Features, Interviews, Uitgelicht

Interview Manchester Orchestra: ‘We brachten dit jaar onze eerste plaat als volwassenen uit.’

Manchester Orchestra is een band die in Europa nog steeds niet de waardering krijgt die ze verdient. Op 1 november 2017 speelden ze hun eerste zaalshow ooit op Belgisch grondgebied en dat met al vijf albums op zak. Hoog tijd dus dat we hen ook eens aan de tand voelden over hun albums, de band en hun muzikale keuzes. De groep blijft duidelijk met de voeten op de grond en dat maakt hen zeer joviale en fijne mannen. Wij hadden een gesprek met frontman Andy Hull en gitarist Robert McDowell.

A Black Mile To The Surface is ondertussen al jullie vijfde plaat. Hoeveel druk voel je nog om een album uit te brengen?

Andy: We voelen meer een soort van druk om een betere plaat uit te brengen. Het doel van de band is om telkens een stap vooruit te zetten. We zijn altijd trots op wat we doen en voelen dus niet de behoefte om iets uit te brengen dat niet fantastisch is.
Robert: De meeste van de druk die we voelen, komt vooral van onszelf. We ervaren niet echt druk vanuit de muziekindustrie. Zelf zijn we de hardste critici voor onze muziek. Hierdoor is het ook steeds moeilijker om een nieuwe plaat te maken, we willen hem altijd helemaal afgewerkt zien.

De nieuwe plaat is een stuk zwaarder qua gevoel dan vorige albums. Hoe is dit zo geëvolueerd?

Andy: We willen onszelf vooral niet blijven herhalen. Van zodra we een geluid maakten dat wat deed denken aan wat we reeds deden in het verleden, probeerden we er van weg te gaan. Het is gewoon een natuurlijke evolutie om nieuwe dingen te willen uitproberen. Ik denk ook niet dat we een zeer mooi, afgelijnde sound zullen behouden. Het kan heel goed zijn dat we terug gaan naar een ruig gevoel. Maar van deze plaat wilden we vooral heel erg dat hij mooi en gevoelig was.

Het valt inderdaad wel op dat deze plaat jullie meest emotionele tot dusver is. Hoe ben je daar geraakt?

Andy: Dat komt vooral door de onderwerpen die ik er in aanhaal. Het gaat over familie en voor het eerst vader worden. Dat was zeer invloedrijk voor mij. Ik denk niet dat het een treurige plaat is, maar het is wel zeer emotioneel en tevens ook krachtig.

https://www.youtube.com/user/manchesterorchestra

De geboorte van je dochter was een belangrijk punt binnen het album. Kijk je nu anders naar de manier waarop je muziek maakt sinds die geboorte?

Andy: Het opende een volledig andere plaats in mijn hersenen waarvan ik het bestaan niet eens wist. Ik kreeg heel veel gevoelens die ik nooit eerder voelde. Je krijgt een verantwoordelijkheid in het leven en dat zorgt er voor dat je anders denkt over alles wat in de wereld gebeurt. Je denkt niet langer over de manier waarop het jou zal beïnvloeden, maar wel hoe het jouw kind kan beïnvloeden. Hierdoor ga je dus ook anders denken over muziek.

Kan je een voorbeeld geven van hoe je kijk op de wereld is verandert?

Andy: Het is niet alsof mijn volledige geloof of persoonlijkheid veranderde, maar het centrum van mijn universum is verplaatst. Het is gewoon een ander perspectief dat ik nu heb.
Robert: Om een echt tastbaar voorbeeld te geven: in het proces van het maken van de plaat, focus je meer op tijd. Je verliest tijd door in de studio te zitten, door op tour te gaan. Alles wat je doet, moet je dus met een bepaalde reden doen en niet zomaar wat rondspelen zonder doel. Jouw familie is de reden waarom je dit allemaal doet. Ze zijn de reden waarom we muziek maken, maar tegelijk ook het moeilijkste deel van muziek maken.

Hoe moeilijk is het dan om nu op tour te zijn, weg van jouw familie?

Andy: Wel,  op bepaalde momenten is dat zeer moeilijk. Ik heb in deze tour al Halloween met mijn dochter moeten missen. Ze was verkleed als een donut en toen ik met haar Facetimede, had ik het toch wel even moeilijk. Tegelijk ben ik er ook van bewust dat wat we doen bijdraagt aan de familie. Het is een soort van instinct, je bent een jager en wilt bijdragen aan de familie. Het draagt niet alleen bij voor mezelf, maar ook aan mijn familie.

Je schrijft veel over leven en dood op het nieuwe album. Is dat door de problemen die in deze wereld leven?

Andy: Het is zeker niet onze bedoeling geweest om zo’n plaat te schrijven. Toch voelde het wel beangstigend als we onze nummers samen staken en de wereld bijna uit elkaar viel, dat de songs als het ware op een gelijkaardige lijn lagen. Het was waarschijnlijk in mijn onderbewuste dat ik het meenam in de nummers. Desalniettemin heel verrassend dat het zo’n connectie had met alles.

Op het nieuwe album begint ieder nummer met ‘the’ behalve “Lead, SD”, is dit een buitenbeentje op de plaat?

Andy: Het merendeel van het verhaal op de plaat vindt plaats in die stad. Het is een kleine knipoog naar de mythologie op onze plaat. Ik hou er van dat er bepaalde concepten of easter eggs verborgen zitten in de plaat die iedereen dan moet onderzoeken. Ik zal zelf niet direct iets weg geven over de verborgen tips in de plaat, maar kan wel zeggen dat veel nummers een verband hebben. Het is veel fijner als je ze zelf vindt, dan blijft de plaat ook verrassen.

Van jullie vorig album, Cope, heb je ook een akoestische versie Hope uitgebracht. Van waar kwam dit idee?

Robert: Bij Cope hadden we van bij het begin een richting gevonden, maar we wilden meteen ‘all the way’ gaan. Er zaten grote lagen gitaar in die je constant in het gezicht sloegen. Toch hadden we het gevoel dat de nummers bestonden en op zichzelf konden bestaan zonder die grootse sound. De kern van de nummers moesten meerdere versies bevatten. Wanneer we dan Hope opnamen, voelde het een beetje alsof we de ‘duivel en de engel’ versie van ons album opnamen.
Andy: We wilden het volledige spectrum van onze songs laten leven. Het was iets dat we nog nooit eerder deden. We hadden het ook andere bands nog nooit zien uitvoeren. De twee albums kunnen heel sterk op zichzelf staan. Je luistert niet naar Hope en denkt “O, dit is een akoestisch album”. Nee, het is een album op zichzelf.

Het album kwam ook pas enkele maanden na Cope uit. Was het niet logischer geweest om ze samen uit te brengen?

Andy: Sure, maar we hadden gewoon geen tijd.
Robert: We waren klaar met Cope, gingen op tour en onmiddellijk erna namen we Hope op. Dit gaf de cyclus van de platen wat extra benen. Het zorgde er voor dat elk album apart wat meer ruimte kreeg en op zijn eigen manier kon worden verwerkt. Ik ben trots op beide platen onafhankelijk, en ze zouden ook zo gezien moeten worden. Als ze beide zouden gereleaset zijn zou dat eerder afleidend zijn en zou je niet zoveel tijd kunnen spenderen aan beide platen.

“The Silence” is het meest epische nummer van de hele plaat. Is dit bewust helemaal op het eind gezet?

Andy: Ja, we houden er van om te exploderen en uit te barsten. Dus wilden we 48 minuten wachten en op het eind dan alle opgebouwde spanning er uit laten. Het is de perfecte eindnoot voor onze plaat. Het nummer is voor ons een beetje als een sci-fi western. Galloperend op een robotachtig paard richting de woestijn. We wilden een beetje een Explosions In The Sky soort van vibe creëren.

Zijn er enkele invloeden die belangrijk waren voor dit album?

Andy: We probeerden naar niet veel meer albums te luisteren dan OK Computer (Radiohead) voor de drumsounds. We wilden dat onze plaat zo uniek mogelijk klonk, we wilden geen specifieke bandsound nadoen en eerder een eigen sound ontwikkelen. Het is nooit goed om te proberen klinken als iemand anders. Het is goed om referenties te hebben, maar we willen dat onze platen beter zijn dan de andere dus we doen alles op onze eigen manier. Dat is ook het grappige aan deze plaat. We hadden wel een idee van hoe we wilden klinken, maar wisten niet hoe we dat konden materialiseren. Het idee was om een futuristische folkplaat te maken, en hoe dat ging gebeuren, was nog mysterieus.

Jullie hebben ook al enkele zijprojecten gehad. Hoe helpt dit bij de evolutie van Manchester Orchestra?

Andy: Bij Manchster Orchestra schrijf ik rustige akoestische folknummers en steek ze dan in de Manchester Orchestra machine. Bij mijn soloprojecten probeer ik dit allemaal te vergeten en alle aspecten te nemen van wat ik al deed, maar dan in een eigenzinnig sausje te gieten. Het leerde mij dat we voor Manchester Orchestra niet altijd een luide rockplaat moeten maken. Het zorgt voor een wisselwerking tussen beide stijlen die we nastreven. Hierdoor ontstond ook het idee van een zachter album.

Krijg je dan meer vrijheid bij jouw soloprojecten?

Andy: Op een manier wel, hoewel mijn projecten veel in samenwerking waren. De producer is meestal een deel van wat ik wil doen. Ik probeer altijd te focussen op één album, en bij A Black Mile To The Surface had ik ook het gevoel dat het een soloalbum kon zijn. Ik wilde niets achterhouden en alles hierin steken.

In de video voor “The Sunshine” laat je een baby zingen. Hoe ben je op dat idee gekomen?

Andy: Onze vrienden The Daniels, die geweldige regisseurs zijn, kwamen met het idee. Het nummer is ook een ode aan mijn dochter, dus het voelde perfecte om een vreemde video mee te maken. De editing is niet helemaal perfect gedaan, maar dat maakt de video net zo goed en vreemd.
Robert: We probeerden om de baby de lyrics te leren, maar ze wilde niet luisteren. (Lacht)

Op zich is het ook wel grappig, is humor een belangrijk aspect bij jullie muziek?

Andy: Waarschijnlijk niet muzikaal maar het is het tweede meest belangrijke aspect van onze band, we lachen zeer veel. Het is belangrijk om het licht te houden, vooral omdat we zeer donkere nummers schrijven. Het is lastig om dat live te brengen, dus moeten we achter de schermen wel eens lachen om wat minder druk te ervaren.
Robert: Het is goed om eens te lachen. We zijn van nature grappige mensen, dus het is niet dat we het er lastig mee hebben.

Je hebt ook al enkele soundtracks geschreven. Hoe anders is het om voor een film muziek te maken?

Andy: Het is heel verschillend, het proces is helemaal anders. Je werkt met mensen die geen muzikanten zijn, dus je moet hen de visie uitleggen die je voor ogen hebt. Je moet ook hetgeen ze zeggen vertalen naar muziek. Dat was iets nieuws voor ons. Normaal gezien zijn wij het creatieve brein dat alles laat gebeuren. Hier is het iemand die jou vertelt wat ze willen horen. Het had ook een grote invloed op deze nieuwe plaat. We zagen muziek hierdoor als een sonisch landschap. Het bracht een idee van lagen bij aan de muziek. Als we vroeger een regengeluid wilden maken, zorgden we gewoon voor een geluid dat als regen klinkt. Nu gaat dat wat trager en bouwen we rustig op zodat we ook het gevoel die je bij die regen krijgt, er bij hebt.

Krijg je dan eigenlijk de beelden vooraf of hoe gaat dat?

Andy: Bij Swiss Army Man moesten we enkele nummers vooraf maken en daarna maakten we ook nog wat nummers bij de beelden van de film. Het is wel makkelijker om de nummers vooraf te maken, dat is veel meer zoals normale songwriting.
Robert: Dat is meer een ritme en refrein structuur. Wanneer je dan de film van muziek wilt voorzien, is er veel minder structuur. Wanneer je een geluid wat stiller of luider zet, een ander akkoord gebruikt, dan kan de dialoog die je ziet op het scherm helemaal een andere betekenis krijgen. Je kan de film dus snel verpesten maar evengoed kan je haar ook beter maken.

Jullie zijn al meer dan dertien jaar bezig. Wat is je in die tijd het meeste bijgebleven?

Andy: Het ultieme is natuurlijk dankbaarheid dat er mensen zijn die luisteren naar ons en dat we kunnen doen wat we willen doen. Volgend jaar zal ik voor de helft van mijn leven in deze band gezeten hebben. Ik ben samen met de band opgegroeid en op een bepaalde manier lijkt het alsof we nog steeds niet alles hebben uitgevogeld. Ik wil gewoon beter worden zowel in mijn leven als in mijn band.
Robert: Ik heb heel veel herinneringen aan de band, en die zijn allemaal zeer belangrijk. Bijvoorbeeld de eerste keer dat we naar Europa kwamen, vergeet ik nooit meer. We waren als band zo blut, maar kwamen met een breed perspectief waardoor de tour toch geslaagd was. De eerste keer in Parijs, de eerste keer in een bepaalde zaal, al die momenten blijven in ons geheugen gegrift. We zijn nog steeds onder de indruk dat er zelfs mensen naar ons toekomen en tickets willen kopen om ons te zien.

Is er dan nooit conflict geweest binnen de band?

Andy: Natuurlijk, dat hoort gewoon bij het leven.
Robert: Je moet breekbaar zijn om creatief te zijn. En wanneer je breekbaar bent, word je ook sneller gekwetst. Dat is het pluspunt aan al zo lang in de band te zitten. Je leert hoe je mensen niet moet ophitsen om er jezelf beter van te maken. Je leert iedereen te vertrouwen ookal is dat op het moment van de frustratie niet helemaal zo.

In Europa zijn jullie niet zo bekend als in jullie thuisland. Hoe komt dat denk je?

Andy: We zijn hier gewoon nog niet genoeg geweest! De manier waarop wij een publiek opbouwen is door shows te spelen en mond-aan-mond reclame na onze shows. Je moet een indruk maken op mensen en dat kan je het best live. Als ze dan over ons vertellen aan hun vrienden, komen er meer en meer mensen in contact met ons. Daarom blijven we ook touren, we blijven bezig met het opbouwen van onze band. We vinden het helemaal oké om ook eens enkele kleinere shows te spelen.

Is het toffer om kleine shows te spelen dan?

Andy: We doen het al een hele tijd. DIY-shows, kelderoptredens, slechte zalen, we hebben het allemaal meegemaakt. Het brengt ons terug naar de tijd toen het nog heel nieuw was als band.
Robert: We spelen dezelfde show als in grote zalen, maar er is een verschillende interactie met het publiek. Als er duizend mensen zijn en er iemand iets zegt, hoor je dat niet per sé. Met een kleiner publiek, krijgen de personen individueel veel meer kracht om iets teweeg te brengen.
Andy: Je voelt een connectie met iedereen bij een kleine show, bij grotere shows is het moeilijk om met iedereen een connectie te hebben.

Ben je zelf veel bezig met luisteren naar andere, nieuwe muziek?

Andy: We houden van alles dat blijft hangen eigenlijk. Nu we op tour zijn, luister ik wel minder muziek omdat ik dat minder plezant vind. We zijn zelf constant bezig met muziek te spelen en om tijdens de rustpauzes dan nog eens andere muziek te luisteren, zou te veel overload zijn. Ik ben een grote hip hop fan. Ik hou gewoon van songwriting, als dat goed zit maakt voor mij het genre niet meer uit.

Welke bands zou je ons aanraden?

Andy: Er is een groep uit Atlanta die onder de naam Mighty speelt. Die zijn wel erg goed. Daarnaast heb je ook nog O’Brother, Tigers Jaw en Foxing die echt geweldig zijn. Slothrust die nu met ons mee zijn in Europa. Het valt dus op dat we vooral fan zijn van bands in onze omgeving, dus als iemand ons een tip geeft beluisteren we dat wel altijd.

Hoe zie je de toekomst voor de band? Wat zou je nog graag verwezenlijken?

Andy: We begonnen met een tienjarig plan en eens we daar zaten begonnen nieuwe plannen. Nu zitten we aan een dertigjarig plan waarin we hopen om een discografie van platen te hebben die telkens meer opbouwen naar iets groots. De laatste plaat van ons voelde op vele manieren aan als onze eerste plaat, het was een soort nieuw begin maar dan als volwassenen en niet als tieners.

 /  /  / 

 

22 november 2017

About Author

Niels Bruwier Ook bekend als "Den Beir", oprichter van de site, leidt alles in goeie banen en schrijft ook wel eens iets.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief