Interviews

Interview Raketkanon: “We hebben zonder stil te zitten onze tijd genomen”

© Anton Coene

In het Gentse muzieklandschap ontwaakt een reus uit zijn winterslaap. Na hun passage bij producer Steve Albini voor plaat numero twee in 2015, een splitsingle met Amenra, en een soundtrack voor een Koreaanse cultfilm heeft het unieke lawijtkwartet Raketkanon een nieuwe plaat klaar. Eindelijk? We vroegen het aan Pieter-Paul Devos (zang) en Pieter de Wilde (drum).

Laten we het eerst over de videoclip van “Ricky” hebben: de kleren, de setting, de danspasjes … Hoe kwamen jullie erop?

Devos: Over de meeste ideeën vergaderen we. Het wordt altijd herwerkt, verder uitgedacht. Het vertrekpunt was eerder een sfeer dan een concreet concept. Je begint met ankerpunten, bepaalde delen die er absoluut in moeten, stilistisch of scenariogewijs.

De Wilde: Iets dat tegengesteld is aan de sfeer van het nummer komt wel vaak aan bod.

Devos: Al is het nooit oprecht de bedoeling. En we hebben heel veel chance dat we voor “Ricky” met zoveel getalenteerde mensen zoals Farmboy (productie) en Aykan Umut (regie) konden samenwerken: een fantastische crew.

Die humor en zelfrelativering, sluipt dat ook in de nummers?

Devos: Ja en neen. Ja, omdat ik denk dat die humor inherent is aan onze persoonlijkheden. Neen, in die zin dat het een medium is waarin humor heel snel expliciet wordt. Frank Zappa steekt wel humor in zijn muziek, maar tenzij je het heel subtiel aanpakt, is dat iets dat snel niet goed vertaalt in muziek. Wij zien het ook niet als een bewuste beweging (om humor daarin te steken); het is gewoon een verlengde van onze persoonlijkheid.

De Wilde: Ik heb dat eigenlijk nog nooit zo bekeken, dat er in de clip van “Ricky” echt humor zit.

Devos: Het resultaat is wel degelijk wat ik dacht dat het moest zijn. Er zit inderdaad een dwaasheid of iets spastisch in, dat we door bewegingen of het decor creëerden. Bij sommige delen waren we ons heel bewust van hoe het zich moest vertalen naar beeld. Maar pas op: het is geen kolder, hé. Al vind ik zelfrelativering wel enorm belangrijk in het leven.

Jullie fascinatie voor beeld gaat verder dan enkel videoclips. Vorig jaar toerden jullie het land rond met een soundtrack van de Koreaanse cultfilm Oldboy. Hoe heeft dat de plaat beïnvloed?

Devos: Ik denk wel dat die film ons enorm gevormd heeft. Het dwingt je om anders naar elkaar te luisteren. Voor het eerst hebben we ook heel gelaagd gewerkt. Ik vond het ook echt niet gemakkelijk, maar als het echt moeilijk werd was dat op een zeer genietbare manier. Zeer leerrijk, op persoonlijk artistiek vlak en als band.

De Wilde: Eigenlijk doe je mij beseffen dat ik er nog niet over had nagedacht. Voor het eerst in lange tijd moesten we inderdaad echt op een andere manier samenwerken. Dat heeft zijn vruchten afgeworpen bij de nieuwe plaat.

Was zo’n experiment nodig voor de band?

Devos: Achteraf gezien vind ik van wel. Niet dat we op het moment zelf dachten dat het anders niet meer goed zou gaan, maar ik wou sowieso al heel lang eens een soundtrack maken. Om dat dan nog eens voor Oldboy te doen was dan ook een fantastische kans. Het is ook een andere manier van werken. We zaten neer met videomonitors. Je moest spot on op de cues van het beeld zitten, je moest vaak wisselen van instrument … Een hele opgave.

De Wilde: We hebben van elkaar geleerd dat we ook andere mogelijkheden hebben.

Jullie werkten weer samen met Wouter Vlaeminck, die ook jullie eerste plaat en stuff&such van Kapitan Korsakov producete. Wat dat een fijn weerzien? 

Devos: Bij de tweede plaat wilden we het eens anders aanpakken: uit je comfortzone gaan en herleiden tot de essentie. Bij de derde was het deels een terugkeer naar de eerste, maar dan met de ervaring van de tweede. Het derde product is voor ons dan ook meer dan de som van de delen. Een heel fijn weerzien, ja.

Zijn jullie in de studio gestapt met een uitgekiend idee?

De Wilde: Niet echt, eigenlijk. We hadden er nog geen concreet beeld van. Het proces van deze plaat was muzikaal zeer veranderlijk, tot op het laatste moment. We zijn ook twee weken in de studio getrokken, wat vrij lang is voor ons. We zochten naar de best mogelijke vastlegging per nummer.

De nummers waren wel al geschreven?

Devos: De nummers waren wel af, maar er zijn veel preproducties aan vooraf gegaan. In de studio neem je een kleurenpalet, en dat is de richting waarin het gaat. De volgende opname wordt in functie daarvan verdergezet. De sfeer van elk volgend product wordt gebaseerd op die basiskleuren.

Welke nieuwe kleur is er dan bij gekomen?

Devos: Euh, fuchsia?

De Wilde: Of de pridevlag.

Raketkanon zingt fonetisch. Op welke manier vinden jullie dan een eigen taal uit?

Devos: Het is vrij voor interpretatie, in de meest absolute manier mogelijk. Dat is ook een deel van onze artistieke identiteit: het vrije.

De Wilde: Zonder door te hebben wat onze mening is, kan je wel op zoek gaan naar ons gevoel. Dat is zelfs het belangrijkste.

Hebben jullie veel moeten wikken en wegen over de manier waarop de plaat uitkomt?

De Wilde: Een label zoeken was een hele zoektocht.

Devos: Het zal uitkomen op het Britse Alcopop Records.

Een verrassende keuze!

De Wilde: Maar da’s net wijs! We vinden het net heel leuk dat we kunnen samenwerken met een label dat geen grenzen kent qua genre.

Devos: En stel dat we bij een genrespecifiek label zouden zitten, dan zouden we ook elke keer de vreemde eend in de bijt zijn. Of het nu een punk-, hardcore- of metallabel is. Bij Alcopop klopt het gewoon. Het is cliché, maar genres kunnen soms echt verstikkend werken.

Het nieuwe artwork voor RKTKN#3.

Wordt jullie muziek soms onnodig in hokjes geplaatst?

Devos: Ik zie de noodzaak ergens wel.

De Wilde: Sommige mensen hebben dat nodig om iets te begrijpen, en ça va voor mij.

Devos: Als je een referentie wilt hebben in de zee van ruis die het muzieklandschap momenteel is, dan moet je een aanknopingspunt hebben voor je naar iets wilt luisteren. Dus ik snap het praktisch gezien. Tegelijkertijd hoop ik dat de luisteraars van om het even welke band die met om het even welke band vergeleken wordt, het initieel als referentie zien, en dat wel kunnen loslaten. Anders geef je nooit iets zijn eigen bestaansrecht, en kan je nooit een identiteit ontwikkelen. Maar ik denk niet dat we daar slachtoffer van zijn.

RKTKN#2 dateert van 2015. In de tussentijd bracht Pieter-Paul met Kapitan Korsakov ook een plaat uit. Hoe gingen jullie met die vier jaar om?

Devos: Voor Raketkanon is elke minuut die we nodig hadden goed geweest. Die vier jaar heeft ervoor gezorgd dat er nieuwe dingen konden openbloeien. Je kan de ton nog eens opendoen, en dan haal je daar iets gefragmenteerd uit, dat er helemaal anders uitziet. Helemaal anders dan moest je iets in een spoedproces in elkaar knutselen. We hebben zonder stil te zitten onze tijd genomen.

De Wilde: Wij hebben ook niemand die achter ons geld zit: een enorme luxe.

(Naast Pieter-Paul ligt een verzameling van kortverhalen van de Amerikaanse schrijver Ernest Hemingway.) Zijn er boeken die je beïnvloed hebben voor het maken van deze plaat?

Devos: Goh, alles heeft invloed. Een van de meest luie en stompzinnige manieren om jezelf te laten beïnvloeden is door hetzelfde medium waarin je werkt. Natuurlijk is dat menselijk, en iedereen doet dat op een bepaald niveau. Maar vanaf het moment je dat actief gaat opzoeken, dan sla je de straat in van kopiëren, afkooksels maken, en het gewoon niet interessant maken. Niet voor jezelf en niet voor de luisteraar. Dus is het dagelijkse leven de basis voor wat we creëren. Als dat dat andere kunstvormen zoals literatuur of beeldende kunst zijn, zoveel te beter.

RKTKN#3 verschijnt op 5 april. Daarna is Raketkanon te zien in zowat iedere club in de Benelux. Check hun Facebookpagina voor meer info. Deze zomer spelen ze alvast op Pukkelpop.

2 april 2019

About Author

Tijl Van de Casteele


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief