Live, Recensies

Ludovico Einaudi @ Vorst Nationaal: Meester in de eenvoud

Italiaanse flair en onversneden romantiek: dat waren de twee ingrediënten waarmee de Italiaanse componist Ludovico Einaudi een afgeladen volle Vorst Nationaal wou inpakken. Op papier werd het een moeilijk doordringbare set – Einaudi die het hele concert met zijn rug naar het publiek zat en geen woord zei – maar dankzij de universele taal van muziek wist hij toch het publiek mee te sleuren op een romantisch boottochtje doorheen Italië.

Gewoon zitten en spelen. Zo stak Einaudi samen met zijn vijfkoppige band van wal. Het rustig kabbelende “Petricor” was een uitstekend nummer om de avond mee te openen. De kalme piano bouwde langzaam op naar een hoogtepunt, terwijl een gitaar en twee violen voor de subtiele details en arrangementen zorgden. Een trucje dat hij later nog meermaals zou gebruiken, maar dan vaker met een veel doeltreffender resultaat. Ook “Elements” voelde als een opwarmertje aan.  Maar wanneer Einaudi op het einde zijn handen van het klavier haalt, en ze theatraal in de lucht steekt, maakt dat wel keer op keer indruk. Pas wanneer hij al heel vroeg in de set het meesterlijke “Divenire” inzet, gaan heel wat smartphones de lucht in. Je kon steeds de populariteit of herkenbaarheid afmeten aan het aantal brandende lampjes van mensen die foto’s of filmpjes namen. Op andere concerten zouden we dat ergerlijk of zelfs ronduit onbeschoft vinden, maar bij Einaudi leken de oplichtende schermpjes nog meer op een sterrenhemel en bracht het zo op een ietwat aparte manier ook wat sfeer.

Wat een avond 🎹❣️ #LudovicoEinaudi #kippenvel

Een bericht gedeeld door LVG (@lisavangalen) op

Einaudi studeerde in de jaren ’80 aan het Conservatorium van Milaan en kwam daarna vooral aan de bak als filmcomponist terwijl hij ook gestaag aan zijn eigen composities werkte en uitbracht. Toch duurde het tot de begin jaren 2000 voor hij wereldfaam verwierf met het schitterende Una Mattina (2004) en opvolger Divenire (2006). Zijn fragiele doch meeslepende stukken werden daarna uitvoerig in series, commercials en films gebruikt, hierdoor heb je sowieso ooit al eens een nummer van hem horen voorbij waaien. Hij stelde zowel de casual luisteraar als de iets fanatiekere fan tevreden. Met uitgepuurde versies van “Una Mattina” en “Fly” wist hij met gemak te ontroeren. De vele nummers van Elements (2015) toonden dan weer een andere en soms donkere kant van Einaudi’s werk. De dreigende gitaren en stuwende drums (al hield de multi-percussionist het vaak op een simple tamboerijn) waren de perfecte soundtrack voor een zwanger wolkendek dat op punt staat los te breken. Op “Chronos” leek het zelfs even te stormen en te bliksemen. Al zat de flitsende lichtshow daar ook wel voor wat tussen.

Die afwisseling tussen licht en donker zorgde ervoor dat beide kanten beter uit de verf kwamen. “Newton’s Cradle” deed je haren overeind komen, niet door het kippenvel, maar wel door de steeds opbouwende dreiging en onderhuidse spanning. Wie enkel voor de stroop en romantiek van zijn ‘hits’ kwam, zal toch even vreemd opgekeken hebben. Einaudi toonde zich veelzijdig en ook zijn band wisselde vaak van instrument. Zo werd het nooit echt saai en maskeerde hij ook wat gelijkaardige stukken door er net en andere draai aan te geven.

About last night! 🎼 #ludovicoeinaudi#vorstnationaal#pianomusic#wonderful

Een bericht gedeeld door Marie-elle Miclotte (@marieellemiclotte) op

Toch overtuigde Einaudi het meest in zijn puurste vorm. Halverwege het concert stuurde hij zijn band naar de coulissen om bijna een kwartier lang alleen Vorst Nationaal te trotseren. Dat hij niet alleen ontroerde maar ook begeesterde en het publiek muisstil kreeg, is een prestatie om u tegen te zeggen. Elk hoestje of rollend bekertje werd met een priemende blik beantwoord. Einaudi plaagde het publiek zelfs door zijn nummers steeds te laten uitdoven en net wanneer het applaus zou losbreken, wierp hij er snel nog enkele noten tussen. Op het einde van “Una Mattina” keek hij zelfs eventjes achterom alsof hij het publiek uitdaagde.

“Numbers” leek dan weer op het eerste gehoor een mismatch tussen een vrouwelijke computerstem, een subtiele pianomelodie en minimalistische visuals, maar overtuigde ons gaandeweg van zijn pracht. Leek iets niet te kloppen, dan bracht Einaudi genoeg argumenten op tafel om je toch over te halen. De stevige piano in “Eros” of “Newton’s Cradle” herinnerden ons dat een piano nog altijd een slaginstrument is. Telkens wanneer Einaudi sterk uithaalde, speelde hij er een liefelijk en troostend stuk erna. Haat en liefde liggen dicht bij elkaar en dat maakte de Italiaanse componist duidelijk met enkel een pianomelodie. Daar werd het ware genie van Einaudi duidelijk, de manier waarop hij emotie kon overbrengen met enkel zijn piano, terwijl het publiek enkel op zijn achterhoofd zat te kijken en slechts van zijn lichaamstaal het gevoel kon aflezen.

Slechts twee keer draaide Einaudi zich om naar het publiek; om applaus en een staande ovatie in ontvangst te nemen. Pas helemaal op het einde, na de bissen, nam hij een microfoon ter hand om zijn band voor te stellen en om het publiek hartelijk te bedanken. ‘Gracie mille’, ‘Arrivederci’ en ‘Alla prossima’ waren het enige Italiaans dat wij konden antwoorden.

Setlist:
Petricor
Elements
Divenire
Newton’s Cradle
Four Dimension
The Tower
Piano Solo
Una Mattina
Fly
Numbers
Eros
Experience

Bis:
Fuori Dal Mondo
Choros

7 juli 2017

About Author

Jasper Verfaillie


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief