie.

Over het algemeen is Let’s Rock een plaat die opzwepend werkt en je laat surfen op rockriffs en hun alom gekende sound. Ideaal, zou je denken, maar toch hadden we graag wat meer uithalen van de band voorgeschoteld gekregen en zijn er zelfs twee nummers te vinden die ons niet kunnen bekoren – wat deze grote band zich volgens ons niet kan permitteren. Gelukkig kunnen we nog enthousiast dansen op enkele extra vrolijke nummertjes en ook genieten van de hints van gevoeligheid die we af en toe voelen binnensijpelen. Gevarieerd genoeg, dat wel, maar hier en daar wat steken laten vallen. Dat doet niets af aan het feit dat we deze plaat nog vaak zullen opleggen en het gitaargeweld van The Black Keys veel te lang gemist hebben. Misschien net daardoor dat onze verwachtingen net iets te hoog gestegen waren…

29 juni 2019

About Author

Ann Mulleman


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief