Live, Recensies, Uitgelicht

Herfsthoogmis der alternatieve muziek op Pitchfork Music Festival Paris 2017

Het zou een leuk concept zijn om met Dansende Beren te ontwikkelen, maar vooralsnog laten we de organisatie van een festival aan ons voorbijgaan. Een andere muziekwebsite voert dit daarentegen wel al enkele jaren met succes uit. Niet van de minste ook, Pitchfork wordt vaak bestempeld als één van de beste in hun, en onze, branche. Een reden te meer om richting Parijs te trekken en te gaan kijken wat onze collega’s in elkaar flansten.

Wie geregeld eens de site van Pitchfork doorneemt, merkt al snel dat de redactie een voorkeur heeft voor alles wat arty-farty obscuriteiten (of Radiohead) betaamt. Deze literaire accenten vinden ook weerklank op de Europese hoogmis van de website. De Grande Halle de La Villete baadde langs buiten namelijk in een zee van rode neon. Flashy, maar eveneens erg stijlvol. Binnenin hield de productie de zaal aan de sobere kant, zwarte stoffen doeken zorgden voor een meestal meer dan behoorlijke akoestiek. Verder vonden we op de balkons onder andere een enkele schommels, een marktje met DIY-creaties en een flashtattoo-artiest. Buiten stonden ook wat fancy, dure foody-stalletjes. “Klinkt een beetje als Best Kept Secret”. Inderdaad, we hoorden bij het bestellen van een pakje friet al snel dat ze zelfs Nederlands personeel hadden geïmporteerd.

DAG 1

Voor ons begon het driedaagse herfstfestival met de dromerige muziek van Moses Sumney. Naast zijn verrassend breed vocaal bereik, charmeerde hij ons toch vooral met de de sterkte van zijn nummers en de details in zijn performance. Tussendoor gaf hij zijn optreden ook wat humoristische insteekjes, maar we krolden vooral van genot bij het sensuele “Make Out In My Car”. Slechts enkele minuten na afloop van Sumney zijn set begon This Is The Kit aan die van hen. Pitchfork Music Festival Paris werkt nu eenmaal met alternerende podia aan weerszijden van de zaal. We hadden nog nooit van de band gehoord, maar dat bleek achteraf ook geen schaamtelijk gat in onze muziekcultuur te zijn. Het folkproject van zangeres Kate Stables had veel weg van een liefdadigheids-muziekgezelschap. Veel lachende gezichtjes, maar weinig kwalitatieve nummers en een eerder tamme performance.

Vlug de hippie-vibes doorspoelen dan maar, gelukkig was daarvoor dan Chassol. Chassol belichaamde voor ons wat PMFP volgens ons hoort te zijn; een plek waar niche-muziek in de verf gezet wordt, daar waar ze op andere festivals de affiches sieren in het kleinste lettertype. Live harmoniseerden Christophe Chassol en z’n kompaan werkelijkheid en beeld aan de hand van boeiende soundscapes en projectie. Visueel allemaal erg aantrekkelijk, muzikaal gezien enorm inspirerend en verrassend. Het soft hiphop-aanvoelende optreden van Chassol durven we zelfs als “hedendaagse kunst in een toegankelijk muziekformat” te bestempelen. Next-up, de stevige elektronica van Rone, waarbij het feestje al startte alvorens de eerste digitale plaat aan het draaien ging. Hier overheerste bij ons toch vooral het gevoel van de gemiste kans. Erwan Castex die met een laptop op een dodelijk saai podiumstatief aan de slag ging, daar kom je midden in de nacht op pakweg Dour mee weg, maar in de setting van de Grande Hall viel dit toch wel érg kaal uit. Daarnaast werd Castex ook enkele nummers lang bijgestaan door een live-drummer. Fijne meerwaarde, maar zijn set had gerust wat meer verrassingen mogen bevatten. Hoogtepunt was, zoals we konden verwachten, de knaller “Bye Bye Macadam”.

Deze diashow vereist JavaScript.

De programmatie van Pitchfork Festival blonk dit jaar andermaal uit in contrasten, diversiteit en gewaagde keuzes. Dat er geen overlappingen zijn, maakte het voor muziekomnivoren een van de festivals bij uitstek om véél muziek op korte duur te beleven. De diversiteit in de line-up weerspiegelde zich in het meest gevarieerd gekleurde publiek waar we ons dit jaar al in bevonden.

The National – Copyright Tijs Delacroix – Dansende Beren

We keken gedurende de eerste festivaldag eigenlijk vooral uit naar de doortocht van woestenij Matt Berninger en de broederparen Devendorf en Dessner. Kortweg, The National. We waren duidelijk ook niet de enige Belgen die de band liever hier, dan in Vorst aan het werk wilden zien. Door de annulatie van de Bozar-optredens, werd dit hiernaast ook een eerste live-treffen met het nieuwste werk uit Sleep Well Beast. Deze albumtitel ligt toevallig ook in lijn met ons gevoel na hun passage in Parijs. Net ingevlogen uit de States, was de vermoeidheid duidelijk af te lezen bij de band. De gebruikelijke publieksduik verliep opmerkelijk rustig, Matt’s microstatief smakte slechts één enkele keer tegen de grond en de stembanden werden min-of-meer gespaard.

Gehuld door een prachtig, stijlvol lichtspel kregen we als opener het steeds-mooier-ouder wordende “Karen” te verwerken. Zonder gekke twisten, werd vlot de overgang naar het nieuwe “The System Only Dreams in Total Darkness” gemaakt. Samen met het ander nieuw werk, zo kregen we ondermeer ook “Guilty Party” en “Day I Die” te horen, hield dit nummer zich mooi staande. De ganse set kreeg met dank aan de nieuwe nummers een subtiele, extra touch waarin het oudere werk niet als routine-materiaal werd gehanteerd. De mindere intensiteit bij de uitbarstingen van Berninger zorgde er zelfs voor dat we ons nog meer gingen toeleggen op de wondermooie melodie van bijvoorbeeld een “Bloodbuzz Ohio”.

The National – Copyright Tijs Delacroix – Dansende Beren

Toen de lampen oplichtten in het prachtige dak van La Grande Hall, voelde het voltallige publiek zich het slachtoffer van een anticlimax. Bij aanvang van “Terrible Love”, wat uiteindelijk het laatste nummer bleek, had de halve band “Mr. November” in het achterhoofd. Matt lachtte er eens om, de band hernam de intro, maar hierna volgde geen bisrondje en bijgevolg ook geen “Mr. November”. We voelden ons misschien een klein beetje ‘fucked over’, door de band. Geen liefde verloren weliswaar. Wat we wel – met ietwat getemperde intensiteit – te horen kregen, was voorspelbaar mooi en oerdegelijk gebracht.

DAG 2:

Onze eerste muzikale inhalering van de tweede dag, werd Cigarettes After Sex. Deze act is al maanden druk aan het touren, waardoor we stilletjes aan de optredens met elkaar kunnen afwegen. Helaas concluderen we hierbij dat eenmaal je Cigarettes After Sex gezien hebt, je ze gerust een paar keer kunt overslaan. De band lijkt stil te staan in hun performance-progressie. De toetsenist gedraagt zich nog steeds ongemakkelijk op een podium, dat terwijl de nummers zelf geen seconde afwijken van de ge-release’te variant. De Cigarettes After Sex smaakten zo als een symptoom van een verslaving. Nog steeds lekker, maar met een merkbaar afnemend genot naarmate de episodes passeren.

Cigarettes After Sex – Copyright Tijs Delacroix – Dansende Beren

Zij die ingedommeld waren, werden door Tommy Genesis op muzikale wijze in het klokkenspel gegrepen. Met haar #dickshit #clitshit catalogiseren we deze felle griet in de feminisisterhood van M.I.A., Azealia Banks en Princess Nokia. Tommy heeft haar ravissant lijf weliswaar niet nodig om ons en de rest van haar publiek aan de lippen te doen hangen. Het contrast tussen haar fitgirl-lijf en de agressiviteit waarmee ze haar raps uit haar keelgat rhyme’de, gaf ons een gigantische energieboost.

Die energie konden we goed gebruiken bij het dansfestijn dat Sylvan Esso op poten zette. Die begonnen braaf, maar eenmaal Amelia haar danskriebel te pakken had, leek een carrière bij Rosas of Ultima Vez zeker ook nog tot haar mogelijkheden te behoren. Niet al te hoogdravende electro en een stem die qua scherpte en felheid zeker in de weegschaal kan gelegd worden met die van ondermeer Beth Ditto (Gossip). De podiumplekjes op Pitchfork Music Festival zijn schaars, dus stampte ze samen met haar elektromagiër zo veel mogelijk nummers in hun korte festivalset. Een band die het wil maken door ervoor te werken, zo zagen we het graag. Nog zo’n band die de entertainmentwaarde hoog trachtte te houden, was Isaac Delusion. We benoemen ze graag tot fijnste optreden van deze editie. Pitchfork is al lange tijd wild van ze, nu begrijpen we ook waarom. De jonge Fransen combineerden opzwepende elementen van Franz Ferdinand met de vagere stemlijnen van alt-J. Dit alles in een jasje van harmonische electro-pop.

Deze diashow vereist JavaScript.

Hierna kregen we nauwelijks tijd om terug van mindset te switchen, maar de show van Rejjie Snow bleek die switch de moeite waard te zijn. We zagen hem deze zomer al eens eerder aan het werk in Parijs (Rock En Seine). Toen speelde hij eerder op cruisecontrol, ditmaal stond hij er met een Lil-John-look-a-like-dj die in tegenstelling tot de dj toen wel een merkbare, eigen inbreng aan de set had. Rejjie zelf was ook grimmiger en meer gefocust op zijn dagtaak. De tracks klonken op die manier meer dan vijftig tinten donkerder dan onder de augustuszon. Om het met zijn jacketbrand te zeggen, was dit op vlak van hiphopconcerten een Supreme optreden.

Tussen al dat jonge geweld, durft Pitchfork het ook aan om de festivalgangers tussendoor met een geheel ander muzikale uithoek te laten kennismaken. Zo zagen we vervolgens Kamasi Washington aan het werk, die deze zomer op Gent Jazz een best imponerende set bracht. Typerend aan jazz, zijn onder andere de lang uitgesponnen nummers, waardoor de muzikanten enkel “Re Run”, “LeRoy & Lanisha” (met de papa van Kamasi), “Truth” en “The Rythym Changes” hoefden te spelen om hun setduur volledig in te vullen. Hadden ze langdradige bandlid-voorstelling achterwege gelaten, had er misschien tijd geweest voor een extra nummertje. Maar laten we voor nu langdradige bandlid-voorstellingen dan ook maar gewoon als een ongeschreven regel aanschouwen. Deze confrontatie met jazz bleek niet voor iedereen weggelegd, waardoor het geroezemoes naarmate de set vorderde, aan decibel toenam.

Deze diashow vereist JavaScript.

Jungle, als Dansende Beren cliënteel ken je ze hoogstwaarschijnlijk nog, maar zou je ze anno 2017 ook als headliner voor uw festival boeken? Het is de hamvraag waar we voordien, tijdens en nadien mee zitten en zaten. Wat zouden de selectiecriteria zijn om het tot headliner van Pitchfork Music Festival te schoppen? De band bracht al drie jaar geen nieuw album uit en dwaalde in die tijd af richting het few hits wonder-segment. Zo kwam het optreden van Jungle ook bij ons binnen. De hiërarchie in de band is na al die tijd nog steeds aan de vage kant en geluidstechnisch was dit ook de eerste maal dat we er kleine klachten bij hadden. Het meest opmerkelijke aan de show van Jungle was, wat ons betrof, de podiumopstelling. Een knappe gloeilampen-lichtbak, waarin het bandlogo mooie smartphone-plaatjes op Instagram zal opgeleverd hebben. Was het dan een slecht optreden? Neen, dat niet. De zang was behoorlijk, instrumentaal was het behoorlijk, performances-matig was het behoorlijk. Maar van een headliner verwachten we uiteraard iets meer dan ‘behoorlijk’. We wachtten stiekem de monsterhits “Time” en “The Heat” af, die natuurlijk het publiek in extase bracht. Zou de meerderheid van het publiek ook ten volle van de andere nummers genoten hebben? We hadden het onze buren achteraf misschien beter gevraagd.

Graag steken we ook een pluim op de hoed van de P4K-organisatie. Het festival was uitverkocht, maar nooit voelde je als een sardine in blik. Elke festivalbezoeker, op de frontlinie-diehards na, beschikte bij elke show over voldoende plaats om even de beentjes te kunnen strekken en je min-of-meer eenvoudig richting sanitair of bar te kunnen begeven. Voor de mensen die het zich zouden afvragen, het sanitair was netjes en Heineken valt ook in Parijs nauwelijks te drinken. Gelukkig waren er zelden tot nooit wachtrijen, mede dankzij het cashless-systeem dat er gehanteerd werd. We vragen ons af wanneer de grote festivalspelers nu eindelijk eens diezelfde stap zullen zetten.

Deze diashow vereist JavaScript.

DAG 3

De slotdag van Pitchfork Music Festival 2017 zetten we in met een chouchou van de Dansende Beren-redactie, Sigrid. De Noorse popprinses stond ons ondermeer op Pukkelpop te woord en won onlangs ook een volgepakte AB Club voor zich. In Frankrijk vielen er voor haar wel nog wat potten te breken, als we kijken naar de eerder beperkte opkomst voor deze dagopener. Ze had haar schattig smoeltje nauwelijks opengezet of haar Franse fans schreeuwden het al uit van contentement. Ook hier voldeed ze aan het verwachtingspatroon; podium betreden, niemand onberoerd laten en terug vertrekken naar de volgende horde richting eeuwige roem. Jammer genoeg was er ook een behoorlijke “Plot Twist” in haar set, want door een kleine miscommunicatie bleek ze minder tijd te hebben dan voordien gerekend.

Hoe luid het publiek ook, “one more song, one more song”, scandeerde, aan de andere kant van de zaal maakte Sônge zich klaar om het podium te betreden. Deze française met Ethiopische roots wordt omschreven als ‘grote belofte’, maar zal toch wat grotere stappen moeten zetten om het effectief te kunnen maken in de toekomst. Wat verkocht werd als een ‘reis gedragen door synthgeluiden’, bleek simpelweg ‘een zanglijn aanbrengen over beats die veel weg hebben van Flume-tracks’. Snel over naar Tom Misch dan maar, die in maart ook zal aantreden in de AB. Deze kerel wisselt met zijn podiumgenoten (waaronder zijn zus op de saxofoon) instrumentale, loungy nummers met lichte jazzpop-nummers waarop hij ook heldere zang (met prachtige uitspraak) uit zijn knap kopje laat klinken. De variatie in zijn set maakte dat onze aandachtsboog behoorlijk rekte. Zou “Watch Me Dance” nog een radiohit kunnen worden? Mi(s)sch-ien wel, want ook de live-variant stond als een huis.

Deze diashow vereist JavaScript.

Van loungy-ness was er bij Loyle Carner daarentegen helemaal geen sprake, vol enthousiasme, geconcentreerd en enorm gedreven stak deze Britse rapper van wal en viel gewoon niet te stoppen. Loyle deed er alles aan om zijn energie over te brengen naar het publiek, wat ook duidelijk door de massa werd geapprecieerd. Rappen is een talent an sich, maar Carner heeft de vaardigheden en technieken als professional meer dan onder de knie. Denk qua stemkleur aan Rizzle Kicks, maar met de rap-skills van pakweg Tyler, The Creator.

Bij een optreden van het nu-jazzkwartet BADBADNOTGOOD gaat het niet zo zeer om de nummers die ze al dan niet spelen. Bij deze band gaat het wel om de beleving die je als toeschouwer ervaart en de trip die je terwijl doormaakt. De band liet hoofdzakelijk hun muziek voor zich spreken, maar kwamen toch enkele malen verrassend uit de hoek. Tijdens een ritmesectie haalden ze gekke ballerinafratsen uit, het is niet iets wat we pakweg Kamasi Washington zien doen. Matthew Tavares, Chester Hansen, Leland Whitty op de sax en spreekbuis van de band, Alexander Sowinski achter de drums hielden iedereen vijftig minuten lang zoet met hun moody melodieën en soms hiphopperige uitspattingen. De manier waarop de heren daarnaast de nummeropbouw op magistrale wijze uitwerkten richting diverse climaxes, was ook geen kattepis.

Puberpunkband Blink-182 hanteren als wachtmuziek en kort erna “Who that is, hoe? / That girl is a tomboy!” in haar micro kletsen. Princess Nokia houdt er nu eenmaal niet van de voorgeschreven regeltjes te volgen, dus opent ze naar goeie gewoonte gewoon met haar grootste hit. Die rebellie lijkt in Frankrijk enorm aan te spreken, qua opkomst moest Destiny Frasqueri namelijk zeker niet onderdoen voor de headliners op de affiche. Helaas bloedde de set stelselmatig wat dood. En neen, finaal “Wait and Bleed” van Slipknot als heilmiddel gebruiken, zal daar dan niet bij helpen.

Deze diashow vereist JavaScript.

Tijd voor de laatste headliner, alvorens het slotnacht-programma in gang werd getrapt. Run The Jewels werd door Best Kept Secret afgelopen jaar, verrassend gebombardeerd tot headliner en speelde toen de hele weide plat. Reden te meer om de hardgaande hiphop Amerikanen ook richting Pitchfork Parijs te halen om dezelfde affichespot in te vullen. De jongens gingen van begin af aan hard, pompend hard, maar toch hielden de bro’s from other mo’s het aan de beschaafde kant. De cannabis-verwijzingen hebben bijvoorbeeld grotendeels plaatsgemaakt voor een preek over seksueel overschrijdend gedrag tijdens concerten. Jammer dat het nog verkondigd dient te worden, terwijl het common sense hoort te zijn.

Net zoals bij Cigarettes After Sex kregen we bij RTJ wel het gevoel alsof de band op autopiloot speelde. De show gaf ons tot en met de danspasjes veelvuldig deja-vu-momenten naar eerdere performances. Misschien was dit gewoon het hergebruiken van hun succesrecept? Niemand bleef stilstaan bij knalschijven als “Oh My Darling”, “Blockbuster Night, Part One” en “Close Your Eyes (And Count To Fuck)”. Helaas paste een ander succes-ingrediënt, “Love Again”, blijkbaar niet meer in hun hiphop-dieet. Waardoor we toch een beetje op onze honger bleven zitten. Dan maar als afsluiter een snelle hap meenemen van The Blaze die hun set begonnen in een futuristische, be-projecteerde ‘box’. Naarmate hun beatstroom verderdreunde en knisperde, opende de box zich volautomatisch en transformeerde het zich tot sidewalls waar de projectie op verderging. Een technologisch hoogstandje, maar vooral overweldigende soundscapes door het duo zelf. De overblijvers aan de kant van het Run The Jewels-podium werden richting The Blaze gezogen en dansten het nachtgat in. We hadden er toen al drie intensieve festivaldagen opzitten en besloten op dit onverwachte hoogtepunt te eindigen.

Deze diashow vereist JavaScript.

Het verdict na drie dagen Parijs; Pitchfork pakte uit met een gevarieerde affiche en trok op deze manier een zeer divers publiek aan. Veel van de acts, waaronder de headliners, maakten een weliswaar herfstdipje door. Gelukkig stonden er andere, verrassende namen op scherp en werd Pitchfork Music Festival Paris 2017 de muzikale herfsthoogmis voor fans van alternatieve en ondergewaardeerde muziek.

7 november 2017

About Author

Tijs Delacroix Managet en boekt als OENGER, is Cultuurmanager vermomd als ambtenaar.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief