Live, Recensies

Leffingeleuren 2016: Zonnige verjaardagseditie met veel gitaren

Leffingeleuren

Leffingeleuren vierde dit jaar zijn veertigste (!!) editie al. Het festival ging vorig jaar back to basic met rond de kerk een dorpsfeest en wat concerten als bijzaak. Ook dit jaar bleven ze bij dit recept en ook dit jaar bleek het te werken. Concerten van Thurston Moore, Nothing en Julia Jacklin maakten er ook dit jaar weer een topeditie van. Wij waren er de volle drie dagen en maakten er een verslagje van.

De oudste jongeman

Louis Berry

Louis Berry is slechts zesentwintig jaar maar maakt muziek alsof hij in de sixties werd geboren. De man rockt er op los en bedankt zijn gitaar om hem uit de criminaliteit te halen.  Bij zijn eerste show op het Europese vasteland start Louis Berry erg snedig en geeft hij meteen aan waar hij voor staat: ruwe rock ’n roll. Berry komt uit Liverpool en dat valt meteen op wanneer hij het publiek toespreekt. Een uitgesproken dialect doet het publiek glimlachen, het is vooral erg charmant. Hij speelt met passie en brengt het publiek al van bij het begin aan het dansen. Tijdens het middendeel brengt hij wat ballads, want ook daar staat deze man voor. Met “Cocaine” en “Rebel” zet hij zijn afkomst nog eens duidelijk in de verf en Berry sluit op een springgraag refrein af.

Stomste film op de achtergrond

Eagulls

Eagulls verzorgde een grijze, donkere set waarbij gekrijs geen taboe is. De band bracht op de achtergrond een stomme film zodat de toeschouwers ook nog wat te zien kregen tijdens de show. Het podium zit er wat kil bij waardoor we zo wat afgeleid worden van wat erop gebeurt. Zweverig, maar soms iets te zweverig waardoor het geluid verzuipt in alle dromerigheid. Toch brengt Eagulls enkele stevige punknummers met “Possesed” en “Tough Luck” als hoogtepunt. De Britten lieten naast deze punknummers ook wat New Wave optekenen net zoals ze ook wat Emo brachten. Het publiek kon er geen lijn in vinden en wij ook niet. Desalniettemin kon je lekker wegdromen en schreeuwde zanger George Mitchell je van tijd tot stond wakker.

Meest legendarische artiest op de affiche

Thurston Moore

Legendarisch was een woord dat we volop hoorden weerklinken op vrijdag toen Thurston Moore en zijn band nog moest optreden. De frontman van Sonic Youth is de headliner van het weekend en ook het publiek op vrijdag kwam duidelijk voor deze man. Het begon dreigend met “Forevermore” dat hij zo lang als mogelijk uitspon met de nodige distortion en gitaarsolo’s tot gevolg. De trippy, spacebeelden op de achtergrond versterkten het trancegevoel die de meesten kregen bij het concert. Er was ook plaats voor nieuw werk, “Cease Fire” is een vuil en zwoel nummer dat erg stevig klinkt, het doet uitkijken naar de nieuwe plaat.

Repetitief maar toch boeiend, Thurston Moore weet hoe hij een publiek moet blijven entertainen. Door af en toe wat te spelen met geluid en experimentele klanken, zorgt hij voor de nodige rustpauzes in een voornamelijk stevige set met de gitaar als centraal punt. Een verademing voor de fans, een leuke ontdekking voor de liefhebbers.

Minst volle fles Jack Daniels

Matthew logan Vasquez

Echte americana rockers, de mannen van Matthew Logan Vasquez. De man was in een vorig leven frontman van Delta Spirit maar laat in zijn soloproject de demonen los met alle gevolgen van dien. Een los concert waarin niets moet en alles mag. De band speelt vooral op de improvisatie wat tot klungelige tussenstukken leidt wanneer ze een nieuw nummer inzetten. Toch is het net deze vrije attitude dat dit concert zo uniek maakt. De band voelt helemaal geen druk en brengt verschillende solo’s. Soms verliezen ze zichzelf in het geheel maar wanneer Matthew Logan Vasquez dan een oerschreeuw bovenhaalt, weten we weer waar het op staat. Met “Everything I Do Is Out” als afsluiter, knalt hij het optreden op zijn eind. Een waanzinnige set met zowel kalmerende als hevige songs maar met de gitaar als centraal punt. En die halfvolle fles Jack Daniels? Die was er tegen het eind van het concert helemaal doorgejaagd.

De band met leden die het meeste optredens op Leffingeleuren verzorgen

Warhuas

Warhaus is een kleine Belgische supergroep met leden van onder meer Faces On TV (Jasper Maekelberg) en Soldier’s Heart (Sylvie Kreusch). Dat die twee andere bands dan ook nog eens op het podium in Leffinge staan, zorgt er voor dat je sowieso wel iemand van de drie aan het werk zag. Met Warhaus krijgen we Maarten Devoldere die zijn offspin van Balthazar maakt in een donker sfeertje. Met een album “We Fucked A Flame Into Being” (geschreven op een boot) op zak, brengt Warhaus zijn charme naar een redelijk volgelopen zaal.

Het concert is boeiend vooral door het genie van Jasper Maekelberg die zowat alle instrumenten speelt. Met Sylvie Kreusch heeft Devoldere daarnaast nog eens een persoonlijke danseres bij. Ze zingt bij de meest zwoele nummers mee en verzorgt nog eens de sensueelste danspasjes. Toch is het vooral “Memory”, waarin Devoldere helemaal alleen een zaal stilkrijgt, het hoogtepunt. Hij lijkt zo op een predikant wanneer hij een parlando inzet. Voor ieder wat wils dus bij Warhaus, een project dat vooral leeft op melancholie.

Beste groepsnaam die niet echt iets te maken heeft met Gustav Mahler

Dag twee van Leffingeleuren ging verder waar dag één eindigde: met talent van eigen bodem. Mahler, een jonge band uit Gent, bracht een aanstekelijke mix van indie, dream pop en britpop. Slimme tempowissels, samenzang en een onverwachte cover van Kylie Minogue zorgden voor de nodige afwisseling. Gaandeweg namen de synths het over van de gitaren en profileerde Mahler zich als een alternatief voor fans van Amongster of Warhola. Klassiek componist Gustav Mahler mag dan al 100 jaar overleden, de band Mahler is nog piepjong en springlevend.

Beste onbekende maar wel in het buitenland gekende Belgische band

Hun nieuwe single ‘Curse’ werd al gedraaid door Zane Lowe en op BBC Radio 1. Aan adelbrieven geen gebrek dus bij Felix Pallas. Ondanks het vroege uur stond er toch wel wat publiek om hun eerste show van 2016 bij te wonen. Pallas’ sound schurkt ook nauw aan tegen die van generatiegenoten Bazart (waar frontman Simon Nuytten ook deel van uit maakt) en Oscar And The Wolf, ook al moeten ze het zonder de hype stellen. Onterecht, want Felix Pallas kan net zo goed een zaal inpakken. Ze wisselden steeds donker wordende synths af met meeslepende melodieën. Toen frontman Nuytten op het einde zijn eigen stem door een vocoder haalde en zo een prachtig gelaagde sound creëerde, had het haast iets sacraals. Hun eerste concert van 2016 legde de lat meteen heel hoog en het zal wellicht niet de laatste keer zijn dat Felix Pallas er over springt.

Beste imitatie van de hamburglar

“Everything is going wrong, but you can’t tell,” biechtte Mike Krol op ergens halverwege zijn set. Daarmee vatte hij het concert perfect samen. De Californische garagerock van Mike Krol rammelde langs alle kanten, maar werkte aanstekelijk. Met een masker en een zwarte cape leek frontman Mike Krol net weggelopen uit juwelenroof in een cartoon. Ook zijn bandleden hadden een gestreept uniform aan, waardoor de band eerder een uit de hand gelopen grap leek te zijn. Maar dan wel een goeie, die aanstekelijk werkt en die het verdient om naverteld te worden. Krol zelf ontpopte zich tot een volleerd frontman: door het publiek lopen, op de basdrum staan … Op het einde liet hij nog weten dat hij te vinden zou zijn aan het kraampje met wafels. We kunnen hem geen ongelijk geven.

Minst aantal Chili pepers

De Chileense band Föllakzoid werd aangekondigd als een band die geen stress kent. Een half uur voor het optreden moest er nog een effectpedaal gerepareerd worden en dat gebeurde in alle rust en kalmte. Dat een effectpedaal zo cruciaal zou zijn, werd al na enkele minuten duidelijk. Föllakzoid speelde slechts een viertal nummers, maar de opbouw was steevast dezelfde: een drumbeat en echoënde gitaren. Nummers kan je het eigenlijk moeilijk noemen, het zijn eerder lang uitgesponnen jams van tien minuten en langer rond een centraal idee, riff of beat. Leuk, maar op een jam interessant te houden moet je genoeg ideeën, variaties of tempowisselingen hebben en daar lag het probleem van de Chilenen. De nummers die ze speelden klonken onderling inwisselbaar en blonken uit in gebrek aan frisse of meeslepende ideeën. Sommige riffs of beats klonken wel goed, maar na enkele minuten was het beste er ook wel af. Toch werd de psychedelische trip wel gesmaakt door het publiek, al hebben wij het al anderen beter zien doen.

Beste maat voor niets

Nothing

Als je band de naam Nothing draagt, maak je het journalisten wel heel moeilijk om geen flauwe mopjes en woordspelingen te maken. Een maat voor niets, dat was Nothing zeker niet. Integendeel. De Amerikaanse shoegazerockers zetten een sterk concert neer dat helaas ietsje te vaak onderbroken werd. Startten ze nog furieus met Fever Queen en Vertigo Flowers, dan haalde het langdurige stemmen van hun gitaren steeds de angel uit hun set. Frontman Domenic Palermo is allesbehalve een spraakwaterval en probeerde toch de stiltes op te vullen met wat vraagjes en verhaaltjes. Nothing blonk vooral uit als het wel speelde. Kopjes naar beneden en niet omkijken.

De meest West-Vlaamse band

Met Idiots krijgen we een kruisbestuiving tussen Kortrijk en Roeselare (en ook een beetje Bevergem). De band brengt vuile rock ’n roll met een twee oude rotten en twee jonge veulens (vul zelf aan wie wie is). Toch is het vooral frontman Luc Dufourmont die alle aandacht opeist. Door zijn smerige stem en uitgesproken mening over alles, is hij de lijm die de band samenhoudt. Met Wouter Spaens op de gitaar is er ook een energiek springkuiken die zich volledig geeft wanneer ze eens wat sneller spelen. Het zit de band erg diep dat ze niet worden gespeeld op de commerciële radio, het leidt tot gevloek bij de frontman en dat in het huis van god! Toch is hun prettige punkrock iets wat zich snel in de oren wentelt. Het klinkt tof, aanstekelijk en erg meezingbaar met een uitgesproken zwoele bas en snedige gitaren en drums. Live trekken ze alvast genoeg publiek en ook Freddy De Vadder zag dat het goed was.

Minst westerse band

Imarhan

Veel nieuwsgierigen voor Imarhan, de band uit Algerije brengt opzwepende Touareg rock. Het vijftal begint wel erg rustig, gewoon om de sfeer er wat te laten inkomen. De twee percussie-instrumenten bepalen het tempo waarna de gitaren de desertrock sfeer compleet maken. Na het tweede nummer gaat het publiek aan het dansen en voelt De Kapel plots aan als een zonovergoten woestijn. Naarmate het concert vordert, gaat de snelheid alleen maar de hoogte in. Met de vierstemmige samenzang, krijgen we nog wat extra warme stemming bij Imarhan. Zelf amuseren ze zich ook kostelijk en dat maakt dit concert alleen maar fijner. Een leuke nieuwe band uit Algerije waarbij je de beste exotische danspasjes nog eens uit de kast kan halen.

Beste reünie (die niet om geld te doen is)

Na twee platen met Raketkanon keerde zanger Pieter-Jan Devos terug naar zijn eerste liefde, Kapitan Korsakov. Een reünie, een wederopstanding, een terugkeer door de grote poort … noem het hoe u wil, het was meteen duidelijk dat het een blij weerzien was. Als Devos al na één minuut zijn microfoon tegen de grond keilt, weet je dat het menens is. Bij Raketkanon jongleerde Devos tussen synths, gitaar en stemeffectjes, bij Kapitan Korsakov kan hij zich volledig laten gaan op zijn gitaar en – iets wat moet doorgaan voor – zang. Een dik uur lang lag de Kapitan op ramkoers, om op het einde toch nog een zwaai te geven aan het roer en af te sluiten met een post rock nummer zoals alleen Explosions in the Sky ze maakt. In de bisronde liet Devos zich letterlijk op handen dragen (iets wat het publiek al het hele concert figuurlijk deed). Kapitaal Korsakov is terug en heel Leffinge en omstreken zal het geweten hebben.

Beste moves van het festival

Op Leffingeleuren zagen we verschillende artiesten dansen, veel toeschouwers deden hetzelfde maar er was niemand die kon tippen aan Dinner. De man heeft geen band nodig, dat zou de aandacht enkel maar afleiden van hemzelf. Hij brengt op een bandje dansbare muziek die in het begin wat vreemd lijkt, maar na enkele nummers gewoon erg dansbaar blijkt. Dinner doet het eerst nog met een vreemd goudkleurig doekje op zijn hoofd, maar gooit daarna alles in de strijd om iedereen aan het dansen te krijgen. Zijn moves doen wat denken aan een mislukt fitnessfilmpje die mensen vroeger op tv konden kijken, maar bij de Deen werkt het want iedereen danst mee. Enkele catchy beats, vette danspasjes en enkele zelfrelativerende bindteksten (“Dat was geen luid applaus, maar jullie zijn tenminste niet weggelopen tijdens de song. Dit is voor mij het beste applaus”), meer heeft Dinner niet nodig om een publiek te entertainen.

De harigste stonerband

Truckfighters

Truckfighters haalt het beste uit wat er in de jaren 90 bij de stonerrock gebeurde, maar brengt het nu. Denk dus aan Kyuss, Queens Of The Stone Age of Monster Magnet maar evengoed ook wat Black Sabbath. Stoner rock met een metalinvloed dus, en de gasten komen uit Zweden kan het nog beter? Het publiek is eerder beperkt maar dat zorgt er niet voor dat de band een minder explosieve set neerzet. Gitarist Dango loopt van bij het begin als een gek in het rond en brengt solo’s die strak en direct zijn. Het publiek headbangt er op los, het gaat zelfs zo ver dat er op een bepaald moment een dame het podium opkruipt om het stereotiep van de mannelijke headbanger te doorbreken. De band lijkt het te appreciëren, zo’n achtergronddanseres, idee voor in de toekomst? Sommige nummers gaan tot meer dan tien minuten waarin de riffs de bovenhand nemen en de bombast het overneemt. Het publiek gaat gek. De perfecte muziek om een dag mee af te sluiten.

Minst egoïstische singer-songwriter

Aidan Knight

Met zijn derde plaat Each Other brak Aidan Knight eindelijk wat door. Voor zijn liveshows brengt de Canadees twee gastmuzikanten mee die na bijna ieder nummer door Aidan zelf bedankt worden. Dat mag ook want de band verzorgt een meerwaarde in het geheel van folky indie songs dat de man brengt. Met een drum en een synth krijg je zo een vollere klank in het geheel. Het werkt want Aidan Knight’s songs klinken alsof ze geschreven zijn voor grote zalen met een opbouw die telkens opnieuw fenomenaal is. De zaal is muisstil en wanneer Aidan Knight besluit om enkele nummers solo te brengen, hij versterkt hiermee het Singer-songwriter gehalte. De melancholie is nooit ver weg al gaan de meeste van zijn songs over de dood, waar hij zich voor verontschuldigt. Titeltrack van de nieuwe plaat klinkt live prachtig en is voor ons het hoogtepunt in deze minimalistische, maar toch grootse set.

De zonnigste band

Sonny

Sonny & The Sunsets, de naam zegt het al zelf, brengt zonnige muziek die de wolken op Leffinge helemaal wegspeelt. Hoewel de band met enige desinteresse op het podium staat, klinkt de muziek toch vrolijk en opgewekt. De meeste mensen worden dan ook vrolijk door te luisteren naar de muziek, maar als je kijkt naar de groep op het podium word je eerder depressief. Weinig spelplezier, geen interactie en misschien iets te geconcentreerd. De verkeerde keuze voor dit soort muziek.

De meest Britse band uit België

Zimmerman

Het tweede Balthazar zijproject op de affiche van Leffingeleuren en eentje die nog niet zo veel optredens gaf, dat is Zimmerman. Al van bij de eerste noot is duidelijk waar Simon Casier zijn inspiratie haalde: de gouden dagen van de Britpop, vooral dan bij The Strokes. Voor de gelegenheid heeft Casier nog een drummer en een pianist meegebracht, een trio dus en dat komt de show ten goede. Het begint allemaal erg ruw met enkele klassieke indie rock nummers die erg strak klinken en die je zomaar kan meezingen. De rauwe zang boordevol distortion zorgt er voor dat dit een unieke sfeer neerzet.

Toch is het niet altijd even strak bij Zimmerman. In het midden verliest hij zichzelf door wat te rustige nummers te spelen waardoor de schwung uit de set geraakt. Iets te theatraal naar onze mening. Gelukkig heeft hij nog een liefdesballad achterwege gehouden en daarvoor vraagt hij zijn levenspartner Noémie Wolfs op het podium. De fonkelende oogjes bij beiden maken dit een erg liefdevol hoogtepunt. Zimmerman is de rockversie van Balthazar maar heeft wat moeite om te blijven boeien.

De beste country-artiest die er eigenlijk geen was

Daniel Romano

Vooraf werd ons gezegd dat Daniel Romano een country artiest is. Zelf zijn we geen fan van country maar omdat er op dat moment niets te beleven viel, namen we toch nieuwsgierig een kijkje. Het was een aangename verrassing en niet alles bleek country te zijn. Zo bracht de band ook wat americana, wat blues en wat rock ’n roll. De vijfkoppige band ziet er wel uit als een typische countryband met de cowboyhoeden maar brengt hun muziek op een erg speelse manier. Het gaat zelfs zo ver dat op een Romero op een bepaald moment de volledige bandinrichting wijzigt voor een outro van om en bij de tien seconden. De man zelf heeft wat mee van Rivers Cuomo of Austin Powers, wat meteen duidelijk maakt waarom er zoveel humor in de set kruipt. Het gaat van erg trage, langzame ballads tot stomende rocknummers die het kunnen van de groep aantoont. Een aangename verassing dus die Daniel Romano.

De gracieuste singer-songwriter

Julia Jacklin

Julia Jacklin dat wordt een hele grote” hoorden we na het optreden. Wie zijn wij om hen ongelijk te geven? De zangeres staat helemaal alleen op het kleine podium in Café De Zwerver. Enkel haar stem en een bescheiden gitaar heeft ze nodig om een volledig publiek te ontroeren. De stem doet wat denken aan Lana Del Rey of Angel Olsen. De muziek die ze brengt is zo oprecht dat het publiek na ieder nummer twijfelt om te klappen, ze zijn sprakeloos. Ze ziet er schattig uit en bespreekt dingen uit haar thuisland met het publiek. Zo wil ze graag weten wat de nationale sport is in België en vraagt iemand haar hoe groot kangoeroes zijn. De dame staat dicht bij het publiek en gedraagt zich heel normaal en open. Ze zingt over gebroken relaties en brengt hierbij de eerlijkheid sterk naar voor. De songs zijn wondermooi en de dame heeft de capaciteiten voor een echte frontvrouw, in de gaten houden!

Het meeste waar voor zijn geld

Steak

Een uur, dat is te weinig voor Steak Number Eight om een set neer te zetten. Toch kreeg de band niet meer dan dat voor hun set. De mannen uit Wevelgem lappen dan maar de regels aan hun botten en spelen een halfuur langer, als dat niet mooi is! Zoals we dat gewoon zijn van Steak Number Eight brengen ze het beste van de Belgische postmetal in een instrumentaal kleedje met af en toe een brul van Brent Vanneste om nog meer energie in het geheel te steken. Voor een laatste keer alles geven op het dreigende, headbangende viertal.

Het begint nog wat rustig maar wanneer Vanneste dan zijn t-shirt uitdoet, weten we dat het alleen maar heviger wordt. Hij schreeuwt er op los, smijt met zijn microfoon en beweegt alsof zijn leven er van af hangt. De band doet alsof dit hun laatste concert ooit is en brengt alles boordevol energie en passie. Het publiek kan niet anders dan energiek meedoen en moshpits zijn een logisch gevolg. Nadat ze al een kwartier te lang speelden, komt de band toch nog terug voor een bisnummer. “The Sea Is Dying” is de logische apotheose. Met deze intense ervaring sluit Leffingeleuren zijn deuren van wat een wondermooie veertigste editie was.

Het mooiste kunstwerk

Omdat Leffingeleuren veertig jaar bestaat moet er iets vereeuwigt worden. De organisatie vroeg daarom aan Siegfried Vynck om een graffitikunstwerk te tekenen gedurende het festival op de muur naast Café De Zwerver. Het resultaat is een kleurrijk geheel dat muziek ademt. Een gigantische dame met een microfoon bovenaan en onderaan enkele gitaren met in het midden de haan, het symbool van Leffingeleuren. Een festival dat voor ons nog veertig jaar mag doorgaan!

Door Niels Bruwier en Jasper Verfaillie

12 september 2016

About Author

Niels Bruwier

Ook bekend als “Den Beir”, oprichter van de site, leidt alles in goeie banen en schrijft ook wel eens iets.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Honing

Met een klein beetje honing kan een beer wel weg.

Newsletter